Justitie negeerde zaak zwaar mishandeld meisje

1093
Foto ter illustratie (dit is niet het mishandelde meisje). Photo by laura adai on Unsplash

Vertrouwen is een van de belangrijkste elementen in bijstand aan slachtoffers en nabestaanden. Als je slachtoffer bent geworden van een strafbaar feit, ontstaat een forse deuk in je vertrouwen. In sommige gevallen is die deuk groot. Er gebeurt iets in het vertrouwen in jezelf: “Had ik anders dit of dat moeten doen?” Ook het vertrouwen in anderen wordt geschaad. In de richting van de dader, vooral. Maar soms eveneens ten opzichte van omstanders die wegkeken.

Een belangrijk element is het hervinden van dat vertrouwen. Daaraan kàn een strafprocedure bijdragen. Ik zeg expliciet ‘kan’, omdat het strafrecht niet altijd een oplossing biedt voor herstel. Soms kan het zelfs leiden tot meer beschadiging van een slachtoffer.

Men moet er vertrouwen in hebben dat de instanties hun werk naar behoren doen, dat de rechter een juiste en rechtvaardige beslissing neemt en er dient vertrouwen te zijn dat je in zo’n emotionele en zware procedure door de juiste personen wordt bijgestaan.

Weinig

Als slachtoffer heb je weinig in de melk te brokkelen. Je stapt op een rijdende trein, zonder dat je de mogelijkheid hebt om die trein te besturen, tot stilstand te brengen of op een andere wijze te beïnvloeden. Natuurlijk chargeer ik nu, want als ik als advocaat daarin niets kan betekenen, kan ik beter mijn toga aan de wilgen hangen. Enfin vertrouwen dus; een uitgangspunt dat voor mij als advocaat heel belangrijk is.

Maar wat nu als een slachtoffer keer op keer de deksel op zijn of haar neus krijgt? Wat als dat vertrouwen gedurende de procedure steeds verder wordt afgebrokkeld? Hoe kun je dan iets wat je hebt meegemaakt een ‘plekje’ geven? Eerlijk gezegd; ik weet het niet. Ook ik word soms heel verdrietig van de gang van zaken tijdens een politieonderzoek en de verdere behandeling in een procedure. Ik zie wat anders kan, maar de muren die we moeten slechten lijken af en toe van gewapend beton te zijn.

Schrijnende

De aanleiding voor deze column is een schrijnende zaak, waarin ik recent een heftig gesprek heb gehad met een jong slachtoffer, haar moeder en de behandelend officier van justitie. Nu ik in gedachten weer de gang van zaken laat passeren om die goed op papier te kunnen zetten, voel ik de machteloosheid opnieuw opkomen.

Wat gebeurde er in deze kwestie? Het slachtoffer werd op straat slachtoffer van een misdrijf toen ze van school naar huis liep. Er werd naar haar gefloten maar het meisje liep door en reageerde niet. De fluitende jongens pikten dat niet – ze voelden zich de mannetjes van de buurt – en begonnen het meisje lastig te vallen. En dat met een man of acht.

Mishandeling

Het eindigde in een forse mishandeling van het meisje. De krachtige tiener was er niet van gediend om te worden lastiggevallen en had teruggevochten. Ze werd ernstig door de groep mishandeld en liep forse breuken op aan haar gezicht die met een zware operatie en diverse platen hersteld dienden te worden. Ik had het al even over vertrouwen: het spreekt vanzelf dat dit bij het meisje een grote deuk opliep.

Haar moeder deed aangifte bij de politie. Een lastige situatie, want de jonge verdachten waren bekenden in de buurt. Moeder realiseerde zich dat dit geen gemakkelijk onderzoek kon worden, omdat getuigen (en die waren er in overvloed) niet durfden te verklaren uit angst voor wraak. Indien de groep achter hun gegevens kon komen, zouden grote problemen kunnen ontstaan.

Bewijs

Het onderzoek liep. De politie vroeg daarbij aan het slachtoffer en haar moeder om bewijs te verzamelen en aan te leveren. Vooral de namen van getuigen zijn van belang, kregen moeder en dochter te horen. Het slachtoffertje mocht dus tijdens haar herstel ook nog zelf een half rechercheonderzoek gaan draaien. Dat is vast ‘goed’ voor de ontwikkeling van een verder psychisch trauma, was mijn cynisch gedachte toen ik daar later over hoorde.

Moeder en dochter waren er nog mee aan de slag gegaan ook. Zoals de recherche had gevraagd, hadden zij alles dat zij konden vinden aan de politie overgemaakt. Ook persoonsgegevens van mensen die wilden verklaren, maar die om de nodige bescherming hadden gevraagd.

Auteur van deze column is de Rotterdamse slachtofferadvocaat Nelleke Stolk.

Daarna was het stil geworden. En het bleef stil. De moeder van het meisje besloot contact met me op te nemen en vroeg me of ik haar dochter wilde bijstaan. Dat deed ik en zodra ik me in deze zaak gemengd had, kwam er beweging. Al was dat bepaald niet een gewenste ontwikkeling.

Geseponeerd

De zaak werd namelijk zonder enige motivering geseponeerd. Er werd een soort standaardreden aangevoerd: ‘te weinig bewijs om deze jongens met succes te vervolgen.’ Wat er was gebeurd met alle informatie die het slachtoffer en haar moeder hadden doorgespeeld, werd niet benoemd. Evenmin gaven politie en OM aan wat voor onderzoek er was geweest. Wel werd duidelijk dat de eventuele getuigen niet waren gehoord.

Noem dit gerust deuk nummer twee voor het slachtoffer en haar moeder.

Nu ben ik niet eenvoudig af te schepen en belde ik direct met het OM om een gesprek aan te vragen met de officier van justitie die deze beslissing had genomen. Bovendien wilde ik een kopie van het dossier ontvangen. Dat gesprek kwam er, maar elke bereidwilligheid om duidelijk te zijn ontbrak. Er volgde een heftige discussie. Het OM hield echter haar poot stijf en voerde aan dat er te weinig bewijs was. Tja, dat begrijp ik als er geen onderzoek wordt gedaan…  Deuk drie, voor mijn cliënten.

Tijd

Ik deed een volgende stap. De tijd tikte door en snelle, strafrechtelijke vervolging in dit soort zaken is belangrijk. We dienden een klacht in bij het gerechtshof. Daarin gaven we aan waarom wij meenden dat de groep jongens wel vervolgd diende te worden. We onderstreepten dat de politie zelfs was geïnformeerd over namen van getuigen.

Het was zaak dat de verdachten snel verantwoording dienden af te leggen voor hun daden. Maar justitie maakte bepaald geen haast… Afbeelding van anncapictures via Pixabay

Die namen zette ik niet op papier, want ook de mishandelaars kregen als beklaagde personen in deze procedure een kopie van het klaagschrift in handen. Als ik daar die namen ingezet had, wist ik in elk geval zeker dat deze mensen helemaal nooit iets over het misdrijf zouden zeggen. Dat alles had ik uiteraard ook meegegeven in de overwegingen voor het hof.

Er kwamen drie zittingen waarbij het arme meisje en haar moeder zelf mochten komen vertellen wat dit alles met hen doet. Dat is niet niks: door de houding van het OM – geen bewijs – werden ze tenslotte impliciet ook nog eens als leugenaars weggezet.

Zittingen

Bij een van die zittingen troffen we op de gang van het gerechtsgebouw de jongens met hun advocaten aan. Ze wisten niet dat wij ook aanwezig waren en waren blijkbaar in een druk overleg over wie wat zou gaan zeggen.

Tijdens de zitting had de groep mijn cliënte en haar moeder uitgebreid kunnen bekijken. Toen er even werd geschorst zagen ‘de heren’ hun kans schoon en waren de bedreigingen in de richting van mijn cliënte en haar moeder niet van de lucht. Op zeer intimiderende wijze werd duidelijk gemaakt dat zij maar beter hun pogingen konden staken. Want, zo gaven de jongeren te verstaan, zij wisten wel hoe ze het rechtssysteem konden omzeilen en hoe ze konden winnen.

Je moet weten dat als iemand zich zo opstelt, bij mij juist de vlam oplaait om nog harder te vechten dan ik al deed. Mijn cliënte en haar moeder waren echter erg ontdaan. Ze begrepen niet dat er niet aan hun veiligheid was gedacht bij het plannen van de zitting voor het gerechtshof. Hoe kon het dat zij samen met deze gewelddadige jongeren en hun advocaten in één zittingszaal hadden moeten doorbrengen? Deuk vier, voor de slachtoffers.

Recht

We vonden het recht aan onze zijde. De zaak werd terugverwezen naar het OM voor verder onderzoek, waaronder het horen van getuigen.

Foto ter illustratie. Photo by Tingey Injury Law Firm on Unsplash

Inmiddels waren we drie jaar verder in de tijd. En weer was het stil en ondernamen politie en OM niets. Ik stuurde een reeks brieven en mailtjes naar het Openbaar Ministerie, belde me helemaal suf en diende tot tweemaal toe een klacht in. Er volde geen enkele reactie.

Uiteindelijk kwam er als uit het niets een brief van het OM. Kennelijk waren de gegevens van de getuigen zoekgeraakt, want men wilde die nogmaals hebben om de getuigen alsnog te gaan horen. Tjonge, nu al, dát is snel, was alweer een cynische gedachte die door mijn hoofd schoot.

Stil

Ik stuurde de gegevens door om alweer geen enkel bericht te ontvangen. Het viel wéér stil. Opnieuw begon ik te mailen, bellen en schrijven. Vele maanden later liet het OM weten dat de getuigen – inmiddels vier jaar na dato –  niet meer te vinden waren. De enige die nog wel kon worden getraceerd had er geen vertrouwen meer in dat politie en OM de zaak de zaak serieus namen. Hij hield zijn mond dicht omdat hij eveneens betwijfelde hoe justitie met zijn veiligheid zou omspringen. Dat kon ik deze getuige niet eens kwalijk nemen.

En daarna? Het OM moest daar weer even over nadenken om niets meer te laten horen. Zelf was ik aangeland bij niveau kookpunt. Mijn cliënten zaten onderhand met deuk vijf, zes en nog veel meer.

We waren er nog niet. De coronacrisis brak aan. In deze zaak was niets mogelijk zolang corona nog in volle omvang aanwezig was. Na een jaar kwam er bericht van het OM. De kern van de boodschap? Het Openbaar Ministerie liet weten het gerechtshof te verzoeken om ermee te stoppen. Volgens het OM ligt de zaak nu al zolang stil dat het geen zin heeft verder onderzoek te doen.

De zoveelste deuk.

Kansloos

Recent stonden we dus weer bij het hof. Het OM kreeg gelijk. Na ruim vijf jaar is het onmogelijk nog iets te doen in deze zaak, nu de getuigen verdwenen zijn of niets meer willen of kunnen verklaring. Tijdens de zitting haalde ik met rode vlekken in mijn nek uit over de werkwijze van het OM en de farce die deze artikel 12-procedure is geworden. Ik zie in dat we nu kansloos zijn, maar dat alles is met ‘dank’ aan het OM.

Ik ben de tel kwijt hoeveel deuken mijn cliënten hierdoor hebben moeten incasseren.

Wat resteerde was een excuses van de officier van justitie die oprecht haar werk doet, maar niet meer recht kon maken wat krom is. Het OM had het inderdaad laten liggen, gaf ze toe, en had de zaak serieuzer en voortvarender moeten oppakken.  

Dat was het dan.

Verwerpelijke

De verdachten hoeven geen verantwoording voor hun verwerpelijke daden bij de rechter af te leggen. Het mag duidelijk zijn dat dit meer dan onwenselijk is.

Foto ter illustratie. Afbeelding van Foundry Co via Pixabay

Mijn cliënte heeft chronisch letsel opgelopen en is met haar moeder volledig door de autoriteiten in de steek gelaten. Klap op klap hebben deze mensen te verduren gekregen. Hun zwaar geschonden vertrouwen in de overheid wordt nooit meer hersteld.

Zelf heb ik door deze zaak ernstig getwijfeld of ik zulke machteloosheid nog wel langer kan en wil bevechten. Maar als slachtofferadvocaten dat niet doen, wie dan wel?

*Lees ook Nelleke’s vorige column over de zaak van het omgebrachte meisje Hümeyra.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.