Ouderen soms dagen dood of uitgeput in huis

2835
Politievrouw Shanou

Achter elk gordijn speelt zich wel iets af. Een gordijn dat voor de meeste mensen gesloten blijft. Maar als het dan toch opengaat, kun je soms schrikken van wat je er aantreft. Enorme eenzaamheid en armoede komen ook in ons land al te vaak voor. In deze column beschrijf ik zo’n schrijnende situatie van vóór het uitbreken van de coronacrisis.

De zorg heeft het druk, soms is er geen plek of willen ouderen de eigen woning gewoonweg niet verlaten. Helaas gebeurt het met regelmaat dat wij een van die prachtige, oudere mensen overleden aantreffen. Soms in bed. Soms op de koude tegels. Het feit dat hij of zij er al een paar dagen heeft gelegen, betekent in ieder geval dat deze oudere tijdens het overlijden, en soms al een hele tijd daarvoor, alleen was.

Onrustbarend

Ook deze melding, zojuist binnengekomen, klinkt onrustbarend. ‘De familie heeft hem al tien dagen niet gesproken. Meneer is 71 jaar en slecht ter been’, krijgen we te horen.

Terwijl we op pad gaan, weten we door ervaring al bijna wat we gaan aantreffen. Iemand die sinds tien dagen dood in zijn woning ligt, ruikt niet heel fris meer. En afhankelijk van hoe die persoon is overleden, kan ook de aanblik van het stoffelijk overschot onprettig zijn.

Begrijp me goed: ik zie niet op tegen zo’n melding. Maar het moment waarop we na het openen van de deur binnenstappen in de woning is geen pretje. Je gaat dan immers een onbekend huis in, vaak in het donker met een zaklamp. Op zoek naar – laten we het maar gewoon benoemen zoals het is – een overleden persoon.

Roepen

Eenmaal in de woning van de 71-jarige meneer roepen we dat we van de politie zijn. Er komt geen reactie. Het huis is overduidelijk bewoond, we zien echter niemand.

We kijken overal rond. De laatste kamer die we controleren is aardedonker. In het schijnsel van onze zaklampen doemt een bed op. Er ligt een oude man in. Hij komt rechtop zitten. Ik zie dat hij geen kleding draagt en de blik in zijn ogen is verward.

Godzijdank hij leeft, is het eerste dat door mijn hoofd schiet. We moeten hem gerust stellen, bedenk ik me vervolgens. Meteen vertel ik de man wie we zijn en dat wij hem gaan helpen. 

Emmer vol urine

Naast het bed staat een emmer vol urine. Lege flessen liggen verspreid over de grond. Ik kijk om me heen. Deze meneer moet hier al dagen liggen. Heeft hij wel gegeten? Ik vraag het me af. Hij is ontzettend mager. We controleren de koelkast om te zien of er medicatie ligt die de medische situatie van deze man mogelijk kan verklaren. In de koelkast vinden we alleen beschimmeld eten.

Ik blijf lekker tegen hem aankletsen, terwijl de ambulance onderweg is. Veel meer dan ‘ja’ of ‘nee’ zegt de 71-jarige niet. Maar op mijn vraag of ik gewoon tegen hem zal blijven praten, antwoordt hij volmondig “ja!”. Logisch, deze meneer heeft al zeker tien dagen niemand gesproken of gezien. In zo’n geval wil iemand zelfs mijn geouwehoer wel aanhoren.

Onderkoeld

Als de ambulancebroeders ter plaatse zijn, doen ze wat controles. De man is onderkoeld. Zijn temperatuur is amper 34 graden. 

Volgens de ambulancebroeders waren we net op tijd. De Amsterdammer had het op deze manier hooguit nog twee dagen volgehouden. Daarna hadden we hem in een andere staat aangetroffen.

Terwijl de ambulanceverpleegkundigen de man controleren zoek ik naar wat kleding. Het valt me op dat er geen kledingkast in de woning staat. Over een stoel in de kamer hangen twee broeken. Een met vlekken en een met gaten. Ik kies voor de broek met vlekken want het is veel te koud voor een broek met gaten erin.

Doormaken

Op de bank in de woonkamer vind ik een T-shirt en een dik vest. Ook de sokken die op de grond liggen, hebben hun beste tijd gehad. Hoe kan het toch dat iemand een heel leven achter de rug heeft op deze manier zijn laatste jaren moet doormaken, vraag ik me af.

De ambulanceverpleegkundigen kleden de meneer aan. Zijn broek is veel te groot, het T-shirt veel te wijd, maar hij heeft in ieder geval kleding aan.

Dan tillen de ambulancebroeders de man op de brancard. Ze dekken hem toe met een deken, pakken een petje van de kapstok en zetten dat op zijn hoofd.

Jazzmuzikant

Daar gaat die lieve meneer. Na dagen moederziel alleen in bed te hebben doorgebracht, gaat hij nu als een echte jazzmuzikant de ambulance in.

Ik bel zijn familieleden om hen op de hoogte te brengen en te vragen of zij voor hem gaan zorgen als hij weer uit het ziekenhuis komt. 

Noodhulp stopt als de nood voorbij is. Daarmee houdt ook onze taak op, iets dat ik soms best jammer vind. Maar ik kan niet alle ouderen om wie ik me tijdens mijn werk bekommer, adopteren als bonus-opa’s en -oma’s!

*Ook de vorige column van Shanou lezen? Dat kan hier.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.