Tachtig jaar oude cold case: Jopie (18) verdween in het niets

2149
Het verdwenen meisje Johanna (Jopie) Elisabeth de Nigtere

Kerst en oudjaar werden tachtig jaar geleden overschaduwd door een tienerverdwijning die het hele land in de greep hield.

In december 1939 waren niet alleen de dreiging vanuit nazi-Duitsland en de Nederlandse mobilisatie hot news. De kranten stonden bol van verhalen over de mysterieuze verdwijning van de 18-jarige Johanna (Jopie) Elisabeth de Nigtere uit Amsterdam.

De zaak rond het verdwenen meisje raakte een gevoelige snaar bij journalisten en politiemensen, concludeerden Henri Beunders en Marcella van der Weg in 2011 in hun boek ‘Pers en Politie in Amsterdam’.

‘Elke nieuwe ontwikkeling haalde de pers’, schrijven de auteurs, ‘maar de politie had weinig aanknopingspunten. Daarom richtte de recherche zich via de media (krantenlezers en radioluisteraars) regelmatig tot het publiek met een verzoek om informatie.’

Getuigenoproep

Dat was in die tijd ongewoon. In de dagen voor de jaarwisseling deed de politie zelfs een getuigenoproep die kranten in het hele land overnamen:

‘De commissaris van politie in de tweede sectie van Amsterdam roept de medewerking van het publiek in om aan de hand van het per krant of per raambiljet gepubliceerde portret met beschrijving, tijdens de komende dagen goed op te letten of men wellicht een meisje ziet dat aan het signalement voldoet.’

Wat was er gebeurd? Jopie raakte op zaterdag 18 november 1939 plotseling spoorloos. Het enige kind van loodgieter De Nigtere en zijn vrouw Henriette uit de Bilderdijkstraat had die dag een sollicitatiegesprek. Het meisje zou nooit meer thuiskomen.

De tiener was datzelfde jaar een tijdje verkoopster geweest in de Bijenkorf. In de herfst van ’39 raakte Jopie ziek, ze kreeg last van roodvonk. Het duurde maanden voor ze was hersteld en weer aan een nieuwe betrekking toe was. In december had Jopie de stoute schoenen aangetrokken en zich ingeschreven bij de Arbeidsbeurs. Ditmaal wilde ze iets anders. De tiener ging actief op zoek naar een leuke kantoorbaan.

Uitnodiging

Op de dag van haar verdwijning kreeg Jopie vroeg in de ochtend een kaartje van het gemeentelijk arbeidsbureau in de bus. Een uitnodiging voor een gesprek bij confectieatelier De Vries aan de Singel 23. Om half vijf ’s middags werd ze er verwacht voor een eerste kennismaking.

Met haar moeder en een tante ging Jopie – haar mulo- en typediploma in haar handtasje – die middag de stad in. Tegen vieren nam ze op de hoek van de Kalverstraat en het Spui afscheid van de beide vrouwen. Afspraak was dat Jopie haar moeder rond zes uur weer bij bioscoop Cineac aan het Damrak zou ontmoeten.

“Tot straks hoor”, was het laatste dat Henriette de Nigtere haar dochter hoorde zeggen.

De dames stonden om zes uur vergeefs op Jopie te wachten. Henriette de Nigtere besloot poolshoogte te gaan nemen op het adres waar haar dochter zich had moeten melden. Tot haar verbijstering stuitte ze er op een gesloten behangselzaak en niet op een confectieatelier met de naam ‘De Vries’.

Paniek

Ze ging verontrust weer op huis aan. Toen Jopie rond etenstijd nog steeds in geen velden of wegen te bekennen viel, sloeg de paniek toe. Dit is niets voor onze dochter, bedachten de ouders zich. Tegen half acht werd het vader De Nigtere te gortig. Hij stapte naar de politie.

Op bureau Raampoort deed Jopies vader zijn alarmerende verhaal. Het klopte niet dat zijn kind niet was thuisgekomen. Jopie zou nooit zomaar op pad gaan zonder haar ouders in te lichten. Bovendien, het had er alle schijn van dat zijn dochter in de val was gelokt door iemand die een valse bedrijfsnaam en een vals adres had opgegeven.

De bezorgde loodgieter werd doorgestuurd naar bureau Overtoom om er opnieuw melding te maken van de vermissing. Tot zijn wanhoop kreeg de man daar te horen dat hij toch echt bij bureau Raampoort moest zijn. Weer terug op die politiepost werd de loodgieter te verstaan gegeven dat de verdwijning van zijn dochter een zaak voor de kinderpolitie was. Die afdeling ging pas maandag de 20e november weer open.

Foute boel

Uiteindelijk maakte de politie pas vanaf dinsdag werk van de zaak. Het was tot de recherche doorgedrongen dat Jopies verdwijning foute boel moest zijn. In de avondbladen maakte de politie die dag bekend dat ‘in het perceel Singel 23 geen confectieatelier’ was gevestigd.

Deed Jopies moordenaar zich voor als medewerker van een gefingeerd confectiefabriekje? Maar hoe kon hij met meisje daar hebben laten verdwijnen, zonder dat dat was opgevallen? Had hij haar ontvoerd?

De politie wist twee getuigen te achterhalen: meisjes die diezelfde middag ook naar de Singel 23 waren gefietst om te solliciteren. De een had meteen door dat het adres niet klopte en reed door. De ander had nog even binnen gekeken en ging er toen ook maar vandoor.

De meisjes hadden Jopie – een fors meisje van 1.60 meter, gekleed in een lichtblauw mantelpakje, een blauwe muts, beige kousen en bruine schoenen – niet gezien. Wel beschreven getuigen een man die rond de tijd van Jopies afspraak buiten het pand had rondgehangen. Een dertiger. Donkere jas, alpinopetje op zijn hoofd.

Onderwereld

De Amsterdamse politie zette volgens de media ‘tien van haar beste rechercheurs’ op de zaak. ‘Politiemannen die de hele Amsterdamse onderwereld kenden’, aldus het Leidsch Dagblad dat in 1969 op de kwestie terugblikte.

In de Amsterdamse gemeenteraad werden ondertussen prangende vragen gesteld. Waarom had de politie niet meteen op de tienerverdwijning ingezet? Hoe kon het dat de Arbeidsbeurs een vals adres aan minderjarige meisjes had verstrekt? Waarom had dat arbeidsbureau die gegevens niet eerst gecheckt?

In Den Haag leidde de verdwijningszaak tot een debat. CHU-kamerlid Cornelia Mackay-Katz (de eerste vrouwelijke parlementariër afkomstig uit een protestants-christelijke partij) legde toenmalig minister Jan van den Tempel (Sociale Zaken) daarbij het vuur aan de schenen.

Het Amsterdamse onderzoeksteam onder leiding van commissaris Schreuder startte een groot onderzoek waarbij het valse adres aan de Singel en allerlei hotels en logeeradressen werden doorzocht. Niets van belang werd daar aangetroffen.

Misdrijf

Op 12 december bracht de politie een opsporingsbericht uit waarin een beloning van duizend gulden, een bedrag dat Jopies ouders bij elkaar hadden gekregen, voor de gouden tip werd uitgeloofd. ‘Een misdrijf wordt niet uitgesloten’, meldde de politie in relatie tot het valse adres dat Jopie had opgekregen.

Een stortvloed aan tips was het gevolg. ‘Honderden en honderden mensen kwamen met tips en verhalen over Jopie’, staat in het Leidsch Dagblad van 4 januari 1969. ‘Het meisje zou zijn gezien op de boot naar Lemmer, in een bus bij Katwijk, in Den Bosch, in Antwerpen en op verschillende plaatsen in de trein.’

‘Een meisje vertelde de politie dat ze op 19 november een auto had zien rijden met vier mannen en een meisje erin. Het meisje zou hardop hebben geschreeuwd; ‘Moeder, moeder!’, meldt de krant verder.

De tienerverdwijning riep volgens de media een ware angstpsychose op onder de bevolking. Vooral mannen die ‘verdacht naar vrouwen keken’ waren het haasje.

Amber Alert

Bovendien waren er brievenschrijvers die vonden dat ook ‘de radio in dienst der Menscheid moet worden gesteld’. Een soort voorloper op het Amber Alert, zou je zeggen. Het advies werd serieus genomen want diverse radiozenders verspreidden kort erna Jopies signalement.

Vader De Nigtere schakelde met het verstrijken van de tijd zelf een privédetective in. Het leverde de wanhopige ouders niets dan ellende op. ‘De grote uitgaven brachten loodgieter De Nigtere tot armoede en de martelende onzekerheid ruïneerde de gezondheid van zijn vrouw.’

De politie wist uiteindelijk een tipje van de sluier op te lichten over de geraffineerde werkwijze van de dader(s). De Arbeidsbeurs bleek te zijn gebeld door een man die zich had uitgegeven als een medewerker van confectieatelier De Vries en die had beweerd dat het bedrijf een kantoormeisje nodig had.

Ter ziele

Blijkbaar was de dader van de locale situatie op de hoogte. Want enkele jaren eerder was er aan de Singel 23 daadwerkelijk een confectiezaak met de naam ‘De Vries’ gevestigd. Niet lang voor 1939 was die onderneming ter ziele gegaan.

De Duitse eigenaar van de behangselwinkel en zijn echtgenote hadden hun winkel die zaterdagmiddag de 18e november in 1939 dicht gedaan om te gaan winkelen in Haarlem, wist de politie verder vast te stellen. Tot twee keer toe werd het pand aan de Singel 23 doorzocht, de laatste keer met speurhonden. Er werd niets gevonden.

Een 76-jarige binnenschipper die rond het tijdstip van de vermissing in de buurt van de behangselzaak werd gezien, werd getraceerd. De recherche stelde vast dat hij niets met de vermissing te maken had.

Spoor

Kwam de politie toch nog iets op het spoor dat tot Jopies ontvoerder(s) had kunnen leiden? De onbekende man die de Arbeidsbeurs had benaderd, bleek bij het bureau een telefoonnummer te hebben opgegeven waar hij te bereiken was. Dat telefoonnummer was van een ingenieur die in België werkte en in Amsterdam inwoonde bij een Belgische pensionhouder aan de Keizersgracht, niet ver van Singel 23.

De pensionhouder hield aanvankelijk bij het onderzoeksteam vol niet van het telefoontje op de hoogte te zijn. ‘Maar na lang ontkennen’, schreef het Leidsch Dagblad jaren later, ‘verklaarde hij dat er de vrijdag voor de verdwijning van het meisje twee onbekenden waren langsgekomen die hadden gevraagd of ze even mochten bellen.’

De pensionhouder had, zei hij, het duo de sleutel van de kamer van de ingenieur gegeven en de twee van de telefoon gebruik laten maken

Schaduwen

De Amsterdamse politie liet de Belgische pensionhouder een tijd schaduwen. Had hij met de vermissing van Jopie te maken? Wie waren die twee mannen?

In alle oude krantenberichten heb ik er niets over terug kunnen vinden en evenmin een signalement van het onbekende duo kunnen teruglezen.

Ondanks het feit dat de Belgische pensionhouder onder observatie stond, liep het slecht met hem af. ‘De man is op een gegeven moment in de gracht verdronken’, schreven de media later.

Tot in het buitenland – Berlijn, Parijs en Brussel – liet de politie plakkaten ophangen met verzoeken om informatie over Jopie. De naspeuringen naar de tiener waren veruit het grootste politieonderzoek in die tijd. Op 2 april 1940 schreef De Telegraaf: ‘Er is waarschijnlijk nog nimmer in een zaak als deze met zooveel ijver en vasthoudendheid gespeurd.’

Uitgebreid

In het onderzoek pakte de recherche diverse mannen op die uitgebreid aan de tand werden gevoeld. Maar geen van die verdachten was bij de vermoedelijke moord op Jopie betrokken.

In de jaren vijftig huurde weekblad Panorama in de zaak-Jopie de Nigtere nog een particulier onderzoeker in, staat in ‘Pers en Politie in Amsterdam’. Ook dat leidde tot niets. Vader De Nigtere gaf destijds een interview aan het magazine. “Het ergste is de onzekerheid. Mijn vrouw heeft het zich heel erg aangetrokken en is er nog niet overheen. Mijn enige hoop is nog dat Johanna een fatsoenlijk graf heeft gevonden”, luidde zijn trieste relaas.

De verdwijning van Jopie de Nigtere is nooit opgelost. Enkele jaren na haar vermissing werden in Naarden enkele jutezakken uit een sloot gevist, waarin de stoffelijke resten van drie verdwenen meisjes werden aangetroffen. In een van de zakken stuitte de politie op een gouden ring die lijkt op het ringetje dat Jopie droeg toe ze vermist raakte.

Toch kon het meisje niet worden geïdentificeerd.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

1 REACTIE

  1. Sollicitatie van 3 meisjes op diezelfde dag, de Singel 23. 1 meisje had nog binnengekeken. Was de deur van die behangselzaak niet op slot? Eigenaars van die behangselzaak waren die dag winkelen in Haarlem dus zou een evt ontvoerder daar dagen te voren van op de hoogte zijn geweest? Man met alpinopet zou op bij de Singel 23 hebben rondgehangen: In de periode tussen de Eerste en de Tweede Wereldoorlog kwam de alpinopet in de mode. Zomaar een paar zaken die er voor mij uitspringen maar ook die pensionhouder moet een vreemde snoeshaan zijn geweest die het niet zo
    nauw nam met de privacy van zijn gast /kamerhuurder.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.