Equality of arms ver te zoeken in strafzaken

540
Strafrechtadvocaat Esther Vroegh

Technisch bewijzen – zoals het uitlezen van telefoons, het peilen van auto’s en het interpreteren van biologisch materiaal zoals sperma, bloed, en huidepitheel – spelen een steeds grotere rol in de bewijsdiscussie in de strafzaak. Bij de overtuiging van de schuld wordt zulk bewijs meegewogen. In veel mindere mate zijn deze zaken van invloed bij het vaststellen van de onschuld van een verdachte.

De constateringen van gedragskundigen over iemands psyche bepalen vaak de toerekeningsvatbaarheid en de strafmaat zoals het opleggen van een maatregel zoals opname in een tbs-setting.

Het gebeurt zelden of nooit dat rechters het oordeel van de deskundigen niet overnemen of er kritische vragen over stellen. In een van mijn vorige columns beschreef ik dat – anders dan de ons omringende landen – deskundigen bijna nooit op zitting worden gehoord over de totstandkoming van hun rapportages en hun mate van deskundigheid. Als verdachte heb je dus veel te verliezen als een expert een negatief oordeel over je velt of jouw dna koppelt aan een plaats delict.

Tegenonderzoek

In zo’n geval kan de verdediging om een tegenonderzoek vragen. Dit recht is verankerd in Europese wetgeving, ‘equality of arms’, en in diverse artikelen van het Wetboek van Strafvordering. In de praktijk blijkt het daadwerkelijk kunnen effectueren van dit recht heel moeizaam te gaan, dan wel onmogelijk te zijn.

Ten eerste worden de deskundigen ingeschakeld door de politie of officier van justitie dan wel door rechter-commissaris, zónder dat de verdediging daar invloed op kan uitoefenen of op enigerlei wijze bij wordt betrokken.

Ook bij de onderzoekopdracht wordt de verdediging niet geraadpleegd en wordt zij pas achteraf geconfronteerd met de resultaten. Mijn ervaring is dat rechercheurs in de meeste gevallen ook de deskundigen briefen over de stand van zaken in het onderzoek, zoals bijvoorbeeld de aanhouding van een verdachte en zijn of haar proceshouding.

Vernietigd

De rapportages zijn over het algemeen summier, het ruwe onderzoeksmateriaal is al vernietigd en wordt niet eens benoemd. Zo is het voor de verdediging dus meestal onmogelijk om na te gaan of er aanwijzingen zijn die duiden op een andere dader en die wellicht een alternatief scenario ondersteunen.

Ook wordt nagenoeg nooit iets opgemerkt over de betrouwbaarheid van de onderzoeksmethoden en dus over de validiteit van de conclusies. Over deelonderzoeken die niets hebben opgeleverd of die niet bij de conclusie passen, is niets terug te vinden in de rapportages die bij rechters terechtkomen.

Dat dit alles tot enorm schadelijke gevolgen kan leiden, blijkt wel uit een gerechtelijke dwaling als de Schiedammer parkmoord. Daarbij trokken de rechters onjuiste conclusies uit het dna-materiaal en werd de verkeerde persoon veroordeeld voor gruwelijke feiten.

Monopoliepositie

En neem de monopoliepositie van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) en het Pieter Baan Centrum (PBC). Deze instanties werken voor de politie en justitie en kunnen niet rechtstreeks benaderd worden door de verdediging.

Als advocaat heb je dus alle belang bij een goed netwerk van deskundigen buiten deze twee organisaties, zodat de gepresenteerde conclusies opnieuw getoetst kunnen worden en wellicht tot andere oordelen leiden.

Ook kan zo’n onafhankelijke deskundige uitleggen waar bijvoorbeeld de zwakke plekken zitten in de door justitie gebruikte rapportages. Sinds de oprichting van ons kantoor hebben wij een forensisch medewerkster in dienst die een quick scan maakt van alle rapportages in de strafzaken van onze cliënten.

Geld

Een banaal punt waardoor de verdediging verder op achterstand raakt en blijft, is geld! Andere deskundigen dienen namelijk uit eigen zak betaald te worden en zijn erg kostbaar.

Een kapitaalkrachtige verdachte kan dit wel ophoesten maar het gros van de clientèle natuurlijk niet. Noodgedwongen dient de advocaat dit dan voor te schieten en via een artikel 530 Sv verzoek terug te vorderen. Een garantie dat deze kosten daadwerkelijk door de staat worden vergoed, biedt dit niet. Ook dat is een belangrijke reden waarom men soms afziet van het inschakelen van een derde deskundige.

Extra wrang is het om te moeten constateren dat bijvoorbeeld in de zaak van de Purmerendse kindermoorden door justitie een Engelse deskundige werd ingevlogen die drie weken in Nederland verbleef tegen een zeer hoog uurtarief. En dat om de constateringen van de door de verdediging – op eigen kosten!- ingeschakelde deskundigen te weerleggen.

Diskrediet

Wat verder opvalt, is dat op het moment dat de verdediging komt aanzetten met nieuwe deskundigen het Openbaar Ministerie niet terugdeinst om publiekelijk te twijfelen over hun deskundigheid en hen zelfs in diskrediet brengt.

Al deze praktische en financiële beperkingen miskennen dat de verdediging een recht heeft om gefundeerd de beweringen van een deskundige te weerleggen. Dat dit zeer noodzakelijk is in het licht van een eerlijke procesvoering blijkt onder meer uit de Venrayse moordzaak. Mijn cliënt Geert G. was in eerste aanleg veroordeeld tot dertig jaar gevangenisstraf en zijn kompaan Lau Geeraerts tot levenslang.

De rechtbank in Maastricht nam het hem bijzonder kwalijk dat hij zich het fatale schietmoment niet kon herinneren en dus –  zo concludeerden de rechters –  opzettelijk geen opheldering wilde geven over de toedracht van de moordpartij. Dat werd fors verdisconteerd in de strafmaat.

Indringend

Nadat ik de zaak in hoger beroep overnam,  heb ik verschillende keren zeer indringend met cliënt gesproken over zijn geheugenverlies waarbij hij steeds bevestigde dat hij het echt niet wist.

Via contacten bij de universiteit Maastricht kwam ik bij dr. Jelicic uit die ik vroeg om de verklaringen van cliënt te bestuderen en een quick scan uit te voeren.

Begrijpelijkerwijs wilde deze deskundige ook Geert spreken om tot een gefundeerd advies te komen. Dat zou meteen ook een flink kostenplaatje met zich meebrengen.

Op mijn verzoek en met een uitgebreide motivering benoemde het gerechtshof in Den Bosch deze deskundige op het gebied van geveinsde amnesia. Dat betekent dat zijn werkzaamheden (weliswaar tegen een veel lager uurtarief dan gebruikelijk bij deskundigen met deze staat van dienst) worden betaald door het kabinet van de raadsheer-commissaris. De verdediging neemt dan uiteraard wel een enorm risico indien zijn bevindingen negatief zijn.

Winnen

In deze zaak was er weinig meer te verliezen maar veel te winnen. In andere casussen kan het belangrijk zijn om eerst de resultaten af te wachten en die pas later in het strafproces in te brengen.

Gelukkig stelde dr. Jelicic dat hij niet kon uitsluiten dat Geert ten tijde van de schietpartij inderdaad een stressstoornis had gelet op de totaal onverwachte gebeurtenissen. Het geheugenverlies veinsde hij niet, hij was hierin oprecht. Mede daardoor kwam het hof tot een matiging van de gevangenisstraf van tien jaar.

Al met al is er nog een hoop werk aan de winkel om de verdediging te faciliteren in het effectief en daadwerkelijk kunnen uitoefenen van haar rechten op het gebied van tegenonderzoek. Equality of arms is in ons land is nu nog ver te zoeken.

*Nog zo’n kritische column lezen van Esther Vroegh? Dat kan hier!

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

2 REACTIES

  1. Experts op elk gebied maken fouten omdat ze oordelen met opgedane ervaring en dit met andere zaken vergelijken. Het ontkennen van gemaakte fouten gaat verder dan verzwijgen, omdat het kwade trouw impliceert.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.