Roofkunst Paleis Het Loo moet terug naar Joodse familie

    1282
    De tip over de roofkunst in Het Loo kwam in 2014 binnen via art detective Arthur Brand. Ik schreef er destijds over in De Telegraaf.

    Een oude zaak komt voorbij. Door de nazi’s geroofde kunst in Paleis het Loo, een mooie primeur die ik ruim vijf jaar geleden dankzij art detective Arthur Brand voor De Telegraaf kon schrijven.

    De Restitutiecommissie in Den Haag blijkt onlangs te hebben vastgesteld dat veertien porseleinen serviesstukken uit de collecties van Het Loo, het Rijksmuseum en het Zuiderzeemuseum daadwerkelijk onder roofkunst vallen. Het Meissen-porselein moet daarom worden teruggegeven aan de nazaten van de rechtmatige eigenaar.

    Een mooie overwinning, zowel voor Arthur Brand, voor het Duitse onderzoeksbureau Facts and Files als voor de eigenaren. Dat zijn de familieleden van de in 1939 overleden Joodse bankier Herbert Gutmann.

    Sprong

    Dit verhaal was vijf jaar terug nogal een sprong in het diepe. Want van overheidswege kreeg ik destijds uiteraard geen enkele bevestiging dat het om roofkunst kon gaan.

    Het begon allemaal op een middag in mei 2014 toen ik werd gebeld door een contact en tevens een goede vriend. Dat was niemand minder dan historicus Arthur Brand die inmiddels wereldwijde bekendheid geniet als succesvol art-detective.

    “Jo, ik heb een mooie scoop voor je”, klonk het door mijn gsm. “In de kunstcollectie van Het Loo en een paar bekende musea heb ik delen van een kostbaar Meissen-servies ontdekt. Het gaat om stukken die eigendom waren van een Joodse familie en die door de nazi’s zijn gestolen. Koningin Juliana heeft later enkele borden van het servies aangekocht.”

    “Zo dan”, zei ik. “Daar zeg je nogal wat. Kun je dat ook aantonen?”

    “Absoluut”, reageerde Arthur resoluut. “Laten we even afspreken in de stad.”

    Café

    Een paar uur later zat ik met de blonde ‘Indiana Jones van de Lage Landen’ in een Amsterdams café om de tafel. Arthur liet me een aantal documenten zien om zijn verhaal te onderbouwen. Zijn rapportage was het resultaat van een uitgebreid onderzoek dat hij eerder met zijn collega’s David Kleefstra en Alex Omhoff op de kwestie had losgelaten.

    Het bleek te gaan om dertien porseleinen borden en twee sauskommen die deel uitmaakten van een uniek, 435-delige Meissen-servies. Stadhouder Willem V zou het servies rond 1774 van de Verenigde Oost-Indische Compagnie cadeau hebben gekregen. De prins deed het servies met de unieke, Nederlandse stads- en dorpsgezichten tijdens zijn ballingschap in Engeland weer van de hand.

    24 delen van het servies werden later gekocht door Herbert Gutmann. Herbert was een zoon van bankier Eugun Gutmann die in Duitsland de Dresdener Bank had opgericht. Toen de nazi’s begin jaren dertig van de vorig eeuw in Duitsland aan de macht kwamen, schoven zij Herbert en andere Joodse bankiers torenhoge schulden in de schoenen.

    Herbert Gutmann

    Oorlog

    Herbert had geen andere keus dan zijn bezittingen, waaronder ook het Meissen-servies, in 1934 op een veiling te verkopen. “Hoewel dit alles voor de oorlog gebeurde, vallen de stukken daarmee onder roofkunst”, zei Arthur.

    De roofkunstjager had de borden en sauskommen achterhaald aan de hand van onder meer oude veilingdocumenten. Zes delen had hij getraceerd in Het Loo, de overige stukken stonden in het Rijksmuseum en het Zuiderzeemuseum.

    De zaak kwam op een pikant moment. “De commissie-Ekkhart heeft eerder een groot onderzoek naar roofkunst in Nederlandse musea afgesloten zonder deze serviesdelen te achterhalen”, lichtte Arthur toe.

    Ik besloot meteen in deze affaire te duiken en belde met een woordvoerster van de Stichting Paleis Het Loo Nationaal museum. “Wij nemen dit zeer serieus en gaan onmiddellijk een herkomstonderzoek instellen”, zei zij.

    Bingo!

    Gezocht

    Dezelfde dag nam ik contact op met historicus en Facts and Files-onderzoekster Beate Schreiber in Berlijn. Dat bureau deed naspeuringen voor de nazaten van Herbert Gutmann. Beate bevestigde dat de Meissen-borden en -sauskommen al die tijd als ‘gezocht’ te boek hadden gestaan.

    “Wij verwachten dat de Gutmanns ons opdracht geven om contact te leggen met de Nederlandse staat en de Restitutiecommissie”, zei Beate. “Hopelijk keren de stukken in de toekomst terug naar de familie.”

    Op woensdag 14 mei opende De Telegraaf de voorpagina met mijn verhaal. ‘Servies van Het Loo roofkunst’, luidde de kop.

    Nu, ruim vijf jaar later, heeft de Restitutiecommissie bepaald dat het servies – momenteel eigendom van de Nederlandse Staat – inderdaad terug moet naar de nabestaanden van Herbert Gutmann. Minister Van Engelshoven (OCW) heeft het advies overgenomen, de komende maanden worden de stukken via een notaris aan de in Engeland woonachtige familieleden overgemaakt.

    Juliana

    Volgens secretaris Eric Idema van de Restitutiecommissie staat het vast dat het roofkunst is omdat het om een gedwongen verkoop ging. Hij bevestigt bovendien dat twee serviesdelen in de jaren zeventig door toenmalig koningin Juliana zijn gekocht.

    Had de vorstin kunnen weten dat het roofkunst kon zijn?

    “Nee”, vindt Idema. “Hoewel bekend was dat het servies eigendom was geweest van de Joodse familie Gutmann kun je dat niet stellen. De Restitutiecommissie heeft zich er ook niet over uitgelaten. Er is pas sinds twintig jaar aandacht voor roofkunst. In die tijd was dat nog niet zo.”

    Tja. Moeilijk te geloven, vind ik. In de stukken van de commissie las ik vandaag nog wat meer wetenswaardigheden over de onfortuinlijke Herbert Gutmann.

    Protestantisme

    Het blijkt dat zijn vader Eugen en zijn moeder Sophie in 1898 waren overgegaan tot het protestantisme. Herbert en zijn zes broers en zussen kregen een protestantse opvoeding.

    In het gezin was veel aandacht voor kunst en cultuur. Vader Eugen bracht een beroemde kunstverzameling bijeen. Veel van zijn kinderen zouden eveneens een verzameling opbouwen of artistieke activiteiten ontplooien, tekende de Restitutiecommissie in oude documenten op.

    Eugen Gutmann bekleedde 48 jaar lang een positie in de directie van de Dresdner Bank. Ook zijn zoon Herbert werd opgeleid tot bankier en maakte snel carrière binnen de bank. In 1906 richtte Herbert de Deutsche Orientbank op, kort erna kreeg hij de leiding over de Dresdner Bank.

    Herbert trouwde in 1913. Zijn vrouw en hij kregen drie kinderen. Het gezin streek uiteindelijk neer in Potsdam waar hun verbouwde villa de naam ‘Herbertshof’ kreeg. Het monumentale huis was vooral bedoeld om de groeiende kunstcollectie van de familie een mooi onderkomen te bieden.

    Bankencrisis

    In 1931 brak in Duitsland de bankencrisis uit. Herbert en veel andere bankbestuurders werden gedwongen om hun functies neer te leggen. De bankencrisis en de Joodse afkomst van een deel van de voor de crisis verantwoordelijk gehouden bestuurders werden in 1932 door de NSDAP tot inzet van de verkiezingscampagne gemaakt.

    De pijlen werden ook op Herbert Gutmann gericht. De bankier werd aan de schandpaal genageld toen zijn beeltenis verscheen (uiterst links) op een propaganda-affiche van de nationaalsocialistische beweging.

    Na zijn ontslag kreeg Herbert geen salaris meer. Maar het zou nog erger worden, ook voor deze bankiersfamilie. Toen de nazi’s in 1933 in Duitsland de macht grepen, verloor Herbert al zijn bestuursfuncties. Nazi-minister voor propaganda Joseph Goebbels bemoeide zich hoogstpersoonlijk met de gedwongen overdracht van aandelen die de bankier in zijn bezit had.

    Irreële

    De verschillende banken kwamen bovendien met torenhoge en irreële vorderingen. Herbert kon niet anders dan zijn huis en ook zijn kunstcollectie verkopen.

    De onderzoekers zijn onder meer gestuit op een memo van de Dresdner Bank van 20 februari 1934 waarin wordt gerept over de zogeheten Graupe-Auktion. De opbrengst van die veiling was gebruikt om schulden van Herbert aan de Dresdner Bank te voldoen.

    Op 30 juni 1934, de Nacht van de Lange Messen, werd Herbert die bekend stond als sympathisant van de Deutsche Demokratische Partei door de SS opgepakt. Samen met negen andere arrestanten, onder wie Konrad Adenauer, werd hij door veertien SS’ers bewaakt. De volgende dag kwam hij weer op vrije voeten.

    Herbert en zijn gezin verlieten Duitsland en vestigden zich in Groot-Brittanië en de VS. In 1939 raakte de berooide bankier ernstig ziek, hij overleed uiteindelijk in december 1942. Zijn vrouw stierf in 1959.

    Lotnummers

    Lotnummers uit de veilingcatalogus van de Graupe-Auktion tonen aan dat er in 1934 24 borden en twee sauskommen van Herbert zijn geveild. In 1962, stelde de Restitutiecommissie vast, zijn in ieder geval twaalf van de 24 borden aangekocht door de Amsterdamse kunsthandel A. van der Meer. Daarvan zijn zes borden in 1963 door het Zuiderzeemuseum verworven. Het Rijksmuseum bemachtigde een jaar later eveneens een bord uit de serie van twaalf bij Van der Meer. De inventariskaart uit het Rijksmuseum vermeldt als herkomst onder meer de veiling in Graupe in 1934 uit de collectie van Herbert Gutmann.

    Zes delen van het Meissen-servies

    Van vijf Meissen-borden in Paleis Het Loo is de herkomst volgens de commissie niet identiek. Twee stuks zijn aankocht bij kunsthandel Stodel in Amsterdam. De door Het Loo opgestelde herkomstrapportage vermeldt als eerdere herkomst een antiquair in Lochem en kunsthandel Van der Meer.

    In hetzelfde rapport staan twee andere borden die Van der Meer en ‘collectie Buma’ als herkomst zouden hebben. Koningin Juliana kocht deze borden in 1975 om ze in bruikleen te geven aan Het Loo. Het vijfde bord werd door een stichting voor Het Loo aangekocht. In de rapportage van Het Loo staat opnieuw Van der Meer als herkomst. Twee sauskommen van Herbert Gutmann belandden in 1975 via kunsthandel Stodel in het paleis.

    Naziregime

    Voor de Restitutiecommissie staat vast dat Herbert Gutmann werd gedwongen zijn serviesdelen te verkopen en dat hij zijn bezit onvrijwillig kwijtraakte door toedoen van het naziregime. De Nederlandse Staat, stelt de commissie, heeft de stukken op reguliere wijze verworven en is de huidige eigenaar.

    ‘Bij de afweging van deze belangen komt zwaar gewicht toe aan de wijze waarop het bezit is verloren gegaan en aan de noodzaak van herstel van onrecht dat tijdens en als gevolg van het naziregime is ontstaan’, staat in het besluit van de commissie die het belang van de nazaten van Herbert Gutmann zwaarder vindt wegen dan het belang van de Nederlandse Staat.

    Een kleinzoon van Herbert heeft inmiddels via de website van Facts and Files laten weten dat hij blij is met de op handen zijnde terugkeer van het Meissen-servies. “Maar onze zoektocht gaat verder. We hebben slechts een fractie kunnen traceren van de kunstcollectie die Herbert Gutmann onder dwang heeft moeten verkopen.”

    Nederland blijft voorlopig nog in het vizier van de familieleden. “Het historisch museum in Deventer en in het streekmuseum in Tiel hebben beide eveneens een bord van de familie Gutmann in hun collectie”, besluit onderzoekster Beate Schreiber. “Ook die borden worden door de nabestaanden geclaimd.”

    Steun de website Femke Fataal

    Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

    LAAT EEN REACTIE ACHTER

    Vul alstublieft uw commentaar in!
    Vul hier uw naam in

    Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.