Met spoed naar een bloedige steekpartij

671
Politievrouw Shanou

Na een tropisch warme dag, is het aangenaam koel tijdens onze nachtdienst. Met een open autoraam rijden we door een rustig Amsterdam als we op de portofoon horen hoe een andere eenheid door de meldkamer wordt opgeroepen. Het is een eenheid uit ons werkgebied. De centralist meldt dat er zojuist een steekpartij is geweest. De locatie die ze opgeeft, is letterlijk om de hoek vanwaar wij op dat moment rijden.

We melden ons beschikbaar voor de meldkamer en rijden direct op de plek des onheils af. Er staan twee jongens. Een van hen gebaart wild in de richting van een straat tegenover ons. Door mijn open raam hoor ik hem naar mij schreeuwen. “U moet daarheen! Die straat in, hij is daarheen!”, roept hij.

Signalement

Ik vraag aan hem waar het slachtoffer is. Hij duidt op zijn vriend die achter hem staat en begint dan weer naar de straat aan de overkant te wijzen. Ik wil meer van hem weten. “Waar moeten we naar zoeken? Wat is het signalement van de dader? Wat voor kleding had de dader aan?”, informeer ik.

De jongen geeft een korte beschrijving op. Mijn collega naast me herhaalt het signalement van de verdachte via de portofoon. Zo weten alle collega’s in de omgeving naar wie zij moeten uitkijken.

Terwijl ik in gesprek ben met de getuige om een completer signalement van de dader te krijgen, vraagt mijn collega aan het slachtoffer wat hij in zijn handen houdt. Het is een soort substantie, lichtroze van kleur. Hij houdt het met beide handen tegen zijn buik aan. Ik kijk ernaar. Ik vermoed dat het een doek is om een wond in zijn buik dicht te drukken.

“Het zijn mijn darmen,” zegt het slachtoffer dan op wonderbaarlijk rustige toon. Mijn collega stapt onmiddellijk de auto uit, trekt handschoenen aan en gaat het slachtoffer ondersteunen.

Paniek

Ik parkeer in de tussentijd onze auto dusdanig dat de ambulance er zo nog goed bij kan. Dan ontferm ik me weer over onze jonge getuige. Hij is in paniek. Hij herhaalt meerdere keren zijn woorden, maar komt er bijna niet meer uit. Ik probeer hem te kalmeren zodat hij kan vertellen wat er precies is gebeurd.

Terwijl meerdere politie-eenheden in de wijk op zoek zijn naar de dader, blijf ik de informatie van de getuige aan mijn collega’s doorgeven. Met het slachtoffer gaat het steeds minder. Hij zweet hevig. Mijn collega heeft hem verzocht op een bankje te gaan zitten. Door de angst en de adrenaline liep hij voortdurend heen en weer. Dat kost zijn zwaargewonde lichaam nu teveel energie, weten we. Steeds zegt de gewonde jongen dat hij bang is om dood te gaan.

Spoed

De ambulance komt ter plekke. De ambulancemedewerkers leggen het slachtoffer meteen op een brancard. Nog net vang ik bij de ambulancebroeder op dat de shockroom in het ziekenhuis moet worden klaargemaakt. Met grote spoed wordt het slachtoffer daarna afgevoerd.

De plaats delict is inmiddels afgezet. Zoveel mogelijk sporen moeten worden veiliggesteld opdat de technisch rechercheurs van de afdeling forensische opsporing hun werk goed kunnen doen. Ondertussen wordt het verhaal van de getuige opgeschreven. Het blijkt dat een kleine discussie ontzettend uit de hand is gelopen en is ontaard in de steekpartij.

De getuige staat op de hoek van de straat. Het slachtoffer is een goede vriend van hem, die onder zijn ogen werd neergestoken. In shock leunt hij tegen een muur. Af en toe wrijft hij in zijn ogen.

Ik besluit bij hem te gaan staan. Er is niet veel dat ik kan doen of zeggen om zijn angst weg te nemen en het beter voor hem te maken. Maar het lijkt me niet goed dat hij op dit moment alleen is.

Houvast

Al snel zoekt hij naar houvast. Hij stelt me allerlei vragen waarop ik geen antwoord heb. “Denk je dat hij dood gaat?”, roept hij vertwijfeld. Kort erna geeft hij zelf het antwoord. “Nee! Hij gaat niet dood”, hoor ik hem zeggen. “Als je geen bloed verliest, ga je toch niet dood? Heb je het weleens meegemaakt dat iemand aan zoiets dood gaat?”, gaat hij wanhopig verder.

Ik baal ervan dat ik hem het antwoord op al die vragen schuldig moet blijven. Ik wil hem echter ook geen valse hoop geven of nog banger maken. “Kunnen we iemand voor je bellen?”, hou ik hem voor, zodat hij niet alleen achterblijft als wij weer weggaan. Hij zegt dat dat niet nodig is. Dat hij zich wel zal redden.

Terug

Dan word ik geroepen. We moeten terug naar het bureau om alles in het systeem te zetten. Met de jongen spreken we af dat we nieuwe informatie over zijn gewonde vriend meteen aan hem zullen doorgeven. Ondertussen brengen andere collega’s de moeder van de neergestoken jongen op de hoogte. Hij mag dan wel meerderjarig zijn, we willen voorkomen zij via via moet vernemen wat er met haar zoon is gebeurd.

Op het politiebureau is er goed nieuws. Het slachtoffer wordt geopereerd en is buiten levensgevaar. De collega’s die nog op de plaats delict staan, geven die verheugende informatie meteen door aan zijn vriend.

Systeem

Ondertussen hebben we alles wat we weten in het systeem gezet. We dragen de zaak over aan de recherche. Het onderzoek is gestart, camerabeelden worden bekeken en sporen worden onderzocht.

Dit is weer zo’n dossier dat in mijn achterhoofd blijft. Dat ik eens in de zoveel tijd zal inlezen om te weten hoe het onderzoek vordert. En elke keer als ik het dossier open, hoop ik die twee cruciale woorden onder ogen te krijgen. ‘Verdachte aangehouden’.

*Shanou’s vorige column – een schrijnend verhaal over winkeldiefstallen – kun je hier teruglezen.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.