Ook het leven van een advocaat verloopt door de coronacrisis heel anders dan normaal. Geen heen en weer gerace tussen politiebureau, rechtbank, kantoor en gevangenis. Momenteel bestudeer ik thuis allerlei strafdossiers. In een van mijn eerdere columns beschreef ik hoe ik de eerste periode als advocaat vertrouwd moest raken met alle hectiek. Nu merk ik pas, hoezeer ik daaraan gewend en ook gehecht ben geraakt!
Geen smeuïge nieuwe zaken dus om met jullie te delen. Daarom zal ik in mijn voorlopig laatste column op Femke Fataal drie hardnekkige misverstanden over het strafrecht bespreken.
‘Levenslang geen levenslang’
Een veelgehoorde misvatting is dat een levenslange gevangenisstraf in Nederland niet echt levenslang is.
Ik kan me voorstellen dat dit idee is ontstaan onder invloed van Amerikaanse films en series waarin de personages vaak meerdere keren levenslang opgelegd krijgen. In de VS is dat inderdaad mogelijk. Er zitten daar nu zelfs 37 mensen vast die meer dan tien keer levenslang kregen.
Recordhouder Terry Nichols zit sinds 1995 zelfs 162 levenslange straffen uit. Het ligt voor de hand om dan de gedachtesprong te maken dat één keer levenslang blijkbaar niet echt levenslang is. Nu is dat in de VS niet direct waar; de rechter bepaalt namelijk of iemand de mogelijkheid op vervroegde invrijheidstelling krijgt.
Gratie
In Nederland klopt dat idee in ieder geval niet. Je kunt in Nederland maar éénmaal levenslang krijgen. Die straf is dan ook ècht levenslang. De enige manier waarop de straf kan worden verkort, is wanneer de koning gratie verleent. Dit is sinds 1986 slechts éénmaal toegepast, toen een terminaal zieke gedetineerde in 2009 naar huis mocht om daar te sterven.
De Nederlandse staat is in 2016 op de vingers getikt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. De manier waarop Nederland de levenslange gevangenisstraf toepast, resulteert namelijk in een onmenselijke behandeling. Vastzitten zonder enig zicht op vrijkomen is in strijd met de internationale mensenrechten.
Detentie
Naar aanleiding van dit ingrijpen door het EHRM heeft Nederland een herbeoordelingsmoment ingelast na 27 jaar detentie. Hoewel deze procedure op papier lijkt te voldoen aan de eisen van het Straatsburgse hof, is dat in de praktijk niet zo. De politiek is namelijk vastbesloten geen enkele levenslanggestrafte vrij te laten komen. Zo zei minister Sander Dekker van Rechtsbescherming in 2019 nog: “Levenslang moet ook echt levenslang zijn.”
Het laatste woord over deze kwestie is nog niet gezegd. Maar voorlopig zitten levenslanggestraften in Nederland daadwerkelijk tot aan hun dood toe achter tralies.
‘Ex-tbs’ers altijd in de fout’
Af en toe wordt Nederland opgeschrikt wanneer een tbs’er opnieuw de fout in gaat. In de media worden deze gevallen altijd breed uitgemeten. Dat is ook niet zo gek, natuurlijk. Wanneer iemand tijdens zijn verlof, of wanneer hij net uit de tbs is, weer een strafbaar feit pleegt, heeft dat nieuwswaarde.
Maar de berichtgeving vertekent bij het publiek wel het beeld van de effecten van tbs. Over ex-tbs’ers met wie het goed gaat, wordt immers zelden of nooit bericht. Gelukkig worden zulke ontwikkelingen wel allemaal bijgehouden in een grote database. Daarin kun je terugvinden welk percentage veroordeelden recidiveert, waarbij gefilterd kan worden op de soort straf en het soort delict dat is gepleegd.
Cijfers
Als we kijken naar de recentste cijfers, dan zien we dat meer dan de helft van de veroordeelden die een gevangenisstraf kreeg binnen drie jaar opnieuw de fout in ging. Voor personen die een taakstraf kregen ligt dit percentage op ruim 34 procent. Maar voor tbs’ers ligt het percentage lager. Tbs’ers met voorwaarden gingen in 31 procent van de gevallen opnieuw in de fout.
Bij tbs’ers met dwangverpleging (de zwaarste vorm) was het ‘maar’ 21 procent. Daarbij merk ik nog op dat het gaat om zogeheten ‘algemene recidive’. Het wordt dus ook meegeteld als iemand die eerder voor verkrachting is veroordeeld, opnieuw wordt opgepakt vanwege bijvoorbeeld het stelen van een pakje kauwgom.
Het liefst zouden we natuurlijk zien dat niemand terugvalt in crimineel gedrag. Maar het beeld dat tbs’ers dat altijd doen, is gewoon feitelijk onjuist. Sterker nog, de grootste winst valt nog te behalen bij personen die alleen een gevangenisstraf opgelegd kregen.
‘Rechters straffen te laag’
Ongeveer 75% van de Nederlanders vindt dat de rechter te laag straft. Ook dat lage straffen is een hardnekkig misverstand. Uit onderzoek blijkt het tegendeel. Nederland is zelfs een van de strengst straffende landen in Noord- en West-Europa. Bovendien zijn de rechters de afgelopen jaren nóg strenger gaan straffen. Tussen 1998-2018 is het aantal opgelegde straffen voor gewelds- en zedenmisdrijven bijvoorbeeld gestegen met 65 procent.
Het interessantst is een onderzoek uit 2008. Daarin werd aan gewone burgers, zonder achtergrond in het recht, een dossier uit een strafzaak verstrekt met het verzoek om over de strafmaat te oordelen. Precies hetzelfde dossier ging met die vraag naar strafrechters. Wat bleek? De rechters legden straffen op die gelijk of zelfs hoger waren dan de straffen die de deelnemende burgers voor ogen hadden.
De conclusie is dus dat burgers – wanneer zij over voldoende informatie beschikken – uitgedeelde straffen bepaald niet als te laag beoordelen. Het probleem is dat burgers vaak afgaan op wat media melden. Wie echter een afgewogen oordeel over de strafmaat wil vellen, zou zich veel beter moeten informeren over een strafzaak dan de media doorgaans doen.
*Ook benieuwd naar de vorige column van Daniëlle? Die staat hier.
