Impact (ex-)partner geweld lang niet altijd begrepen

895
Geweld tegen vrouwen komt vaker voor dan je denkt. Photo by Mika Baumeister on Unsplash

“Zeg me maar waar hij woont. Dan regel ik wel wat. Daarna kan hij waarschijnlijk alleen nog door een rietje drinken.” Ik was geschokt toen ik hoorde wat een goede kennis tegen me zei. Het was mei 2013, een paar weken nadat mijn ex-vriend had geprobeerd om mij na zeven maanden stalking om het leven te brengen.

Ik kon zien waarom hij het zei en dat hij ieder woord meende. Hij was gewoon ontzettend boos dat iemand mij dit had aangedaan. Echt woest. Eerlijk gezegd was ik meer dan alleen geschokt. Heel even was er die gedachte dat mijn belager me dan nooit meer kwaad kon doen. Gelukkig kon ik helder denken op dat moment. “Nee, dat wil ik niet”, antwoordde ik. “Dat is altijd terug te leiden naar mij.”

Dader

Later besefte ik wat ook meespeelde in dat resoluut afwijzen van zijn serieuze aanbod. Natuurlijk vond ik het verschrikkelijk wat de aanvaller mij had aangedaan. Toch dacht ik ook aan zijn kinderen en kleinkinderen. Hij was meer dan een dader. Hij was ook vader en opa.

Snappen deed ik mijn gedachtegang niet. Hoe kon ik nu zo denken over iemand die mij bijna had gedood? Geen idee. Het was er en het is er nog altijd. Die kennis was overigens niet de enige die zulke voorstellen deed. Je zou zomaar kunnen denken dat ik er een heel wraakzuchtige vrienden- en kennissenkring op na hou. Dat is niet zo, integendeel zelfs. Blijkbaar roept zo’n gebeurtenis bij een aantal mensen, in mijn geval alleen mannen, zo’n reactie op.

Elders

Geweld is iets waar we inmiddels via de media en op tv steeds vaker en heftiger mee geconfronteerd worden. Bijna altijd is dat een ver-van-mijn-bed-show. Het gebeurt elders, niet in onze achtertuin of bij vrienden, buren, familie of collega’s.

Annemarie Timmermans, de auteur van deze column, is veiligheidskundige en coach.

Je kunt de krant dichtslaan, de computer afsluiten en de televisie of radio uitzetten als het te veel wordt. Persoonlijk raakt het de meeste mensen niet, behalve bij grote uitwassen of extreme situaties, bijvoorbeeld als er kinderen bij betrokken zijn. Maar als je wel in je nabijheid met geweld te maken krijgt dan kun je het niet uitzetten. Dan is die rauwe werkelijkheid er ook voor jou. Het verhaal van je naaste of bekende komt dan keihard binnen en dat roept allerlei emoties op.

Vertellen

Na mijn aanval moest ik mensen gaan vertellen wat er gebeurd was. Dat begon al in het holst van de nacht in het ziekenhuis met het bellen van een vriendin. Op dat moment zorgde de adrenaline in mijn lijf ervoor dat me dat nog redelijk makkelijk afging. Deze vrienden wonen verder weg, dus toen ik wat later te horen kreeg dat ik naar huis mocht en vervoer moest regelen, besefte ik al meer welke impact het bellen van mensen had gekregen. Mijn vriendin was zich namelijk ook rot geschrokken.

Ik belde mijn broer. Ook hij schrok enorm, maar hij reageerde nuchterder. Dat vond ik fijn. Hij haalde me op – mijn hoofd was gehecht, mijn arm zat in het gips en mijn andere wonden waren verzorgd. Naar huis wilde ik niet en durfde ik niet.

Onderweg naar het huis van mijn broer en zijn vriendin werd ik me gewaar van een enorme helderheid en prachtige kleuren van de bomen die net in het blad kwam en beschenen werden door een mooie zonsopgang. Het besef drong langzaam door wat er gebeurd was, en toch genoot ik van wat ik zag. Het bracht rust, en tevens het vertrouwen dat het weer wel goed zou komen.

Gepraat

Eenmaal aangekomen hebben we wat gepraat en gepoogd om nog wat te slapen. Mijn schoonzusje heeft me geholpen om het bloed uit mijn halflange, witte haren te spoelen. Ik wilde niet zó gaan slapen. Het lukte zowaar om twintig minuten in een diepe slaap weg te zakken, op de rustgevende klanken van Ludovico Einaudi.

Afbeelding ter illustratie. Photo by Taylor Smith on Unsplash

Na het ontbijt belde ik mijn ouders om te vertellen wat er die nacht gebeurd was. Daar zag ik tegenop. Mijn moeder wist niet goed wat ze moest zeggen. Haar angst en boosheid voelde ik wel degelijk. “Hoe moet het nu verder?”, vroeg ze. “Dat weet ik ook niet”, zei ik. “Doorgaan met ademhalen.” Mijn vader heeft nog maandenlang uit pure angst met een koevoet naast zijn bed geslapen. Ooit was hij een heel sterke man die niet snel bang was, maar de jaren hadden (en hebben nu nog meer) zijn tol geëist. Hij was echt bang dat deze ex ’s nachts ineens voor hen zou staan; mijn belager wist immers waar mijn ouders woonden.

Zonen

Mijn kinderen, toen dertien en vijftien jaar oud, waren bij hun vader. Ik vroeg mijn broer om hen te bellen. Mijn zonen waren niet thuis, maar mijn ex-man zou ze inlichten. Toen ik mijn kinderen ’s avonds zelf belde, bleken ze nog van niets te weten… Ik was op dat moment even thuis met vrienden, om kleren en wat andere spullen op te halen want thuisblijven durfde ik absoluut nog niet.

Mijn zonen kwamen meteen even langs. Een moment dat ik nooit zal vergeten vanwege de intensiteit maar eveneens vanwege hun steun. Ook dat hielp om te gaan zien dat het weer wel goed zou komen al wist ik nog niet hoe. Mijn buren waren geschokt en voelden schaamte. Velen hadden mijn gegil gehoord maar gedacht dat het dronken jongelui waren en hadden het genegeerd. Mijn lieve, oude buurvrouw vertelde me laatst opnieuw nog eens dat ze op een gegeven moment toch maar was opgestaan om door het slaapkamerraam was gaan kijken.

Straatje

De buren kunnen mijn straatje inkijken. Ontsteld had ze tegen haar man gezegd dat ik het was die zo gilde. Ze had mijn bebloede hoofd gezien. Helaas was mijn ex net weggelopen. De buurvrouw kon dus alleen getuigen over het gegil. Ze nam tevens waar dat mijn overburen me te hulp waren geschoten.

Foto ter illustratie. Afbeelding van Republica via Pixabay

Ik heb al eens eerder geschreven dat ik het heel naar vond voor mijn toen zeven maanden zwangere buurvrouw. Dat zij dit moest meemaken, middenin de nacht, met haar eerste kindje in haar buik, leek me bijzonder akelig voor haar.
Een van mijn andere buren gaf later de tip om in zo’n situatie niet te gillen maar ‘brand!’ te roepen. Ze zei dat ze dan waarschijnlijk wel gereageerd had, juist omdat we dat geschreeuw van jongeren zo gewoon waren. Ik hoop niet dat ik dat een keer in de praktijk moet uitproberen.

Beloftes

Ik ontdekte daarnaast dat mensen vanuit hun emotie soms beloftes maken maar die niet nakomen. Ik had al een paar jaar een volkstuin. Na een paar seizoenen sukkelen met groente verbouwen – niet mijn ding- was ik vastberaden om er iets goeds van te gaan maken.

Toen ik een week na de aanval met een vriend even naar huis ging, kwam net iemand van de volkstuin voorbij. Hij had gehoord wat er was gebeurd en vond het verschrikkelijk. Ik hoefde me geen zorgen te maken, zei hij, hij zou mijn tuin wel onkruidvrij houden. En maand later, nog steeds in het gips, ging ik met iemand kijken hoe mijn tuin ervoor stond. Het onkruid stond meer dan een meter hoog! Verschrikkelijk vond ik dat. Ik voelde me teleurgesteld, boos en ontmoedigd. Hoe moest ik dat weer goed krijgen?

Bij het verlaten van de tuin kwam ik een andere tuinder tegen die zijn medeleven toonde over wat er gebeurd was. In tranen vertelde ik over de stand van zaken in mijn tuin. Een paar weken later was het onkruid met een bosmaaier gekortwiekt. Er stonden alleen nog maar stoppels. Die bijna-buurman op de tuin bleek dat gedaan te hebben. Dat voelde heel fijn.

Stoer

Ook vreemden reageerden vaak geschokt, en soms juist op een bijna humoristische, relativerende manier die me deed beseffen hoe stoer het was geweest dat ik mijn ex in zijn kruis had getrapt met mijn hoge hakken. Vlak voor mijn arm weer uit het gips mocht, logeerde ik een paar dagen bij mijn zusje. Ik durfde nog steeds niet in mijn huis te zijn. Ik zat in de tram en kwam toevallig naast iemand met krukken te zitten vanwege een gebroken been. We hadden gelijk een klik. En ook hij bleek van galgenhumor te houden. We hebben zelfs enorm gelachen om onze situatie.

De tijd verstrijkt vanzelf. Ik pakte gaandeweg weer steeds meer op maar er waren ook tijden dat ik nog flink last had van wat me was overkomen. Toch kwam (en kom) ik weleens in een situatie waaruit blijkt dat veel mensen denken dat je er na een paar jaar ‘wel weer overheen moet zijn’.

Oud zeer

Zo werd ik enkele weken nadat mijn plaatsgenote Linda van der Giesen werd omgebracht door haar ex opgebeld door een goede vriendin. De moord op Linda had me enorm aangegrepen en bracht bij mij veel oud zeer naar boven. Toen ik mijn vriendin vertelde hoe ik me voelde, was haar reactie: “Heb je daar nu nog last van?” Ik sloeg dicht en voelde me zo niet begrepen door deze vrouw met wie ik jarenlang zoveel had gedeeld.

Foto ter illustratie. Afbeelding van Sasin Tipchai via Pixabay

Binnen mijn vrienden-en kennissenkring was deze reactie gelukkig een uitzondering. Ik ben dankbaar als ik merk dat veel mensen het na al die jaren niet vergeten zijn en dat zij het snappen wanneer mijn littekens schrijnen. Mensen die mij complimenten geven dat ik weer zoveel onderneem. Ik krijg geregeld te horen: “Dat jij nog kan lachen!” Dat kan ik nog steeds, het onbegrip van sommige mensen ten spijt. Ik leef nog, mijn kinderen hebben hun moeder nog, mijn ouders hun kind. Ik mag en kan nog veel waardevol werk doen en geniet van de vele mooie kanten van het leven. Soms lukt dat even niet. Maar ook zo’n dag gaat weer voorbij.

*Meer lezen van Annemarie? Blader hier terug naar haar vorige column.


Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.