Sorrycultuur in het strafrecht

1613
Strafrechtadvocaat Esther Vroegh

Rechtenstudenten krijgen vanaf hun eerste studiejaar te maken met het onderscheid tussen het formele en het materiële strafrecht.

In het materiële stafrecht gaat het over feiten en de persoon van de dader. Kunnen de feiten worden bewezen? Zo ja, is de pleger strafbaar? Toerekeningsvatbaarheid, psychische overmacht, noodweer of ontslag van rechtsvervolging zijn dan van belang.

Het formele strafrecht ziet toe op de regels waaraan procespartijen (rechters, Openbaar Ministerie, politie en de verdachte en zijn verdediging) zich moeten houden. Die regels zijn vastgelegd in het Wetboek van Strafvordering.

Bewijzen

Om welke regels – lees: afspraken tussen procespartijen – gaat het? We hebben het dan over wet- en regelgeving in, bijvoorbeeld, het verkrijgen van bewijzen, het recht op contraexpertise maar ook over de gang van zaken op een zitting die volgens een vast protocol dient te verlopen.

Wat nu als de deelnemers aan het strafproces zich niet aan die bepalingen houden?

Bij advocaten is dat heel eenvoudig. Zij kunnen gesanctioneerd worden bij de tuchtrechter. In het ergste geval worden zij uit hun ambt gezet.

Sanctie

Bij rechters, officier van justitie en rechercheurs is dit lastiger. Op basis van artikel 359a Wetboek van Strafvordering kan het OM als ingrijpendste sanctie niet ontvankelijk worden verklaard. De verdachte gaat in dat geval vrijuit.

Dit artikel heeft een glijdende schaal. Is de inbreuk wat minder ‘schadelijk’ voor de verdachte, dan bestaat de mogelijkheid dat het onrechtmatig verkregen bewijs niet mag meewegen als bewijs. Dan kan vrijspraak volgen. Minder vergaand is verdiscontering in een lagere strafmaat of de constatering dat de belangen van de verdachte zijn geschaad.

Beugel

Met andere woorden: de rechterlijke instantie is het eens met de verdediging dat bepaalde handelingen van het OM niet door de beugel kunnen. De rechter erkent dat die in strijd kunnen zijn met dat wat procespartijen met elkaar hebben afgesproken. Maar… de rechter verbindt er verder géén consequenties aan.

In de jaren tachtig en negentig werd aan rechtenstudenten gedoceerd dat zij zich moest vastbijten in een strafdossier. Vormfouten konden zomaar een groot deel van het onderzoek door politie en justitie in de prullenbak doen belanden.

Later werden zulke fouten gerepareerd en simpelweg ingedeeld onder ‘kennelijke verschrijvingen’. Officieren van justitie mochten zelfs op de zitting zulke fouten in de tenlastelegging corrigeren.

Schendingen

Hoe gaat het nu? Op dit moment komen OM en politie gewoon weg met allerlei schendingen.

Of het nu gaat om het afluisteren van journalisten, het op het verkeerde been zetten van getuigen of het opzettelijk verkeerd of onvoldoende informeren van de onderzoeksrechter over de verdenking: de rechter stelt vast dat het is gebeurd maar er volgt geen enkele sanctie. Noch ten voordele van een verdachte, noch een reprimande aan het adres van de betrokken functionaris.

Plank

Een praktijkvoorbeeld. Er zijn zaken die soms vier of vijf jaar op de plank liggen voor afdoening bij de rechter. Met de impact die zo’n zaak heeft op de verdachte of op de slachtoffers, nabestaanden en overige betrokken, wordt geen rekening gehouden.

Zulke jarenlange onzekerheid werd vroeger na twee jaar genadeloos afgestraft met een niet ontvankelijkheid. Maar de Hoge Raad verbindt tegenwoordig geen rechtsgevolgen aan zulke misstanden en meent dat maximaal tien procent strafreductie voldoende compensatie biedt. Dat impliceert dat de vervolgende instanties rustig hun tijd kunnen nemen zonder te hoeven afrekenen voor hun passieve houding.

Journalist

Onlangs stond ik de verdachte bij in het zogenaamde burgemeesterslek in Den Bosch. Vanaf het eerste moment bleek dat daarin een journalist was afgeluisterd.

Na schoorvoetende excuses door het OM en vragen vanuit de Tweede Kamer, werd duidelijk dat men niet alleen de telecommunicatie had bekeken. Er was tevens gepoogd om de journalist tijdens zijn gesprek met een vermeende bron af te luisteren in een horecagelegenheid.

Het OM moest door het stof. Ging die zaak kapot? Welnee. Het OM stelde zich doodleuk op het standpunt dat de onrechtmatig verkregen gegevens uit het dossier moesten worden gehaald en niet ter kennis van de rechtbank gebracht zouden worden. Onder het mom: zie je het niet, dan bestaat het niet.

Waarheid

De behandelende rechters waren bepaald niet nieuwsgierig naar de werkelijke gang van zaken. Bij een échte zoektocht naar de waarheid zou dat anders zijn gegaan.

De rechtbank stelde, met mij, vast dat weliswaar niet naar behoren was gehandeld maar verbond er geen conclusies aan. Mijn cliënt kreeg een werkstraf. Uitermate onbevredigend. Dit is immers een vrijbrief voor opsporingsinstanties om de rechten van verdachten en verdediging met voeten te treden. Er volgen toch geen sancties.

Verdwijnt het wetboek van strafvordering onder een dikke laag stof, wachtend op de prullenbak? Een beangstigend gegeven. Hiermee worden de afspraken die wij als burgers in een rechtstaat met elkaar hebben gemaakt, uiteindelijk gedevalueerd naar iets uit een ver verleden.

Esther Vroegh en haar cliënt in de zaak van het vermeende burgemeesterslek, de Bossche oud-wethouder Jos van Son, in een recent interview in het Brabants Dagblad.

Lees ook de vorige column van Esther op Femke Fataal: Mr. Big, misleiding of creatieve waarheidsvinding?

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.