Afgestudeerd als forensisch onderzoeker. En dan?

771
Iris Bijker, opleidingsmanager en docent bij de studie Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool Amsterdam.

Nadat je aanvankelijk vooral de hoop koesterde om te worden ingeloot, je daarna jaren zwoegde op tentamens, tientallen verslagen en een afstudeerproject, is het moment daar. Je bent afgestudeerd forensisch onderzoeker! Misschien op bachelor niveau. Of, zoals ik, op master niveau.

Wat nu? Je kunt gaan ondernemen wat je altijd hebt gewild; iets in het forensisch onderzoek. Maar wat is dat ‘iets’ precies?

Voor mij zijn het heel herkenbare vragen die ik ontwaar bij onze studenten Forensisch Onderzoek aan de Hogeschool in Amsterdam. Informeer bij deze jonge mensen naar de reden voor hun studiekeuze en je zult verbaasd zijn over de antwoorden. Hun overwegingen gingen meestal in de richting van: ‘omdat forensisch onderzoek zo multidisciplinair is’, of ‘het oplossen van puzzels vind ik te gek’. En ook – jawel, daar is ‘ie weer – ‘ik heb gekozen voor de studie forensisch onderzoek omdat ik vroeger zo graag naar de tv-reeks CSI Miami keek.’

Zelden

De achterliggende gronden bij de keuze die onze studenten maakten, zijn zelden beroepsgerelateerd, heb ik als docent en opleidingsmanager geconstateerd. Wellicht is dat niet raar. Wie weet er op zijn of haar achttiende levensjaar wel precies voor welk beroep te gaan kiezen?

Zelf had ik op die leeftijd geen flauw idee. Ik had vooral zin om naar Amsterdam te verhuizen. Het echte studentenleven te beleven! Voor geneeskunde werd ik uitgeloot dus ging ik rechten studeren. Geen doorslaand succes. Met zes studiepunten voor strafrecht ben ik er naar een jaar mee gestopt.

Na opnieuw buiten de boot te zijn gevallen voor geneeskunde en de decentrale selectie net niet te hebben gehaald, was het tijd voor een slimmere keuze: biomedische wetenschappen. Dat was leuk en afzien. Toch diende zich tegen het einde die onvermijdelijke vraag aan. Wat nu verder?

Richting

De onderzoekmasters (voorbereidende opleidingen op het doen van onderzoek in een promotietraject) spraken me niet aan. De beleidskant van dit vak al helemaal niet. In die tijd vertelde een studiegenoot over de master Forensic Science op de Universiteit van Amsterdam. Ik wist niet eens dat die richting bestond.

Toen ik mijn vader, rechercheur bij de politie, over de opleiding vertelde, begon hij meteen over zijn forensische collega’s uit te weiden. Ik werd steeds enthousiaster. Na nog wat onderzoek online te hebben gedaan, kwam ik tot de conclusie dat dit het voor mij moest zijn.

Na de selectieprocedure, waarvan ik zelf het idee had dat die verschrikkelijk slecht ging, bleek ik tot de opleiding te zijn toegelaten. Hoera! Waarschijnlijk zou ik in die tijd gezegd hebben dat het het multidisciplinaire karakter van de studie was, dat me had aangetrokken. Misschien kwam het door mijn vader, of waren het de spanning en het avontuur die in mijn ogen bij het beroep van forensisch rechercheur hoorden, maar mijn hart lag altijd al een beetje bij de politie. Tijdens mijn opleiding was ik er in ieder geval van overtuigd geraakt dat ik bij de forensische opsporing van de politie wilde werken.

Confronterende

Een gastcollege met de nodige confronterende foto’s deed me realiseren dat de stoffelijk overschotten van omgebrachte mensen, verwondingen, het bloed en allerlei andere ingrijpende zaken erbij horen. Achteraf vind ik het vreemd dat ik daar toen pas aan dacht en dat ik niet vóór mijn studiekeus bij zulke zaken had stilgestaan. Ik zou er vanzelf wel achter komen, was mijn idee, hoe het was om op een plaats delict zulke dingen onder ogen te krijgen.

Niet lang erna kreeg ik de mogelijkheid een weekend mee te lopen met een forensisch arts. Zodra hij een oproep kreeg, werd ook ik opgetrommeld. Dat gebeurde vrijwel direct.

We moesten naar een ziekenhuis waar iemand vijf maanden na een val van een trap was overleden. In zulke gevallen belt het ziekenhuis de forensisch arts om onderzoek te doen. Een mooie, eerste opdracht, meende ik. De patiënt was overleden, lag keurig in een ziekenhuisbed en verder waren er geen hevig geëmotioneerde mensen aanwezig. Ik herinner me het opgeluchte gevoel dat ik had. Zie je wel, ik kan dit!

Rechtsomkeert

Op de weg terug kregen we een tweede telefoontje. De forensisch arts maakte meteen rechtsomkeert. Er wachtte ons een lange autorit. Niet fijn, vond ik. Zo had ik veel te veel tijd om na te denken over wat me nu te wachten zou staan.

De melding was vaag en ging over een overleden man in een bos. Eenmaal ter plekke werden we aangesproken door een agent. “Je moet hier het bos ingaan”, zei de agent, “dan een behoorlijk stuk rechtdoor lopen en dan kom je ‘m vanzelf wel tegen.” No way, schoot door mijn hoofd. Ik ga hier toch niet in het half duister in een verlaten bos op zoek naar een dode? Anderzijds: daarom was ik hier toch?

Afbeelding ter illustratie. Photo by Nuria Hernandez on Unsplash

Twijfelend schuifelde ik achter de arts tussen de bomen door. Na een paar passen zei hij: “Nou lekker, dit. Wel luguber allemaal.” Voor de tweede keer die avond haalde ik diep adem. Ik was blijkbaar niet de enige die dit een tikkeltje naargeestig vond. Gelukkig maar.

Real thing

Het slachtoffer was al enige tijd geleden overleden. Onderzoek doen naar dit sterfgeval, diep in het bos, bleek nog een heel gedoe. Niets geen cleane ziekenhuisomgeving met een slachtoffer dat er vredig bij lag. Dit was anders. Dit was ‘the real thing’.

Na nog een zelfdoding waarbij veel familieleden ter plekke waren en vervolgens een bezoek aan een gevangenis, zat mijn stageweekend bij de forensisch arts erop. Ik was gesloopt. Zoveel indrukken in zo’n korte tijd. Gelukkig kon ik er vrij open met mijn vader over praten, vanwege zijn eigen achtergrond.

Ik concludeerde dat ik dit werk weliswaar intens en soms zelfs heftig vond, maar dat ik het wel aankon. Een tijdje later begon ik blijmoedig aan mij stage bij de afdeling forensische opsporing van de politie in Amsterdam. Daar deed ik geen onderzoek meer op plaatsen delict, maar was alles gefocust op dna-onderzoek.

Passie

Ik had er een geweldige tijd gehad en leerde er in zes maanden erg veel. Bovendien merkte ik dat mijn passie meer bij dna-onderzoek ligt dan ik had verwacht.

Het was een reden om mijn eerdere bevindingen aan te passen. Ik kan het psychisch zeker aan, forensische naspeuringen doen op plaatsen delict, maar ik wil het niet. En dat is ook okay. Sindsdien heb ik meer bewondering gekregen voor forensisch (medische) onderzoekers die steeds weer plekken moeten bezoeken waar misdrijven zijn gepleegd of waar sprake is van een verdacht sterfgeval. Die waardering is nog verder toegenomen sinds ik docent ben en voortdurend met mensen uit het forensische werkveld in aanraking komen. Hun passie en gedrevenheid vind ik prijzenswaardig.

Gesolliciteerd

Hoe ik docent werd? Omdat er verder weinig forensisch werk was, heb ik simpelweg op een vacature gesolliciteerd. Ik gaf al jaren zeilles en ging ervanuit dat het me wel zou aanspreken. Nooit had ik kunnen vermoeden dat ik uiteindelijk zoveel plezier en voldoening uit mijn huidige job als docent en opleidingsmanager zou halen.

Zo zie je maar, als student hoef je het tijdens je studie niet meteen allemaal al uit te vogelen. Maar zorg er wel voor dat je jezelf de kans geeft alle aspecten van het vak te ontdekken.

*Lees ook de vorige column van Iris. Wat kun je van een studie forensisch onderzoek verwachten?

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.