Moordvrouwen in Nederland: Sanju en de giftige, Haagse lotus

1152
Ook het Limburgs Dagblad schreef over de moord op de Haagse weduwe Clara van Engers (77).

In de misdaad is lang niet alles wat het op het eerste gezicht lijkt, óók en misschien vooral als het om vrouwen gaat. Zo voerde een brute vrouwenmoord in Den Haag de recherche in een ver verleden naar een dader uit totaal onverwachte hoek.

Terug naar 1978 – precies drie weken voor de onvergetelijke, voor ons land dramatische WK-voetbalfinale tussen Oranje en Argentinië – als spelende kinderen langs de Haagse Lozerlaan een akelige ontdekking doen.

Twee onderbenen liggen die zondag de vierde juni in het gras langs de slootkant. Iets verderop drijft in het water een vuilniszak met ingewanden en een hoofd.

In de dagen die volgen borrelen in vijvers en sloten in de wijk Bouwlust nog eens vier vuilniszakken met de resten van een omgebrachte vrouw op. De laatste, gevonden op zaterdag 10 juni 1978, bevat twee armen, schouderbladen, sleutelbenen en, merkwaardig genoeg, een broche met de afbeelding van een kikkertje en een religieuze munt uit India.

Sectie

De in die tijd vermaarde patholoog Jan Zeldenrust wordt ingeschakeld voor de forensische sectie en de identificatie van het zwaar verminkte, grotendeels ontbonden lichaam. Ondertussen openen de Haagse recherchechef Joep van der Wolk en zijn team een onderzoek naar de moordpartij.

Tijdens het horen van getuigen in de buurt, legt de politie al snel de link naar de recente verdwijning van een Haagse vrouw. Het gaat om de 77-jarige weduwe Clara van Engers die volgens een van haar vriendinnen al ruim twee weken spoorloos is.

Hindoeïsme

De in 1901 in Haarlem geboren Clara woont in de Hengelolaan in Bouwlust. Ze is twee keer getrouwd geweest en blijkt zich te hebben bekeerd tot het hindoeïsme. Door de jaren heen is Clara vaak naar India gereisd en heeft ze daar langere tijd gewoond en gewerkt als verpleegster.

Patholoog Zeldenrust komt met een bevestiging. Hij weet de stoffelijke resten aan de hand van Clara’s foto’s en de aangetroffen broche op vrij eenvoudige wijze aan de weduwe toe te schrijven.

In de media wordt flink gespeculeerd over de achtergronden van de dader. Het moet wel een enorm wrede vrouwenhater zijn die de oude dame niet alleen ombracht maar ook in stukken hakte.

Centjes

Vrienden en bekenden van Clara vertellen de politie dat de weduwe bekend staat als een zonderlinge, maar ogenschijnlijk zeer sociale vrouw. Ze ondersteunde allerlei charitatieve doelen en had aardig wat centjes geschonken aan een dierenhospitaal in New Delhi.

Ze noemde zichzelf ‘Shandramani’, Indiaas voor ‘Mooie Lotus’. Die naam blijkt ook op de brievenbus van Clara’s flatwoning te prijken. Maar Mooie Lotus uit de Hengelolaan, zo ontdekt de politie, had een giftig randje. Volgens haar kennissen was ze betweterig, fitterig en bovenal bijzonder intolerant.

Clara’s vriendin die haar vermissing heeft gemeld, heeft meer interessante informatie. Ze vertelt de speurders dat Clara tijdens haar laatste reis naar India op zoek is geweest naar een meisje dat haar gezelschap moest houden in Nederland.

Opvijzelen

Haar toekomstige protegee, had Clara in India beloofd, mocht in Den Haag haar kennis van de Engelse taal komen opvijzelen en volop proeven van de Nederlandse leefwijze en cultuur. De vriendin van Clara kan de recherche ook vertellen dat er daadwerkelijk een meisje vanuit India met Clara is meegereisd. Een studente die sinds een paar maanden bij de weduwe inwoont.

De politie besluit nog eens poolshoogte te nemen in de flat van de weduwe en stuit er op een papier met het adres van een tuinderij in Maasdijk waar de studente een baantje blijkt te hebben. En er zijn meer dingen die rechercheur Van der Wolk en zijn collega’s in het huis van het moordslachtoffer opvallen.

Té schoon

“Wat ik gevoelsmatig nogal vreemd vond, was dat de badkamer en de keuken net ietsje te schoon waren”, zegt de onderzoeksleider in juni 1978 in een Telegraafartikel. “Té opgeruimd, voel je? De badkamertegeltjes blonken ons tegemoet en dat was in het licht van het totale huishouden allemaal net een beetje té.”

Eén ding is de dader vergeten te kuisen. Een broodmes dat in de keuken ligt, bevat overduidelijk sporen van menselijk bloed.

Bij de Maasdijkse tuinder blijkt bij navraag door de politie inderdaad een Indiaas meisje te vertoeven. Het is de tengere, twintigjarige Sanju K., studente economie en politieke wetenschappen uit New Delhi. Het rechercheteam besluit haar uit te nodigen voor een praatje, op 16 juni 1978 op het politiebureau in Den Haag.

Verslagen

Sanju, klein van stuk en doodsbenauwd, maakt er een verslagen indruk op de politiemannen. Ze vertelt hoezeer haar vader die werkzaam is in het Indiase dierenpension dat door Clara werd gesponsord, eind 1977 in de wolken was geweest vanwege het prachtige aanbod dat de vrome Mooie Lotus uit Nederland aan Sanju had gedaan.

Op aanraden van haar vader was ze met ‘tante Clara’ meegegaan naar het verre en koude Nederland waar ze niemand kon verstaan en niemand kende.

Ze had zich er veel van voorgesteld. Maar eenmaal in Den Haag, bij tante Clara thuis, wachtte Sanju tot haar ontsteltenis geen warm en veilig onderkomen waar ze veel kon leren. Wel was er terreur, angst en pijn. Haar weldoenster bleek haar bij voortduring als goedkope arbeidskracht te misbruiken en bij elke weigering tot extreme maatregelen over te gaan.

Sloeg

“Tante Clara zag me als haar eigendom, commandeerde me en sloeg me als ik niet deed wat ze zei”, vertelt Sanju de rechercheurs huilend. De Nederlandse had zelfs haar paspoort ingenomen en het haar verboden om nog contact met haar familie in India te hebben.

De Haagse buurt waar plastic zakken met de lichaamsdelen van tante Clara werden gevonden.

“Het schrikbewind door de weduwe moet meer dan erg en verre van gastvrij zijn geweest”, onthult politie-inspecteur Joep van der Wolk later in de media.

Het kost de recherche niet veel moeite meer om Sanju tijdens het verhoor te laten opbiechten wat er precies gebeurde in de Hengelolaan. In de loop van de avond ‘breekt’ de studente en gooit ze eruit wat op dinsdag 26 mei 1978 in de keuken van tante Clara is gebeurd.

Knallende

Die ochtend was plotseling een knallende ruzie tussen de twee vrouwen ontstaan. Volgens Sanju was Clara daarbij zó boos op haar geworden, dat ze had gedreigd het meisje te gaan verkopen aan een kopstuk binnen de Chinese onderwereld in Den Haag.

In paniek, is het verhaal van Sanju, had ze toen van het aanrecht een broodmes met een gekartelde rand gegrepen en één keer op de vrouw in gestoken. Vrijwel onmiddellijk was Clara van Engers dood in elkaar gezakt.

De studente had overwogen om te vluchten en het vliegtuig naar huis te nemen. Ze had daar uiteindelijk van afgezien, omdat ze niet met haar vader geconfronteerd wilde worden. Sanju was die dag daarom gewoon naar haar werk in de tuinderij gegaan. Dat had haar meteen de tijd gegeven om te bedenken hoe ze in vredesnaam het zware lichaam van haar slachtoffer moest wegwerken.

Badkuip

Die klus had ze nog dezelfde avond geklaard. Ze had het zware lijk van Clara naar de badkamer gesleept en het in de badkuip in tientallen stukken gesneden, gehakt en gezaagd. Vervolgens had Sanju de lichaamsdelen in vijf vuilniszakken verpakt.

Tijdens een rondje door de buurt had de Indiase de zakken her en der in het water gedropt. Om de stank van het ontbindende lichaam in huis te verdrijven, had ze flesjes parfum van het slachtoffer leeggespoten en was ze vervolgens met emmers sop in de weer gegaan.

Sanju’s bekentenis is ook voor de buitenwacht een verrassende wending in deze Haagse moord. De dader is geen grote, potige man die een bejaarde vrouw ombracht en aan stukken sneed. Het blijkt een frêle, jonge vrouw die geen andere uitweg meer zou hebben gezien.

Donkere

Of had ook Sanju een andere, donkere kant? Tijdens het strafrechtelijk onderzoek bestudeert een psychiater haar psychische gesteldheid. De arts constateert dat er sprake is van ‘verborgen, agressieve tendensen’ bij de Indiase.

Als ze voor de rechtbank in Den Haag terechtstaat, eist het OM vijf jaar cel tegen haar. Volgens Sanju’s advocaat J. Warnas was het psychische overmacht en had noodweer zijn cliënte tot haar daad gedreven. De rechtbank ziet niets in dat verweer, maar deelt wel een lichte straf uit. Op vrijdag 29 september 1978 wordt Sanju veroordeeld tot drie jaar cel. Diezelfde straf legt het gerechtshof haar een jaar later, op donderdag 1 maart, in hoger beroep op.

Sanju K. is na haar vrijlating vrijwel zeker teruggekeerd naar haar vaderland. Hoe het haar daar is vergaan, heb ik niet kunnen achterhalen…

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.