Ineke Fleurke: nóg een verdwijning met een spoor naar Iraanse crimineel

De Groningse Ineke Fleurke (29) raakte in het verleden onder zeer verdachte omstandigheden vermist. Net als bij de verdwijning van Jolanda Meijer is er in dit dossier een spoor naar een criminele, Iraanse asielzoeker dat nooit door de politie werd onderzocht.

Wat is er aan de hand bij de Groningse opsporingsdiensten dat deze Iraanse vrouwenhaters kennelijk niet mogen worden opgespoord? Een reconstructie.

‘Ineke was geen prostituee’

Ineke Fleurke wordt vaak in één adem genoemd met verdwenen en omgebrachte Groningse tippelaarsters. Maar Ineke was allerminst een prostituee.

“Ze was weliswaar verslaafd maar leidde ondanks al haar ellende een zo geregeld mogelijk leven”, vertelt Inekes moeder Corrie, als ik haar jaren terug interview voor De Telegraaf. “Mijn dochter heeft haar lichaam nooit in ruil voor drugs of geld aangeboden.”

Net als Jolanda Meijer lijkt Ineke van de aardbodem te zijn weggevaagd. Verdwenen en nooit meer teruggevonden. En net als in de zaak van Jolanda is er ook in dit dossier een spoor naar een gewelddadige, Iraanse crimineel. Een spoor dat volgens toenmalige coldcaserechercheurs in Groningen niet is nagetrokken terwijl dat wel had moeten gebeuren.

Zonnig

Lang voordat ze in problemen raakte, was Ineke volgens haar moeder een zonnig en onbekommerd meisje. Terugkijkend op Inekes jeugdjaren: “Gemoedelijk, lief en ook vrolijk. Ze was bovendien een heel makkelijk kind.”

Op de lagere school doet de kleine Ineke het goed. Ze is populair bij haar klasgenootjes en heeft drommen vriendinnetjes om zich heen. Maar op de havo lukt het haar niet om mee te komen. Op latere leeftijd weet Ineke alsnog door het behalen van certificaten haar diploma te halen. Maar haar lot lijkt te zijn bezegeld als Ineke verslaafd raakt aan drugs. Ze komt daar niet meer vanaf.

Aanvankelijk weet de Groningse haar verslaving lang verborgen te houden door alleen te gebruiken als haar familie er niet is. Rond haar 21e slaat Ineke haar vleugels uit. Ze woont eerst een tijdje samen met een student. Ineke doet dan het huishouden, terwijl haar vriend zich bezighoudt met zijn studie. Een relatie die uiteindelijk geen stand houdt.

Afglijden

Haar ouders zien hun dochter steeds verder afglijden als Ineke ook naar harddrugs grijpt. Corrie Fleurke: “Afschuwelijk om dat mee te maken. We hebben er onvoorstelbaar veel verdriet om gehad. Ooit belde de politie om te melden dat Ineke van straat was geplukt omdat ze iets verkeerds had gebruikt. Ze was volledig in de war en had allerlei zware afkickverschijnselen. Ineke heeft toen weer een tijdje bij ons thuis gewoond.”

Uiteindelijk vertrekt de jonge vrouw naar Groningen-stad. En daar gaat zij haar ondergang tegemoet als ze de Iraanse crimineel S. tegen het lijf loopt en een relatie met hem krijgt.

Doden

Corrie had niets met S. op. “Hij kwam weleens bij ons langs. Ik kreeg altijd de rillingen van die man. Ooit maakte hij de opmerking in zijn thuisland iets te hebben gemaakt van riet waarmee hij iemand kon doden. Heel eng. In zijn gezelschap voelde ik me bepaald niet op mijn gemak.”

Op dinsdag 4 oktober 1994 belt Ineke nog met haar ouders. “Ze zei dat haar wasmachine kapot was”, vervolgt haar moeder. “Ik antwoordde dat we nog op pad moesten en even zouden langsrijden om haar was op te halen.”

De schrik slaat Inekes ouders om het hart als zij de woning van hun dochter aan de Populierenlaan binnenstappen. Niet eerder hebben zij hun dochter in zo’n vreselijk staat gezien.

Blauw geslagen

Ineke zit aan tafel. Ze is volledig van de kaart en rookt de ene na de andere sigaret. In een poging haar beide blauw geslagen ogen te verbergen, draagt ze een zonnebril.

Ineke is niet erg spraakzaam. Corrie: “Ze vertelde alleen dat S. haar had geslagen. Ontzettend verdrietig was ze. Ze sloeg huilend haar armen om me heen en zei dat ze heel erg eenzaam was. We vroegen haar om met ons mee te gaan, op voorwaarde dat zij zich zou laten behandelen. Dat wilde Ineke niet.”

Het ouderpaar constateert dat er sprake moet zijn geweest van excessief geweld. Ineke is gewond, haar bril is kapot, alle ramen van het huis zijn ingegooid en ook in huis is de boel kort en klein geslagen.

Bloed

Later horen de ouders van een getuige dat er bloed aan de deurpost van Inekes flat kleefde.

“Het werd ons verder duidelijk dat veel spulletjes van Ineke waren verdwenen. Haar kamer was veel kaler en leger dan anders. Er ontbrak van alles.”

Het is de laatste keer dat Corrie en haar man hun dochter zien. Vanaf die oktoberdag in 1994 laat Ineke niets meer van zich horen. Omdat dat weleens vaker gebeurde, slaat de familie niet onmiddellijk alarm. Maar Ineke blijft weg waarop onrust omslaat in angst. “We vernamen helemaal niets meer van haar en dat klopte gewoonweg niet.”

Niemand

Niemand weet waar hun dochter is gebleven. Uiteindelijk stappen de ouders naar de politie. Ze vertellen er wat ze weten: dat hun dochter ernstig is mishandeld door haar Iraanse vriend, dat er veel schade was in haar woning en dat Ineke daarna niet meer is gezien.

De politie onderneemt ondanks al die verdachte omstandigheden niets. Jaren later stappen de ouders opnieuw naar het politiebureau. Tot hun verbijstering horen Corrie en haar man dat er zelfs geen aangifte van de vermissing op papier is gezet. Iemand zou de politie hebben gebeld dat Ineke weer terecht was, een verhaal dat niet door de politie werd gecheckt.

Opnieuw benadrukken de ouders hoe alarmerend de situatie rond Inekes vermissing is. En wéér blijft het daarna stil.

Informatie

In 2001, wanneer toenmalig rechercheur Dick Gosewehr en politiepsycholoog Harrie Timmerman werkzaam zijn bij het coldcaseteam van de Groningse politie, komt er plotseling informatie over Ineke bij hen binnen.

De gegevens zijn afkomstig van kennissen van Inekes ouders. Zij verbazen zich erover dat er nooit een politieonderzoek naar de verdwijning kwam, terwijl de zaak van Jolanda Meijer wel regelmatig in de belangstelling staat.

Niemand bij het coldcaseteam blijkt ooit van Ineke Fleurke te hebben gehoord. Dick Gosewehr: “We ontdekten dat haar verdwijning niet in het systeem was gemeld. Er was geen dossier te vinden. Er stond zelfs helemaal niets over de zaak op papier. Dat is gezien de achtergronden in deze zaak ronduit verbijsterend.”

Getuigen

Dick gaat vervolgens met de zaak aan de slag. Met een collega hoort hij in die tijd een aantal getuigen: de ouders en enkele kennissen van Ineke.

“Alle vingers wezen naar S. Deze Iraniër bleek in dezelfde tijd naar Groningen te zijn gekomen als Z., de Iraniër wiens naam wordt genoemd in het dossier-Jolanda Meijer. Beiden kenden elkaar, waren bevriend en bleken in 1994 betrokken te zijn geweest bij een steekpartij in Groningen. Daarbij waren een dode en zwaargewonde gevallen.”

Over S. is bovendien meer in de politiesystemen terug te vinden. Opnieuw heeft dat te maken met geweld tegen een vrouw.

Ontvoerd

“De Iraniër bleek eerder een jonge studente te hebben ontvoerd”, vervolgt Dick. “Deze vrouw stond bij een van de uitvalswegen van de stad Groningen te liften en was bij S. ingestapt. De studente kreeg argwaan, omdat S. zonder uitleg de snelweg verliet. De Iraniër weigerde bovendien te stoppen toen zij daarom vroeg.”

Uiteindelijk had de doodsbange vrouw kans gezien te ontsnappen. Op een binnenweg in de buurt van Dalfsen wist ze uit de rijdende auto van S. te springen en alarm te slaan bij een boerderij.

De zaak kon worden opgelost omdat de studente bij een tankstop het kenteken van de auto van S. had genoteerd. De Iraniër werd korte tijd later aangehouden. Hij kreeg anderhalf jaar cel.

Horrorverhaal

Daar blijft het niet bij. Dick traceert in 2001 eveneens een vroegere vriendin van S. Ook zij vertelt een horrorverhaal.  

“S. bleek een kind bij haar te hebben verwekt dat hij als zijn persoonlijke eigendom beschouwde. Al tijdens de relatie had S. zijn vriendin voortdurend mishandeld en gedwongen tot gewelddadige seks. Dat ging door nadat hun relatie was verbroken. Ook toen de vrouw op zichzelf woonde, diende ze dag en nacht voor S. klaar te staan en werd zij door hem mishandeld en verkracht.”

De vrouw is dusdanig bang dat zij geen verklaring tegen S. wil afleggen bij het Groningse coldcaseteam. “Maar ook haar getuigenis geeft wel aan hoe groot de noodzaak is om in de zaak-Ineke Fleurke een onderzoek tegen hem in te stellen.”

Seriemoordenaar

En dan is er nog de link met seriemoordenaar Henk S. aan wie de Iraniërs S. en Z. drugs zouden hebben geleverd. Henk S. werd in 2000 opgepakt en veroordeeld wegens de moord op Anne de Ruyter de Wildt en Annet van Reen. Tijdens een van de verhoren versprak de seriedader zich. Hij gaf aan nog een derde moord te hebben gepleegd. Vrijwel zeker in het bijzijn van een van de twee Iraanse misdadigers: S. of Z.

Net als in de zaak-Jolanda Meijer is het Iraanse spoor in de zaak-Ineke Fleurke nooit nagetrokken. Er kwam geen enkel vervolgonderzoek op de rapportage van Dick Gosewehr. Dat heeft nagenoeg zeker te maken met het gedwongen vertrek van Dick en zijn collega Harrie Timmerman. Nadat beiden grote misstanden in de opsporing in de openbaarheid brachten, dienden zij de politieorganisatie te verlaten. Sindsdien is er niets met hun coldcase-rapportages gedaan.

Wanhopige

In 2012 spreekt Dick opnieuw met Corrie Fleurke. Hij is dan al jaren weg bij de politie en wordt door de wanhopige moeder van Ineke benaderd.

“Haar man was toen al overleden”, kijkt hij terug. “Bij het gesprek was ook een zus van Ineke aanwezig.”

De twee vrouwen geven aan het te begrijpen dat de politie niet elke vermissing kan oplossen. “Maar dat de politie de verdwijning van Ineke nooit serieus heeft willen oppakken, stuitte vanzelfsprekend op onbegrip”, vervolgt oud-rechercheur Dick Gosewehr. “De familie Fleurke heeft het idee gekregen dat niemand bij de politie zich om Ineke bekommert. Ik heb naar hun verhaal geluisterd, maar kon helaas niets meer doen. Op zulke momenten schaam ik me dat ik ooit tot de politieorganisatie heb behoord.”

Onzekerheid

Een jaar later vertelt Corrie Fleurke me hoe de onzekerheid haar familie in de greep bleef houden. “We hebben altijd gehoopt dat de zaak zou worden opgelost. Niet dat we Ineke daarmee terugkrijgen. Maar het blijft belangrijk dat haar moordenaar wordt opgespoord. Hij kan immers elk moment opnieuw toeslaan.”

Anno 2020 heeft de familie volgens een broer van Ineke rust gevonden in uitlatingen van een paragnost. Dat is uiteraard fijn voor de nabestaanden die jarenlang onder een enorm verdriet gebukt gingen. Maar de moordenaar van Ineke Fleurke wist de glazen bollenkijker uiteraard niet op te sporen.

Deze dader loopt nog altijd vrij rond.

*Lees ook het verhaal over de verdwenen Jolanda Meijer waarin Iraniër Z. – een vriend van S. – opduikt.

De AVG, wat doet de overheid ermee?

0

Soms zijn ze meelevend. Maar vaker kijken voorbijgangers geamuseerd toe als ik met tassen vol dossiers – soms zwikkend maar toch enigszins elegant – tracht mijn weg naar de rechtbank te vervolgen.

In een nagenoeg volledig digitale samenleving wekt dat gezeul met paperassen bevreemding. Vaak wordt mij door ondernemers gevraagd waarom ik niet alleen mijn MacBook bij me heb, wanneer ik wat dichtbij hun kantoor wil parkeren vanwege hun papieren dossier.

Na het grote fiasco van het project-KEI (Kwaliteit en Innovatie) zijn we enigszins terug bij af. Dat betekent dat de procespartijen in de strafrechtketen weer worden overstelpt met dozen papier. Ik betreur dat overigens niet. Het blijft heerlijk om met een marker en plakkertjes een dossier analyseren.

Veiligheidsrisico’s

De papiermassa brengt echter de nodige veiligheidsrisico’s met zich mee. Legio voorbeelden van officieren van justitie en rechters die in het verleden dossiers in de trein lieten liggen. Of neem nu het incident waarbij strafdossiers in een moordzaak uit de kofferbak van een collega-advocaat werden gestolen.

De Orde van Advocaten stelt terecht stringente voorwaarden aan advocaten om zulke onwenselijke incidenten te voorkomen. Die regelgeving zorgt voor hoge kantoorkosten. Ook na afloop van megazaken moeten alle paperassen immers op de juiste, gecertificeerde wijze worden vernietigd.

Daarnaast zijn waarborgen ingebouwd om digitale gegevens zoveel mogelijk te beschermen. De ratio is dat niemand wil dat privacygevoelige gegevens op straat komen te liggen.

AVG

Sinds 25 mei 2018 is de Wet bescherming Persoonsgegevens overgegaan in de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG). Het gaat om Europese regelgeving die versterking en uitbreiding van privacy-rechten behelst. Bij overtreding kan dat leiden tot sancties van maar liefst twintig miljoen euro of vier procent van je wereldwijde omzet indien je je niet houdt aan de nieuwe privacywetgeving.

Iedereen dient zich aan deze omvangrijke en opgelegde regelgeving te houden. Dat veroorzaakte nogal wat paniek bij kleine zelfstandigen en bijvoorbeeld sportorganisaties die door vrijwilligers worden gerund.

Zomaar wat foto’s op social media zetten over een mooie voetbalwedstrijd kan een overtreding opleveren. En gemakshalve je contacten in cc bij een leuke nieuwsbrief zetten, mag dat nog wel? De nieuwe regelgeving heeft tot heel wat spanningen geleid én, vrijwel zeker, tot meer bewustzijn.

Overheid

Ook de overheid moet zich aan de AVG houden. Zij is tenslotte bij uitstek de hoeder en bezitter van een ongekende hoeveelheid data die vanaf geboorte tot overlijden over een ingezetene van ons land worden verzameld.

Maar de overheid houdt zich niet aan de richtlijnen. Het is angstaanjagend hoe nonchalant het ambtenarenapparaat met privacygevoelige data omgaat. Laat ik maar zwijgen over de Belastingdienst en de manipulaties in de toeslagenaffaire. Ik kijk vooral naar het Ministerie van Veiligheid en Justitie.

Romafamilie

Een voorbeeld. Medio 2018 nam ik de verdediging over van een Romafamilie in Rosmalen. Deze familie was in eerste aanleg veroordeeld wegens witwassen van miljoenen euro’s middels huizentransacties.

Naarmate het onderzoek vorderde, rezen vragen over de aanvang van het strafrechtelijk onderzoek. Was de verdenking echt zo eenvoudig? Waarom dan zo’n grote actiedag onder leiding van een officier van justitie die zich nooit met winkeldiefstalletjes bezighield maar altijd aan grote onderzoeken was verbonden?

Er zouden dossiers zijn, verhuisdozen vol zelfs, die de feitelijke aanleiding van het onderzoek vormden en die ook waren ingezien door de raadslieden in eerste aanleg.

Burger

Dozen vol met de meest privacygevoelige gegevens die er maar verzameld kunnen worden over een burger… We hebben het dan over justitiële documentatie, gegevens over naam, adres en woonplaats en zelfs over informatie over godsdienst, gezinssamenstelling en genoten opleidingen. 

Juridisch gezien kunnen gegevens over de start van het onderzoek een heel ander licht op de zaak werpen. De rechters in eerste aanleg kunnen immers op het verkeerde been zijn gezet.

In een hoger beroep moeten de raadsheren bij het gerechtshof zulke informatie uiteraard kunnen controleren. Maar ondanks de vele inspanningen van de verdediging (onder toewijzing van het Hof) zijn de verdwenen dozen nooit boven water gekomen.

Het OM zegt dat ze er niet meer zijn. Getuigen verklaren dat zij de verhuisdozen zeker niet vernietigd of gearchiveerd hebben. Verder blijft het oorverdovend stil.

Datalek

Er wordt geen enkele actie ondernomen om dit kennelijke datalek op te helderen en interne processen nader aan de kaak te stellen.

Inmiddels hebben wij als advocaten aangifte gedaan van obstructie van de rechtsgang. Het OM ziet echter geen enkele reden om de rijksrecherche onderzoek te laten verrichten.

De kwestie ligt in het kader van een beklagprocedure weer bij het gerechtshof. Bovendien hebben we een klacht ingediend bij de Autoriteit Bescherming Persoonsgegevens. Het OM heeft namelijk niet binnen de gestelde termijn van 72 uur (na ontdekking door de raadslieden) melding gemaakt van vermissing van de strafdossiers.

Ik ben benieuwd of het OM zich in deze casus net zo streng opstelt naar een overheidsorgaan als naar de kleine zelfstandige of de sportbestuurder die worstelt met de AVG.

*Meer lezen van strafrechtadvocaat Esther Vroegh? Kijk dan hier.

Zijn alle sporen in verdwijningszaak Jolanda Meijer wel onderzocht?

De vermissing van Jolanda Meijer, een verslaafde prostituee uit Groningen, staat weer even in de schijnwerpers.

De zaak voert terug naar 1998 toen de 34-jarige vrouw vrijwel zeker werd vermoord. Haar lichaam werd niet gevonden, de zaak bleef onopgelost.

In de coldcasekalender van de politie staan een foto en een paar regels over Jolanda.

Die kalender – verspreid in een oplage van amper drieduizend stuks – is het nieuwe toverwoord. Zo kan de politie immers met droge ogen beweren ‘dat aandacht aan cold cases wordt besteed’. Zo wordt bovendien de schijn gewekt dat onderzoeksteams alles op alles zetten om zaken op te lossen. In werkelijkheid wordt alleen gewacht op tips. Maar een gouden tip komt zelden of nooit zomaar aanwaaien.

Met die kalender is in dit geval nog iets aan de hand. ‘Zaterdag 7 februari 1998 is de laatste dag dat Jolanda Meijer is gezien’, staat er. En dat is volgens getuigen en voormalige coldcase-rechercheurs pertinent onjuist.

Aandacht

In het verleden deed ik wat onderzoek naar deze zaak. Jolanda’s moeder Tiny bleef altijd aandacht vragen voor haar vermiste dochter. Ik wilde haar daarbij helpen en schreef enkele reportageverhalen over Jolanda in De Telegraaf.

Toen al bleek dat de verdwijningsdatum van 7 februari wordt betwist. Anno 2020 is dat niet anders. “Ik kwam Jolanda weken nadien nog tegen’, zegt Saskia van Teijlingen, een vroegere vriendin van Jolanda. “Ik heb dat steeds gezegd en daar blijf ik bij.”

Oud-rechercheur Dick Gosewehr die in het verleden met politiepsycholoog Harrie Timmerman deel uitmaakte van het Groningse coldcaseteam, sprak in zijn politietijd uitgebreid met deze getuige. Volgens Dick en Harrie zijn er goede redenen om Saskia’s waarnemingen serieus te nemen.

Bovendien zijn er meer getuigen die zeggen Jolanda in maart 1998 nog te hebben gesignaleerd. Waarom houden politie en justitie dan zo krampachtig aan de zevende februari vast?

Zelfkant

Eerst een terugblik op deze slepende verdwijningszaak.

Jolanda heeft zich altijd aangetrokken gevoeld tot de zelfkant van de maatschappij, vertelde haar moeder Tiny me jaren terug tijdens een interview. Ze was de oudste van Tiny’s dochters. Als tiener al was Jolanda vaker in de stad dan in de schoolbanken te vinden.

“Ze was een zorgenkind”, zei Tiny. “Zo haalde de politie haar ooit uit huis bij een stel grote drugscriminelen. Zulke dingen. Soms gingen we samen naar de stad. Dat was leuk. Mijn oudste dochter was een gezellige griet om mee te praten. Een echte geinponem. Maar steeds kwam ze aan met mannen van wie ik dacht: jeminee, ga je daar mee om? Surinamers behangen met goud. Griezels. Maar Jolanda was niet bij hen weg te slaan.”

Ze belandde in kringen van verkeerde vrienden, waardoor het steeds verder bergafwaarts ging met haar. Jolanda’s toenmalige partner, met wie ze twee kinderen kreeg, introduceerde haar uiteindelijk in de seksbranche en de wereld van hard drugs.

Clubs

Aanvankelijk werkte ze vooral in clubs. Later belandde Jolanda op straat, in de toenmalige tippelzone van Groningen. Het gevaar lag daar altijd op de loer.

Tiny nam de zorg voor Jolanda’s kinderen op zich toen haar dochter dat niet meer kon. Toch had Jolanda altijd omgang met haar kroost gehouden en steevast kaartjes en cadeautjes met verjaar- of feestdagen gestuurd.

De Groningse had volgens haar moeder talloze keren geprobeerd om van haar drugsverslaving af te komen.

“Ze wilde er ontzettend graag uit stappen en een gewoon leven leiden. Ik nam Jolanda dan in huis om af te kicken en ging met haar naar verslavingsklinieken die methadon verstrekten. We maakten goede afspraken. Maar helaas lukte het Jolanda niet om van de verdovende middelen af te blijven. Ze bleef in haar oude patroon vervallen. Dan ging ik haar weer opzoeken, op haar vast stekje in de tippelzone. Heel erg en frustrerend was dat. Ik had haar wel weg willen sleuren bij die viezeriken.”

Doodsbang

Een tijdje voor Jolanda’s vermissing zochten Tiny en haar echtgenoot, de in 2007 overleden Wim Meijer, hun dochter nog op in Arnhem. “Het was vreselijk”, herinnerde Tiny zich tijdens ons gesprek. “Ze huilde aan één stuk door en was doodsbang. Jolanda wilde ons niet vertellen wat er aan de hand was.”

Het paspoort van Jolanda Meijer.

Mogelijk werd een ripdeal haar fataal, want de Groningse tippelaarster deed letterlijk alles om aan drugs te komen. Er zijn echter ook andere scenario’s. Jolanda legde meermalen gedetailleerde verklaringen over drugscriminelen af bij de recherche. Dat terwijl haar onder doodsbedreigingen te verstaan was gegeven om vooral niet met de politie te praten.

Vlak voordat de blondine in rook opging, gaf ze ook tegenover anderen aan dat ze doodsbang was. Ze wilde, om die reden, zelfs een vuurwapen aanschaffen.

Garagehouder

Nadat Jolanda was verdwenen, concentreerde de politie zich aanvankelijk op een garagehouder die werd aangewezen als vermoedelijke dader. Tot Dick Gosewehr en Harrie Timmerman in de jaren 2003 en 2004 in de zijlijn van een heel ander onderzoek op de vermissing van Jolanda Meijer stuitten.

Hun onderzoek draaide onder anderen om de zeer agressieve Iraniër Z. die vaker geweld had gebruikt tegen vrouwen. Z. had zelfs zijn partner van een balkon gegooid waardoor deze vrouw zwaargewond was geraakt. Het bleek dat de Iraanse crimineel veelvuldig contact had met Jolanda Meijer. Alle reden dus om dit spoor na te trekken.

Bovendien blijkt er hard bewijs te bestaan voor de relatie tussen Jolanda en Z. Dick bestudeerde in het verleden onder meer de teruggevonden agenda’s van de verdwenen vrouw. Hij kwam er de naam van Z. verschillende keren in tegen.

“Jolanda noteerde zijn naam in 1994 tot vier keer toe in haar agenda”, licht de oud-rechercheur toe. “Bij de dag waarop de Iraniër jarig is, krabbelde ze eveneens zijn naam, aangevuld met het tekstje ‘Kado kopen’. In haar agenda van 1997 wordt Z. opnieuw een paar maal vermeld, het laatst op 2 oktober in combinatie met twee geldbedragen.”

Jacht

Het contact kan dus worden aangetoond. Was Jolanda geld aan Z. verschuldigd en kon zij dat bedrag niet opbrengen? Of had zij hem bestolen? Is de agressie van deze vrouwenhater haar uiteindelijk fataal geworden? Heeft Z. haar iets aangedaan en haar lichaam laten verdwijnen?

Van de tientallen mensen die in het onderzoek naar deze verdwijningszaak zijn gehoord, is er slechts één getuige die Z. noemt. Volgens deze getuige die pas later naar de politie stapte, heeft dat alles te maken met zijn gewelddadige inborst. De man zou veel mensen in de drugs- en prostitutiescene de stuipen op het lijf hebben gejaagd. Er zijn aanwijzingen dat hij over een langere periode jacht maakte op Jolanda Meijer.

In augustus 2009 schreef ik het verhaal van deze getuige in een krantenartikel op. Haar naam bleef destijds onvermeld, net als nu.

Eerst

De getuige leerde Jolanda in 1997 kennen. Ze wist heel zeker dat de relatie tussen Z. en Jolanda al jaren aan de gang was. Hoogstwaarschijnlijk ging het daarbij ook om een seksuele relatie.

Toen Jolanda een keer bij haar op bezoek was, had ze in haar bijzijn contact opgenomen met Z. Na afloop van dat gesprek noemde Jolanda volgens de getuige zijn voor- en achternaam. “Z. moet je niet voor de gek houden. Hij is heel erg agressief”, had Jolanda verder gezegd.

Kort erna kwam Z. naar Jolanda’s huis en begon hij ook aan de getuige persoonlijke vragen te stellen. Diezelfde dag leende de getuige Jolanda wat geld om drugs te kopen. Z. had daarop cocaïne op tafel gelegd en was weer verdwenen.

Later die dag gaf Jolanda haar een briefje met het adres van Z. “Mocht ik niet thuis zijn dan kun je me daar vinden”, zei ze erbij. Toen de getuige de volgende dag haar geld wilde ophalen, bleek Jolanda inderdaad afwezig. Ze was toen direct doorgereden naar het huis van Z.

Verkrachten

En daar liep het flink uit de hand. Z. had opengedaan en gezegd dat Jolanda binnen was. Maar eenmaal in huis bleek Jolanda in geen velden of wegen te bekennen. Vervolgens had Z. haar belaagd, aldus de getuige. Opeens stond ze oog in oog met de Iraniër die volgens haar gewapend was en probeerde haar te verkrachten.

Ze had er toen nooit aangifte van gedaan, tot haar spijt, maar later wel met de politie gesproken.

Kort na het angstige gebeuren was ze Jolanda opnieuw tegengekomen en had haar verteld wat haar was overkomen. Bij die gelegenheid had ook Jolanda een boekje over de Iraanse crimineel open gedaan.

Keel

Openhartig vertelde Jolanda toen dat ze meerdere keren met Z. naar bed was geweest en drugs van hem had gekregen. Tijdens de seks ging Z. vreselijk tekeer, kneep hij haar keel dicht en genoot hij volgens Jolanda van haar angst.

Jolanda vertrouwde de getuige bovendien toe enorm angstig voor hem te zijn. Ze beschreef de Iraniër als extreem gewelddadig.

Afbeelding ter illustratie. Image by Nino Carè from Pixabay

De getuige zei daarna nog niet van de Iraanse misdadiger af te zijn geweest. Gedurende de laatste maanden van 1997 zocht Z. haar voortdurend op en vroeg hij telkens weer waar Jolanda verbleef. In januari 1998 zag ze hem bij de tippelzone, waar hij opnieuw naar Jolanda informeerde. De weken erna zou de Iraniër haar ook telefonisch hebben benaderd om erachter te komen waar Jolanda uithing.

Politiekringen

In politiekringen is meer over Z. bekend. De Iraniër kwam begin jaren negentig met een tiental andere Iraniërs als ‘politiek vluchteling’ naar ons land. Ook anderen uit deze groep worden in verband gebracht met ernstige misdrijven tegen vrouwen. Eén van hen speelde mogelijk een rol in een andere, zeer onrustbarende verdwijning. Binnenkort volgt ook over deze zaak een artikel op Femke Fataal.

En er is meer. De naam van Z. wordt tevens in verband gebracht met misdrijven door seriemoordenaar Henk S.

S. werd eerder veroordeeld wegens de moord op de Groningse studente Anne de Ruijter de Wildt en de Utrechtse Annet van Reen. Tijdens politieverhoren sprak S. bovendien over een derde moord. Hij zou een onbekende vrouw hebben doodgeslagen en naar eigen zeggen hulp van een mededader hebben gekregen. Al langere tijd bestaat het vermoeden dat het een van de Iraniërs uit de groep van Jolanda’s vriend is geweest waarover Henk S. toen verklaarde.

Toeval

“Eigenlijk was het toeval dat we tijdens ons onderzoek op Jolanda Meijer uitkwamen”, herinnert Dick Gosewehr zich. “Dat gebeurde toen ik op een camping in Drenthe iemand ging horen. Ik ontmoette daar bij toeval ook getuige Saskia van Teijlingen die het nodige over Jolanda kon vertellen. Saskia had haar oude agenda’s nog. Ze had er de datum in geschreven waarop ze Jolanda voor het laatst was tegengekomen.”

Dat was rond 14 maart 1998 en bepaald niet op 7 februari 1998, zegt Saskia ook nu nog.

“Ik ben heel zeker van die datum. Ik kwam Jolanda tegen bij de supermarkt. Een filiaal van Albert Heijn in Vinkhuizen. We hadden een verjaardag te vieren, er kwam bezoek en ik wilde een taart kopen. Ik kende Jolanda al jaren en was in het verleden vaak met haar op stap geweest. Ze stond bij de kassa, ik herkende haar meteen. We hebben er nog een tijdje met elkaar gepraat.”

Toen Saskia kort erna van haar vermissing hoorde, vertelde ze naar eigen zeggen ook aan familieleden van Jolanda over haar ontmoeting in de supermarkt in maart. “Bovendien heb ik het destijds meteen gezegd tegen een politieman”, aldus Saskia. “Ook de jaren erna heb ik nog verschillende keren met de politie gesproken en herhaald wat ik heb gezien.”

Opgehaald

Saskia is zeker niet de enige die Jolanda Meijer na 7 februari 1998 nog heeft gesignaleerd. Zo zouden enkele mannen rond 22 maart drugs met haar hebben opgehaald en daarover een verklaring hebben afgelegd.

Volgens Harrie Timmerman hebben toenmalige klanten van heroïneprostituees op de tippelzone eveneens bijzondere meldingen gedaan.

“Zij hadden eind maart opgevangen dat een Groningse tippelaarster om het leven was gebracht. Dat was zeer kort ervoor gebeurd en niet in februari. Jolanda liet niets meer van zich horen in april, op de verjaardag van een van haar kinderen. Dit zijn dus allemaal sterke aanwijzingen dat haar tussen 14 maart en die verjaardag in april ’98 iets is overkomen.”

Dick Gosewehr legde destijds onder meer Saskia’s getuigenis en het spoor naar Z. vast in politieverslagen.

Analyse

“Ik heb in een analyse uitgewerkt wat we wisten over Z. met betrekking tot Jolanda. Saskia’s verklaring over de datum is van grote waarde omdat zij die in haar agenda had vastgelegd. Er was alle aanleiding voor de politie om hier nader onderzoek naar te doen. Ik weet niet wat er met de analyse is gebeurd, want niet lang erna ben ik bij de Groningse politie vertrokken. Ik vermoed dat het niet verder is uitgezocht.”

De politie Groningen weigert te zeggen of er rechercheonderzoek tegen Z. heeft gelopen en of de Iraniër is gehoord. “Dat is privacygevoelige  informatie”, wordt aangevoerd.

Over de datum van 7 februari 1998 luidt het commentaar van de zijde van de politie: “Er zijn meer getuigen die andere data noemen. Het is echter wetenschappelijk bewezen dat het menselijk geheugen na verloop van tijd wordt beïnvloed. 7 februari ’98 wordt door het coldcaseteam gehanteerd omdat die datum toetsbaar en onderbouwd is. Jolanda is toen gezien door de politie.”

Weinig

Het is maar goed dat dit niet de standaard is bij alle vermissingszaken. Anders zouden we in verdraaid weinig zaken weten vanaf welk moment mensen vermist zijn geraakt. Het zijn immers nagenoeg altijd familieleden, kennissen of onbekenden die zulke data verstrekken en zelden politieagenten. Nergens in het Handboek Vermiste Personen van de politie staat trouwens dat alleen verklaringen van politieagenten over verdwijningsdata serieus worden genomen.

Door een mogelijk onjuiste verdwijningsdatum aan te houden, kan het onderzoek naar de zaak-Jolanda Meijer ernstig worden geschaad, zegt Dick Gosewehr.

“Getuigen die belangrijke informatie kunnen hebben, kunnen daardoor op het verkeerde been worden gezet. Bovendien zijn scenario’s waaraan nog steeds wordt vastgehouden, uit te sluiten als de verklaring van Saskia van Teijlingen wel serieus wordt genomen.”

Seriemoordenaar

Eén daarvan is dat de vorig jaar overleden seriemoordenaar Willem van Eijk Jolanda Meijer zou hebben gedood. Van Eijk bekende in het verleden drie prostituees om het leven te hebben gebracht. Hij ontkende bij Jolanda’s vermissing betrokken te zijn geweest.

De seriemoordenaar kan daar uiteraard over hebben gelogen. Het is echter opvallend dat van zijn drie slachtoffers pakketjes met kleding zijn aangetroffen in de sloot achter zijn huis. Kleding van Jolanda Meijer zat daar niet bij.

Het hardnekkig gerucht, afkomstig van zijn ex-vrouw, dat Van Eijk Jolanda na haar dood aan de varkens voerde, valt te ontkrachten als de getuigenverklaring van Saskia van Teijlingen wordt meegewogen. Van Eijk had zijn varkens namelijk al ver voor 14 maart 1998 de deur uitgedaan, aldus voormalig politiepsycholoog Harrie Timmerman.

Reden

Volgens Saskia van Teijlingen is de hang om Van Eijk aan te wijzen als Jolanda’s moordenaar waarschijnlijk de reden dat haar verklaring als ontoetsbaar is weggezet.

“Een paar jaar geleden sprak ik de politie voor het laatst. Het werd me duidelijk dat de recherche denkt dat Van Eijk de dader kan zijn. Tja, zo is Jolanda’s vermissing natuurlijk eenvoudigweg af te ronden. Van Eijk is nu immers toch dood. Hij kan niets meer zeggen.”

Er is wellicht nóg een reden waarom de Groningse politie het Iraanse spoor en Saskia’s informatie wegwuift.

In mijn boek ‘Moordsporen, op zoek naar de waarheid achter cold cases’ beschrijf ik hoe Dick en Harrie in het verleden optraden als klokkenluider.

Dick onthulde in de pers een aantal ernstige fouten in een opsporingsonderzoek naar een zedenzaak. Harrie lichtte op zijn beurt in 2005 in het actualiteitenprogramma Netwerk toe hoe het bewijs tegen de onschuldig veroordeelde Kees B. in de Schiedammer parkmoord was gemanipuleerd.

Verlaten

De ontboezemingen bleven niet zonder gevolgen. Dick Gosewehr en Harrie Timmerman werden destijds allebei uit het Groningse coldcaseteam gezet en dienden de politieorganisatie daarna te verlaten.

Sinds die tijd zijn hun eerdere onderzoeken voor de politie ‘besmet’, vermoeden de twee. In diverse zaken is namelijk aantoonbaar niets meer gedaan met hun bevindingen.

* Zie ook het verhaal: Ineke Fleurke, nóg een verdwijning met een spoor naar een Iraanse crimineel.

Tbs, hoezo behandeling?

1

Een man die liefst veertien jaar in tbs-klinieken zat, stond vorig jaar centraal in een tv-documentaire. Met zijn behandeling was laat gestart. Deze patiënt was blijven ontkennen strafbare feiten te hebben gepleegd. Dat had wrijving en zelfs onthouding van zijn tbs-behandeling als gevolg gehad.

Een van de opvallendste en ook herkenbare quotes in die uitzending vond ik de uitspraak: ‘Het systeem kan nog zo goed zijn, je bent toch altijd afhankelijk van de kwaliteit van de uitvoering.’

Ook van mijn cliënten heeft een aantal tbs met dwangverpleging opgelegd gekregen.

Traject

Maar wat houdt dat nu eigenlijk in, zo’n traject? Veroordeelden met tbs worden van overheidswege verpleegd in een kliniek. De meeste patiënten zitten er jaren. Bij de therapie moet uiteraard worden ingezet op hun stoornissen en op het herhalingsgevaar. De rechter toetst om de paar jaar of de tbs moet worden verlengd.

Maar in mijn praktijk heb ik gemerkt dat die tbs-behandeling vooral de eerste jaren vaak ernstig achterblijft.

Dat gebeurde bijvoorbeeld bij meneer T., een van mijn cliënten. T. was in 2018 begonnen aan zijn tbs. Al snel werd ik door hem benaderd. Het bleek dat voor hem geen behandelplan was opgesteld en dat daardoor nog geen therapie op gang was gekomen.

Afspraken

Voor iedere tbs’er hoort in zo’n plan te zijn vastgelegd hoe er wordt gewerkt aan herstel en resocialisatie. Dat pakket aan afspraken is van groot belang, omdat het in grote lijnen het traject van de behandeling omvat. In de wet is vastgelegd dat het behandelplan drie maanden na binnenkomst van de patiënt klaar moet zijn.

Er waren heel wat klachten en brieven van onze kant nodig om dit voor meneer T. geregeld te krijgen. Uiteindelijk was het behandelplan pas na tien maanden gereed.

Meneer T. zat zijn behandelaren gedurende die eerste tien maanden bij voortduring achter de broek om iets van therapie te krijgen. Ook het opstarten van zijn verlof bleek nogal wat voeten in de aarde te hebben. Om de drie maanden is er over patiënten als meneer T. een overleg binnen de kliniek. Er wordt dan gekeken naar hun vooruitgang en de vraag of hun vrijheden kunnen worden uitgebreid.

Ziekte

Maar mijn cliënt kreeg geen cent duidelijkheid over zijn verlof. Ik besloot voor hem contact op te nemen met zijn behandelcoördinator. Toen ik de kliniek aan de lijn kreeg, werd me doodleuk verteld dat deze medewerker al wekenlang afwezig was wegens ziekte. Een vervanger was er niet eens.

Inmiddels verblijft meneer T. al bijna twee jaar in de tbs-kliniek en is er voor hem nog altijd geen zicht op verlof. De behandelcoördinator heeft inmiddels toegegeven dat de kliniek fouten heeft gemaakt.

Concreet gaat het om het te laat opstellen van het behandelplan en het te laat starten van passende behandeling door een tekort aan therapeuten. Ondanks een toezegging van de behandelcoördinator is ook nu nog steeds geen verlof voor meneer T. aangevraagd.

Rechter

Volgende maand ga ik met deze cliënt naar de rechtbank. Daar moet besloten worden of zijn tbs weer met twee jaar dient te worden verlengd. De rechters bekijken dan vooral welke vorderingen meneer T. heeft gemaakt. Bovendien moet antwoord komen op de vraag of hij een gevaar vormt voor de samenleving. Maar hoe moet de rechter dit in vredesnaam toetsen nu meneer T. zich nog niet heeft kunnen bewijzen op verlof?

De zaak van meneer T. staat bepaald niet op zichzelf. Inmiddels hebben zich bij mij meer tbs’ers met dezelfde problemen gemeld.

De beeldvorming over tbs’ers in ons land is ondertussen erg gekleurd. In de media verschijnen vrijwel uitsluitend berichten over tbs’ers die de fout zijn ingegaan.

Onnodig

In werkelijkheid zijn er veel meer tbs’ers die het goed doen maar die wegens een gebrek aan passende behandelingen en behandelaren niet vooruit komen. Het gevolg is dat zij onnodig lang in klinieken moeten blijven.

De oplossing ligt niet in het langer opsluiten van tbs’ers maar in het uitbreiden van de behandelcapaciteit en de personeelsbezetting in de klinieken.

Het gaat om verpleging van overheidswege. Dan wordt het wel tijd dat de overheid oog krijgt voor deze problemen!

*Lees ook de vorige column van strafrechtadvocaat Bo Maenen: tunnelvisie bij politie en OM.

Moordvrouwen in Nederland: ‘Nog steeds bang voor Marian D.’

‘Ik ben zo boos, ik ben zo kwaad. Nu voel ik zo weer dat ik Marian haat’.

Het zijn de beginregels van een gedichtje dat Annemarie, moeder van de omgebrachte Björn Jue, ooit schreef. In 2008 draagt ze het voor in de Rotterdamse rechtbank, bij het strafproces tegen de dan 25-jarige Marian D. en twee medeverdachten.

De woorden lijken Marian D. niet te raken. Strak kijkt ze voor zich uit.

Vrij

In de aanloop naar dit verhaal ontmoet ik Björns ouders, Annemarie en Hans Jue weer. Twaalf jaar later. Er is veel veranderd. En toch ook weer niet.

“Marian D. loopt allang weer vrij rond, haar straf zit erop”, vertellen de twee als we rond de tafel in hun appartement zijn gaan zitten. Het blijkt dat Marian ook een gebiedsverbod opgelegd heeft gekregen. Ze mag zich niet meer in de woonbuurt van Annemarie en Hans ophouden. “Toch hebben we altijd angst om haar toevallig op straat tegen te komen. Angst, ook voor onze eigen reactie. Want wat zouden we dan doen als we opeens weer oog in oog met Marian zouden staan?”

Het echtpaar is getekend door verdriet. Ik kan het van hun gezichten aflezen. De moord op hun 28-jarige zoon, een misdrijf dat ik destijds vanwege het zeer gewelddadige karakter in de krant de naam ‘Pernisser martelmoord’ gaf, heeft bij Annemarie een posttraumatisch stresssyndroom veroorzaakt. En dat ging niet over.

Bij Hans trok het drama eveneens diepe sporen. “Eigenlijk leven we elke dag met het gemis van Björn”, zeggen de nabestaanden.

Succesvol

Het verhaal over deze moord voert terug naar 2006. Björn, het oudste kind van Annemarie en Hans, heeft dan een succesvol telecombedrijfje. Hij woont in een appartement in het Emmahuis aan de Van der Sluysstraat in Rotterdam. Björn is op dat moment vrijgezel en onderhoudt een goed contact met zijn ex-partner met wie hij een zoontje in de kleuterleeftijd heeft.

Björn Jue

In de herfst van datzelfde jaar ontmoet Björn op zijn werk Marian D. uit Hoogvliet. De twee voelen zich tot elkaar aangetrokken en gaan ergens een borrel drinken. Terwijl ze toasten op het leven, laat Marian weten dat ze op zoek is naar woonruimte. Ze is door haar ouders uit huis is gezet.

“Marian was thuis niet meer welkom vanwege haar drugsgebruik en trok meteen bij onze zoon in”, kijkt Annemarie terug. “Aanvankelijk leek hun relatie soepel en plezierig te verlopen. Björn kookte, Marian hield de boel in huis schoon en deed boodschappen. We vonden haar wel een stevige en leuke meid die voor zichzelf kon opkomen en onze zoon dus aankon. Niet lang erna ontdekten we hoe ze werkelijk in elkaar zit.”

Doordringend

Dat gebeurt voor het eerst, vervolg Annemarie, als ze de nieuwe vriendin van haar zoon rond de kerstdagen van 2006 mee uit shoppen neemt. De twee keuvelen genoeglijk en bekijken ondertussen in boetiekjes de nieuwste feestmode. Maar plotseling draait Marian zich om en kijkt Annemarie doordringend aan.

“Als uit het niets begon Marian over Björn uit te varen. Ze maakte hem aan alle kanten zwart. Dat onze zoon verslaafd was aan gokken, dat soort dingen. Ik stond versteld van de leugens en kletspraat die ze ophing.”

Kort erna belt Björn zijn moeder op. Hij huilt. “Björn was erachter gekomen dat Marian tweeduizend euro van hem had gestolen. Hij was compleet van de kaart. Ik schrok me wild. Adviseerde mijn zoon om Marian onmiddellijk uit zijn huis te knikkeren en een punt achter die relatie te zetten. Daar wilde hij niets van weten. ‘Ik kan niet alleen zijn, mama’, waren zijn woorden, dat vergeet ik nooit meer. Korte tijd later bleek dat die griet met valse handtekeningen nog veel meer van Björns rekening had afgehaald. De bedragen liepen dik in de vijfduizend euro.”

Jaloezie

Ook tijdens bezoekjes door Marian gebeuren er volgens Björns vader en moeder bizarre dingen. “In een kast bij ons thuis lag een roosje van klei dat Björns ex-vriendin ooit had gemaakt. We zijn er zeker van dat Marian het een keer uit pure nijd of jaloezie heeft gepikt en meegenomen.”

De zaken lopen verder uit de hand als Marian Björn begin 2007 tegenover zijn ex beschuldigt van misbruik van hun zoontje. Deze vrouw gelooft dat verhaal en stapt naar de politie om Björn aan te geven wegens incest. De recherche pakt de Rotterdammer op en verhoort hem. Na een paar dagen staat Björn alweer op straat. Hij is vrijgelaten bij gebrek aan bewijs.

De jonge internetondernemer begint te beseffen hoe gevaarlijk zijn nieuwe liefde is. Wat hij niet weet, is dat Marian in het voorjaar van 2007 achter zijn rug om een volgende zet aan het bekokstoven is. Zeker zeven tot acht geheime rendez-vous heeft ze in die tijd met twee bevriende leeftijdsgenoten.

Scenario’s

Het gaat om havensjorder Walter A. en cocaïnedealer Jeffrey van S., beiden afkomstig uit Pernis. De drie bespreken bij die ontmoetingen verschillende scenario’s om Björn tijdens een roofoverval vele duizenden euro’s lichter te maken.

Afbeelding ter illustratie. Image by Ioannis Ioannidis from Pixabay

Ondertussen lopen de spanningen tussen Björn en Marian op tot het kookpunt en escaleren in een waar gevecht. Marian zou tijdens de worsteling een wond aan haar voorhoofd hebben opgelopen. Gekrenkt tot in het diepst van haar ziel pakt ze eind mei haar koffers en gaat weer bij haar ouders wonen.

En daar zint Marian op wraak.

Roof

De plannen om Björn een flinke smak geld afhandig te maken – gedacht wordt aan zo’n 15.000 euro – krijgen na de liefdesbreuk meer vorm. Bij metrostations in Hoogvliet en Spijkenisse overleggen Marian, Walter en Jeffrey hoe ze de roof gaan uitvoeren. Björn moet vooral ‘een lesje’ leren, vindt Marian. Had hij haar maar niet moeten slaan en zijn kind seksueel moeten misbruiken, houdt ze haar vrienden voor.

Omdat Björn hen alle drie kent, is de kans groot dat hij na de beroving onmiddellijk naar de politie zal stappen. Daar heeft Marian iets op bedacht. Ze heeft Björns laptop gejat en er – zoals zijn ouders later verklaren – bestanden met kinderporno opgezet. Een probaat chantagemiddel, mocht Björn vervelend gaan doen en met aangifte dreigen.

Stappen

Marian blijft zelf thuis, als Walter en Jeffrey op donderdagavond 15 juni 2007 op rooftocht gaan. Ze hebben Björn uitgenodigd, zogenaamd voor een avondje stappen met wat vriendinnen in het naburige badplaatsje Rockanje.

Jeffrey en Walter drinken eerst een biertje in een plaatselijk kroeg in hun woonplaats en rijden dan naar de Maasstad om Björn op te halen. Voelde de jonge Rotterdamse ondernemer toen al aan dat zijn leven aan een zijden draad hing? Volgens zijn ouders staat vast dat Björn die avond, vlak voordat hij met Jeffrey en Walter mee gaat, haastig het briefje schrijft dat de recherche later op zijn keukentafel vindt.

‘Als er met mij iets gebeurt, is Marian schuldig’, staat er.

Lijntje

De drie mannen gaan samen op weg. Walter beweert al snel dat hij zijn portemonnee is vergeten en nog even langs huis in Pernis moet. In Walters woning aan de Pastoriedijk in het centrum van het naargeestige industriedorp onder de rook van de Shell-raffinaderijen, snuiven de drie dan maar meteen een lijntje coke en slaan een pilsje achterover.

Het zijn de laatste ‘geneugtes des levens’ waarvan Björn zal proeven. Van het ene op het andere moment trekt Walter hem van de zitbank. ‘Hey, rustig aan’, roept de Rotterdammer die er dan nog van uitgaat dat Walter een geintje maakt.

De havensjorder draagt zijn werkschoenen met stalen neuzen en begint voluit op Björn in te rammen en te schoppen. Terwijl Walter vervolgens met zijn volle gewicht op Björns rug gaat liggen, omwikkelt Jeffrey hun slachtoffer zoals afgesproken met duct tape.

Orgie

Een orgie aan geweld breekt los in de dijkwoning. Een regen van slagen en schoppen, erop gericht om Björns pincode te ontfutselen.

Het aanhoudende gegil van het slachtoffer wordt gehoord door een buurman die Björn vanaf zijn balkon gekneveld in de woonkamer ziet liggen. De man slaat alarm slaat via 112.

Twintig minuten later zijn zes politiewagens ter plekke. De agenten nemen hun posities in en omsingelen het dijkhuis. Tot verbijstering van omwonenden doen ze het komende uur verder niets. De politie wacht op opgetrommelde versterking die dan de ‘stormram’ vergeet en ook weer versterking moet oproepen.

Het komt erop neer dat de agenten zonder hulptroepen niet naar binnen durven, een gegeven waar ik in die tijd als misdaadjournalist bij De Telegraaf bij toeval achter kom en een reeks kritische verhalen over schrijf.

Pincode

Terug naar die vreselijke martelmoord, in Pernis. Als de zwaargewonde Björn eindelijk zijn pincode heeft genoemd, loopt Jeffrey de woning uit om bij een betaalautomaat te gaan oogsten. Vlak voordat hij de deur dichtslaat, hoort hij nog net hoe de volledig ‘doorgesnoven’ Walter binnen tegen Björn krijst: “En nou moet jij godverdomme eens je bek houden!”

Op straat stuit Jeffrey op de ‘wachtende’ politiemannen. Tegenover de agenten beweert hij dat er in Walters huis alleen maar ‘iets van een geintje of zo’ gaande is.

Wanneer de politie eindelijk het pand binnenvalt, is het te laat voor Björn. De jonge zakenman uit Rotterdam bezwijkt kort erna aan ernstig letsel aan zijn nek, hoofd, rug en centraal zenuwstelsel.

Verwijten

De betrokken agenten die verzuimden om snel in te grijpen, gaan vrijuit. Het gerechtshof in Den Haag vindt dat de politiemannen niets te verwijten valt omdat ze niet konden weten of er wapens in het spel waren. Wel horen Annemarie en Hans Jue later dat de agent die de leiding had, is weggepromoveerd naar Brabant. “Dat was tenminste iets”, zeggen ze nu.

Walter, Jeffrey en Marian gaan wel de cel in. De drie worden in die tijd rap in de boeien geslagen. In hoger beroep krijgen ze op donderdag 18 juni 2009 respectievelijk twaalf, tien en vijf jaar gevangenisstraf opgelegd. Het gerechtshof in Den Haag vindt de straffen op zijn plaats vanwege ‘de wreedheid en de goede voorbereiding van het misdrijf.’

Berouw

Opvallend is dat Marian geen enkel moment berouw toont maar wel grote onverschilligheid tentoonspreidt. Tijdens de rechtszittingen komen veelzeggende details over haar aan het licht. Zo blijkt dat ze twee weken na de moord op Björn nog zijn banksaldo heeft gecheckt.

De rechters: “De meedogenloosheid, brutaliteit en ook de berekenende manier waarop medeplichtige Marian D. probeerde om het slachtoffer van geld te beroven, is ronduit schokkend.”

Voor Annemarie en Hans Jue is de straf die Marian kreeg, veel te laag. “Ze kon niet zwaarder worden gestraft, omdat ze zelf niet bij de moord op onze zoon aanwezig was. Maar Marian heeft wel alles bedacht en haar twee vrienden bewust met leugens opgejut. In onze ogen verdiende zij het om het langst in de cel te zitten.”

Onbekende

Walter en Jeffrey hebben later spijt betuigd, vertelt het ouderpaar. “Van Marian hebben we nooit meer iets gehoord. Wel kregen we, toen ze nog vastzat, ooit een telefoontje vanaf een afgeschermd nummer. Dat was vreselijk. De onbekende beller draaide een opname af met de stem van onze Björn, roepend om hulp. We kunnen het niet bewijzen, maar weten zeker dat ook dit weer een zieke streek was van Marian D.”

Marians toenmalige advocaat Bas van Riel zegt goed te begrijpen dat de nabestaanden graag een zwaardere straf voor zijn cliënte hadden gezien.

“Het standpunt van mijn cliënte zal onveranderd zijn”, aldus de advocaat. “Marian D. heeft destijds verklaard dat zij er slechts met Wouter en Jeffrey over had gefantaseerd hoe het zou zijn als Björns geld op hun rekeningen zou staan. Zij zei toen verder niets te hebben georganiseerd, laat staan opdracht te hebben gegeven. Volgens Marian D. was er alleen in grappige zin gepraat over het afhandig maken van geld.”

Ruim een jaar geleden had ik via Messenger even contact met Marian D. Ik vroeg haar of ze haar verhaal wilde vertellen. ‘Ik ben wel enigszins geïnteresseerd’, schreef Marian D. aanvankelijk terug. Daarna kwam er geen antwoord meer op mijn vragen.

*Een ander bloedstollend verhaal in de reeks Moordvrouwen in Nederland is hier te lezen.

De onderste steen boven krijgen

0

Mijn cliënte was daar al meer dan vijf jaar mee bezig geweest.

De politie had uitgebreid onderzoek gedaan naar het overlijden van haar moeder, maar kon niet met zekerheid vaststellen of mevrouw A. een natuurlijk of onnatuurlijk dood was gestorven.

De symptomen, vlak voor de dood van mevrouw A., waren velerlei. Van krachtverlies, extreme vermoeid- en dufheid, onrust en angst tot spierkrampen, misselijkheid, overgeven en zelfs bewustzijnsverlies.

De huisarts had twijfels geuit naar de familie. Zeker toen deze vrouw steeds zieker werd en plotseling stierf. Keihard bewijs voor vergiftiging of een andere onnatuurlijke doodsoorzaak was er echter niet. De familie had nog een forensisch expert ingeschakeld, maar ook dat had geen uitsluitsel gebracht.

Verdacht

De omstandigheden waren verdacht. Alles in de woning van mevrouw A. was schoongemaakt. Er lagen zelfs een nieuwe tandenborstel en kam, de oude exemplaren waren verdwenen. De meeste kleding bleek te zijn weggehaald. Wat nog wel in de kasten hing, was uitgewassen.

Wat ging er aan het overlijden vooraf?

Mevrouw A., die al flink op leeftijd was, had in de maanden voor haar dood zeer regelmatig bezoek gekregen van een tweetal personen uit haar nabije omgeving.

De twee kwamen zelfs zó vaak langs, dat de familie argwaan kreeg. Mevrouw A. had veel spaargeld. Haar naasten vermoedden dan ook dat de regelmatige bezoekjes van het duo een ander doel dienden. Bovendien werd duidelijk dat er van de inboedel van mevrouw A. steeds meer goederen vermist raakten.

Vervreemdde

Toen familieleden de oude dame hierop aanspraken keerde zij zich tegen hen. Mevrouw A. zei al die aandacht van het duo juist een verrijking te vinden. Langzaamaan vervreemdde ze steeds meer van haar vertrouwde omgeving en haar dierbaren.

Het verdachte duo regelde uiteindelijk zelfs haar uitvaart. Op de rouwkaart lieten de twee geen enkel familielid van mevrouw A. vermelden. Alleen hun eigen namen verschenen in de rouwtekst.

Mevrouw A. had altijd expliciet aangegeven dat ze begraven wilde worden. Tot grote schrik van haar nabestaanden werd ze echter gecremeerd. De vermoedens van de nabestaanden namen toe: het leek er wel op dat met de crematie alle sporen moesten worden gewist.

Knagen

Bij mijn cliënte was het blijven knagen. Voor haar was erg frustrerend dat verder onderzoek door de politie naar de dood van haar moeder werd gestaakt. Mijn cliënt heeft een zeer sterke intuïtie waar ze meestal blind op kan vertrouwen. Vooral na het overlijden van haar moeder was het gevoel gebleven dat zaken niet klopten.

Ze schakelde ons in om aanvullend onderzoek te doen. Er volgden interviews met direct betrokkenen, ook de notaris werd ondervraagd. Gelukkig kwam er medewerking, maar een heleboel vragen bleven onbeantwoord.

Vanwege de privacy kon de notaris niet alles met ons delen. Wel wilde een oud-collega van zijn kantoor ons iets meer vertellen. Zijn naam moest overal buiten blijven.

Amerika

Via een relatie in Amerika ontdekten we alsnog een andere mogelijkheid. Een forensisch expert die uit de as van een overledene kan halen of bepaalde gifstoffen zijn gebruikt. Met mijn collega hebben we op gepaste wijze en in het bijzijn van de familie een deel van de as meegenomen voor zulk onderzoek. Er was geregeld dat dit in Frankrijk kon gebeuren.

De verwachte middelen konden niet in de as worden aangetoond en het verdachte duo gaat nog steeds vrijuit. Toch is er voor de nabestaanden op een paar vragen antwoord gekomen. In het belang van het onderzoek geef ik daar nu nog geen informatie over.

Voor onze cliënte was de stress gedurende de afgelopen jaren te zwaar. Alles stond en staat nog steeds in het teken van het achterhalen van de oorzaak van het overlijden van haar moeder. Ze voelt zich als nabestaande daartoe verplicht. Maar de impact is enorm. Haar gezondheid heeft erg onder die druk geleden, zij moet nu eerst herstellen.

Lastige

Het zal een lastige kwestie worden om deze zaak tot een goed einde te brengen. Mocht dat lukken, dan heeft onze cliënte eindelijk rust.

Ondertussen spreek en zie ik haar nog vaak. Uit dankbaarheid maakt ze regelmatig heerlijke jam voor me. Ze is inmiddels een heel fijn en waardevol contact geworden.

Meer lezen van privédetective Herma Kluin? Dat kan hier.

Oud-politiedeskundige waarschuwt: nieuwe aanpak stalking onvoldoende

‘Geen volgende Hümeyra meer’, riep de Tweede Kamer vorige week in koor tijdens een debat met minister Ferd Grapperhaus. Dat ging over falende hulpinstanties en beloftes om stalking voortaan beter aan te pakken. Marcel Tiehuis, voormalig casemanager ‘potentieel gewelddadige personen’ bij de landelijke eenheid van de politie, zet echter stevige kanttekeningen bij de aanbevelingen door de Inspectie Justitie en Veiligheid.

“Belangrijke zaken laat de inspectie in haar onderzoek onbesproken. Zoals de vraag waarom eerdere richtlijnen op het gebied van stalking kennelijk niet door de politie in de Hümeyra-zaak zijn opgevolgd”, aldus de gepensioneerde politiedeskundige die het inspectierapport op verzoek van Femke Fataal bestudeerde.

“Cruciale aanbevelingen ontbreken. Bovendien blijven oude werkwijzen die niet functioneren, in tact. Als dat niet verandert, is het wachten op de volgende Hümeyra”, luidt bovendien de sombere voorspelling van Marcel Tiehuis.

Controleren

Grapperhaus kondigde onlangs aan ‘hoogstpersoonlijk de tien politie-eenheden in het land’ af te gaan. De bewindsman wil zo controleren of aangekondigde maatregelen om ernstige stalking te bestrijden, wel worden ingevoerd.

Precies op dat punt vraagt Marcel Tiehuis zich af waarom dat niet jaren eerder gebeurde. “Na de gelijkaardige stalkingsmoord op Linda van der Giesen in 2015 kwamen er al nieuwe richtlijnen. Waarom zijn die maatregelen toen niet binnen de politieorganisaties doorgevoerd?”

Linda van der Giesen

Linda van der Giesen werd in augustus 2015 door haar ex doodgeschoten op de parkeerplaats van een ziekenhuis in Waalwijk waar zij als verpleegkundige werkte. De 28-jarige vrouw had meerdere keren aangifte gedaan van ernstige bedreiging en stalking door haar vroegere partner. De politie was tevens gewaarschuwd dat haar ex vermoedelijk een vuurwapen in zijn bezit had.

Na de afschuwwekkende moord op de verpleegkundige deed de onafhankelijke commissie-Eenhoorn onderzoek. De onderzoekers stelden vast dat de politie na Linda’s aangifte teveel oog had gehad voor het strafrechtelijk traject. Niets was ondernomen om de ernstig bedreigde vrouw te beschermen.

Hümeyra

Dat herhaalde zich op 18 december 2018 in Rotterdam, toen de zestienjarige Hümeyra Ergincanli door haar voormalige vriend Bekir E. werd doodgeschoten op de parkeerplaats van haar school. Voorafgaand aan het drama was de doodsbange tiener liefst zes maanden lang vrijwel onophoudelijk door E. met de dood bedreigd en gestalkt.

Steeds deed het wanhopige meisje daarvan melding en aangifte bij de politie Rotterdam-Rijnmond. Zelfs na de melding dat E. een vuurwapen in zijn bezit had, kwam de politie niet in actie. E. werd niet opgepakt. Geen van de betrokken instanties voelde zich verantwoordelijk voor Hümeyra’s veiligheid.

Toen duidelijk werd dat politie en Openbaar Ministerie opnieuw grote fouten moesten hebben gemaakt, kwam er ook naar dit drama een onderzoek. De naspeuringen door de inspectie richtten zich op de toedracht en het handelen van politie, OM, reclassering en andere betrokken ‘ketenpartners’ zoals Veilig Thuis en het Veiligheidshuis.

Uitkomsten

“De belangrijkste uitkomsten zijn wat mij betreft dat de politie het patroon van de stalking door E. niet herkende”, vervolgt Marcel Tiehuis. “Op geen enkel moment is een risicotaxatie opgemaakt. Verder was er veel miscommunicatie, zowel bij de politie als bij andere ketenpartners.”

De ‘werkinstructie stalking’ en een instrument voor risicotaxatie genaamd Screening Assessment Stalking and Harassment (SASH) werden niet door de politie gehanteerd of waren nog niet ingevoerd. Verder bleek dat de betrokken instanties nauwelijks informatie met elkaar deelden en hopeloos versnipperd waren in het regelen van een aanpak.

Hümeyra Ergincanli

Marcel: “Groot manco is dat geen casemanager op de zaak-Hümeyra werd gezet: iemand die de regie heeft en voor alle partijen een aanspreekpunt is. Hoewel maar liefst vijftig politiemensen bemoeienis hadden met dit dossier, wist niemand wie verantwoordelijk was.”

Schokkende

In de schokkende opeenstapeling van fouten had met name het uitblijven van een risicotaxatie fatale gevolgen. Als er wél in kaart was gebracht hoe groot de gevaren voor Hümeyra waren, dan was volgens de inspectie zonder twijfel vastgesteld dat dat risico hoog was en waren er veiligheidsmaatregelen getroffen.

“Het zijn duidelijke conclusies die de inspectie trekt”, gaat Marcel verder. “Toch zijn er veel kanttekeningen bij te plaatsen. Zo omschrijft de inspectie het SASH-instrument als een risicotaxatie-model. Dat is niet juist. In werkelijkheid is het een screeningsmodel. Een eerste checklist bedoeld om stalking en het mogelijke risico te onderkennen.”

Iedere politieagent kan – ervaren of niet – zo’n SASH-checklist invullen. Daarmee is de politie er in ernstige stalkingszaken echter nog niet. Er dient tevens een échte risicotaxatie te volgen. In het inspectierapport is daar niets over terug te vinden.

Recherchepsychologen

Marcel: “Het onderzoeksrapport vermeldt evenmin dat elke regionale eenheid van de politie al enkele jaren twee of meer recherchepsychologen in huis heeft. Deze deskundigen zijn nu juist speciaal opgeleid en getraind in het maken van zo’n risicotaxatie bij stalking.”

Het Stalking Risk Profile dat ook de Nederlandse recherchepsychologen hanteren. In de zaak-Hümeyra werden deze politiedeskundigen niet ingezet.

De recherchepsychologen hanteren een internationaal erkend model, het zogeheten ‘Stalking Risk Profile’. Dat geeft een professioneel afgewogen oordeel over de risico’s én aanbevelingen voor het optreden bij ernstige stalkingszaken. “In de zaak-Hümeyra is geen gebruik gemaakt van het Stalking Risk Profile-model. De vraag waarom dat niet gebeurde, beantwoordt de inspectie niet.”

Beveiligen

De vroegere politiedeskundige wijst bovendien op het zogeheten ‘Stelsel bewaken en beveiligen’. Ook daarover zwijgt de inspectie in alle talen.

“In de circulaire bewaken en beveiligen – in 2004 uitgegeven door het Ministerie van Justitie – zijn aan de politie richtlijnen verstrekt hoe moet worden gehandeld bij een dreiging of bedreiging. Kort gezegd komt het erop neer dat een dreigingsinschatting moet worden opgemaakt door de coördinator conflict- en crisisbeheersing van de politie.”

Die inschatting beschrijft niet alleen de ernst van een dreiging maar ook de waarschijnlijkheid dat een dreiging wordt uitgevoerd.

Marcel Tiehuis: “Op basis van de uitkomsten dient de hoofdofficier van justitie vervolgens te besluiten of en hoe de bedreigde persoon moet worden beveiligd. Niets van dit al vermeldt de inspectie in haar onderzoeksrapport. Het is onduidelijk of de politie überhaupt deze richtlijn in de zaak-Hümeyra heeft gevolgd. Als dat niet zo was, is de vraag waarom dit niet gebeurde. Een vraag die onbeantwoord bleef.”

Het onderzoek toont aan dat de politie Rotterdam-Rijnmond de stalkingszaak buitengewoon ongestructureerd en versnipperd aanpakte.

Gemiste

“Van een professionele organisatie als de politie mag je verwachten dat er procesmatig wordt gewerkt”, vindt de voormalige politiedeskundige. “Er moet sprake zijn van een procesbeschrijving waarin taken, functies en verantwoordelijkheden duidelijk zijn omschreven. Hoewel er in het verleden initiatieven voor een gestructureerde aanpak van stalking zijn ontwikkeld, waren die niet geborgd binnen de politieorganisatie. Hoe dat kan laat de inspectie geheel buiten beschouwing. Een gemiste kans. Want antwoorden op zulke vragen kunnen inzicht geven in achterliggende problemen binnen de politieorganisatie.”

Ook op de aanbevelingen die de inspectie aan politie, OM en andere betrokken instanties doet, valt in zijn ogen het nodige aan te merken.

Toverwoorden zijn ‘betere samenwerking op basis van gezamenlijke verantwoordelijkheid’ voor alle betrokken organisaties en invoering van de ‘werkinstructie stalking’ en het ‘SASH-model’ bij de politie. Maar toereikend is dat volgens Marcel Tiehuis allemaal niet.

Oude

“Feitelijk blijft de oude werkwijze waarop de politie ex-partnerstalking aanpakt en waarvan is gebleken dat die niet functioneert, in tact. Ex-partnerstalking blijft bovendien vallen onder ‘huiselijke geweld’. Dat terwijl andere vormen van stalking en bedreiging via een andere route lopen. Ook de versnippering blijft daarmee in stand.”

Beter is het volgens hem om de aanpak van alle vormen van stalking en bedreiging ‘onder één dak’ te brengen. “Op die manier kan kennis, ervaring en expertise worden gewaarborgd.”

Een voorbeeld is de werkwijze die de landelijke eenheid van de politie al sinds jaren volgt in het optreden tegen stalkers die een bedreiging vormen voor politici, bewindslieden of leden van het Koninklijk Huis.

Succesvolle

“Daarin werkt een team bestaande uit informatiespecialisten, casemanagers, recherchepsychologen en GGZ-specialisten gestructureerd samen in het terugdringen van risico’s. Enerzijds is er dan het plan van aanpak. Anderzijds zijn er veiligheidsadviezen voor de bedreigde persoon. Een succesvolle methode waarover zowel de universiteit Maastricht als het WODC heeft gepubliceerd.”

Bij het Openbaar Ministerie dient volgens Marcel Tiehuis eveneens veel te veranderen om toekomstige stalkingsdrama’s te voorkomen.

“Er is bij het OM onvoldoende kennis en ervaring op het gebied van stalking. Net als bij andere vormen van criminaliteit is het wenselijk om officieren van justitie aan te wijzen die zich met stalking gaan bezighouden. Opnieuw lees ik daar niets van terug in het onderzoeksrapport.”

Het inspectieonderzoek naar de aanpak van stalking door Bekir E. is hier te lezen.

Emoties en geloofwaardigheid

Lieve Cleo,

Bij mij thuis wordt het nieuws over de bosbranden in Australië nauwgezet gevolgd.

De kinderen zien filmpjes van ternauwernood geredde koala’s en kangoeroes voorbijkomen en leven enorm mee. Al die dieren die niet gered konden worden, roerden zelfs tot tranen.

En in die huilbui kwam jij ook nog voorbij: hoe moet het nu met Cleo, is ze daar wel veilig? De situatie roept veel emotie op, over de hele wereld en niet alleen in mijn gezin.

Empathie

Emoties kunnen leiden tot empathie met het leed van mensen en dieren. Er wordt zelfs al geld opgehaald hier! Er is daarmee echter wel iets geks aan de hand. We vinden het vooral erg verdrietig als die dieren er heel schattig uitzien (ik heb nog weinig mensen het leed van giftige spinnen horen betreuren).

In het geval van mensen kunnen we meestal pas empathie opbrengen als we onze eigen verwachtingen over de situatie in de ander, het slachtoffer, herkennen.

In de misdaad werkt het niet anders. Sterker nog: als mensen aan onze verwachtingen voldoen, leven we niet alleen meer mee, maar vinden we ze ook geloofwaardiger.

Huilen

Zo is er laatst een onderzoek verschenen waarin werd aangetoond dat we slachtoffers van een verkrachting eerder geloven als ze huilen tijdens het doen van hun verhaal.

We vinden een vrouw die vertelt dat ze verkracht is veel geloofwaardiger als ze heel emotioneel overkomt (huilen, trillende stem) dan wanneer ze haar emoties beheerst, oogcontact houdt en met vaste stem een feitelijk verhaal vertelt.

Die emotionele reactie verwachten we namelijk. In werkelijkheid onderdrukken slachtoffers hun gevoelens vaak tijdens het doen van hun verhaal, meestal vanuit zelfbescherming.

Netflix

Dat mechanisme werd ook heel mooi in beeld gebracht in de serie ‘Unbelievable’ van Netflix.

Een van de slachtoffers van een serieverkrachter voldeed niet aan de verwachtingen van haar omgeving over hoe een slachtoffer zich zou horen te gedragen en werd uiteindelijk niet geloofd. Omdat ze anders was en anders reageerde, kon men het zich niet voorstellen dat wat ze vertelde echt waar was.

Het is belangrijk dat we beseffen wat onze verwachtingen en vooronderstellingen zijn over hoe mensen horen te reageren in heftige situaties. En dat we die soms moeten bijstellen. Je verdiepen in de ander is een betere start dan het hebben van een oordeel op basis van emotie. Dit alles om te zeggen dat ik het ook heel erg vind van de giftige spinnen, ook al huilt niemand om hen.

Lieve Bianca,

Spinnen, slangen, vogels, bijen, insecten…de lijst van getroffen aaibare, stekelige, giftige en slijmerige beesten is oneindig.

En dan hebben we het nog niet over de beesten die de komende maanden doodgaan omdat er nu niks meer voor ze te eten is. Het is vreselijk. De federale premier zei laatst dat hij de perceptie van de rest van de wereld over het (niet-bestaande) klimaatbeleid hier snel wil gaan beïnvloeden. Verbijsterend. Ook dit is een voorbeeld hoe de inhoud, wat er echt toe doet, ondergeschikt raakt aan het projecteren van een ideaalplaatje.

De serie ‘Unbelievable’ doet me denken aan een zaak waaraan ik jaren geleden werkte.

Toegetakeld

Een vrouw van 80+ was in haar woning mishandeld en verkracht. De feiten, zoals haar letsel, spraken voor zich. Ze was ernstig toegetakeld.

Toch had ik in eerste instantie aardig wat moeite om de rechercheurs te overtuigen dat dit een seksueel gemotiveerd delict was. Weet je waarom? Omdat die mevrouw in kwestie heel onaardig en onsympathiek was.

Ze huilde niet en was vooral heel kortaf. Ze voldeed niet aan het stereotype beeld wat men had van het lieve omaatje en men kon zich dus niet voorstellen dat iemand haar zou verkrachten. Dat had te maken met haar karakter, maar ook met haar leeftijd. Mensen kunnen zich niets voorstellen bij de verkrachting van oudere mensen, omdat ze die (zelf!) niet als seksueel aantrekkelijk beschouwen.

Geloofwaardigheid

Maar verkrachting en seksuele aantrekkingskracht zijn twee totaal verschillende dingen. Aan de geloofwaardigheid van de mevrouw werd getwijfeld. ‘Kon ze dit zichzelf hebben aangedaan?’, werd toen gevraagd.

Gelukkig werd dat scenario ook weer overboord gegooid, stortte het team zich op het onderzoek en werd de dader gevonden, aangehouden en later veroordeeld.

Het is me altijd bijgebleven als voorbeeld van hoezeer we beïnvloed worden door onze vooronderstellingen. Je weet dat ik de eerste ben die zal zeggen dat kritisch zijn belangrijk is, maar dat betekent ook kritisch zijn naar jezelf. Waarom denk je iets en waar is dat op gebaseerd?

En nu moet ik naar huis. Ik ben dan wel veilig, maar ik moet de ramen dicht gaan doen tegen de rook die weer neerdaalt op de stad.

Liefs, Cleo

Ook geïnteresseerd in de vorige bijdrage van deze recherchepsychologen? Die column kun je hier lezen.

Hoe identificeer en begraaf je je doodgeschoten vriend?

0

Als je vriend door een misdrijf om het leven is gekomen, dan duurt het even voor je zijn lichaam ‘terugkrijgt’. Dat wist ik niet toen ik Stefan verloor. Logisch trouwens. Zo vaak overkomt je dit niet.

Het stoffelijk overschot van Stefan moest eerst worden onderzocht door het Nederlands Forensisch Instituut. Pas toen dat onderzoek was afgerond, kon hij officieel worden ‘vrijgegeven’.

Omdat Stefan heel laat naar het AMC werd gebracht, sliep de officier van justitie al. Zijn lichaam mocht daarom nog niet naar het, door ons gekozen uitvaartcentrum. We mochten hem wel zien. Sterker, we hebben hem die avond in het AMC geïdentificeerd.

Die beelden staan op mijn netvlies gebrand.

Glazen

Ik had gedacht dat ik dan achter een glazen wand zou staan. Een arts of een andere medewerker, verwachtte ik, zou naar binnen lopen en een stuk van het laken wegtrekken. Ik zou het gezicht van Stefan zien. En ik zou dan snikkend knikken dat het inderdaad om hem ging. Een beetje zoals we dat in films en series zien.

Met zulke beelden in mijn achterhoofd liep ik gedwee achter de rechercheur aan. Wist ik veel…

De deur ging open. Geen glazen wand. Geen laken. Het was Stefan. Ik kon gewoon bij hem. Ik kon hem aanraken, dingen tegen hem zeggen. Er stond zelfs een stoel naast hem, waarop ik kon gaan zitten.

Ik hield acuut stil in de deuropening en durfde geen voet te verzetten. Ik heb een keer geslikt, diep ademgehaald en ben uiteindelijk met kleine pasjes naar hem toe gelopen.

Glimlach

De laatste keer dat ik Stefan in levenden lijve had gezien, had hij gelachen. Hij was vrolijk. Het leek wel of ik nu ook een glimlach op zijn gezicht zag. Of misschien wilde ik die wel gewoon zien.

Uiteindelijk moest ik officieel verklaren dat het inderdaad Stefan was die daar lag. Mijn vriend. De vader van onze zoon. Die avond sliep ik voor het eerst sinds die week meteen en zelfs de hele nacht lang. Alsof ik het toen pas zeker wist. Alle hoop dat misschien toch iemand anders was omgekomen, was vervlogen.

Die volgende morgen werd het lichaam van Stefan eindelijk vrijgegeven. Hij werd naar het uitvaartcentrum in Amsterdam-Oost gebracht. Tegelijkertijd meldde zich de uitvaartleidster bij me thuis.

“Heb je enig idee van zijn wensen?”, vroeg ze. Verbouwereerd keek ik haar aan. Nee dus. Totaal geen idee. De dood was niet bepaald een gespreksonderwerp bij ons thuis. Misschien had dat soms wel zo moeten zijn.

Keuzes

Alle keuzes die ik die dag heb gemaakt, zijn voortgekomen uit de overtuiging dat mijn zoon op dat moment pas twee jaar oud was. Mijn zoon zou geen enkele herinnering meer hebben aan deze weken. Een zegen en een vloek ineen.

We kozen voor een begrafenis. Een graf. Een plek waar mijn zoon naartoe kan, als hij dat wil. De grafrechten kocht ik voor twintig jaar af. Dat leek me een mooie periode om mijn zoon zich te laten ontwikkelen, zodat we daarna in overleg een nieuwe beslissing kunnen nemen.

Daarnaast maakte ik nog een keuze die ik eerder had veroordeeld. Simpelweg omdat ik me er weinig bij kon voorstellen. Vanuit mijn tenen riep ik dat de uitvaart moest worden opgenomen. Bovendien heb ik die dag ook foto’s laten maken.

Popcorn

Toen dacht ik nog dat ik dat alleen voor mijn zoon deed zodat hij er later, als hij dat wilde, naar kon kijken. Ik zag mezelf nog niet op vrijdagavond met een bakje popcorn ‘even gezellig’ naar de uitvaart kijken.

Maar nu tref ik mezelf regelmatig aan op de bank. Met een bakje popcorn (of iets anders lekkers) kijk ik dan naar Stefans uitvaart. Soms huil ik. Maar meestal glimlach ik. Er was die dag namelijk heel veel liefde. Dat zie je terug, op die video. Heel veel liefde, tissues en gele M&M’s, de lievelingssnoepjes van Stefan.

Ik ruk ook nog maar een zak open.

Meer lezen van Janke Verhagen? Hier staat haar vorige column: de dag waarop Janke haar zoontje vertelde dat zijn vader was overleden.

Open brief over Gerrit Snoeren naar cold cases-portefeuillehouder

0

Oud-rechercheur Dick Gosewehr heeft vanochtend een open brief gestuurd naar portefeuillehouder cold cases Aart Garssen van de politie met het verzoek het onderzoek naar de moord op Gerrit Snoeren (29) te heropenen.

In ons boek ‘Moordsporen, op zoek naar de waarheid achter cold cases’ gaan Dick en ik uitgebreid op dit, door politie en justitie verdoezelde misdrijf in.

Gerrit, timmerman in Rotterdam, werd in de nacht van eerste op tweede paasdag 2003 levenloos aangetroffen in de laadbak van een Nissan Patrol die op een camping bij Zaltbommel enkele bomen had geschampt. Verkeersongevallenspecialist Peter Biemans rook direct onraad en vroeg om nader onderzoek. De plaatselijke politie weigerde dat.

Gerrit Snoeren

Sinds 2005 deed ik voor De Telegraaf veel onderzoek naar deze zaak. Tijdens die naspeuringen – samen met Gerrits zus Trudy Slijkhuis – kwam vast te staan dat het slachtoffer al dood was toen hij in de Nissan belandde. Onderzoek door forensisch arts Selma Eikelenboom van IFS bevestigde die conclusies.

Ook het gerechtshof in Den Bosch kwam jaren later tot deze slotsom en spoorde het OM aan tot nieuw onderzoek. Dat is er echter nooit gekomen. De daders gaan daardoor vrijuit.

In ons boek Moordsporen is er uitgebreide aandacht voor deze zaak met onder meer de analyse die Dick Gosewehr schreef en interviews met Gerrits zus Trudy.

Hieronder de brief van Dick aan Aart Garssen:

Geachte heer Garssen,

Ik schrijf u deze open brief in uw functie als landelijk portefeuillehouder cold cases en uw functie als chef Politie Gelderland-Zuid.

U maakt zich in de media sterk voor cold cases onder meer door het verspreiden van kalenders. Een loffelijk streven waaraan ik zeker een bijdrage wil leveren. Ik wil u daarom een zaak voorleggen die zich in 2003 in uw huidige werkgebied heeft afgespeeld en nooit is opgelost. Een echte cold case dus. Het trieste van deze zaak is dat de vermoedelijke dader wel bekend is maar dat de zaak nooit tot een goed einde is gebracht als gevolg van een zeer onzorgvuldig politieonderzoek.

Het gaat om de dood van de 29-jarige Gerrit Snoeren uit Rotterdam op 21 april 2003. Zijn lichaam werd ‘s nachts aangetroffen achterin een Nissan Patrol op een camping in Aalst, gemeente Zaltbommel, nadat deze auto enkele bomen had geschampt. Een verkeersspecialist van de VOA vertrouwde direct de zaak niet en vroeg de aanwezige hulpofficier van justitie om de technische recherche te waarschuwen. Deze weigerde dat en de zaak werd verder afgehandeld als een verkeersongeval. Uiteindelijk is de bestuurder van Nissan Patrol nooit gestraft.

Ik wil in dit verband opmerken dat het Gerechtshof in Den Bosch het OM in 2007 heeft opgedragen nieuw onderzoek te verrichten. Voor het hof stond vast, onder meer op grond van forensisch medisch onderzoek, dat het slachtoffer niet is gedood bij de botsing tegen enkele bomen. Meer dan een informatief onderzoek is er daarna nooit van de grond gekomen.

Samen met psycholoog-criminoloog Dr. Harrie Timmerman heb ik een aantal jaren geleden een analyse van de zaak gemaakt. Onze conclusie was duidelijk: Gerrit Snoeren was al dood voordat hij in de Nissan Patrol terecht kwam. Er was dus sprake van moord cq doodslag.

Met journaliste Jolande van der Graaf, die in het verleden veel onderzoek deed naar deze zaak, heb ik recent een boek geschreven getiteld Moordsporen, de waarheid achter cold cases. Ook de zaak van Gerrit Snoeren is daarin beschreven. Uiteraard zijn in het boek Moordsporen niet alle, met name privacygevoelige, details over de zaak beschreven. Die details staan wel in de door Harrie Timmerman en mij gemaakte analyse van de zaak. Vanzelfsprekend zijn wij bereid deze analyse, die voorzien is van de nodige foto’s, aan u toe te sturen en toe te lichten.

Indien u serieus van mening bent dat het belangrijk is dat de politie aandacht besteed aan cold cases dan bent u in uw positie de aangewezen man om actie te ondernemen en eindelijk de nabestaanden van Gerrit Snoeren te geven waar zij recht op hebben, namelijk gerechtigheid.

Kalenders uitdelen is natuurlijk mooi, maar zaken oplossen is beter.

Met vriendelijke groet,

Dick Gosewehr

DONEER!

Schrijven en onderzoek doen kost tijd. Steun Femke Fataal met een maandelijkse bijdrage of doneer bij een artikel. Dan kun jij mijn verhalen blijven lezen.
doe een donatie