Mishandeling: een complex vraagstuk in rechtbank

581
De auteur van deze column, Rachella Szafranski, is werkzaam als slachtofferadvocaat.

Met mishandelingen word ik als slachtofferadvocaat voortdurend in mijn praktijk geconfronteerd. Mishandelingen kunnen behoorlijk complexe juridische vraagstukken opwerpen. Ik merk steeds vaker dat met name één vraag nagenoeg altijd tot discussies leidt. Dat is de vraag die betrekking heeft op de aard, de ernst en de zwaarte van het letsel dat het slachtoffer heeft opgelopen. Is er sprake van zwaar lichamelijk letsel?

Afgelopen week stond ik een cliënt bij die slachtoffer is geworden van zo’n geweldsmisdrijf.

Hij werd door de verdachte in elkaar geslagen en geschopt tegen zijn hoofd en liep diverse breuken in zijn gezicht op. Steeds weer ben ik dan verbaasd over de vragen die gesteld worden om te komen tot een bewezenverklaring van het zwaar lichamelijk letsel.

Getrapt

Vragen als: “Met wat voor soort schoen werd er getrapt? Waren het kistjes, sandalen of sneakers? Met welke kracht is er getrapt? Op welk deel van het hoofd kwamen de schoppen terecht?”

Begrijp me niet verkeerd; ik snap dat zulke vragen gesteld moeten worden, maar is het al niet erg genoeg dat er tegen het hoofd wordt getrapt? Dat het hoofd als een voetbal wordt gebruikt? Ongeacht het schoeisel?

Het is algemeen bekend dat het hoofd een kwetsbaar – zo niet hét kwetsbaarste – onderdeel van het menselijk lichaam is. Bovendien valt het aan slachtoffers bijna niet uit te leggen waarom het een wel en het ander niet als zwaar lichamelijk letsel wordt aangemerkt.

Fundamentele

Toch zijn het fundamentele vragen, omdat de antwoorden een verhoogde strafmaat kunnen opleveren. Een eenvoudige mishandeling levert een maximale gevangenisstraf van drie jaar op, terwijl een eenvoudige mishandeling met zwaar lichamelijk letsel tot een maximale gevangenisstraf van vier jaar kan leiden.

De delictsomschrijvingen zoals die zijn opgenomen in het Wetboek van Strafrecht lijken op het eerste gezicht helemaal niet zo problematisch. Maar zoals vaker in het recht is het niet zo eenvoudig als dat het lijkt. De wettekst geeft aan: “een ziekte die geen uitzicht op volkomen genezing overlaat of resulteert in voortdurende ongeschiktheid tot beroepsoefening”.

Wijzer

Daar word je niet echt wijzer van. Volgens vaste rechtspraak is het aan de rechter om te beoordelen of er sprake is van zwaar lichamelijk letsel. Hoe moet de rechter die vraag beantwoorden? Hij is immers geen medicus. We weten allemaal dat het meten van pijn een subjectieve aangelegenheid is, maar toch komen vragen over letsel en pijn in strafzaken voortdurend aan de orde.

Ik vergelijk dat met de vraag die iedereen vast en zeker een keer is gesteld: “geef de pijn eens aan op een schaal van 1 tot 10?”. Wat ik ondraaglijk vind, wordt door een ander wellicht alleen als een vervelend gevoel ervaren. Je zou denken dat het simpelweg overleggen van een doktersverklaring voldoende is, maar dan ben je er nog niet.

Aangegeven

Gelet op de uiteenlopende vormen waarin lichamelijk letsel zich kan voordoen, kan er niet precies worden aangegeven wanneer letsel nu als zwaar wordt aangemerkt.

De Hoge Raad geeft in een overzichtsarrest een paar factoren waarop de rechter zijn beslissing baseert. Die drie basisfactoren zijn de aard van het letsel, de eventuele noodzaak en aard van medisch ingrijpen en tenslotte het uitzicht op (volledig) herstel. Een combinatie van die factoren is ook mogelijk, bijvoorbeeld wanneer er meerdere verwondingen zijn. Dan kan het letsel in zijn geheel worden beoordeeld.

De zaak, waarop de Hoge Raad zich baseert, betrof een mishandeling waarbij het slachtoffer enkele keren met een vuist in het gezicht was geslagen en gestompt, met als gevolg een gebroken kaak en een afgebroken tand.

Fracturen

Fracturen die een operatie vereisen, worden doorgaans aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel. Gebitsschade in beginsel niet, maar een ander oordeel is mogelijk mits dat wel goed wordt gemotiveerd.

Het ontbreken van uitzicht op herstel is volgens de Hoge Raad niet doorslaggevend. De genezingsduur is wel een relevante factor. Daarbij is tevens van belang in hoeverre er tijdens de genezingsduur sprake is van pijn en (fysieke) beperkingen. Ook restschade is relevant. Denk bijvoorbeeld aan littekens. ’s Lands hoogste rechtscollege kent gewicht toe aan het uiterlijk en de ernst van het litteken. Er wordt gekeken naar de mate waarin het litteken het lichaam ontsiert en of het litteken pijnklachten geeft of heeft gegeven.

Ik illustreer dat met een ander voorbeeld uit de praktijk. Het betreft opnieuw een mishandelingszaak waarbij het slachtoffer een blik bier tegen het hoofd kreeg gegooid door verdachte. Het slachtoffer liep een ernstige snijwond boven het linkeroog op. De wond moest worden gehecht en ontwikkelde zich tot een blijvend en ontsierend litteken. Daardoor moet het letsel worden aangemerkt als zwaar lichamelijk.

Interpreteren

De Hoge Raad heeft met deze rechtspraak de rechter een aantal aanknopingspunten geboden om te komen tot zwaar lichamelijk letsel. Het is iets, maar meer dan dat ook niet. Het blijft daarmee een kwestie van interpreteren. Ik ben benieuwd hoe de rechter mijn zaak van afgelopen week interpreteert. Over twee weken is de uitspraak bekend.

*Lees ook de vorige column van slachtofferadvocaat Rachella Szafranski: ‘Marteling van slachtoffer lijkt slechte maffiafilm’.

Steun de website Femke Fataal

Vond je dit een goed artikel? Laat dan je waardering blijken met een kleine bijdrage. Je kunt me ook met een vaste, maandelijkse bijdrage steunen. Dan kan ik onderzoek doen en schrijven en kun jij mijn verhalen blijven lezen. Dankjewel!

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Vul alstublieft uw commentaar in!
Vul hier uw naam in

Deze site gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.