Het OM en het wonder van de teruggevonden zaak

589
Strafrechtadvocaat Bo Maenen

Zo nu en dan stuurt het Openbaar Ministerie een medewerker het archief in waar dan een stokoude zaak ‘wordt gevonden’ en plotseling vervolging wordt doorgezet.

Althans, zo líjkt het. Het gaat om verdachten die jaren ervoor ooit zijn aangehouden en verhoord. Zij horen lange tijd niets en ineens valt er een dagvaarding op de mat.

Sinds de coronacrisis kampt de rechtspraak met een achterstand van ongeveer 50.000 zaken. Een absurd aantal dat de komende tijd moet worden weggewerkt.

Verstrijken

Maar ook vóór de coronacrisis kenden de rechtbanken al achterstanden en had het OM al heel oude zaken in de kast liggen. Een aantal van die zaken is volgens het OM dermate belangrijk, dat die dossiers na het verstrijken van jaren alsnog aan de rechter worden voorgelegd.

Zo ook bij mijn cliënt. Hij werd in 2012 van zijn bed gelicht bij een grootschalige actie in de strijd tegen voertuigcriminaliteit. De man zat enige tijd vast en er werd een voorlopig dossier ontvangen door een van mijn collega’s.

Maar vanaf het moment dat mijn cliënt destijds weer op vrije voeten was gekomen, had hij nooit meer iets over de zaak gehoord.

Brief

In december 2019 kreeg mijn kantoor plotsklaps een brief van justitie met de vraag of wij nog onderzoekswensen hadden in dit uit de vergetelheid opgedoken dossier. Zo niet, dan zou de zaak naar de rechtbank gaan voor een inhoudelijke behandeling, zo werd aangekondigd. Op het eerste gezicht wist niemand op kantoor over welke kwestie het ging en moesten we diep graven in een kast met stoffige dossiers.

Mijn collega en ik namen de acht jaar oude zaak door en kwamen tot de conclusie dat er nog veel onduidelijkheden waren. Mijn cliënt zou volgens het OM deel uitmaken van een criminele organisatie, maar nergens bleek hoe de verhoudingen binnen dit beweerdelijk clubje lagen. Oftewel: er moesten getuigen gehoord worden.

Twijfelend

Een aantal weken geleden ben ik bij de onderzoeksrechter gestart met het horen van die getuigen. Steeds weer keken deze mensen me twijfelend aan als ik vragen stelde over de gebeurtenissen van ruim acht jaar terug. Meerdere malen kreeg ik dan ook te horen: “Mevrouw, ik heb geen idee. Weet u wel hoelang dit geleden is?”

Een van de problemen bij dit soort oude zaken is dan ook dat de verdediging haar rechten niet goed kan uitoefenen, gewoonweg omdat getuigen door het grote tijdsverloop geen verklaring meer kunnen afleggen.

Uit Nederlandse en internationale wetten en verdragen volgt dat een strafzaak tegen een verdachte binnen een redelijke termijn dient te worden behandeld. Voor mijn cliënt is deze redelijke termijn in 2012 gestart.

Duur

Bij het beoordelen van wat redelijk is, wordt gekeken naar de complexiteit van de zaak, de invloed die de verdediging heeft gehad op de duur van het proces en de wijze waarop het Openbaar Ministerie heeft gehandeld. Als vuistregel geldt dat de zaak bij de rechtbank binnen twee jaar na aanvang van de redelijke termijn afgedaan dient te zijn.

De strafzaak tegen mijn cliënt gaat op zijn vroegst in 2021 van start, liefst ruim negen jaar nadat de feiten waarvan hij wordt beschuldigd zijn gepleegd en hij werd opgepakt.

In Nederland wordt door de hoogste nationale rechter, de Hoge Raad, steevast overwogen dat een schending van de redelijke termijn niet kan leiden tot niet-ontvankelijkheid van het OM. Het levert in de praktijk alleen strafkorting op.

Overschrijding

Maar in dit dossier is het door de overschrijding van de redelijke termijn voor de verdediging onmogelijk geworden om een goede verdediging te voeren. Bovendien is ook de waarheidsvinding onder druk komen te staan.

Het mooiste zou zijn als het OM zelf tot deze conclusie komt en de vervolging staakt. Gebeurt dat niet, dan is het te hopen dat de rechtbank ingrijpt en het OM niet-ontvankelijk in de vervolging verklaart.

*Interesse in de vorige column van Bo? Kijk dan hier.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

1 REACTIE

  1. In een geruchtmakende fraudezaak waarin 30 miljoen is verdwenen, worden de twee eigenaren veroordeeld, in cassatie, tot 4 jaar en 9 maanden celstraf.
    Hun directeur kwam door verschillende omstandigheden erg laat aan zijn hoger beroep toe. De directeur was in eerste aanleg vrijgesproken. Zo laat, dat de eigenaren al waren afgestraft en de eigenaren als getuigen werden opgeroepen. Uiteraard namen de eigenaren alle schild op zich. De AG kwam niet met nieuwe feiten en de directeur werd vrijgesproken. Deze poppenkast had wel achterwegen kunnen blijven.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.