Moordvrouwen in Nederland: Kogels voor Pinny’s geheime liefde

1236
Image by Thanks for your Like • donations welcome from Pixabay

Ze is een verhaal apart. Van de vrouwen die in ons land wegens moord zijn veroordeeld, is Pinny S. de enige die door justitie rechtstreeks in verband wordt gebracht met maffiapraktijken en zware georganiseerde misdaad. Pinny liet in het verleden haar minnaar ombrengen. Ze zit nog steeds vast.

Een buitenbeentje noemt advocaat Stijn Franken zijn cliënte in 2017 tijdens het strafproces tegen de Chinees-Nederlandse Pinny.

De Amsterdamse is de enige vrouw in de rij van tien verdachten die dan moeten voorkomen in de ‘Passagezaak’ – het liquidatieproces met raakvlakken naar onder anderen Willem Holleeder. Het Passageproces staat bekend als de grootste en omvangrijkste strafzaak tot nu toe in ons land en is met een tijdsduur van tien jaar over de periode 2007 tot 2017 tevens de langste rechtszaak ooit.

De kwalificaties aan het adres van Pinny S. zijn talrijk en lopen uiteen van ‘een aardige, zachte, beleefde en correcte vrouw’ (een getuige), ‘de Oosterse Parel uit de Pijp’ (Steve Brown) tot het weinig vleiende ‘een hoer als een paard en een, op zijn Amsterdams gezegd pleuriswijf’ (toenmalig rechercheur Kees Hageman).

Stil

Pinny zelf is tijdens de Passagezittingen meestal stil en bedachtzaam. Ze ontkent of beroept zich op haar zwijgrecht, dat laatste deels uit angst om fouten te maken. Haar geheugen is er volgens Pinny na een verkeersongeval niet beter op geworden. Alleen tijdens het hoger beroep, in haar laatste woord, laat deze op het oog afstandelijke misdaadvrouw iets van haar gevoelens zien.

Het verhaal over Pinny voert ruim een kwart eeuw terug, naar 1993. Ze is dan veertig en een prostituee in de Stoofsteeg op de Amsterdamse Wallen. De zaken gaan haar in die tijd naar verluidt meer dan goed. Ze woont met haar man op een woonboot en heeft twee zoons.

Maar Pinny heeft geheimen. Sinds een jaar of tien onderhoudt ze een liefdesrelatie met een minnaar, de drie jaar jongere Tonnie van Maurik. Deze sportschoolhouder, blond, breedgeschouderd en verzot op boksen en worstelen, is in die tijd een bekende figuur op de Wallen.

Met Tonnie loopt het niet goed af. In datzelfde jaar komt hij op maandagavond 19 april rond half tien bij het toenmalige Altea Hotel (tegenwoordig Mercure) aan de Joan Muyskenweg in het vizier bij twee huurmoordenaars.

Uzi

Hij zit nog achter het stuur van zijn Ford Escort op de parkeerplaats als de zwaar bewapende mannen – de één tenger, licht getint en met een staartje in zijn haar, de ander een bol gezicht en flaporen – vanachter hun bestelwagen opzij stappen. Met een Uzi en een semiautomatisch wapen schieten de hitmen daarna een spervuur aan kogels op Tonnies wagen af.

De ondernemer wordt in het hoofd getroffen en overlijdt ter plekke aan zijn verwondingen. Twee ooggetuigen van de moordaanslag zijn een jonge hotelmedewerker en een taxichauffeur die voor de ingang van het hotel staat te wachten. Onmiddellijk na de dodelijke schoten zien deze getuigen de schutters hard wegrennen. De 21-jarige hotelmedewerker wordt nog diezelfde avond de stuipen op het lijf gejaagd als hij op weg naar huis wordt klemgereden en bedreigd. De doodsbange jongeman geeft om die reden aanvankelijk bewust een verkeerd signalement van de schutters aan de politie op.

Hoewel Tonnies minnares geen strafblad heeft en van een eerdere criminele loopbaan niets is gebleken, komt  Pinny al vrij in het begin van het politieonderzoek als potentiële opdrachtgeefster bovendrijven.

De aanloop vormt gerichte informatie die al een paar dagen na de schietpartij aan het onderzoeksteam wordt verstrekt door de dan gedetineerde Geurt R., een boomlange, voormalige lijfwacht van maffiabaas Klaas Bruinsma. Geurt vertelt de politie dat hij en zijn kompaan Rick L. een paar maanden eerder zijn benaderd door ‘een mokkeltje’ dat zich met de liquidatie van Tonnie van Maurik bezighield.

Prijs

Het mokkeltje heette Karin Swager, vertelt Geurt. Ze was naar café De Moezel in Utrecht gekomen en had aan hem en Rick bij die gelegenheid gevraagd of zij bereid waren Tonnie voor 50.000 gulden dood te schieten. Dat waren Rick en Geurt niet. De twee mannen vonden de prijs te laag, bevestigt Karin als zij na Geurts ontboezemingen wordt opgepakt en door de recherche aan de tand wordt gevoeld.

De aan harddrugs verslaafde Karin blijkt een collegaatje van Pinny. Ze onthult bij de recherche dat Pinny haar al ruim een half jaar eerder had gevraagd om te informeren naar de kosten om Tonnie voor altijd het zwijgen op te leggen. In De Moezel, vervolgt Karin, had ze er inderdaad op verzoek van Pinny met Geurt en Rick over gesproken. Het door de mannen genoemde bedrag van 100.000 gulden was Pinny te duur, aldus de prostituee.

Daarna, verklaart Karin verder bij de recherche, heeft Pinny de dan 22-jarige Marokkaanse crimineel Moppie R. ingeschakeld. Pinny kent hem goed omdat een van haar zoons met Moppie bevriend is en omdat hij een tijdje bij haar inwoonde. Ze heeft Moppie tienduizend gulden gegeven voor de aanschaf van een pistool en een geluiddemper, weet Karin verder. Moppie heeft Tonnie in de dagen voor de aanslag ook een tijdje gevolgd, is het verhaal.

Simpel

Een broer van het moordslachtoffer doet bij de politie een boekje open over de verhouding tussen Tonnie en Pinny. Na een aantal keren te zijn gehoord, zegt hij: “Het was voor mij heel simpel, het was me duidelijk dat Pinny ermee te maken had, omdat ze al veel vaker met Tonnie bij Altea had afgesproken. Toen het daar die avond gebeurde, viel voor mij het kwartje.”

Getuigen zeggen dat er in de dagen voor de moord op Tonnie het nodige telefoonverkeer is geweest tussen Pinny en Moppie. De politie traceert gegevens over gesprekken rond het tijdstip van de liquidatie tussen Pinny en een telefoon die in gebruik is bij Moppie, zijn criminele kompaan Jesse R. en bij Freek S. Ook de neef van Jesse, Nan Paul de B. wordt van betrokkenheid verdacht.

Opvallend genoeg worden andere belgegevens van belangrijke adressen, zoals telefoongesprekken vanuit het huis van Pinny, de woning van haar ouders of vanuit Tonnies sportschool en huis, niet door de politie opgevraagd en veiliggesteld.

Het nieuws over de liquidatie waarbij Pinny haar eigen minnaar naar een hotel zou hebben gelokt om hem vervolgens als een oude en aftandse hond te laten afmaken, gaat als een lopend vuurtje door de Amsterdamse onderwereld en de rosse buurt.

Motief

Over het motief doen verschillende verhalen de ronde. Karin Swager vertelt dat de liefde tussen Pinny en Tonnie voorbij was en dat Pinny hem naar het leven stond. Haar collega werd afgeperst door Tonnie, aldus Karin, hij maakte haar spaarcenten op en hij had gedreigd Pinny of haar familie iets aan te doen.

Anderen melden dat Pinny stelselmatig is mishandeld door haar minnaar. En weer anderen beweren dat Pinny haar geliefde had opgelicht met valse waardepapieren. Nog een vierde lezing die Amsterdammers in die tijd horen en die stof tot roddels oplevert: Pinny’s echtgenoot zou Tonnie hebben bedreigd en gewaarschuwd met de boodschap dat hij zijn vrouw maar beter met rust kan laten.

Hoe het echt zit, komt nooit vast te staan. In november 1993 halen enkele summiere achtergronden van de zaak voor het eerst de krantenkolommen en staat in Het Parool dat Tonnie van Maurik volgens de politie in opdracht van zijn vriendin is geliquideerd.

Pinny wordt opgepakt en zit een paar maanden in voorarrest. Maar het OM zet de strafzaak dan nog niet door. De Amsterdamse prostituee komt weer vrij omdat er volgens justitie te weinig is om haar te kunnen vervolgen.

Wijs

“Een wijs besluit van het OM”, voert Pinny’s advocaat Stijn Franken jaren later aan. De kwaliteit van het politieonderzoek destijds was volgens deze raadsman van bedroevend slechte kwaliteit. Zo zou rechercheur Kees Hageman in 1993 niets anders hebben gedaan dan Pinny afschilderen als een intens slechte vrouw. Dezelfde politieman bazuinde volgens Stijn overal rond dat Pinny en niemand anders achter de liquidatie zat en maakte zich dus schuldig aan beïnvloeding van getuigen.

De raadsman heeft er geen goed woord voor over dat de politie niet aan waarheidsvinding zou hebben gedaan door alternatieve scenario’s voor de toedracht van de moordzaak te onderzoeken en uit te sluiten.

Dat er iets anders kan zijn gebeurd, zou blijken uit het feit dat Tonnie op de avond van zijn dood mogelijk niet meteen naar het Altea Hotel reed, maar eerst een afspraak had bij een filiaal van de Febo op de Amsteldijk. Dat in zijn auto een vuurwapen werd aangetroffen, veronderstelt volgens de raadsman dat de sportschoolhouder zich tijdens die mogelijke eerdere afspraak dusdanig in de nesten kan hebben gewerkt dat hij dat met zijn leven moest bekopen.

Opdrachtgeefster

Veruit het grootste manco in de bewijsvoering door het OM, is volgens de advocaat echter het feit dat alleen Karin Swager Pinny aanwijst als opdrachtgeefster voor de afrekening op haar minnaar. Maar wie zegt dat Karin daadwerkelijk op pad was voor Pinny, toen ze in café De Moezel bij Geurt en Rick aanklopte? Pinny, benadrukt Stijn Franken later, zegt immers zelf dat ze nooit zo’n verzoek aan Karin heeft gedaan. Sterker: volgens Pinny werd ze bedreigd en gechanteerd door Karin omdat zij aan deze verslaafde vrouw niet langer geld wilde lenen.

Na Pinny’s vrijlating in ‘93 breken er andere tijden aan voor de Amsterdamse en haar gezin. De rust is van betrekkelijke duur. In 2006 loopt crimineel Peter la S. uit angst om zelf te worden omgelegd plotseling over naar het justitiële kamp. Dat leidt tot een deal met justitie: als spijtoptant legt hij in ruil voor strafvermindering allerlei verklaringen af over misdrijven waarbij hij en zijn bajesmaat Jesse R. betrokken zijn geweest.

Door die getuigenissen van La S. komt Pinny opnieuw in beeld bij de opsporingsdiensten. Het onderzoek naar de moord op Tonnie van Maurik wordt in 2006 heropend. Het onderzoekdossier genaamd ‘Opa’ maakt vanaf dat moment ook formeel deel uit van het grote Passageproces dat is gefocust op in totaal zeven liquidaties in het criminele circuit.

In twee, in 2006 afgelegde kluisverklaringen vertelt Peter la S. van Jesse te hebben gehoord dat hij achter de moord op Tonnie zat en er destijds samen met Freek S. anderhalve ton (in guldens) voor heeft gevangen. Volgens La S. kreeg Jesse dat bloedgeld van Henk R., bijgenaamd de ‘Zwarte Cobra’. La S: “Jesse was toen de, hoe noem je dat, liquidator van Henk.”

Vraagtekens

In latere getuigenissen komt La S. weer even hard terug op die uitspraken. Dan zegt hij onder meer: “Het was een aanname van mij dat Henk R. de opdrachtgever was.” En verder verklaart hij: “Ik heb niet paraat of Jesse zei dat hij die 150.000 gulden van Henk R. heeft gekregen.” Opvallend is dat La S. evenmin Pinny S. aanwijst als opdrachtgeefster voor de moord. Menigeen zet bovendien vraagtekens bij de betrouwbaarheid van zijn getuigenissen.

In het Passageproces wordt nóg een nieuwe getuige tegen Pinny opgevoerd. Het gaat om Harry W. die in ruil voor zijn ‘gezang’ niet wordt vervolgd voor zijn aandeel in een raketaanslag op een woning in Vinkeveen.

Harry W. vertelt in mei 2011 aan justitie dat hij ooit in een auto zat met Henk R. naast zich en met Moppie op de achterbank. W. kreeg toen, beweert hij, te horen dat Moppie een liquidatie had uitgevoerd op ‘de man van een hoer’. “Moppie vertelde mij dat hij voor die moord heeft vastgezeten, maar dat dit maar heel kort is geweest”, aldus Harry W. “Ik weet niet hoe Moppie die hoer kende. Inhoudelijk weet ik niets van de uitvoering van die liquidatie.(…) Ik heb alleen uit de mond van Moppie zelf gehoord dat hij de opdracht tot die liquidatie heeft gedaan.” W. noemt evenmin de naam van Pinny. Zijn verklaring stelt in de ogen van de verdediging daarom ook weinig voor.

Onvermurwbaar

Tijdens de rechtszaak zegt Pinny zelden iets. Een vrouwelijke rechter spoort haar in 2009 aan om dat wel te doen. “Het gaat om een moord op iemand met wie u een relatie had. U hield van hem, verklaarde u”, aldus de rechter. Pinny is echter onvermurwbaar en houdt haar kaken stijf op elkaar.

In het voorjaar van 2010 is ze toeschietelijker, op advies haar toenmalige advocaat. Ze vertelt dan dat ze op de avond van Tonnie’s moord geen afspraak met hem had bij het Altea Hotel, maar dat ze naar het ziekenhuis was gegaan vanwege hevige buikpijn. Haar man had haar daar later wakker gemaakt, is Pinny’s relaas, om te vertellen dat Tonnie niet meer in leven was. Hoe en van wie hij dat heeft gehoord, kan niemand in 2010 nog vertellen.

Ze zit in die tijd bijna drie jaar in voorarrest en krijgt op 29 januari 2013 twaalf jaar cel opgelegd door de rechtbank in Amsterdam. Met haar advocaat Stijn Franken gaat ze in hoger beroep bij het gerechtshof dat haar gevangenhouding na nog eens een jaar en negen maanden zitten, uiteindelijk schorst.

Met een urenlang pleidooi dat is uitgeschreven op ruim 77 pagina’s probeert de raadsman te voorkomen dat zijn cliënte door het hof wordt veroordeeld.

Verdriet

Op de laatste dag van de inhoudelijke behandeling, 20 april 2017, leest Stijn Franken Pinny’s laatste woord voor. Zelf valt het haar te zwaar om haar verhaal te doen. ‘Na al die jaren van onzekerheid, angst, spanning en verdriet vandaag dus eindelijk het laatste woord. Het is heel moeilijk om te omschrijven hoe ik me voel’, luiden de eerste regels van haar persoonlijke relaas.

Omdat Pinny in het Passageproces zo vaak voor hoer en slecht mens is uitgemaakt, verloor ze het vertrouwen in de rechtspraak en heeft ze vooral gezwegen, openbaart ze verder. Het was niet alleen voor haar zwaar, de liefst tien jaar durende rechtszaak. Ook voor Tonnies nabestaanden en voor haar familie waren tien jaar aan onzekerheid en ondraaglijke spanning een enorme opgave, aldus Pinny.

Door de vele jaren in voorarrest kreeg ze kwetsende reacties. Een loodgieter die haar na een reparatie in huis de hoofdprijs rekende omdat ze volgens de monteur “toch al het geld had van Holleeder.” Of die keer toen ze een ernstige zieke vriendin in de laatste maanden van haar leven had geholpen en vervolgens van anderen het verwijt kreeg dit alleen voor de erfenis te hebben gedaan.

Pinny verzoekt de rechters die dag om haar vrij te spreken en vraagt of ze niet bij de uitspraak aanwezig hoeft te zijn, omdat ze dat niet meer aankan. “Als u mij veroordeelt en ik terug moet naar de gevangenis, zal ik mij meteen melden bij Nieuwersluis”, belooft ze.

Uitlokte

Het arrest tegen Pinny en de negen overige verdachten volgt op 29 juni 2017. Voor de ‘Oosterse Parel uit de Pijp’ pakt de uitspraak slecht uit. De rechters achten bewezen dat zij Moppie uitlokte om Tonnie te vermoorden, hem geld gaf, met Tonnie een afspraak maakte bij het hotel en vervolgens tijd en locatie van het rendez-vous aan Moppie doorgaf. Moppie verstrekte die gegevens daarna aan Jesse R. en Nan Paul de B. die Tonnie volgens het hof doodschoten.

De getuigenissen van La S. vinden de raadsheren betrouwbaar. Onder andere het tijdsverloop maken verschillen en inconsistenties in zijn verklaringen onvermijdelijk, maar die hoeven de bruikbaarheid van zijn verklaringen niet in de weg te staan, aldus de rechters.

Pinny S. krijgt uiteindelijk 13,5 jaar cel opgelegd en belandt opnieuw in de cel. Eind 2021 komt zij weer vrij.

Geïnteresseerd in een seriemoordenares uit de zeventiende eeuw? Lees hier over de bloeddorstige Maartje uit het Zuid-Hollandse geuzenstadje Brielle.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!