Dikastocratie levert maatwerk op

0

Van de nood maak ik in deze roerige periode maar een deugd en neem ik de gelegenheid te baat om veel te lezen.

Tot mijn grote schaamte laat ook ik mij in de strafpraktijk nagenoeg uitsluitend leiden door een dwingende zittingsagenda, voorbereidingen van zittingen, besprekingen met cliënten en tal van vergaderingen die te maken hebben met mijn bestuursfuncties.

Me echt verdiepen in de dogmatiek en leerstukken over hoe ons bestuursapparaat en rechterlijk stelsel nu daadwerkelijk in elkaar zit, schiet er meestal volledig bij in.

Scheiding

Eerdaags zou ik een lezing geven aan eerstejaars rechtenstudenten over de scheiding der machten en de wijze waarop advocaten die ervaren. Die lezing zal helaas ook niet doorgaan. Maar het samenstellen van mijn betoog dwong me om de oratie van senior raadsheer Marc de Werd van 19 juni 2019 eens grondig door te nemen. De titel luidt: ‘De derde staatsmacht; over kracht en kwetsbaarheid van rechtspraak’, zie ook de column van 3 februari in de Volkskant.

De oratie gaat over het toetsingsverbod van artikel 120 van de Grondwet. Dat houdt in dat de rechter niet in de grondwettigheid van wetten en verdragen treedt.

Essentie

Dit is tevens de essentie van de trias politica. Het parlement is de wetgevende macht en bepaalt aan welke wetten en aangenomen verdragen wij ons als burgers moeten houden. De regering – ministers, minister-president en de koning  met het hun ter beschikking staande ambtenarenapparaat dat ook wel de vierde macht genoemd – voert uit. De rechterlijke macht  – Openbaar Ministerie en de rechters – controleert of burgers zich aan al die afspraken houden en legt desnoods sancties en straffen op.

Rechters en het Openbaar Ministerie kunnen alleen sanctioneren als er deugdelijke wetgeving ligt die voor een ieder helder en uitlegbaar is. En daar schort het momenteel nogal aan. Naar mijn mening heeft dit vooral te maken met een historisch laag aantal juristen in de Kamers, dan wel aan het feit dat deze juridisch geschoolde Kamerleden zich zeer koest houden.

Gemankeerd

Door het twittergedrag van veel politici wordt een nogal gemankeerd beeld geschetst van rechtszittingen. Zo laten zij zich voortdurend uit over de eisen die in hun ogen altijd te laag zijn en over de vonnissen die volgens de twitteraars worden uitgesproken door een elite die niet zou weten wat er in de samenleving speelt.

Wat die eenzijdige berichtgeving versterkt en in mijn visie verder polariseert, is dat er nog nauwelijks journalisten zijn die de tijd en ruimte mogen nemen om met een genuanceerd bericht over het verloop van een rechtszitting te komen.

Ik verlang weleens terug naar de tijd van wijlen rechtbankverslaggever Fred Soeteman van De Telegraaf. Als Fred de hele dag een zitting had bijgewoond, stuurde hij me ’s avonds per fax soms zijn conceptartikel. Zijn verzoek was dan om op- en aanmerkingen te maken op zijn weergave van mijn pleidooi en op zaken die mijn cliënt wel of niet zou hebben gezegd.

Gevaarlijk

Het is logisch dat de, tegenwoordig fors onderbetaalde freelancejournalisten niet de tijd nemen om het daadwerkelijke verloop van een zitting zo genuanceerd te schetsen. Maar gevaarlijk is het, als fragmentarische weergaven voor waar worden aangenomen.

Bovendien werkt dat dikastofobie (angst voor rechters) in de hand. Kamerleden deinzen er tegenwoordig niet voor terug om zulke oneliners nog even gekleurd, en vanzelfsprekend ook via Twitter, over te nemen. Daardoor lijkt het alsof de rechtspraak gelijk staat aan een soort tombola met kansen die altijd uitvallen in het voordeel van de verdachte en waarbij slachtoffers niet gehoord worden.

Eigenwijze

De heerschappij door rechters, dikastocratie, is een feit en verwijst volgens deze criticasters naar de ‘eigenwijze’ houding van rechters. Dat zagen we onder meer bij de Urgenda-uitspraak, het terughalen van IS-kinderen uit Syrië en de bestuursrechtelijke uitspraak door de Raad van State over de stikstofproblematiek.

Maar juist deze politici zouden moeten weten dat rechters binnen de lijnen van de afspraken die in onze democratie zijn gemaakt, maatwerk leveren. Zij hebben daarbij oog voor de belangen van de maatschappij, voor eventuele slachtoffers, voor de impact maar ook voor de media-aandacht én – inderdaad –  voor de persoon van de verdachte.

Maatwerk

Wie is die verdachte? Kan het handelen van de verdachte verklaard worden op grond van zijn of haar achtergrond en persoonlijkheid? Rechters zoeken niet naar excuses, zoals vaak in de (social) media wordt gesuggereerd maar naar verklaringen en daarbij naar het opleggen van een passende straf. Dat is met recht maatwerk binnen de gebondenheid van wetgeving.

Een mooi vak, waarbij het onze taak als advocaat is om de belangen van de verdachte zo goed mogelijk te belichten. En nee, dat is niet altijd opteren voor een vrijspraak maar soms voor een behandeling of opname.

Laten we deze prachtige waarden niet ondermijnen door misplaatste verkiezingsdrang. Maar laten we dankbaar blijven voor ons mooie rechtsstelsel dat soms schuurt maar dat altijd in beweging is.

*Als je ook geïnteresseerd bent in Esthers vorige column over de AVG, kijk dan vooral nog even hier.



Onzekere tijden

0

Nu de coronapandemie aldoor verder uitdijt en de overheid ons steeds meer beperkt in onze vrijheden, merk ik dat ik me gaandeweg wat vaker onrustig voel. Bij momenten ben ik zelfs angstig en onzeker. Ik denk dat ik niet de enige ben…

Wereldwijd zijn we massaal, op een totaal onverwacht moment en bijna uniform, geconfronteerd met een virus waar we slechts mondjesmaat grip op lijken te hebben.

Onze 24-uursmentaliteit waarin alles mogelijk leek mits je maar voldoende geld hebt, is plotseling tot stilstand gekomen. Met z’n allen zijn we gedwongen om min of meer lijdzaam te ondergaan hoe overweldigend ontwrichtend het is, wanneer volledig buiten jouw macht alle zekerheden in je leven van het ene op het andere moment verdwijnen.

Aangescherpte

Niemand weet of we na 6 april ons gewone leven weer kunnen oppakken of te maken krijgen met verlengde, en mogelijk nog verder aangescherpte quarantainemaatregelen.

We weten niet of onze dierbaren gespaard blijven en wie ziek wordt. We weten niet of we zelf ziek worden, of misschien al covid19 hebben gehad zonder het zeker te weten.

We weten niet of en wie we hebben besmet. We weten niet of we zelf onbewust en onbedoeld honderden misschien wel duizenden mensen besmet hebben.

Troostend

Dat we nu allemaal worden geconfronteerd met zoveel onzekerheden, ervaar ik als troostend. Niemand is blij met deze situatie maar dat het ernst is, dringt langzamerhand tot ons allemaal door.

De coronapandemie vergroot op onnavolgbare wijze het saamhorigheidsgevoel. Ik denk dat dit komt omdat het virus iedereen treft ongeacht afkomst of bezit. Niemand hoeft zich eenzaam te voelen; we maken namelijk allemaal min of meer hetzelfde leed mee. Weten dat je niet de enige bent, kan een grote troost zijn.

De beroepen die tot nu toe het minst werden gerespecteerd (dat van leerkrachten, medewerkers in de gezondheidszorg, brandweerlieden, politieagenten, justitiemedewerkers, vuilnisophalers, supermarktmedewerkers en niet te vergeten de chauffeurs die de voorraden blijven aanvullen) blijken ineens essentieel voor ons levensonderhoud! Wereldwijd krijgen zij nu wel de erkenning die ze in hun portemonnee niet of beperkt voelden.

Gevoelens

De grote onzekerheid waar we samen mee kampen, is gedeeltelijk te vergelijken met de waaier aan gevoelens die nabestaanden na een moord ervaren. Zij het dat de emoties dan nog veel intenser zijn.

Een belangrijke factor in de zwaarte van de rouw is of het verdriet dat je voelt herkend en erkend wordt. Daarbij speelt vooral ook mee of je je verdriet wel of niet kunt delen met je omgeving.

Als je vriendin, klasgenoot of collega geen directe relatie had met jouw overleden dierbare, dan is het voor hem of haar bijna onmogelijk om zich in je verdriet te kunnen verplaatsen.

Inkomen

Dit is een essentieel verschil met de huidige pandemie waarbij we allemaal met dezelfde onzekerheden geconfronteerd worden. Iedereen zit nu met vragen. Heb ik over een maand nog voldoende inkomen? Kan onze geplande vakantie in het voorjaar doorgaan? Kan ik mijn tentamens of eindexamens maken? Gaat mijn zakenreis of dat belangrijke buitenlandse congres door? Overleeft mijn dierbare met ernstige gezondheidsklachten, de gevolgen van zijn ziekte?

Niemand kan ons antwoord geven op de tientallen vragen die we onszelf stellen. De onzekerheid over onze directe toekomst leidt tot een toename van angst. Daar staat tegenover dat de intensiteit van dit lijden wordt gedempt, door de gemene deler. Iedereen worstelt nu met onzekerheden!

Worstelden

 Na de moord op mijn zus Nadia stond mijn leven in één klap volledig op zijn kop. Mijn ouders, onze familie en Nadia’s vrienden en collega’s; allemaal worstelden we met vragen.

We waren daarin een grote uitzondering. De overige Nederlanders werden niet geplaagd door de tientallen vragen die ons dag in dag uit bezighielden. Veel mensen hadden mijn zus nooit gekend en waren niet, zoals wij, geraakt in de kern van hun bestaan door Nadia’s gewelddadige dood.

Natuurlijk vroegen velen zich destijds af of de dader achterhaald zou worden, maar dat hield deze mensen niet uit de slaap. En evenmin werd de buitenwacht geraakt door de financiële onzekerheid waarin mijn moeder werd gestort toen zij haar praktijk als zelfstandig werkend complementair arts direct sloot.

Oplossingen

Ik hoop dat alle mensen die nu te maken krijgt met heftige angstgevoelens, troost putten uit het feit dat zij hun zorgen kunnen en mogen delen met een naaste. En ik gun ons allemaal betere tijden met snelle (financiële) oplossingen.

Maar bovenal wens ik mensen toe dat zij zich erkend zullen voelen omdat iedereen (de overheid incluis) op de hoogte kan zijn van hun leed.

*Nog een column lezen van Lucinda? Dat kun je hier doen!

Schuldig tot het tegendeel is bewezen?

0

In het Nederlandse strafrecht kennen we de zogeheten onschuldpresumptie. Dat fundamentele beginsel brengt met zich mee dat verdachten niet hun onschuld hoeven te bewijzen. Zij zijn onschuldig tot het tegendeel is bewezen.

Verder is het zo dat het Openbaar Ministerie bepaalt wie strafrechtelijk wordt vervolgd. Het OM moet daartoe met een compleet onderzoeksdossier komen. Tot zover een duidelijke rolverdeling.

Kwijtgeraakt

Op papier, tenminste. Want in praktijk blijkt dat op het moment dat iemand wordt vervolgd, dit vrijwel meteen flinke gevolgen kan hebben. Verdachten die een tijd in voorarrest zitten en die later worden vrijgesproken, zijn ondertussen meestal hun inkomen, baan, huis en sociale contacten kwijtgeraakt. Een schrale schadevergoeding van tachtig euro per dag vanwege onterechte detentie compenseert al dat leed bij lange na niet.

Daarnaast ervaren verdachten die uiteindelijk worden vrijgesproken, vaak toch een zekere vijandigheid vanuit de samenleving. ‘Waar rook is, is vuur’, redeneert hun omgeving al gauw. Die stigmatisering had voor een van mijn cliënten – een brandweerman die werd vrijgesproken van opzettelijke brandstichting – tot gevolg dat hij naar een nieuwe baan op zoek kon. Al zijn collega’s keken hem namelijk scheef aan.

Stempeltje

Zodra het Openbaar Ministerie strafrechtelijke vervolging start, wordt iemand aangemerkt als verdachte. Sommige strafzaken kunnen jaren duren maar al die tijd houden mensen het stempeltje ‘verdachte’.

De voortvarendheid waarmee een strafzaak wordt behandeld is afhankelijk van veel zaken. Daarbij spelen bijvoorbeeld de agenda’s van alle betrokken partijen, de onderzoekscapaciteit bij de diverse instellingen en rapporten van derden mee.

Wachtlijst

Het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) heeft de laatste tijd voor sommige onderzoeken een behoorlijke wachtlijst. Strafzaken komen daardoor langdurig stil te liggen, met allerlei gevolgen voor verdachten.

Zo ook in de zaak van een jonge vrouw die ik bijsta en die wordt verdacht van kindermishandeling.

Vorige zomer was haar dochtertje flink ziek geworden en was mijn cliënte met haar kind naar het ziekenhuis gegaan. Daar werden naast een fikse verkoudheid ook blauwe en rode vlekken geconstateerd. Het ziekenhuis maakte er melding van bij de politie.

Ontkent

Vanaf het eerste moment heeft de jonge moeder meegewerkt aan de onderzoeken. Zij ontkent haar dochter te hebben mishandeld. Maar het Openbaar Ministerie heeft haar aangemerkt als verdachte en een strafrechtelijk onderzoek tegen haar geopend.

Inmiddels heeft de rechtbank bepaald dat een arts moet worden aangewezen die de plekken van het kind moet beoordelen en onderzoeken. Deze opdracht werd al in augustus vorig jaar bij het NFI uitgezet.

Maanden

Inmiddels zijn we zeven maanden verder en is er door de werkachterstand bij het NFI nog altijd geen forensisch arts aangewezen die een rapport gaat schrijven in de zaak van mijn cliënte. Het NFI kan zelfs niet aangeven wanneer dat gaat gebeuren. Het staatslab sluit niet uit dat het nog maanden in beslag gaat nemen.

Waar de strafzaak door toedoen van het NFI dus stilligt, is de Raad voor de Kinderbescherming uiterst actief ten opzichte van mijn cliënte.

Met drastische gevolgen. Direct na de melding van het ziekenhuis is het dochtertje van mijn cliënte uit huis geplaatst. De moeder mag haar kindje welgeteld één uur per week onder begeleiding zien.

Ongedaan

Ondanks het feit dat de strafzaak volledig is gestagneerd en er geheel niet is vastgesteld dat cliënte iets verkeerd heeft gedaan, is het bij de civiele rechter nog niet gelukt om de uithuisplaatsing ongedaan te maken.

Het mag duidelijk zijn: voor mijn cliënte komt van de onschuldpresumptie feitelijk niets terecht.

Mocht deze vrouw straks in de strafzaak worden vrijgesproken, dan is zij misschien wel een jaar lang van haar dochter gescheiden geweest. Dat is niet alleen emotioneel zwaar voor mijn cliënte, het kan ook tot hechtingsproblematiek bij haar minderjarige kind leiden.

Kindermoordenaar

En hoewel deze vrouw nog steeds geen strafrechter heeft gezien, wordt zij door de buitenwacht uitgemaakt voor kindermoordenaar en is haar aangeraden om vooral nooit meer zwanger te worden.

De Nederlandse onschuldpresumptie is een prachtig uitgangspunt. Maar de praktijk wijst uit dat verdachten zich maar al te vaak moeten verdedigen op een manier alsof zij hun onschuld moeten bewijzen. Met soms rampzalige en levenslange gevolgen.

Hoe een seriemoordenaar kon blijven toeslaan, dankzij OM en NFI

Het verhaal over de opsporingsblunders en de gevolgen in de zaak van seriemoordenaar Ömer Aksit is zó verbijsterend, dat het als filmscript ongeloofwaardig zou worden gevonden. Maar de werkelijkheid is – zo heb ik na dertig jaar misdaadjournalistiek onderhand wel ervaren – meestal schokkender dan fictie.

Ömer Aksit maakte in Nederland en in zijn vaderland diverse slachtoffers. Die moordpartijen hadden volgens oud-rechercheurs van het Groningse coldcaseteam op verschillende momenten voorkomen kunnen worden als politie, OM en NFI hun werk hadden gedaan.

Een terugblik op dit vreselijke dossier

Een gezellige Sinterklaasviering had het moeten worden, donderdag de vijfde december 1991. Maar de ouders van Lisa zitten die avond uren vergeefs op hun dochter en haar man Leendert te wachten.

Het is niets voor de twee jongeren om zomaar verstek te laten gaan. Lisa en Leendert nemen bovendien hun telefoon niet op. Ook dat is vreemd, vindt het verontruste ouderpaar in Groningen.

Als Leenderts werkgever de volgende ochtend opbelt om te melden dat hun schoonzoon zonder bericht is weggebleven, is de maat vol voor Lisa’s ouders. Ze nemen onmiddellijk contact op met de politie.

Even na tien uur die morgen zet een surveillancewagen van de Groninger politie koers naar de Planetenlaan in de wijk Paddepoel. Aan de buitenkant van het huis van Leendert (29) en Lisa van der Lei (23) zien de toegesnelde agenten niets bijzonders. De voordeur zit keurig dicht en vertoont geen braaksporen.

Zwanger

Van Leendert en Lisa, leden van de Pinkstergemeente en sinds een jaar getrouwd, is bekend dat ze een kalm en teruggetrokken bestaan leiden. Lisa is nu een half jaar zwanger. Leendert heeft een baantje bij de sociale werkplaats.

De twee politiemannen bellen herhaaldelijk bij het stelletje aan. Maar in huis blijft het stil. Veel te stil. De agenten vertrouwen het niet en breken de voordeur open.

In de slaapkamer stuiten de politiemannen op een afschuwwekkend tafereel. Leendert en Lisa liggen dood in bed, naast elkaar en op hun buik. Op hun enkels en polsen en in hun hals zijn striemen zichtbaar. Ook hun voetzolen vertonen verwondingen.

Slotsom

Een technisch rechercheur komt even later tot de slotsom dat het om een moord en zelfmoord moet gaan. Lisa is volgens hem omgebracht door Leendert die daarna zichzelf heeft gedood.

Een merkwaardige conclusie, gezien de verwondingen bij de twee. Jaren later geeft de technisch rechercheur toe de situatie aan de Planetenlaan compleet verkeerd te hebben beoordeeld. Hij was, zegt hij dan, in 1991 erg overspannen.

Maar door zijn verkeerde inschatting blijft tactisch en technisch onderzoek op het plaats delict uit. Pas een dag later, na een forensische sectie op de stoffelijk overschotten, komt aan het licht dat het wel degelijk om een dubbele moord gaat. Het kwaad is dan al geschied. Sommige sporen zijn vernietigd omdat de zaak niet direct als misdrijf is behandeld.

Momenten

De laatste momenten die Leendert en Lisa hebben doorgemaakt, zijn weerzinwekkend.

Tijdens de autopsie stelt een forensisch patholoog vast dat de slachtoffers met touwen rond hun enkels en handen vastgebonden zijn geweest. Beiden zijn gewurgd, waarbij de moordenaar gezien de letsels bij Leendert niet alleen zijn handen maar ook touw heeft gebruikt.

De kenmerkende verwondingen op de voeten laten zien dat de twee ook op hun voetzolen zijn geslagen. Die martelingen doen het rechercheteam denken aan een dader van allochtone komaf.

Beul

Het wordt al snel duidelijk waarom hun beul de twee jongeren eerst heeft gepijnigd. In de woonkamer van het echtpaar Van der Lei vinden rechercheurs een bankenvelop waaruit een nieuwe betaalkaart is verdwenen. De dader wilde ongetwijfeld de pincode weten, hij moet de pinpas vervolgens met zich hebben meegenomen.

Het onderzoeksteam stelt kort na de dood van Leendert en Lisa vast dat 1500 gulden van hun rekening is gepind in briefjes van honderd en vijfentwintig gulden.

Aan de hand van buurtonderzoek, gesprekken met de nabestaanden en tips op grond van een compositietekening van de dader, wordt enkele weken later een spoor naar een verdachte getraceerd. Op 14 januari 1992 slaat de politie de 31-jarige Turk Ömer Aksit in de boeien. Ömer is een bekende van het vermoorde echtpaar. Hij had ruim vier jaar een relatie met Leenderts zus.

Rekening

Op de dag na de dubbele moord blijkt op Ömers rekening 1200 gulden in briefjes van vijfentwintig en honderd gulden te zijn bijgeschreven. Bovendien wordt de Turk herkend door een vrouw die direct nadat met het gestolen pasje van Leendert en Lisa is gepind bij dezelfde betaalautomaat geld heeft gehaald. Ze weet de pinner tijdens een zogeheten Oslo-confrontatie direct uit een rijtje mannen te pikken en wijst zonder te aarzelen op Ömer Aksit.

De vrouw heeft een verklaring voor het feit dat ze zo zeker is. Altijd als de Groningse ergens staat te wachten, kiest ze voor de grap één persoon in de wachtrij uit die ze nauwlettend observeert. Laat dat nu net Ömer zijn geweest.

De Turk zelf ontkent hardnekkig iets met de moordpartij in de Planetenlaan te maken te hebben. Hij blijft dat volhouden. Ondertussen reizen enkele rechercheurs af naar Duitsland en Turkije om familieleden en bekenden van hem te horen.

Ziek

Er blijkt ook in het verleden van Ömer nogal wat aan de hand te zijn geweest. Toen hij nog in eigen land woonde, is een ziek kind van hem onder verdachte omstandigheden overleden. Dat gebeurde toen Ömer zijn kindje naar het ziekenhuis bracht. De plaatselijke politie had grote vraagtekens bij het sterfgeval gezet, maar tot een onderzoek naar de dubieuze kinderdood was het in Turkije helaas niet gekomen.

En daar blijft het niet bij. Meerdere getuigen in Nederland verklaren dat Ömer minderjarigen in zijn omgeving seksueel heeft misbruikt.

Leenderts zus doet bij de politie eveneens een bijzonder alarmerend verhaal. Toen zij nog met Ömer samenwoonde in de omgeving van het Van Brakelplein in Groningen, was er eind jaren tachtig diverse malen vergeefs bij de politie gemeld dat hij haar zoontje en dochtertje mishandelde.

Raadselachtige

De politie had er niets mee gedaan, waardoor die vreselijke praktijken doorgingen. Op maandag 17 september 1990 was dat volgens Leenderts zus ontaard in een drama. Haar vijfjarige zoon Toearan Reindert was totaal onverwacht en onder raadselachtige omstandigheden overleden.

Leenderts zus had het vreemd gevonden dat er een kussen bij haar dode kindje in bed lag terwijl dat er de avond ervoor beslist niet was geweest. Dat ze het zelf bij Toearan Reindert in bed had gestopt, sloot de Groningse uit. Haar zoontje leed aan epilepsie, de huisarts had haar gewaarschuwd beslist geen losse voorwerpen bij de kleuter in bed te deponeren.

Bovendien had haar dochtertje de avond voor Toearan Reinderts dood opmerkelijke dingen waargenomen. Ömer was toen in haar slaapkamertje geweest.

Hij had er een kussen weggenomen.

Misdrijf

De huisarts van het gezin had het in die tijd allemaal niet vertrouwd en een schouwarts ingeschakeld. Maar deze medicus had een misdrijf destijds net als de politie weggewuifd. Alweer een misser van jewelste.

Het onderzoeksteam heeft in 1992 andere ideeën bij de dood van het jongetje. Het rechercheteam wil deze vermoedelijke kindermoord bij het onderzoek naar de moorden op Leendert en Lisa gaan betrekken.

‘Maar officier van justitie Henk van Voorst besliste anders’, schreef oud-politiepsycholoog Harrie Timmerman in 2017 in zijn boek ‘(Nog steeds) tegendraads’. Tot woede en frustratie van het onderzoeksteam was er volgens Van Voorst te weinig bewijs om strafrechtelijke vervolging door te zetten.

Razend

Razend is Leenderts stiefvader Jacob van der Laan als de rechtbank Ömer in maart 1992 weer vrijlaat. In een artikel in het Nieuwsblad van het Noorden kondigt de Groninger aan bij het gerechtshof in bezwaar te gaan.

‘De recherche heeft me verteld ervan overtuigd te zijn dat hij de dader is’, zegt Van der Laan in die tijd in de krant. ‘Ik wil gerechtigheid. Ik wil mijn vrouw gerust stellen en ik wil dat de moordenaar van mijn stiefzoon en zijn vrouw wordt gepakt. Leendert was mijn oogappel. Ik heb hem als mijn eigen zoon beschouwd. Hij en zijn vrouw waren voor mij net als mijn eigen kinderen.’

De Groninger verwijst naar het vele bewijs dat de recherche tegen Ömer heeft vergaard. Bij de Turk thuis is bovendien nog een wollen handschoen aangetroffen met haren van Leendert, weet hij.

Blauwe plekken

Het onderzoeksteam heeft Jacob van der Laan naar zijn zeggen ook verteld dat in de hals van Leendert en Lisa precies zulke blauwe plekken zijn aangetroffen als bij het jongetje Toearan Reindert. ‘Volgens de recherche zijn de plekken ontstaan bij een speciale, Turkse manier van moorden’, aldus de stiefvader van Leendert in het regionale dagblad.

De pogingen om via het hof strafrechtelijke vervolging tegen Ömer af te dwingen, stranden hopeloos. Zo snel als hij kan reist de Turk via een korte tussenstop in Duitsland terug naar zijn vaderland.

In december 1992 meldt Ömers zus vanuit Duitsland bij de Groningse politie dat zij door haar broer is opgelicht. Hij heeft volgens haar bovendien bekend dat hij meerdere mensen onder wie ‘een echtpaar in Groningen’ om het leven heeft gebracht. Zelfs die verklaringen brengen het OM bizar genoeg niet op andere gedachten. Ömer Aksit is volledig uit beeld.

Coldcaseteam

Dat verandert als hij in 2003 in het vizier komt bij Harrie Timmerman en oud-rechercheur Dick Gosewehr. Beiden zijn op dat moment werkzaam bij het coldcaseteam in Groningen en houden onder meer de onopgeloste moord op Leendert en Lisa opnieuw tegen het licht.

Er blijken nog mogelijkheden te zijn voor nieuw onderzoek in dit dossier. Stukken touw waarmee het echtpaar was vastgebonden en gewurgd zijn nog niet onderzocht. 

In 1991 konden daar niet of nauwelijks sporen vanaf gehaald worden omdat dna-onderzoek toen nog in de kinderschoenen stond. Maar in 2003 is dat anders. Het Groningse coldcaseteam stuurt de touwen daarom op 23 juni dat jaar voor sporenonderzoek naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

Hoogleraar

In de tussentijd legt het coldcaseteam in 2003 ook de verdachte dood van de kleuter Toearan Reindert uit 1990 voor aan het NFI. Bij die review wordt een hoogleraar kindergeneeskunde van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam ingeschakeld.

Die specialist komt na bestudering van de stukken tot de conclusie dat er geen enkele reden is om te aan te nemen dat Toearan Reindert aan een epileptische aanval is bezweken. Gezien de eerdere verklaringen moet het jongetje destijds zijn gesmoord met een kussen.

Weer wijzen alle pijlen op Ömer. De avond voor Toearan Reindert stierf hadden hij en Leenderts zus hoogoplopende ruzie gehad. “We vermoedden dat Ömer het kind vervolgens heeft omgebracht uit jaloezie. Hij vond dat het jongetje teveel aandacht kreeg van zijn moeder”, kijkt Dick Gosewehr op het onderzoek terug.

Resultaten

In oktober 2003 komt er bericht van het NFI. Dna-deskundige Richard Eikelenboom, in die tijd werkzaam als onderzoeker bij het NFI, meldt dan bij het coldcaseteam dat hij belangrijke resultaten heeft geboekt.

Op de touwen heeft Richard mengprofielen veiliggesteld waarin zowel dna van Lisa van der Lei als van Ömer Aksit zit.

Dat is bewijs, want de touwen zijn in de kelder van Ömers huis aangetroffen, terwijl Leendert en Lisa nooit bij hem op bezoek zijn geweest. Ömer moet dus bij de moordpartij op de echtelieden en hun ongeboren kind betrokken zijn. In een tweede spoor vindt Richard dna van Leendert van der Lei, maar dat spoor blijkt minder goed dan het eerste.

Dringende

Richard heeft wel een dringende waarschuwing voor het Groningse coldcaseteam in petto. Harrie Timmerman: “Hij zei te verwachten dat NFI-rapporteur Ate Kloosterman de sporen niet zou goedkeuren en er daarom geen melding van zou maken in zijn rapport. Dus ook al had Eikelenboom dna-profielen getraceerd, in het eindrapport zouden we daar mogelijk niets over lezen.”

Om die reden adviseert Richard om het materiaal naar het forensische lab FLDO in Leiden over te maken voor een second opinion. “Begin december 2003 kregen we een telefoontje van forensisch officier van justitie Emmy van der Bijl”, vervolgt Harrie. “Zij vertelde dat het er goed uitzag in het NFI-onderzoek maar dat het materiaal voor alle zekerheid zou worden doorgestuurd naar het FLDO. Dit omdat men daar meer kon dan bij het NFI.”

Jaar

Maar liefst een jaar moet op de bevindingen worden gewacht. Op 26 juni 2004 ontvangt het coldcaseteam twee rapportages.

Het FLDO meldt precies wat toenmalig NFI-deskundige Richard Eikelenboom in 2003 al berichtte: mengprofielen met Lisa’s en Ömers dna. Het Leidse lab heeft daarnaast nog een aan het Y-chromosoom gebonden dna-profiel op het touw aangetroffen dat van Leendert kan zijn.

Het coldcaseteam laat op grond van de FLDO-bevindingen een eigen berekening op de profielen los: de kans dat het dna van Ömer en van Lisa is, bedraagt liefst 98 procent.

Tegenvaller

De grote tegenvaller zit ‘m echter in het rapport van het NFI. Tot afgrijzen van Dick Gosewehr, Harrie Timmerman en de andere leden van het Groningse coldcaseteam staat er in het door Ate Kloosterman opgemaakte NFI-rapport dat het dna-onderzoek géén resultaat heeft opgeleverd.

Precies wat Richard Eikelenboom al had voorspeld.

Het team nodigt de toenmalige NFI-onderzoeker daarom een maand later uit om een toelichting te komen geven. “In juli 2004 gaf Richard bij ons de lezing die hij toen al jaren gaf aan allerlei vertegenwoordigers van de politie, het OM en de rechterlijke macht”, licht Harrie toe.

Lastige

De belangrijkste boodschap volgens Harrie en Dick: “Kloosterman rapporteert liever geen complexe DNA-mengprofielen omdat hij hierover lastige vragen kan krijgen bij de rechter. Onder het mom van wetenschappelijke normen worden deze dna-profielen vervolgens door hem afgekeurd.”

Datzelfde was volgens Richard Eikelenboom onder meer en met medeweten van het Openbaar Ministerie gebeurd in de Schiedammer parkmoord. Kloosterman heeft volgens hem ook in die zaak mengprofielen afgekeurd. Maar in dit dossier ging het juist om ontlastend materiaal voor de verdachte: Cees Borsboom die op dat moment van de kindermoord in Schiedam werd beticht. Het gesjoemel had voor Borsboom tot gevolg dat hij onschuldig in het gevang verdween.

Ontluisterende

Het Groningse coldcaseteam probeert na de ontluisterende lezing van Richard Eikelenboom in 2004 in de zaak van Ömer Aksit om de leiding op andere gedachten te brengen. Ook worden gesprekken met NFI-rapporteur Ate Kloosterman aangegaan. Hij weigert volgens Harrie Timmerman uit te leggen wat er niet wetenschappelijk is aan de dna-profielen in de zaak-Aksit.

Het FLDO blijft tijdens een telefoongesprek met Harrie achter zijn onderzoeksresultaten staan. ‘We zijn het bepaald niet eens met Ate Kloosterman’, krijgt de toenmalige politiepsycholoog naar eigen zeggen van het Leidse lab te horen.

Nadat Harrie en Dick meermalen vergeefs bij de leiding aanklopten, besluiten zij de bizarre praktijken door NFI en OM met het toenmalige actualiteitenprogramma Netwerk te gaan bespreken. Over de zaak van Ömer Aksit komen zij niet naar buiten, omdat dit onderzoek op dat moment nog loopt.

Onder vuur

Hun leidinggevenden zijn steeds van die stappen door Harrie en Dick op de hoogte. Maar als de omvang van het dna-schandaal en de rol daarin van het NFI écht aan het licht dreigen te komen, rekent de politietop alsnog af met de twee klokkenluiders. Harrie en Dick komen in januari 2005 zwaar onder vuur te liggen.

In de tussentijd is de Schiedammer parkmoord al ‘geklapt’. Het is duidelijk geworden dat Cees Borsboom niets met de zaak te maken heeft. De echte dader heeft zich namelijk aangediend: Wik H. die in augustus 2004 in een andere zaak is opgepakt en spontaan heeft bekend ook de Schiedammer parkmoord te hebben gepleegd. U raadt het al: de niet gerapporteerde dna-profielen passen naadloos bij Wik H.

Ongevraagd

En wat zijn dan de gevolgen in de zaak van Ömer Aksit? Nadat Harrie Timmerman en Dick Gosewehr door de politie op een zijspoor zijn gezet, stuurt het NFI in maart 2005 ongevraagd een nieuw rapport.

Daarin staat volgens Harrie Timmerman dat rapporteur Kloosterman nog eens naar het materiaal heeft gekeken. En ditmaal komt hij – ‘wonderbaarlijk’ genoeg – tot de conclusie dat er wél sprake is van een mengprofiel met dna van slachtoffer Lisa van der Lei en dader Ömer Aksit. “Er was géén nieuw onderzoek gedaan, Kloosterman had alleen opnieuw gekeken. We waren alweer verbijsterd toen we dit hoorden”, herinnert Harrie zich.

Het is wel duidelijk hoe er gerotzooid is in diverse moorddossiers. Als de zaak-Ömer Aksit alsnog moet worden rechtgezet is het te laat. Met het nieuwe dna-bewijs kan de Turk strafrechtelijk worden vervolgd. Maar door al het gesteggel en de enorme vertraging bij het NFI is er zoveel tijd verloren gegaan, dat Ömer volgens Dick en Harrie ergens gaande de rit moet hebben opgevangen dat het onderzoek tegen hem was heropend.

Rampzalige

Met rampzalige gevolgen. Vanuit Turkije komt het bericht dat Ömer Aksit en zijn toen twaalfjarige dochter Elif op 26 augustus 2004 dood op het dak van hun woning in Izmir zijn gevonden. De twee lichamen hebben er volgens de Turkse autoriteiten zes maanden gelegen. Ömer heeft rond februari dat jaar de hand aan zichzelf geslagen. Maar niet zonder eerst zijn derde minderjarige moordslachtoffer te maken door ook zijn kind Elif van het leven te beroven.

Zijn het Openbaar Ministerie en NFI medeverantwoordelijk voor enkele van Ömers moorden?

Samenvattend

Samenvattend durf ik wel te stellen dat deze seriemoordenaar op meerdere momenten van de straat gehaald had kunnen worden.

-Wanneer de meldingen over de aanhoudende mishandelingen van de kinderen van Leenderts zus in de jaren tachtig serieus waren genomen, was Ömer strafrechtelijk vervolgd en had het jongetje Toearan Reindert hoogstwaarschijnlijk nog geleefd.

-Wanneer de moord op Toearan Reindert in 1990 serieus was onderzocht, had dat met alle getuigenverklaringen zonder meer voldoende bewijs opgeleverd om Ömer te vervolgen. Dan waren Leendert, Lisa van der Lei en hun ongeboren kindje niet vermoord.

-Wanneer de moord op Toearan Reindert was meegenomen in het moordonderzoek in de zaak-Leendert en Lisa van der Lei in 1991, had dat extra bewijs opgeleverd en was Ömer voor drie moorden strafrechtelijk vervolgd.

En daar blijft het niet bij.

-Wanneer toenmalig NFI-rapporteur Ate Kloosterman in oktober 2003 de door Richard Eikelenboom aangetroffen dna-mengprofielen wél had goedgekeurd, was een tijdrovende contraexpertise door het FLDO in Leiden niet nodig geweest. De Nederlandse justitie had dan in Turkije om onmiddellijke aanhouding en uitlevering van Ömer Aksit kunnen vragen of de strafzaak aan de Turken kunnen overdragen.

“Dan had Ömers dochtertje Elif nog geleefd”, concluderen Dick Gosewehr en Harrie Timmerman.

Veranderd

Richard Eikelenboom is na het schandaal in de Schiedammer parkmoord bij het NFI vertrokken en vervolgens zijn forensische onderzoeksbureau IFS begonnen.

Richard zegt er zeker van te zijn “dat zijn toenmalige leidinggevende het rapport in de zaak-Aksit later in opdracht van de NFI-directie of in overleg met de top van het OM heeft veranderd. Kloosterman, die moeilijke situaties altijd probeerde te vermijden, was zeer beïnvloedbaar door autoriteiten. Het is triest dat de hele gang van zaken tot de moord op een kind heeft geleid.”

Dit alles is vanzelfsprekend niet terug te vinden in het persbericht dat het OM op 6 december 2005 over deze schokkende zaak uitbracht.

Justitie houdt Ömer Aksit daarin verantwoordelijk voor de moorden op Toearan Reindert en op Leendert en zijn zwangere vrouw Lisa. Het OM meldt in datzelfde bericht echter glashard dat de voor Ömer belastende dna-mengprofielen pas in maart 2005 zijn binnengekomen. De waarheid verdraaien, weten we inmiddels, is het Openbaar Ministerie al heel lang niet vreemd…

Criticasters

In mijn boek ‘Moordsporen, op zoek naar de waarheid achter cold cases’ beschrijf ik wat de gevolgen voor de criticasters van politie, OM en NFI zijn geweest. Dick en Harrie hebben de politieorganisatie destijds gedwongen en met zeer nadelige financiële consequenties moeten verlaten. Richard Eikelenboom en zijn echtgenote, forensisch arts Selma Eikelenboom hebben hun lab in Hulshorst inmiddels moeten sluiten omdat zij nog nauwelijks opdrachten kregen. De twee maken nu furore in de VS.

NFI-man Ate Kloosterman vertrok bij het NFI en kreeg daarentegen een koninklijke onderscheiding.

Vandaag legde ik hem deze zaak uitgebreid voor per telefoon. Volgens Kloosterman moet hij eerst het dossier van weleer gaan bestuderen en komt hij over enkele weken met een reactie op de lezing van Dick, Harrie en Richard.

Crimineel is de lachende derde

0

Steeds vaker zie ik prachtige tv-programma’s om mensen te enthousiasmeren voor het politievak. In de publieke opinie is het immers vaak een ondergewaardeerd vak.

Programma’s als Dienders en Bureau Burgwallen zijn bedoeld om dat imago weer een beetje op te poetsen.

Toch vraag ik me af hoe de politie het vertrek van een enorm aantal politiemensen de komende jaren gaat compenseren. Politiemedewerkers vertrekken massaal vanwege het bereiken van de pensioenleeftijd, uit onvrede, door ziektes als een burn-out of posttraumatisch stresssyndroom of omdat de arbeidsmarkt meer perspectief biedt.

Risico’s

Maar welke risico’s lopen wij als burgers door deze leegloop? Wat zijn de gevolgen voor de bestrijding van de misdaad? Burgers voelen zich zeer regelmatig niet veilig en ook vaak niet gehoord na een aangifte.

Een voor de hand liggende oplossing zou zijn om meer gebruik te maken van particuliere onderzoekers (in de volksmond: privédetectives). In sommige gevallen gebeurt dat ook wel, maar het is vaak een behoorlijk ingewikkeld proces.

Vanuit de Branchevereniging voor Particuliere Onderzoeksbureaus (BPOP), waarvan ik bestuurslid ben, worden diverse initiatieven ontwikkeld om tot betere samenwerking te komen met de opsporingsautoriteiten. Gelukkig staat de overheid daar ook steeds meer voor open.

Belemmering

Economische belangen en privacywetgeving vormen momenteel echter een grote belemmering in de informatie-uitwisseling.

De nieuwe wet politiegegevens biedt iets meer perspectief. Een ruimer verstrekkingenbeleid maakt samenwerking wel mogelijk. Optimaal is het nog steeds niet, terwijl gegevensuitwisseling een win-winsituatie zou moeten betekenen voor zowel de publieke als de private partij. Met het opstellen van een convenant zouden al veel problemen opgelost kunnen worden.

Soepel

Het succes van samenwerking is ook afhankelijk van partijen die erbij betrokken zijn. Een officier van justitie dient uiteraard open te staan voor samenwerking met de private sector. Hij of zij kan er dan voor zorgen dat een zaakafhandeling soepel verloopt. Het zou dus handig zijn als er een centraal aanspreekpunt komt binnen politie of justitie voor private partijen.

Diverse organisaties die zich bezighouden met cybercrime richten zich inmiddels op samenwerking met de politie. Een goede zaak, omdat cybercrime een van de grootste bedreigingen is voor onze samenleving. Het kan dus wel, de handen ineenslaan bij de bestrijding van criminaliteit!

Voorbeeld

Een recent voorbeeld uit eigen praktijk toont aan dat we samen stappen kunnen maken. Zo is er bij een van mijn rechercheonderzoeken sinds kort een gedegen samenwerking tot stand gekomen met politie, burgemeester, Openbaar Ministerie en het Veiligheidshuis.

Aanleiding is een slepende stalkingszaak waarin mijn cliënten, een familie, al acht jaar lang verwikkeld zijn. Voor deze gedupeerden is het van groot belang om deze afschuwelijke zaak op een goede manier op te lossen. We hadden gezamenlijk meer kunnen betekenen voor mijn cliënten als meer informatiedeling met de autoriteiten mogelijk was geweest. Dat bleek een lastig verhaal. En dat frustreert de slachtoffers.

Communicatie

Toch heeft de familie nu het gevoel dat er vooruitgang is geboekt. Er is in ieder geval tijd uitgetrokken voor communicatie met alle betrokken partijen. Daardoor is duidelijk geworden wat de mogelijkheden zijn om een einde te maken aan de stalkingspraktijken.

Ook is er vanuit de politiek een aanbod gekomen om deze almaar voortdurende stalkingszaak en soortgelijke dossiers kritisch te bekijken. Met de familie maken we daar gebruik van.

Samenwerking

In een heel ander onderzoek dat mijn onderzoeksbureau uitvoerde, bleek wat de gevolgen zijn als samenwerking met politie en OM niet mogelijk is.

Alles draaide daarbij om een wietplantage die onze opdrachtgever in zijn bedrijfspand had aangetroffen.

De man had onraad geroken toen hij zijn eigen pand niet meer in kon. De sloten op de toegangsdeuren bleken te zijn vervangen. Onze cliënt had daarop de politie gewaarschuwd die in de bedrijfsruimte zo’n zevenhonderd wietplanten aantrof. De ravage was verschrikkelijk, de schade bedroeg ruim 18.000 euro.

Kans

Na de ontdekking had de politie het pand meteen ontruimd vanwege brandgevaar. Een begrijpelijke keuze, maar ook een gemiste kans.

Een observatie, direct na de ruiming, had de pakkans van de betrokken criminelen naar ons idee namelijk aanzienlijk verhoogd. Op camerabeelden bij een industriepand in de buurt waren de vermoedelijke daders duidelijk zichtbaar. Zij waren regelmatig gesignaleerd rondom het bewuste pand.

Een politieonderzoek naar deze criminelen is er volgens onze cliënt niet gekomen. Dat maakt hem terecht boos. Als de politie op enig moment met ons had samengewerkt, dan hadden we zaken met elkaar kunnen afstemmen.

Opgerold

De kans is groot dat de betreffende criminele groepering dan opgerold had kunnen worden. Ook onze cliënt had daarvan kunnen profiteren en een mogelijkheid gekregen om zijn schade te kunnen verhalen.

Nu is onze opdrachtgever het vertrouwen kwijtgeraakt in de politie, blijft hij met een financiële stropt achter en is de crimineel de lachende derde.  

Daar kan geen mooi tv-spotje over de politie tegenop.

*Lees ook de vorige column van privédetective Herma Kluin: een onderzoek naar de verdachte dood van een dame op leeftijd.

Contactverbod stalker vergt lik-op-stuk-beleid

Lieve Bianca,

Onlangs ben ik op geld-uitgeef-missie geweest. Veel dorpen en stadjes hier in de Australische staat Victoria hebben te lijden gehad onder de bosbranden. Niet omdat er brand woedde, maar omdat mensen er niet meer op vakantie durven te gaan.

Er werd opgeroepen om vooral allerlei plekken wèl te bezoeken en daar inkopen te doen, te eten, te drinken en de lokale ondernemers op die manier te steunen.

Kwetsbaar

Terwijl ik via de sociale media vervolgens foto’s en positieve berichten de wereld in slingerde, realiseerde ik me ook weer eens hoe kwetsbaar sociale media je kunnen maken. Bijvoorbeeld wanneer je gestalkt wordt.

Het is zo makkelijk om te zien waar en wanneer iemand ergens is, wie iemands vrienden zijn, welke hobby’s iemand heeft en van welke sportclub iemand lid is. Als wij slachtoffers van stalking adviseren, is een van de allereerste dingen die we meegeven dat zij zelf geen contact moeten zoeken met hun stalker en dat ze niet moeten reageren op diens berichten en contactpogingen.

Je moet als slachtoffer ontzettend veel van je eigen virtuele en echte vrijheid opgeven. Dat terwijl het heel moeilijk is om de stalker te laten stoppen met jou te bespieden, zowel on- als offline.

Contactverbod

Ik las dat de autoriteiten in Engeland sinds afgelopen week een nieuw soort contactverbod voor stalkers hanteren, een ‘victim protection order’.

Het streven is nobel: direct aan het begin van een opsporingsonderzoek de stalker een contactverbod van twee jaar opleggen, soms gekoppeld aan een behandelverplichting. Overtreding van het verbod kan worden bestraft met maximaal vijf jaar gevangenisstraf.

Handhaven

Ik ben benieuwd hoe ze dat gaan handhaven. Begrijp me niet verkeerd, ik vind ook dat je vooral stalkers moet dwingen om te stoppen met hun gedrag zodat slachtoffers zich niet in allerlei bochten hoeven te wringen.

Dat vraagt echter nogal wat actie van politie en justitie. Recent onderzoek van het WODC en de Erasmus Universiteit Rotterdam laat zien dat het juist daar helaas nog regelmatig misgaat. Er wordt te vaak niet opgetreden bij een overtreding van het contactverbod.

Lik-op-stuk-beleid

Een contactverbod is echter géén veiligheidsmaatregel. Alleen door het opleggen van een verbod, stopt een stalker niet zomaar. Sterker, het kan de stalker juist boos maken en het risico voor een slachtoffer zo verhogen. Dat is geen reden om zo’n verbod niet op te leggen, maar dan moet vervolgens wel een lik-op-stuk-beleid worden gevoerd.

Lieve Cleo,

Stalking levert een heel onrechtvaardige situatie op. We adviseren slachtoffers om van alles te doen en te laten, terwijl de stalker ongehinderd doorgaat met overlast veroorzaken.

Dat is soms moeilijk te verkroppen. Niet reageren, zaken vastleggen, aangifte doen, veiligheidsmaatregelen treffen; dat alles vraagt nogal wat van slachtoffers. Ondertussen gaat de stalker vrolijk door. Alhoewel vrolijk… dat is het natuurlijk niet.

Boosheid

Vaak begint de overlast doordat de stalker iets heftigs meemaakt, zoals het verbreken van een relatie. Dat levert een intense emotionele reactie op en het verlangen om de situatie te veranderen, door de relatie te herstellen of boosheid af te reageren.

Hun doel bereiken stalkers meestal niet. Stalkers blijven hangen in dezelfde cirkel van intense emoties en pogingen om de situatie naar hun hand te zetten, waarin zij uiteindelijk falen.

Toch halen stalkers ook iets uit dat gedrag. Op een negatieve manier zetten ze de relatie met hun ex-partner voort. Dat voorkomt dat stalkers het beeld van zichzelf moeten bijstellen: dat zij degenen zijn die zijn afgewezen of verlaten. Die boodschap weigeren stalkers te accepteren.

Gevangen

Contactverboden opleggen verandert op zichzelf niets aan de cirkel waarin stalkers gevangen zitten of waarin zij hun slachtoffer gevangen houden. Door een contactverbod stopt een stalker niet ineens. Eerder het tegenovergestelde is het geval.

Op het moment dat er voor het slachtoffer een contactverbod is ingesteld, frustreert dat de stalker. Hij of zij gaat dan toch weer contact zoeken, onder het mom ‘hoe durf je mij het contact met jou te ontzeggen!’

Wassen neus

Het enige nut van zo’n verbod is dat instanties kunnen ingrijpen bij een overtreding. De politie kan de stalker bijvoorbeeld aanhouden. Op die manier worden er negatieve consequenties aan het stalkinggedrag verbonden. Uiteindelijk probeer je daarmee de kosten-batenverhouding te beïnvloeden. Stalken levert de stalker iets op, maar zodra het meer gaat kosten dan het oplevert, zal een stalker eerder geneigd zijn te stoppen met het gedrag. Dat is de enige manier waarop een contactverbod zin heeft. Anders is het een wassen neus.

Jouw pogingen om de kosten-batenverhouding voor de Australische winkeliers te beïnvloeden, vind ik overigens ook heel nobel. De branden kostten deze ondernemers hun omzet, maar door jouw dappere pogingen je een slag in de rondte te eten, redden ze het net. Ga vooral zo door! Het redden van de wereld met een gin tonic!

*Nog zo’n interessante column van recherchepsychologen Cleo en Bianca lezen? Dat doe je hier.

Steun van Ellie Lust en al die anderen

0

De nacht dat mijn partner Stefan werd vermoord, moest ik opeens naar het politiebureau. Ik had net te horen gekregen dat het inderdaad Stefan was die onder een laken naast onze kapotgeschoten auto lag.

Samen met mijn zwager zat ik in het halletje van politiebureau IJtunnel. Te wachten en te zwijgen. De agent die ons vergezelde, stelde af en toe een vraag. Ook hij zat om woorden verlegen. Zo zaten we daar een hele tijd stil te zijn.

Adrenaline

Na een tijdje diende zich een meneer aan die me kwam ophalen. Hij stelde zich voor als rechercheur en wilde wat vragen stellen. In mijn beleving was ik uiterst kalm. Het zal geheid de adrenaline geweest zijn die me totaal had overgenomen.

Het verhoor duurde een uur. Geen seconde had ik het gevoel dat ik als verdachte werd behandeld. Fijn. Maar toen ik na het verhoor terug wilde naar mijn zwager, mocht dat niet. Een reden werd niet gegeven. Drie uur lang zat ik vervolgens alleen in een kamertje. Ik heb gesmeekt, ben boos geworden, heb gehuild. Ik wilde naar mijn zwager. En wel nu!

Familierechercheur

Pas in de vroege ochtend kwam er een andere rechercheur bij me. Een familierechercheur. Hij vertelde dat hij mij en de familie zou bijstaan de komende tijd.

Ik haalde mijn schouders op. Ik wilde alleen maar naar huis. Dat ging niet. Er werd me vriendelijk verzocht mijn sleutels in te leveren want er moest een huiszoeking worden gedaan. Gedwee deed ik wat me werd gevraagd. Ik wilde zelf ook dat de politie alles zou uitzoeken. Ga je gang, dacht ik.

De familierechercheur ging mee naar het huis van mijn zwager. Daar kwam zowel de familie van Stefan als mijn familie naartoe. Er meldde zich een tweede familierechercheur die erbij was toen ik eindelijk naar huis mocht.

Bijgestaan

Die hele week (en lang daarna) hebben die twee familierechercheurs mij geweldig goed bijgestaan. Met elke vraag mocht ik bellen. Niets was te gek. Het is, op het moment dat je wereld op zijn kop staat, bijzonder prettig dat er iemand speciaal voor jou is. Hoe gek ook, het gaf een soort rust.

Binnen een dag of twee meldde zich tevens een zogeheten casemanager van Slachtofferhulp Nederland. Waar familierechercheurs zich richtten op de communicatie tussen de politie en mij, was Slachtofferhulp er met name voor mij.

Hulp

De medewerkster van Slachtofferhulp hielp me met de grotere vragen van het leven. De uitvaart. Mijn toekomstige financiën. Psychische hulp voor mij en mijn zoon. Later ging deze hulp over in juridische hulp. Nog steeds zijn zowel de familierechercheurs als de casemanager met mij verbonden. Ook nu nog kan ik deze mensen altijd bellen met vragen.

Een aantal maanden na de moord werd ik verzocht om samen met de moeder en broer van Stefan naar de officier van justitie te komen. Ook de leider van het onderzoeksteam van de politie was er.

De twee vrouwen vertelden ons wat we eigenlijk al wisten. De moord op Stefan was een vergissing geweest. Iemand anders was het beoogde doelwit geweest. Een vergismoord. Beide dames leken erg ontdaan. Net zoals alle andere functionarissen van politie en justitie die ik in die tijd sprak. Precies dát waar zij zo bang voor waren geweest, was werkelijkheid geworden.

Megafoon

Om het onderzoek niet te schaden, bracht justitie niet meteen naar buiten dat het om een vergismoord ging. Ik had moeite om me daar overheen te zetten. Het liefst was ik met een megafoon op de markt gaan staan om mijn verhaal te doen. Ik wilde het wel uitschreeuwen. De belofte dat ik die kans later zou krijgen en dat ik samen met de politie een mediaplan zou maken, heeft ervoor gezorgd dat ik akkoord ging met een tijdelijke radiostilte.

Het mediaplan kwam er. En hoe. Mijn mediatraining kreeg ik van Ellie Lust. Bij elke talkshow waaraan ik deelnam, ging Ellie mee. Werd er bij mij thuis een interview gedaan, Ellie was erbij. Niet alleen met tips, maar vooral om mij aan te horen.

Non-stop

Want over Stefan wilde ik non-stop praten. Bij voorkeur de hele dag. Tegen Ellie, de familierechercheurs, de casemanager, de officier van justitie. Tegen iedereen die ook maar zijdelings bij het onderzoek was betrokken.

Iedereen moest weten wat een geweldige vent Stefan was geweest. En wat een geweldige vader. Ik wilde dat ze wisten voor wie ze dit allemaal deden. Voor wie ik dit allemaal deed. Voor Stefan, en voor niemand anders. Dat was mijn missie.

Nog niet zo lang geleden stuurde Ellie me haar boek op. Daarin schreef ze: ‘Ook ik zal Stefan nooit vergeten’.

Missie geslaagd.

*Lees ook de vorige column van Janke Verhagen!

Tienerdochter en haar relatie met een 42-jarige

0

Tegenover ons zit de moeder van de vijftienjarige Monica*. De vrouw is haar dochter het laatste jaar een beetje kwijtgeraakt. Monica’s moeder heeft een pittige scheiding achter de rug en worstelt erg met haar eigen verdriet. Haar dochter heeft zich in deze periode gericht op kickboksen bij een sportschool in de buurt.

Monica heeft recent bij haar moeder opgebiecht al een tijdje een relatie te hebben met Frank, de 42-jarige eigenaar van de sportschool. Moeder kent hem. Hij komt Monica namelijk regelmatig thuis ophalen voor een training. Volgens Frank heeft Monica talent en wil hij haar voorbereiden op kickbokswedstrijden. Monica is ondertussen smoorverliefd op hem geworden. Want Frank geeft haar aandacht en luistert naar haar verhalen.

Uitlaatklep

Het was moeder al wel opgevallen dat Monica een goede band met Frank had opgebouwd. Ze vond het fijn dat Monica een uitlaatklep leek te hebben gevonden in de moeilijke periode door de scheiding.

Deels begreep moeder dat wel. Een puber praat natuurlijk veel makkelijker met een buitenstaander dan met een gezinslid. Monica onderhield sinds de scheiding bovendien nog maar weinig contact met haar vader. Het deed Monica goed hoe Frank altijd weer een oor voor haar problemen had.

Moeder had Monica ook echt zien veranderen door het contact met haar sportleraar. Ze kreeg meer zelfvertrouwen en wilde graag haar eerste kickbokswedstrijd vechten. Maar Monica, die steeds meer haar eigen weg ging, had wel meer en meer afstand van haar moeder genomen. En op school ging het minder goed met haar, omdat ze zich meer met kickboksen bezighield dan met haar opleiding.

Naaktfoto’s

Toen moeder op de laptop van haar dochter een aantal naaktfoto’s van Monica had aangetroffen, had Monica haar relatie met Frank bij haar opgebiecht. Frank bleek ook naaktfoto’s te hebben gestuurd. Een heel scala aan pornografisch materiaal, onder meer van een masturberende Frank, bleek naar Monica te zijn verzonden. De begeleidende teksten spraken boekdelen: het was kennelijk niet bij het maken van foto’s gebleven.

Dat haar dochter een relatie heeft met een man die 27 jaar ouder is, is bij moeder als een bom ingeslagen. Ethisch gezien is het volstrekt onacceptabel. Het is bovendien bij wet verboden, ervan uitgaande dat Monica en Frank tevens een seksuele relatie hebben. Seks mag je in Nederland immers pas vanaf je zestiende hebben. De leeftijd van de partner met wie je seks hebt, is niet vastgelegd. Datzelfde geldt voor het leeftijdsverschil.

Monica heeft de leeftijd van zestien jaar nog niet bereikt. Dus juridisch gezien heeft haar moeder het volste recht om aangifte te doen. Maar hoe zal Monica reageren? Jong en naïef als ze is, denkt ze vast dat Frank haar grote liefde is. Moeder wil de toch al wankele relatie met haar dochter niet op het spel zetten. 

Kinderporno

De naaktfoto’s die Monica’s moeder heeft ontdekt, kunnen worden aangemerkt als kinderporno. Monica is immers nog geen achttien. Het meisje heeft deze kinderporno vrijwillig vervaardigd en verspreid. Naar de letter van de wet zou je kunnen zeggen dat Monica hiervoor gestraft kan worden.

De wetgever is hierin gelukkig wat milder. Het lijkt onder jeugdigen immers vrij normaal te zijn om zulke foto’s en filmpjes te maken en digitaal te versturen. De wetgever spreekt in dit geval van sexting.

Monica’s moeder weet eerst niet wat zij moet doen. Ze kan natuurlijk aangifte doen tegen Frank, maar Monica wil dat niet. Zij heeft al laten weten niets tegen de politie te zullen zeggen omdat zij denkt dat Frank de ware is. Als Monica niets wil vertellen of een seksuele relatie ontkent, is het moeilijk om het bewijs rond te krijgen.

Onethische

Bovendien is Monica over een aantal maanden zestien jaar oud. Dan is de seks met Frank legaal, ondanks het gegeven dat het aanvoelt als een ongelijkwaardige en onethische relatie.

Moeder kiest er uiteindelijk voor om haar melding om te zetten in een aangifte. Zij voelt zich daartoe verplicht aangezien Frank eigenaar is van een kickbokschool waar ook andere meisje slachtoffer kunnen worden. Na de aangifte door Monica’s moeder heeft Frank de relatie met haar dochter verbroken.

AANVULLING: een lezer van deze column maakte ons erop attent dat er in dit dossier eveneens sprake is van een zogeheten afhankelijkheidsrelatie – een relatie tussen coach en pupil. Ook dat is strafbaar en geeft dus een extra strafbaar feit.

*De namen ‘Monica’ en ‘Frank’ zijn omwille van de privacy gefingeerd.

De vorige column van zedenrechercheurs Sandra en Elisa lees je hier.

Straf op ontsnappen nutteloos

0

Ontsnappingspogingen door gevangenen zijn de laatste tijd weer volop in het nieuws. Vorige maand nog werd een aantal Fransen gearresteerd na een poging om Omar L., vermeend kopstuk van de Mocro Mafia, uit de penitentiaire inrichting in Zutphen te bevrijden.

Een paar weken later maakte het OM bekend aanwijzingen te hebben dat ook Dino S., de veronderstelde partner van Willem Holleeder, een ontsnapping voorbereidde. Zowel L. als S. werd direct overgeplaatst naar de Extra Beveiligde Inrichting (EBI) in Vught, de zwaarst bewaakte bajes in ons land.

Spectaculairste

De spectaculairste ontsnappingspoging van recente datum is een zaak uit 2018 die bekend staat als de ‘helikopterkaping’. Het verhaal zou niet misstaan in een Hollywood-blockbuster.

Een aantal mannen wilde een helikopter kapen in Lelystad om daarmee een gedetineerde uit de gevangenis in Roermond te halen. Het verhuurbedrijf van de helikopter rook echter onraad en schakelde de politie al in een vroegtijdig stadium in. Een agent deed zich vervolgens voor als medewerker van het verhuurbedrijf om zo informatie te krijgen over de plannen.

Nog voor de betrokkenen in de helikopter waren gestapt, werden ze al aangehouden. De rechtbank achtte de gang van zaken bewezen voor vier van hen. Zij zijn inmiddels veroordeeld tot gevangenisstraffen. Op dit moment loopt in dit dossier nog een hoger beroep.

Stripboek

In datzelfde jaar speelde zich in Rotterdam een daadwerkelijke ontsnapping af. Maar dat verhaal past wat mij betreft beter in een stripboek dan in een spannende film.

De spil in deze zaak was een gedetineerde in gevangenis De Schie. De man had zijn tijd erop zitten en mocht naar huis. Zoals altijd kreeg ook deze gevangene een grote vuilniszak uitgereikt waarin hij zijn spullen kon meenemen.

Het is uiteraard de bedoeling dat die zak wordt gecontroleerd bij vertrek uit de bajes. Maar ditmaal bleef die check achterwege.

Vrijheid

Je raadt al wat er volgde. In de grote vuilniszak werd een medegedetineerde mee naar buiten gesmokkeld. Werkelijk niemand had dat klaarblijkelijk in de gaten. Eenmaal buiten kroop de man uit de zak en ging er vandoor. Lang heeft hij overigens niet van zijn vrijheid kunnen genieten. Twee maanden later werd de toen 26-jarige gedetineerde bij toeval tijdens een observatie door de politie opgemerkt en na zijn aanhouding weer ingesloten.

Zodra zulke ontsnappingen de krantenkolommen halen, is het wachten op een reactie vanuit de politiek. Dat is ook nu weer zo. Minister Sander Dekker van Rechtsbescherming kondigde onlangs aan ontsnappingen uit de gevangenis strafbaar te willen stellen.

Is dat nu niet zo? Nee dus. En dat is niet zonder reden.

Ander

Eerst een kleine nuance. Het helpen bij het laten ontsnappen van een ander is wél strafbaar. Zo worden de mannen die bezig zouden zijn geweest met de ontsnappingspoging van L. strafrechtelijk vervolgd. Datzelfde geldt voor de helikopterkapers en de gevangene die met zijn vuilniszak een ander liet ontsnappen.

Zelf ontsnappen of pogingen ondernemen om zichzelf te bevrijden zijn echter niet strafbaar. De achterliggende gedachte is dat ieder mens een natuurlijke drang heeft om vrij te willen zijn.

De minister wil dit gaan veranderen en strafbaarstelling invoeren. Maar is dat ook echt nodig? En wordt daarmee een probleem opgelost?

Nul

Naar mijn mening niet. Het is namelijk niet aannemelijk dat mensen die proberen te ontsnappen, dat niet meer zullen doen als hun daden voortaan strafrechtelijk worden vervolgd. De maatregel heeft dus nul effect.

Bovendien zijn mensen die nu ontsnappen meestal wel strafbaar voor andere feiten die zij tijdens hun vlucht begaan. Denk daarbij aan het vernielen van een deur of raam of het bedreigen van medewerkers van de gevangenis.

Daarnaast krijgen (potentiële) ontsnappers binnen het gevangeniswezen wel degelijk gevolgen te verduren.

Pretje

Omar L. en Dino S. zijn immers direct overgeplaatst naar de zwaarst beveiligde penitentiaire inrichting. Het is bepaald geen pretje om daar een straf uit te zitten. In eerdere gevallen kwamen (bijna) ontsnapte veroordeelden verder ook niet meer in aanmerking voor een vervroegde vrijlating.

Dat politici graag op de voorgrond treden, is een bekend gegeven. Maar laten we voorkomen dat door zulke scoringsdrift wetten worden ingevoerd die geen enkel doel dienen.

*Lees ook de vorige column van strafrechtadvocaat Daniëlle Troost.

Gaat het ooit over?

3

De sterfdag van mijn zus is steeds langer geleden. Maar ik denk nog regelmatig terug aan Nadia en het noodlot dat haar overkwam.

Kleine dingen brengen haar vaak weer levensgroot in mijn gedachten. Een liedje op de radio. Een praatje van een kennis over een weekend dat zij met haar zussen, broers, neefjes en nichtjes doorbracht.

Steeds bedenk ik me dan dat Nadia door haar huisbaas Pascal F. om het leven is gebracht vanwege iets pietluttigs. Ik besef dat ik geconfronteerd blijf worden met het verlies van Nadia. Dat het gemis nooit overgaat.

Moeder

Nadia was 25 toen F. haar doodschoot met een uzi. Mijn zus was juist volop met haar carrière en haar toekomst bezig. Ze had graag een gezin willen stichten. Dat Nadia nooit moeder mocht worden – en ik nooit tante – heeft me ongelooflijk veel pijn gedaan. Ook die pijn is gebleven. Er gaat een dolksteek door mijn hart als een vriendin me vertelt hoe ze pakjesavond afgelopen december vierde met haar ouders, haar twee zussen en hun kinderen. Een grote en gezellige familie. Zoveel rijkdom.

Toen ook mijn vader was overleden, bleven de kaarten aan mijn moeder en mij geadresseerd met de aanhef ‘familie Van de Ven’. Hoezo ‘familie’, dacht ik. Dat woord voelde als een ontkenning van de enorme krater die in ons midden is geslagen. Onze familie is geruïneerd. Gehalveerd. 

Buitenstaander

Een moord op een direct familielid maakt je als nabestaande tot een buitenstaander in de maatschappij. Het meedragen van diep verdriet in je hart veroorzaakt ongewild ook eenzaamheid.

Zelf heb ik dat als geen ander ondervonden. Mijn studievriendinnen probeerden me de eerste jaren na het wegvallen van Nadia zo goed mogelijk te steunen. Gaandeweg werd dat moeilijker. Hun levens en alle verplichtingen die daar bij hoorden, gingen door. Mijn leven stond stil. Bevroren in tijd.

Amper twintig waren mijn vriendinnen toen. Te jong en onervaren om zich te kunnen verplaatsen in de rauwe ‘rouw na een moord’. Gaandeweg lieten zij het contact met mij verwateren. Terugkijkend besef ik nu beter dat ik ze dat niet kan aanrekenen.

Rechercheurs

Zij hadden in die tijd immers geen tweewekelijkse gesprekken met rechercheurs die keer op keer nieuwe en onthutsende feiten vertelden over de moord op hun zus. Gesprekken die soms ook over een ander afschuwelijk misdrijf gingen. Recherche en OM verdachten F., een veteraan, namelijk ook van de moord op Anton Bussing. Hij werd in 1995 doodgeschoten met dezelfde uzi waarmee Nadia is omgebracht.

Of neem de verhalen van de rechercheurs over de ouders van F. die er alles aan hadden gedaan om hun zoon na de moord op Nadia uit handen van politie en OM te houden. Het is verschrikkelijk om steeds weer met zulke pijnlijke feiten te worden geconfronteerd.

Onzekerheden

En hoe konden mijn vriendinnen toen weten hoe het voelt om te moeten omgaan met onzekerheden over een moordenaar? Zou de man die mijn zus doodschoot wel worden gearresteerd? En, toen hij eindelijk was opgepakt, welke straf zou Pascal F. opgelegd gaan krijgen?

Nadat mijn studievriendinnen enigszins waren hersteld van de shock die de moord op Nadia teweegbracht, maakten zij zich weer druk om meer triviale zaken. ‘Ik ben ervan overtuigd dat ik mijn tentamen grandioos heb verprutst.’ Of: ‘Waarom laat die superleuke scharrel op wie ik zo verliefd raakte niets meer van zich horen? Ik snap het niet en voel me klote.’

Worstelen

Ik kon ondertussen alleen worstelen met eeuwig terugkerende gedachten. Als F. mogelijk eerder iemand had omgebracht en als hij toen was gepakt, had de moord op Nadia misschien voorkomen kunnen worden! Als zijn ouders twee dagen eerder naar zijn noodkreet hadden geluisterd, had de moord op Nadia misschien voorkomen kunnen worden!

Het bleef malen in mijn hoofd. En dat had niets met te maken met een tentamen of teleurstelling in een scharreltje.

Het idee dat F. wellicht kon worden tegengehouden, is voor mij nog steeds een worsteling. Kort voor hij Nadia doodschoot, vertrouwde F. zijn ouders toe geen huisbaas meer te willen zijn. Hij vond het te lastig en had problemen met een van zijn huurders.

Huurpenningen

Maar zijn ouders reageerden niet op F.’s verzoek om hem van zijn verantwoordelijkheden te ontslaan. Hun prioriteit lag bij het innen van de huurpenningen van hun vier Utrechtse appartementen.

De ouders wisten bovendien dat hun zoon sinds zijn uitzending naar Bosnië kampte met een alcoholverslaving. Toch waren ze niet te beroerd om hem drie flessen wodka cadeau te doen. Op de ochtend dat hij Nadia doodschoot, was F. stomdronken.

Leg zulke zaken maar uit, als je vriendinnen net twintig zijn…

*Wil je nog zo’n indrukwekkende column lezen van Lucinda? Dat kan hier.

DONEER!

Schrijven en onderzoek doen kost tijd. Steun Femke Fataal met een maandelijkse bijdrage of doneer bij een artikel. Dan kun jij mijn verhalen blijven lezen.
doe een donatie