Dikastocratie levert maatwerk op

1577
Strafrechtadvocaat Esther Vroegh.

Van de nood maak ik in deze roerige periode maar een deugd en neem ik de gelegenheid te baat om veel te lezen.

Tot mijn grote schaamte laat ook ik mij in de strafpraktijk nagenoeg uitsluitend leiden door een dwingende zittingsagenda, voorbereidingen van zittingen, besprekingen met cliënten en tal van vergaderingen die te maken hebben met mijn bestuursfuncties.

Me echt verdiepen in de dogmatiek en leerstukken over hoe ons bestuursapparaat en rechterlijk stelsel nu daadwerkelijk in elkaar zit, schiet er meestal volledig bij in.

Scheiding

Eerdaags zou ik een lezing geven aan eerstejaars rechtenstudenten over de scheiding der machten en de wijze waarop advocaten die ervaren. Die lezing zal helaas ook niet doorgaan. Maar het samenstellen van mijn betoog dwong me om de oratie van senior raadsheer Marc de Werd van 19 juni 2019 eens grondig door te nemen. De titel luidt: ‘De derde staatsmacht; over kracht en kwetsbaarheid van rechtspraak’, zie ook de column van 3 februari in de Volkskant.

De oratie gaat over het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet. Dat houdt in dat de rechter niet in de grondwettigheid van wetten en verdragen treedt.

Essentie

Dit is tevens de essentie van de trias politica. Het parlement is de wetgevende macht en bepaalt aan welke wetten en aangenomen verdragen wij ons als burgers moeten houden. De regering – ministers, minister-president en de koning  met het hun ter beschikking staande ambtenarenapparaat dat ook wel de vierde macht genoemd – voert uit. De rechterlijke macht  – Openbaar Ministerie en de rechters – controleert of burgers zich aan al die afspraken houden en legt desnoods sancties en straffen op.

Rechters en het Openbaar Ministerie kunnen alleen sanctioneren als er deugdelijke wetgeving ligt die voor een ieder helder en uitlegbaar is. En daar schort het momenteel nogal aan. Naar mijn mening heeft dit vooral te maken met een historisch laag aantal juristen in de Kamers, dan wel aan het feit dat deze juridisch geschoolde Kamerleden zich zeer koest houden.

Gemankeerd

Door het twittergedrag van veel politici wordt een nogal gemankeerd beeld geschetst van rechtszittingen. Zo laten zij zich voortdurend uit over de eisen die in hun ogen altijd te laag zijn en over de vonnissen die volgens de twitteraars worden uitgesproken door een elite die niet zou weten wat er in de samenleving speelt.

Wat die eenzijdige berichtgeving versterkt en in mijn visie verder polariseert, is dat er nog nauwelijks journalisten zijn die de tijd en ruimte mogen nemen om met een genuanceerd bericht over het verloop van een rechtszitting te komen.

Ik verlang weleens terug naar de tijd van wijlen rechtbankverslaggever Fred Soeteman van De Telegraaf. Als Fred de hele dag een zitting had bijgewoond, stuurde hij me ’s avonds per fax soms zijn conceptartikel. Zijn verzoek was dan om op- en aanmerkingen te maken op zijn weergave van mijn pleidooi en op zaken die mijn cliënt wel of niet zou hebben gezegd.

Gevaarlijk

Het is logisch dat de, tegenwoordig fors onderbetaalde freelancejournalisten niet de tijd nemen om het daadwerkelijke verloop van een zitting zo genuanceerd te schetsen. Maar gevaarlijk is het, als fragmentarische weergaven voor waar worden aangenomen.

Bovendien werkt dat dikastofobie (angst voor rechters) in de hand. Kamerleden deinzen er tegenwoordig niet voor terug om zulke oneliners nog even gekleurd, en vanzelfsprekend ook via Twitter, over te nemen. Daardoor lijkt het alsof de rechtspraak gelijk staat aan een soort tombola met kansen die altijd uitvallen in het voordeel van de verdachte en waarbij slachtoffers niet gehoord worden.

Eigenwijze

De heerschappij door rechters, dikastocratie, is een feit en verwijst volgens deze criticasters naar de ‘eigenwijze’ houding van rechters. Dat zagen we onder meer bij de Urgenda-uitspraak, het terughalen van IS-kinderen uit Syrië en de bestuursrechtelijke uitspraak door de Raad van State over de stikstofproblematiek.

Maar juist deze politici zouden moeten weten dat rechters binnen de lijnen van de afspraken die in onze democratie zijn gemaakt, maatwerk leveren. Zij hebben daarbij oog voor de belangen van de maatschappij, voor eventuele slachtoffers, voor de impact maar ook voor de media-aandacht én – inderdaad –  voor de persoon van de verdachte.

Maatwerk

Wie is die verdachte? Kan het handelen van de verdachte verklaard worden op grond van zijn of haar achtergrond en persoonlijkheid? Rechters zoeken niet naar excuses, zoals vaak in de (social) media wordt gesuggereerd maar naar verklaringen en daarbij naar het opleggen van een passende straf. Dat is met recht maatwerk binnen de gebondenheid van wetgeving.

Een mooi vak, waarbij het onze taak als advocaat is om de belangen van de verdachte zo goed mogelijk te belichten. En nee, dat is niet altijd opteren voor een vrijspraak maar soms voor een behandeling of opname.

Laten we deze prachtige waarden niet ondermijnen door misplaatste verkiezingsdrang. Maar laten we dankbaar blijven voor ons mooie rechtsstelsel dat soms schuurt maar dat altijd in beweging is.

*Als je ook geïnteresseerd bent in Esthers vorige column over de AVG, kijk dan vooral nog even hier.



Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.