Minister Dekker, zoek mijn klokkenluidersbrief over adopties

1786
Een weeshuis in het Roemeense Cluj-Napoca, 1990. In werkelijkheid waren lang niet alle kinderen wees, maar bleken veel jongens en meisjes te zijn afgestaan aan instituten door ouders in geldnood. Grote aantallen Roemeense kinderen werden onder de noemer 'adoptie' naar het buitenland verhandeld. Foto: Jolande van der Graaf
Roelie Post was Europees ambtenaar bij de Europese Commissie in Brussel en deed langdurig onderzoek naar adoptie en kinderhandel.

Het was een bijzondere vertoning, drie weken geleden, toen Sander Dekker als demissionair minister voor Rechtsbescherming in de kwestie ‘interlandelijke adopties’ het boetekleed aantrok. Bij zijn aantreden van vier jaar geleden was Dekker’s beeld op dat vlak gekleurd door persoonlijke ervaringen. De bewindsman heeft namelijk geadopteerde familieleden.

Op basis van die positieve ervaring zag Dekker destijds geen aanleiding het advies van de Raad van Strafrechttoepassing en Jeugdzorg op te volgen. Dat advies in 2016 hield in dat het beter zou zijn om interlandelijke adopties te stoppen. De zwakheden in het adoptiesysteem achtte de raad systemisch. Er werd gesproken over perverse effecten van interlandelijke adoptie op lokale kinderbescherming. Zo’n beetje wat de Europese Commissie in een veel verder verleden in Roemenië had vastgesteld.

Heikele

Vorige maand gaf Sander Dekker toe dat hij zijn mening naar aanleiding van het rapport-Joustra echter heeft bijgesteld. De minister benoemde nu zelfs het heikele onderwerp van subsidiariteit, en sprak over spanning: ‘een echte spanning met het Internationaal Verdrag inzake de rechten van het kind’.

Hij vroeg zich af of adopties uit de Verenigde Staten eigenlijk wel kunnen. En adopties uit EU-lidstaten? Bovendien, hoe zit het met het accepteren van het exporteren van Roma-kinderen voor adoptie; maakt Nederland zich daarmee schuldig aan het accepteren van discriminatie, vroeg hij zich af. Dekker stelde hardop een hele reeks vragen.  

De bewindsman, die in februari nog namens de demissionaire regering zijn excuses aan geadopteerden aanbood, kwam niet met een besluit over hoe het verder moet. Dat schuift hij door naar de volgende regering.

Bizar

Je kunt het als positief beschouwen dat deze minister na vier jaar eindelijk kritische vragen stelt over subsidiariteit en kinderrechten. Tegelijkertijd is het totaal, maar dan ook echt totaal bizar.

Even een terugblik.

In 2007 kwam mijn boek ‘Romania for Export Only, the untold story of the Romanian ‘orphans’ ‘uit. Tegelijkertijd was er ophef over een in India gekidnapped kind dat door Nederlandse mensen zou zijn geadopteerd en  ‘witgewassen’ via het officiële adoptiesysteem. Het leidde tot verhitte discussies in media en parlement.

Kinderhandel was aan de orde van de dag in Roemenië, kort na de val van dictator Nicolae Ceausescu. Foto: Jolande van der Graaf

Rond die tijd werd ik door het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid gevraagd om een artikel te schrijven voor het themanummer ‘Adoptie onder Vuur’, van het door hen uitgegeven vakblad Justitiële Verkenningen.

Haarscherp

De door de redactie gekozen titel was haarscherp: ‘Het perverse effect van het Haagse Adoptieverdrag’. Ik beschrijf daarin hoe de Europese Unie in conflict kwam met de VS over subsidiariteit.

Een fragment uit mijn artikel uit die tijd:

‘Het belangrijkste gesprekspunt: in welke gevallen komen kinderen beschikbaar voor interlandelijke adoptie? De meeste aanwezigen vonden pleegzorg of residentiële zorg geen geschikte zorg. De EU-onderhandelaars achtten deze vormen, op grond van de praktijk in de toen vijftien EU-lidstaten – mits adequaat uitgevoerd – wel passende zorg. Dit belangrijke struikelblok komt voort uit het verschil in benadering tussen het Haags Adoptieverdrag en het VN-verdrag Inzake de Rechten van het Kind (IVRK), artikel 21b.’

Leidend

De EU stelde uiteindelijk dat dit kinderrechtenverdrag leidend is en dat Roemenië, net als andere ‘oude’ lidstaten geen kinderen naar het buitenland kon sturen als ‘kinderbescherming’. Het land en de andere lidstaten dienden deze taak zelf op zich te nemen.

En weer volgde een rapport: van de commissie-Kalsbeek (2008), met de betekenisvolle titel ‘Alles van waarde is weerloos’ (een bekende dichtregel van Lucebert).

Er werd in vastgesteld dat interlandelijke adoptie het subsidiariteitsbeginsel niet mocht ondermijnen en lokale kinderbescherming niet mag verhinderen. In de debatten die zouden volgen, probeerde toenmalig Justitieminister Hirsch Ballin (CDA) in te zetten op een correcte toepassing van kinderrechten bij interlandelijke adoptie. Hij haalde echter bakzeil. De Tweede Kamer stelde het ultra-vage begrip ‘in het belang van het kind’ boven het subsidiariteitsbeginsel.

Stoppen

Het jaar daarop, 2009, kwamen er wederom heftige debatten. De minister wilde de adopties vanuit de VS stoppen, nu dit land het Haagse Verdrag had geratificeerd. Nu diende ook de VS het subsidiariteitsbeginsel te volgen. Helaas, zoals zo vaak, de weerloze kinderen werden door de politiek niet gehoord. Ondanks de vele kritiek bleef alles zoals het was.

Gezegd moet worden dat de lobby die door de adoptiebureaus werd losgelaten op de Tweede Kamerleden enorm was. Tot aan een tv-spektakel met Paul de Leeuw en adoptieouders met Amerikaanse kindjes als een soort kers op de taart.

In het kader van deze discussie heb ik in die tijd in naam van Against Child Trafficking (ACT) diverse Tweede Kamerleden aangeschreven om het begrip subsidiariteit nog eens onder de aandacht te brengen, met daarbij een focus op het verschil in interpretatie door de adoptiewereld (Haags Adoptie Verdrag) en het VN-kinderrechtenverdrag. Behalve een paar bedankjes kreeg ik een zeer snelle en duidelijke reactie van toenmalig Tweede Kamerlid Fred Teeven: “De VVD is het niet met u eens.” Waarvan akte.

Adoptieschandalen

Vele adoptieschandalen verder, eind 2016, en inmiddels een adoptiesector in crisis vanwege dalende cijfers, was er dus het rapport van de Raad van de Strafrechttoepassing en Jeugdzorg: ‘Bezinning op adoptie’. Een heldere stellingname en veel verwijzingen naar mijn eerdere werk. Perverse effecten, subsidiariteit.

De situatie in Roemeense ‘weeshuizen’, begin jaren negentig, was vaak afgrijselijk. Koude, armoede, onvoldoende voedsel en nauwelijks medische zorg. Foto: Jolande van der Graaf.


Toenmalig staatssecretaris Klaas Dijkhoff en minister Sander Dekker (beiden VVD) legden de uitkomst naast zich neer. Het moest beter. Maar adoptie moest zeker niet stoppen, was hun credo.

Weer vijf jaar later ligt er het rapport-Joustra over adopties uit het verleden waaruit het volgende kabinet conclusies moet trekken voor de toekomst.

Verbazingwekkend

Gezien deze hele voorgeschiedenis is het verbazingwekkend dat Dekker pas nu komt met kritische opmerkingen over subsidiariteit. Die discussie is immers al heel lang gaande: sinds de Europese Commissie het aan de orde stelde in Roemenië. Van die discussie moet het Nederlandse ministerie van Justitie en Veiligheid goed op de hoogte zijn, aangezien een van hun ambtenaren deel uitmaakte van de groep van EU-experts die Roemenië, op verzoek van de Europese Commissie, hierin adviseerde.   

Misschien wilden Dekker en zijn voorgangers het niet weten. Is het adoptiedossier, zoals een hoge ambtenaar mij te kennen gaf: ‘zo’n hete aardappel waarin al zoveel gebeurd is en dat de EU al twintig jaar niet meer durft aan te pakken’? Ons land klaarblijkelijk ook niet?

Schending

Interlandelijke adoptie en de huidige uitleg van subsidiariteit – ‘spanning met kinderrechten, wringt met het Verdrag van de Rechten van het Kind’ volgens Minister Dekker. In het kort: een flagrante schending van de rechten die jongens en meisjes hebben.

Sander Dekker vindt dat de kwestie van ‘subsidiariteit’ nu opnieuw moet worden bezien. “In het verleden hebben we gezegd: wij kunnen leven met deze uitleg van de subsidiariteit. Nu, met het rapport van Joustra in de hand, wil ik dat opnieuw wegen.”

Deze schending van kinderrechten, de interpretatie van ‘subsidiariteit’, bracht ik als Europees ambtenaar in het verleden aan het licht, mede door het onder de aandacht brengen van een aantal organisaties en EU-lidstaten die samenspanden met betrekking tot de handel in kinderen. De toen zichtbare lobbylanden waren Frankrijk, Italië, Spanje, de Verenigde Staten en Israel. Ik had toen nog geen idee dat het Nederlandse ministerie van Justitie hier ook een rol in zou gaan spelen.

Weten

Minister Sander Dekker, wilt u het echt weten? Weten waarom interlandelijke adoptie, zoals u stelde, nog steeds is toegestaan terwijl het wringt met de Rechten van het Kind? Wellicht doet u er dan dan goed aan mijn klokkenluidersbrief uit 2016 eens te lezen.

Dat wil zeggen, als u die brief met tachtig pagina’s aan bijlagen kunt vinden. Uw ambtenaren van het Ministerie van Justitie en Veiligheid kunnen er namelijk al wekenlang geen spoor van vinden, zo wijst mijn verzoek onder de Wet op Openbaar Bestuur, beter bekend als de WOB, uit.

*Lees ook Roelie’s vorige column: ‘Vragen over adoptie van omgekomen, Hongaars meisje’.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.