Recherchepsycholoog zijn, is weinig delen met buitenwereld

1922
Recherchepsychologen Cleo Brandt en Bianca Voerman zijn de auteurs van deze column. Inmiddels woont en werkt Cleo in Australië en schrijven Bianca en zij elkaar over actuele gebeurtenissen, over hun werk en soms over vroeger.

Lieve Cleo,

Afgelopen week werd me tijdens een bijeenkomst gevraagd hoe dat is, als psycholoog bij de politie werken. Moest ik erg wennen aan de politiecultuur als hoogopgeleide zijinstromer?

Ik moest even nadenken. Omdat ik uit een politiefamilie kom, kan ik de tijd vóór mijn dienstverband bij de politie en de tijd bij de politie niet zo goed meer van elkaar onderscheiden.

Ik ben opgegroeid tussen politiemensen. Familieleden, buren en vrienden van mijn ouders; iedereen zat bij de politie. De mannen én de vrouwen. Ik groeide op in een grote, blauwe ploeg. Zelfs de huisdieren zaten bij de politie en waren getraind als politiehond. Ik vond dat heel gewoon.

Boef

Mijn oudste herinnering voert terug naar die keer dat ik als kleuter achterin de politieauto meereed en mezelf uit angst om in de auto gezien te worden, helemaal onderuit had laten zakken op de autobank. Ik was bang dat mensen anders dachten dat ik de boef was, aangezien ik als enige in de auto niet in uniform was gekleed.

Foto ter illustratie. Afbeelding van M W via Pixabay

Ook onze spelletjes als kinderen stonden in het teken van politiewerk. Ieder kind speelt natuurlijk boefje, maar dat vonden mijn broer, mijn zus en ik een veel te vaag begrip. Wij speelden liever ‘aanhoudinkje’ of ‘meldkamertje.’ Bij meldkamertje deed ik een grote koptelefoon op mijn hoofd en bediende de knoppen van onze stereotoren terwijl ik tegelijk opdrachten naar mijn broer en zus schreeuwde. Mijn broer moest een pop reanimeren, mijn zus een denkbeeldige dief in de kraag vatten.

Roze koeken

Vanaf mijn twaalfde mocht ik af en toe mee naar het bureau, voor een avond- of nachtdienst. Ik dronk veel te veel warme chocolademelk en kreeg van iedereen roze koeken. Ik vond het geweldig. Ik probeerde zo stil en onopvallend mogelijk aanwezig te zijn en al slurpend van de chocolademelk te luisteren naar de verhalen die voorbijkwamen.

Politiemensen vertellen elkaar veel verhalen. Marlijn van Hulst heeft een prachtig onderzoek gedaan naar de betekenis van politieverhalen. Meestal gaan die over avontuur en situaties van leven en dood. Hoewel lang niet al het politiewerk zo enerverend is, zijn het vooral de verhalen over de spannendste dagen die telkens terugkeren.

De verhalen in mijn familie gingen over het scheuren in auto’s, over schietincidenten, tragische ongevallen, acute geboortes en merkwaardige gebeurtenissen met dronken, halfnaakte dames.

Geheime

Politiemensen zien veel van de zelfkant van de maatschappij en maken veel mee in de uitvoering van hun werk. Nu ik niet alleen meer toehoorder van die verhalen ben, maar zelf ook dergelijke verhalen heb te vertellen, valt me iets op aan de behoefte tot het vertellen. Het meeste dat ik zie of meemaak in het politiewerk, kan ik niet tegen buitenstaanders vertellen. Het betreft gevoelige of geheime informatie die niet gedeeld kan worden.

Veel ernstige misdrijven waarmee Cleo en Bianca worden geconfronteerd, zijn geheim en liggen gevoelig. Afbeelding van Ernie A. Stephens via Pixabay

Dat betekent dat ik weinig van wat ik meemaak kan delen met mijn familie of vrienden buiten de politie. Maar iedereen heeft die behoefte om te delen met anderen. Dus vertellen we elkaar binnen de politie op bijna rituele wijze in kantines en tijdens etentjes en opleidingen verhalen.

Gekuiste

Daarnaast heb ik ook enkele ‘afgekaderde’ en gekuiste verhalen om de buitenwereld iets te laten zien van wat mij zoal bezighoudt. Wanneer je namelijk niet meer kunt delen wat je meemaakt, wat je raakt en hoe je denkt, ligt vervreemding van anderen op de loer. We hebben het nodig om onze verhalen van leven en dood te vertellen, anders gaan we eraan onderdoor.

Hoe is dat eigenlijk voor jou, Cleo?

Lieve Bianca,

Ik heb gelijk beelden bij je verhaal, vooral het meldkamertje spelen met de koptelefoon op; hilarisch! Ik was als kind niet zo gefascineerd door politiemensen en boeven. Ik was een paardenmeisje, vanaf mijn vierde reed ik pony en later paard.

Manege

Toen ik nog heel klein was werd ik elke zaterdagochtend door mijn ouders bij de manege afgezet en in de namiddag weer opgehaald. Mijn moeder zette thuis al mijn cap op mijn hoofd omdat ik de sluiting zelf niet dicht kreeg, ik geloof dat ik soms hele dagen met dat ding op mijn hoofd rondliep.

In mijn latere tienerjaren kwam ik op sommige maneges in contact met mensen die crimineel bleken te zijn. Best interessant vond ik dat. Ik wist dat ze hun geld verdienden met dubieuze praktijken, maar het waren verder heel gewone mensen. Met een gezin en ook met de jaarlijkse zomervakantie op een Franse camping.

Ik sprak die mensen alleen over paardendingen, dus het was de ver-van-mijn-bed-show, maar ik realiseer me nu dat ik kennelijk als tiener redelijk ‘open-minded’ was en mensen gewoon nam zoals ze kwamen. Gek genoeg (of misschien gelukkig maar) wekte het ook mijn interesse in politiewerk en toen ik jaren later tijdens mijn studie de kans kreeg om stage te lopen bij de politie greep ik die met beide handen aan. Ik heb er nooit spijt van gehad.

Nachtmerries

Tegelijk met mij begon ook een andere studente aan een stage op dezelfde afdeling. Ik kan me herinneren dat zij er na een paar maanden mee gestopt is. We lazen elke dag de nieuwe aangiftes van zedendelicten die binnenkwamen en zij vertelde dat ze bang was om alleen thuis te zijn of ’s avonds op straat te lopen en dat ze nachtmerries kreeg.

Moeilijke verhalen over moorden, zedendelicten en andere ernstige misdrijven delen Cleo en Bianca wel met hun collega’s. Om elkaar te steunen en scherp te houden.

Op een dag zei ze dat ze ging stoppen met de stage, omdat dit werk niks voor haar was. Ik vond dat toen heel knap, dat ze voor zichzelf en haar mentale welbevinden die keuze maakte. En ik besefte dat ik daar helemaal geen last van had; nachtmerries, angst, slecht slapen – toen niet en nu niet.

Ik herinner me dat ik een aangifte las van een verkrachting die zich op nog geen vierhonderd meter vanwaar ik toen woonde (in een louche wijk, want ik was een arme student) had afgespeeld. Ik heb me geen moment zorgen gemaakt om mezelf.

Pech

Dat betekent overigens niet dat ik gevoelloos ben. Bepaalde zaken zullen me altijd bijblijven en ik kan intens meeleven met de mensen wier leven door een delict overhoop wordt gegooid. Maar de confrontatie met de willekeur van de meeste delicten – het is heel vaak een kwestie van ‘verkeerde tijd, verkeerde plaats’ – maakte juist dat ik een vrij fatalistische instelling ontwikkelde. Iedereen kan pech hebben, waarom zou ik me dan zorgen maken over iets wat misschien ooit zou kunnen gebeuren?

Die instelling helpt, maar is niet zaligmakend. Zonder fijne collega’s met wie ik altijd kan praten over de treurige, enge, afschuwelijke, gekke en nare aspecten van het werk, zou ik het denk ik niet kunnen volhouden. Die behoefte om te delen is inderdaad groot als je dagelijks geconfronteerd wordt met de zaken die wij zien.

Ongemakkelijk

En ondanks dat het soms raar en ongemakkelijk is dat je met de meeste mensen niet kan en mag praten over wat je zoal meemaakt, vind ik het ook wel weer geruststellend als ik op een verjaardagsfeest ben en iedereen praat over de gewone en soms suffe dingen in het leven.

Niks te leven en dood, maar welke vakantiebestemming wordt het en hoezo rent dat kind met die oude koptelefoon op zijn hoofd rond?

*Benieuwd naar meer columns van Cleo en Bianca? Lees ook hun vorige bijdrage: ‘Slachtoffers van stalking beter adviseren’.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.