Moordvrouwen in Nederland: Maartje doodde al haar mannen

1933
Maartjes doodsvonnis in het 'Criminele Sententiebouck' uit 1628

De Zwarte Weduwe. Geen man is veilig voor dit type moordenares dat door de eeuwen heen steeds weer opduikt. Bijna vierhonderd jaar geleden werd in Brielle zo’n heuse ‘mannenverslindster’ ontmaskerd. Ze bleek genadeloos onder haar liefhebbende echtgenoten te hebben toegeslagen.

Seer grouwelijke feijten schokten bestuurders en bewoners van het Zuid-Hollandse vestingstadje Brielle in 1628, toen de ongeveer zestigjarig Maartje (Marijtgen) Willemsdochter er een reeks moorden opbiechtte.

Als ze nu had geleefd, had Maartje dagenlang het nieuws beheerst. Ongetwijfeld was er ook door de internationale media over de vrouwelijke seriemoordenaar bericht. Toch was er zelfs voor de zeventiende eeuw al ongewoon veel belangstelling voor deze zaak. Brielle liep massaal uit om het geruchtmakende proces tegen de vrouw bij te wonen.

Chirurgijn

Zes jaar eerder was de in Delft geboren Maartje in het vestingstadje komen wonen en er getrouwd met een leeftijdsgenoot. Ze stapte toen in het huwelijksbootje met de plaatselijke chirurgijn en pestmeester Damiaen van Cruyskercken.

Over Maartje wisten de Briellenaren dat zij in haar leven veel tegenslagen moest hebben gekend. Haar eerdere echtgenoten waren overleden. Bovendien had Maartje aan menigeen verteld dat ook al haar kinderen haar al op jonge leeftijd waren ontvallen.

Toen haar man Damiaen van Cruyskercken in 1627 plotseling ernstig ziek werd en ook al stierf, werden er hier en daar wenkbrauwen gefronst. Hoe kon het dat de geliefde Damiaen die jaar in, jaar uit voor zieken en slachtoffers van de Zwarte Dood had gezorgd, plotseling zelf na zo’n kort ziekbed aan zijn einde was gekomen?

Sectie

En daar bleef het niet bij. Een jaar later, op woensdag 27 september 1628, lag ook de volgende echtgenoot van Maartje dood in bed.

Dat was een slachtoffer te veel. De plaatselijke baljuw Pieter van Leyden van Leeuwen vertrouwde het allemaal niet meer. Deze doortastende ambtenaar – in die tijd tevens officier van justitie – besloot rigoreuze stappen te nemen. Baljuw Pieter liet zelfs een soort forensische sectie verrichten op het lichaam van Maartjes laatste echtgenoot, de Brielse wever Jan Janszoon.

Dat was het begin van het einde voor Maartje. In Jans maag werd blijkens het rechtbankvonnis uit 1628 een seeckere quantiteyt rattecruyt aangetroffen waaraan de wever onmiskenbaar was bezweken. Maartje werd opgepakt om in de stadsgevangenis van Brielle in voorarrest te worden gezet. Het verhoor van haar zal niet zachtzinnig zijn geweest, maar buyten pijne en de banden van ijsere zou Maartje uiteindelijk een bekentenis hebben afgelegd die Brielle tot in de grondvesten deed schudden.

Ter illustratie. Image by Enrique Meseguer from Pixabay

Hoe haar eerste twee echtgenoten in Delft door haar waren omgebracht, weigerde ze te onthullen. Na de dood van haar tweede man was Maartje, vertelde ze, naar Rotterdam verhuisd en getrouwd met man nummer drie. Op enig moment had ze op de markt voor een halve stuiver rattengif gekocht en het venijn door het bier en brood van deze Rotterdammer gemengd. Twee dagen later was hij morsdood.

Haar vierde echtgenoot viel hetzelfde lot ten deel. Zijn stoffelijk overschot lag in zijn roeiboot. Ook na deze moord pakte Maartje haar biezen. Ze vertrok naar het dorp Vierpolders. Daar gaf ze het ja-woord aan echtgenoot nummer vijf. Omdat deze man een hele zomer ziek was geweest en niets had verdiend viel ook hij ten prooi aan Maartjes gifbeker.

Lastige

De moorden op Damiaen en Jan in Brielle, respectievelijk echtgenoot zes en zeven, gaf ze eveneens toe, staat in de documenten van weleer. Damiaen was een lastige man geweest, kregen de verhoorders van Maartje te horen. Op het moment dat hij iets onder de leden had en Maartje bij de plaatselijke apotheek een drankje voor hem had gehaald, had ze dat net als een maaltje gekookte erwten vergiftigd. Binnen een week was de chirurgijn eraan gestorven.

Haar laatste levenspartner Jan Janszoon had een hoer van haar willen maken, luidde haar verhaal bij de baljuw en zijn onderzoekers. Hoewel Jan nog om vergiffenis had gevraagd, stond het eerder in twee apotheken aangeschafte rattenkruid al voor hem klaar. Het gif verdween gemengd in bier en in wijn met suiker door Jans keel en betekende ook voor deze stakker een afschuwelijke dood.

En passant legde de Zwarte Weduwe van Brielle in de stadsbajes tevens een bekentenis af over een serie kindermoorden. Ook al haar acht kinderen, drie jongens en vijf meisjes, had ze eerder vergiftigd. De jongste, een baby van vijf weken, omdat het meisje haar ’te veel huilde’.

Planmatig

Het viel de baljuw en zwaar geschokte schepenen (rechters) blijkens de eeuwenoude rechtbankstukken op, hoe planmatig Maartje te werk was gegaan. Ze schafte het gif steeds op verschillende adressen aan om niet op te vallen en bewaarde het, tot ze zich weer van een van haar familieleden wilde ontdoen.

Na de moorden verdween ze bovendien steeds weer naar een andere stad of dorp om er een nieuw bestaan op te bouwen. Iedere echtgenoot moet Maartje goederen en mogelijk ook huizen hebben nagelaten. Financieel gewin lijkt dan ook een terugkerend motief.

De schepenen hadden geen medelijden. De nooijt gehoorde barbarische en ongelooffelijcke wreetheijt en moorderije die vijftien mensen het leven hadden gekost, werden vergolden met de zwaarst mogelijke straf. Op 9 oktober 1628 werd Maartje op de brandstapel op het marktplein vastgebonden en onder toeziend oog van een menigte verbrand tot assche.

Bijzonder

Anno 2019 noemt streekarchivaris Aart van der Houwen die het dossier-Maartje nauwgezet bestudeerde, deze eeuwenoude zaak erg bijzonder. “Dat blijkt al uit de niet mis te verstane omschrijving van Maartjes misdrijven door de schepenen. In die tijd werden uiteraard wel vaker moorden gepleegd. Een enkele verwurging, bijvoorbeeld. Of een dienstbode die zwanger was geraakt en heimelijk haar pasgeboren kind had laten sterven.”

Een seriemoordenares als Maartje heeft Aart verder niet meer in de archieven kunnen ontdekken. “De straf die deze vrouw opgelegd kreeg, is eveneens afwijkend. Er belandden vaker mensen op de brandstapel, maar zij werden altijd eerst gewurgd en waren al dood toen het vuur werd aangestoken. Maartje, daarentegen, is levend verbrand. Dat moet onvoorstelbaar pijnlijk en gruwelijk zijn geweest.”

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!