Het zuiden van Nederland is recent zwaar getroffen door een heftig noodweer. Ik wens alle gedupeerden van de rampspoed veel sterkte toe. Het woord ‘noodweer’ bracht mij op een idee voor deze column.
In mijn praktijk als slachtofferadvocaat krijg ik tijdens zittingen voor de rechtbank namelijk vaak te maken met een noodweer- of een noodweerexces- verweer. Simpel gezegd: mensen hebben een geweldsdelict gepleegd, maar zeggen dat zij uit zelfverdediging hebben gehandeld. Dat gebeurt vaak bij mishandelingen. De pleger zegt dan dat de andere partij iets deed of zei waardoor de geweldspleger vond dat hij of zij zichzelf moest verdedigen. Bijvoorbeeld wanneer iemand te dicht op hem kwam staan, waardoor de pleger het gevoel kreeg dat hem iets zou worden aangedaan. Het kan ook zijn dat de ander een provocatie riep, waardoor de geweldspleger door het lint ging.
Strafbaar
Bij zelfverdediging mag je gebruik maken van geweld. Het toepassen van geweld is in Nederland strafbaar, maar bij een geslaagd beroep op eerdergenoemde verweren is iemand niet strafbaar. Maar wat houden noodweer en noodweerexces precies in? Aan welke voorwaarden moet zijn voldaan?
De auteur van deze column, Rachella Szafranski, is werkzaam als slachtofferadvocaat.
Laten we beginnen met noodweer. Er is sprake van een gerechtvaardigde en noodzakelijke verdediging als een strafbaar feit wordt gepleegd om jezelf of een ander te verdedigen. Voor een geslaagd beroep moet dan voldaan zijn aan een aantal vereisten.
Er dient sprake zijn van een ogenblikkelijke aanranding of bijvoorbeeld een aanval. Het onmiddellijke, dreigende gevaar moet zijn begonnen of op het punt staan te beginnen. Neem de situatie waarin je wordt geslagen: dat is een directe aanval waarbij onmiddellijk gevaar begint.
Strijd
Vervolgens moet die aanval ook wederrechtelijk zijn; in strijd met de wet. Volgens de wet mag iemand jou niet slaan, het slaan is dus in strijd met de wet. Het moet gaan om het verdedigen van jezelf, van een ander of zelfs van iemands eigendom. Als je wordt geslagen, mag je jezelf verdedigen. Als je ziet dat iemand anders wordt geslagen, mag je voor die ander opkomen. Als je ziet, dat de fiets van iemand wordt gestolen, mag je de dief daarop aanspreken. Dit moet natuurlijk wel binnen de grenzen van de wet blijven.
Die drie vereisten zijn redelijk makkelijk vast te stellen, maar de volgende drie situaties leveren in de rechtbank vaak discussie op. Noodweer moet voldoen aan de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit. Dat houdt in dat verdediging noodzakelijk moet zijn geweest.
Maar dat is al niet het geval wanneer er alternatieve mogelijkheden waren, bijvoorbeeld als iemand in plaats van zich te verdedigen ook een andere uitweg als vluchten had kunnen kiezen. De manier van verdedigen moet ook nog in een redelijke verhouding met de ernst van de aanval staan. Indien die verhouding wordt overschreden, dan kom je op het gebied van noodweerexces.
Getoetst
Tot slot wordt getoetst of er sprake is van culpa in causa. Is het aan de verdachte zelf te wijten dat het tot een aanval of aanranding is gekomen? Dat is bijvoorbeeld het geval wanneer de verdachte de aanval zelf heeft uitgelokt door te provoceren.
Met een uitspraak van de rechtbank Midden-Nederland op 30 juli wil ik een situatie van noodweer toelichten. Twee mannen van 28 en 26 jaar uit Urk zijn toen veroordeeld tot taakstraffen van 120 en 150 uur wegens het plegen van openlijk geweld. De broers hadden op zondag 28 maart dit jaar een journalist van PowNed geschopt. De jongste broer had bovendien een cameraman geslagen.
PowNed deed in Urk verslag van kerkgangers die in coronatijd naar een dienst gingen. De broers gingen zelf niet naar de kerk, maar waren in de buurt om de orde te handhaven en om te kijken wat er ging gebeuren. Volgens hen gedroeg de verslaggever zich intimiderend en gewelddadig richting de kerkgangers.
Microfoon
Een van de broers kreeg een stok met microfoon in zijn gezicht gedrukt. In eerste instantie zeiden de twee jongemannen er wat van en in tweede instantie werd de journalist geslagen en geschopt.
De broers beriepen zich op noodweer. De politierechter verwierp dat beroep omdat er geen sprake was van een ogenblikkelijke en wederrechtelijke aanranding of aanval. Niet van de broers en evenmin van de kerkgangers.
Noodweer is dus zelfverdediging waarbij gepast geweld wordt gebruikt. Eerder heb ik al opgemerkt dat de grenzen van de noodzakelijke verdediging kunnen worden overschreden. Dat heet ‘noodweerexces’ en kan alleen aan bod komen als er sowieso een noodweersituatie is vastgesteld. Noodweerexces komt in verschillende varianten voor.
Intensief
Zo heb je het zogeheten ‘intensief noodweerexces’. Dat houdt in dat er een te zwaar middel in verhouding tot de aanval wordt ingezet, bijvoorbeeld als je een klap in het gezicht krijgt en als reactie daarop de persoon die de klap gaf doodschiet.
Er moet een evenwicht bestaan tussen de noodzaak ter verdediging en het middel waarmee wordt verdedigd. Indien dat wordt overschreden, is er sprake van intensief noodweerexces.
Daarnaast bestaat het ‘extensief noodweerexces’. In zo’n situatie gaat de verdediging nog door terwijl de aanval al is gestopt. Denk aan een slachtoffer dat de aanvaller blijft trappen en slaan terwijl de aanvaller al uitgeschakeld op de grond ligt.
En dan is er ook nog het zogeheten ‘tardief noodweerexces’ waarbij de verdediging pas wordt ingezet wanneer de aanval al voorbij is. Zoals een slachtoffer dat door een aanvaller in het kruis is geschopt en kort erna in een reflexmatige reactie terugslaat.
Gemoedsbeweging
Bij alle vormen van noodweerexces moet het gaan om een hevige gemoedsbeweging. De plegers moeten gehandeld hebben onder invloed van hevige emoties zoals angst, radeloosheid en woede. Ook moet er zogeheten ‘dubbele causaliteit’ zijn. Dat betekent dat die hevige gemoedsbeweging veroorzaakt dient te zijn door de aanval én de buitensporige zelfverdediging moet het onmiddellijk gevolg zijn van die hevige gemoedsbeweging.
Zo deed de rechtbank Noord-Nederland op 19 oktober 2017 een interessante uitspraak op het gebied van noodweerexces. De zaak draaide om een vrouw en haar vriend die ruzie hadden gekregen. Er was een dreigende situatie ontstaan, waarbij de man volledig uit zijn dak was gegaan.
De man stond woedend, met schuim op de mond, hard schreeuwend en scheldend en met opgeheven hand gebogen over de angstige en in elkaar gedoken vrouw. De rechtbank oordeelde dat die situatie onmiddellijk, dreigend gevaar aantoonde. De vrouw zou door de man kunnen worden aangevallen en de vrouw had geen alternatieve mogelijkheid had om zich aan de situatie te onttrekken.
Klassieke
Er was dus sprake van een klassieke noodweersituatie. De vrouw mocht zich verdedigen, maar zij was in haar verdediging te ver gegaan door een mes te pakken en haar vriend in buik en arm te steken. Die onevenredige verdediging was echter een direct gevolg van de enorme angst die zij had. De rechtbank oordeelde dat het ging om een geslaagd beroep op noodweerexces.
In veel gevallen geeft de rechter echter geen gehoor aan zulke verweren. Dat heeft te maken met de dunne lijn tussen zelfverdediging en het spelen van eigen rechter. Bij een geslaagd beroep op noodweer of noodweerexces wordt een verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Het feit dat ten laste is gelegd is dan wel bewezen, maar de verdachte is niet strafbaar. Dat betekent geen straf en geen schadevergoeding. Er komt dan een einde aan de strafzaak, maar niet aan het verdriet en het leed van het slachtoffer.
“Is hij opgepakt? Hij zit toch wel vast hè?” Het zijn vragen die veel mensen in mijn omgeving me stelden nadat ik gestalkt en uiteindelijk ook aangevallen was door een ex.
Opgepakt werd hij inderdaad, maanden later. En na verhoor werd hij gelijk weer vrijgelaten. De zaak werd geseponeerd bij gebrek aan bewijs. Dit zijn slechts enkele zinnen waarachter heel wat verhalen schuilgaan. Te veel om in deze column te kunnen toelichten.
Mijn roepen om hulp tijdens de aanval door mijn ex – die zondagnacht van 4 op 5 mei 2013 – had mijn overburen wakker gemaakt. Dronken jeugd die uit het dorp komt en op weg is naar huis, dachten ze. Maar het tumult stopte niet. Tegen de tijd dat mijn buurman naar buiten kwam om te kijken wat er aan de hand was, was mijn ex helaas net vertrokken.
Herrie
In eerste instantie riep de buurman: “Buuf, hou eens op met herrie maken!” Maar toen hij me zag, schrok hij zich rot. Nog vol adrenaline vertelde ik hem boos en op luide toon wat er gebeurd was. De buurman nam me mee naar zijn huis. Zijn vrouw was inmiddels ook naar beneden gekomen. Ook zij, op dat moment zeven maanden zwanger, reageerde geschrokken.
Annemarie Timmermans, de auteur van deze column, is veiligheidskundige en coach.
De politie werd gebeld en was er gelukkig sneller dan verwacht. De gemeente Moerdijk, met Zevenbergen als grootste kern, heeft net zoals zoveel gemeenten geen eigen politiepost meer en het gebied waarin de agenten werkzaam zijn is groot.
De agent vroeg kort hoe het met me ging en wat er was gebeurd. Toen ik vertelde dat ik mijn aanvaller, liggend op de grond met mijn punthakken keihard in zijn kruis had getrapt, zei hij: “Goed zo!” Dat was een reactie die me nog altijd eraan herinnert dat er ook politieagenten zijn die wèl goed reageren. Want ik kwam er diezelfde dag achter dat dat lang niet altijd het geval is.
Regie
De agent nam de regie. “Jij moet nu eerst naar het ziekenhuis”, vervolgde hij. “Morgenochtend word je gebeld en hoor je hoe het verder gaat.” De ambulance kwam, en met het vertrouwen dat deze agent ervoor ging zorgen dat er gelijk actie werd ondernomen om mijn aanvaller op te pakken, ging ik mee naar het ziekenhuis.
De volgende dag vertelde mijn buurman dat ze samen nog op onderzoek waren geweest bij mijn huis en in de buurt. Daarbij zagen de buurman en de agent dat iemand een poging had gedaan om in mijn woning in te breken. Het was duidelijk dat het niet een behendige inbreker was geweest. Ook dat verhaal kreeg nog een staart en zou een nog grotere klap in mijn gezicht vormen, maar daarover schrijf ik later meer.
Die zondagochtend wachtte ik tevergeefs op het beloofde telefoontje. Ik was enorm benieuwd naar wat er al door de politie in gang was gezet. Ergens in de middag was mijn geduld op en belde ik zelf naar het bureau.
Gelaten
De agent die opnam, reageerde gelaten op mijn verhaal. Ik vroeg hem welke acties inmiddels waren ondernomen. ‘Mevrouw, zó werkt dat hier niet’, zei de agent. Dat antwoord had ik niet verwacht. “Hoe werkt het dan wel?”, informeerde ik. “U moet eerst aangifte komen doen voordat we in actie kunnen komen”, ging hij verder.
Weer een antwoord dat ik niet had verwacht en niet snapte. Er was ‘s nachts toch een agent bij geweest? Er waren toch ook mijn meldingen en aangiftes van stalking? Bovendien; hij liep vrij rond, wat als hij zou terugkomen om zijn karwei af te maken? Daar was ik echt bang voor. Na al die vragen kreeg ik weer een in mijn ogen ongeïnteresseerde reactie. De politie zei niets te kunnen doen zonder mijn aangifte.
“Ik kan nu langskomen als dat voor u nodig is om iets te kunnen ondernemen”, zei ik. Opnieuw volgde hetzelfde antwoord. “Zo werkt dat hier niet”, zei de agent die vervolgens vroeg of ik woensdag naar het bureau wilde komen. Woensdag pas, ging er door me heen. “Ik had beter dood kunnen zijn, dan had er dertig man op de stoep gestaan”, hield ik de politieman voor.
Geschokt
De agent reageerde geschokt: “Ja maar, mevrouw, dat moet u niet zeggen”, zei hij. Wat dan wel? Want zo zou het wel geweest zijn. Als iemand door een misdrijf om het leven komt worden veel agenten ingezet om onderzoek te doen. Ik had het overleefd, de politie was meteen ter plekke geweest maar toch moest ik eerst aangifte doen.
Ik snapte er niets van en het raakte me diep. Er zat helaas blijkbaar niets anders op dan een afspraak te maken. Gelukkig kon dat ook ‘al’ op dinsdag. Samen met een goede vriend ging ik die dag naar het politiebureau. Twee politiemensen, een man en een vrouw, luisterden begripvol en de tijd nemend naar mijn verhaal en stelden vervolgens een proces-verbaal op. Poging tot moord stond er boven. Na ruim vijf uur waren we klaar en vertelden de agenten ermee aan de slag te zullen gaan. De technische recherche zou langs komen voor sporenonderzoek.
Stapel
Het liep anders. Mijn aangifte belandde op een stapel. Dat de dader een Belg was hielp niet mee. Er moest eerst een verzoek tot uitlevering komen. Dat was er uiteindelijk pas maanden later! Áls die trap in zijn kruis al zichtbaar was geweest, dan was daar tegen de tijd dat hij opgepakt natuurlijk niets meer van te zien.
Toen mijn ex eenmaal was aangehouden, werd hij verhoord in Nederland. Hij zweeg.
Het sporenonderzoek is nooit gedaan. Er kon niet vastgesteld worden dat hij op plaats delict was geweest, zeiden ze. De koevoet was niet gevonden. Bij gebrek aan bewijs werd mijn zaak geseponeerd. Mijn gedetailleerde beschrijving van zijn kleding en uiterlijk en de aangiftes telden allemaal niet mee. Het was mijn woord tegen het zijne, luidde de uitleg.
Positief
Wat ik nog altijd als erg positief ervaar, is dat de officier van justitie en de leidinggevende van de recherche mijn zus en mij hebben uitgenodigd om ons persoonlijk te vertellen dat de zaak geseponeerd zou worden. Na hun vraag hoe het met me ging, was het eerste dat de officier en recherche-chef zeiden: “We weten dat hij het gedaan heeft, maar we kunnen het jammer genoeg niet bewijzen.”
Ook vanuit mijn achtergrond als veiligheidskundige snap ik niet waarom er niet meteen was gehandeld. Dat had immers bewijsmateriaal tegen de dader kunnen opleveren. Als in de industrie een zeer ernstig ongeval gebeurt, wordt direct een onderzoek in gang gezet. Daarbij hoort ook een risico-inschatting: is de situatie op dit moment veilig? Zo niet, dan worden eerst maatregelen getroffen om te voorkomen dat er nog meer schade en letsel ontstaat.
Weinig
De politie heeft te weinig personeel. Des te belangrijker om te kiezen wat je wel en niet in behandeling neemt, lijkt mij. Natuurlijk snap ik dat proces als leek niet goed, maar de vraag hoe bijvoorbeeld triage wordt gedaan en welke zaken prioriteit krijgen, komt geregeld in mijn gedachten.
Afbeelding ter illustratie. Photo by Melanie Wasser on Unsplash
Vele maanden na de aanval, en soms nog, had ik veel moeite om te zien dat er bij voetbalwedstrijden en bij niet ernstige verkeersongelukken veel politie op de been is. Zoveel capaciteit die daaraan opgaat! En wat doen al die agenten bij relatief eenvoudige verkeersongevallen? Kunnen verzekeringsbedrijven als belanghebbenden dat onderzoek niet zelf doen? Natuurlijk is dat te simpel gedacht, maar als je bijna om het leven bent gebracht en dan ervaart hoe het gaat bij de politie, dan wringt dat enorm van binnen.
Regelmatig vraag ik me af wat al die jaren van bezuinigingen, reorganisaties en personeelstekorten hebben gedaan met medewerkers van de politie. Levert dat zoveel frustratie op dat veel mensen óf ontslag nemen óf murw worden?
Processen
In hoeverre spelen zulke processen een rol in de niet-correcte afhandeling van zaken? Zoals bij de omgebrachte Linda van der Giessen en Hümeyra Ergincanli en de vele andere slachtoffers? Wat is er nodig om dit te voorkomen? Is het meer geld en meer blauw? Of vraagt het om andere keuzes in prioriteit, aanpak en aansturing? Wat telt zwaarder? De publieke en politieke opinie of het risico op incidenten en misdrijven die diep ingrijpen in de levens van slachtoffers, hun naasten en vele anderen om hen heen?
Dit is geen gemakkelijke maar wel een broodnodige discussie, want het gaat het te vaak fout. Preventie kan niet alle incidenten voorkomen maar wel de kans daarop verminderen.
*Lees ook de eerste column van Annemarie waarin zij vertelt hoe ze plotseling slachtoffer werd van haar stalker.
De moord op Peter R. de Vries bracht een enorme schok teweeg en raakte ook mij diep. De man van de cold cases en voor gerechtigheid, is er niet meer. Mijn gedachten keren terug naar een ‘cold case’ waaraan Arun Dohle jaren werkte en waarbij Peter ooit ook ons pad kruiste.
In 2007 bracht het tv-programma Netwerk het nieuws dat er mogelijk tientallen gestolen kinderen uit India in Nederland waren geadopteerd. Zo was ook het Indiase echtpaar Nagarani en Kathirvel actief op zoek naar hun zoon.
Roelie Post, de auteur van deze column, was Europees ambtenaar bij de Europese Commissie in Brussel en deed langdurig onderzoek naar adoptie en kinderhandel.
Arun hielp de ouders hun weg te vinden in India en Nederland. Gelijktijdig kwam ik in het nieuws door de publicatie van mijn boek. Adoptieland stond op zijn kop. Arun en ik richtten de Stichting Against Child Trafficking op en zo werd ik eveneens betrokken bij deze kwestie.
Dna-test
Het was bekend waar de jongen verbleef. We vonden uiteindelijk een advocaat in Nederland om een rechtszaak aan te spannen. Het oogmerk was om een dna-test te verkrijgen om zo honderd procent uitsluitsel te krijgen dat het om het geroofde kind ging. Bovendien wilden we eventueel een soort van omgangsregeling tot stand brengen met de biologische ouders, hoe ingewikkeld misschien ook.
Het belangrijkste voor het wanhopige, Indiase echtpaar was echter het verkrijgen van zekerheid. Ze wilden weten dat hun zoon in leven was en dat het hem goed ging.
Het tragische nieuws rond Peter R. de Vries brengt mij zijn optreden in het tv-programma van Knevel & Van den Brink op 6 juli 2010 in herinnering. Een advocaat was uitgenodigd om over deze rechtszaak te komen spreken, toenmalig premier Jan Peter Balkenende en Peter R. de Vries waren voor andere onderwerpen in de studio aanwezig.
Afzijdig
Balkenende hield zich wat afzijdig: “Onder de rechter, ingewikkelde kwestie.” Peter R. de Vries interrumpeerde om te vragen hoe de Indiase jongen dan naar Nederland was gekomen. Tsja, legaal dus, via de gebruikelijke adoptieprocedure, zei de advocaat.
Gevraagd naar zijn mening zuchtte Peter R. diep. Tijs van den Brink vroeg toen: “Waarom zucht je?” Peter antwoordde : “Omdat het moeilijk is. Als het verhaal echt zo is dat het kind is geroofd, dan reis je natuurlijk de hele wereld over om je kind terug te krijgen, ook al woont dat kind inmiddels bij anderen. Maar goed, zoals altijd in het recht is er een belangenafweging, en het belang van het kind is er ook. Aan de andere kant vind ik hem ook nog wel vrij jong, twaalf jaar, om daar nu een definitieve beslissing over te nemen. Maar wat is dan de overweging van die adoptieouders om hier totaal niet aan mee te werken? Het feit dat ze een kind geadopteerd hebben, geeft in mijn optiek aan dat zij heel goed begrijpen wat een kinderwens is. En dat ze dus ook zullen moeten begrijpen hoe de biologische ouders daar mee leven. Waarom werken ze daar totaal niet aan mee dan? Hebben ze daar een reden voor?”
Angst
De advocaat reageerde met: “Dat zal angst zijn”.
Angst was het inderdaad. Maar niet in eerste instantie. De adoptieouders waren vanzelfsprekend erg ontdaan toen ze van Arun Dohle vernamen dat de Indiase ouders hun gestolen kind zochten. Ze toonden begrip en bereidheid tot medewerking. Al snel werd echter alles anders. Het gealarmeerde adoptiebureau ontkende in alle toonaarden dat er sprake kon zijn van kidnapping. Er ontstond paniek.
Vele pogingen van ons om via het adoptiebureau, het ministerie van Veiligheid en Justitie en andere betrokkenen een dna-test test te organiseren, liepen stuk. De adoptieouders wilden niet meewerken. Een rechtszaak was nog de enige optie. En dus begon de lange weg van het vinden van een advocaat en van de geldelijke middelen om dat alles te betalen en om tweemaal de reis- en verblijfkosten voor het echtpaar te financieren.
Boek
Het gaat te ver om alle details hier te melden, we zouden er een boek over kunnen schrijven. Wat ons duidelijk werd, is dat de adoptiewereld met haar psychologen en advocaten in nauwe samenwerking met het Ministerie van Veiligheid en Justitie er alles aan heeft gedaan om het ouderpaar uit India tegen te werken. Dat terwijl de toenmalige minister van Veiligheid en Justitie zelf de adoptieouders bezocht om hen gerust te stellen.
De biologische ouders uit India verloren de rechtszaak. Een adoptiepsycholoog met nauwe banden in de adoptiewereld kwam tot de conclusie dat een dna-test schadelijk was voor het kind, en dat de jongen niet wenste mee te werken.
Als klap op de vuurpijl veroordeelde de rechtbank het Indiase echtpaar tot het betalen van de kosten van het psychologische onderzoek, een bedrag van vijfduizend euro. Alleen daarom al moesten we wel in hoger beroep. Met een nieuwe advocaat. Het gerechtshof zag gelukkig af van de betalingsverplichting, maar het oordeel over de kwestie zelf veranderde in hoger beroep niet.
Cassatie
We hebben nog een poging gedaan tot cassatie bij de Hoge Raad. Dus moest weer een andere advocaat worden gezocht. Onze advocaat nam destijds contact op met het advocatenkantoor Pels Rijcken. Dat gaf aan dat de zaak in te nauw verband stond met de overheid en het overheidsbeleid. Pels Rijcken kon ons helaas niet terzijde staan, luidde het antwoord, omdat het als landsadvocaat de staat diende. Een andere raadsman kon op korte termijn niet worden gevonden en dus liep het spoor in Nederland dood.
Afbeelding ter illustratie. Foto door cottonbro via Pexels
Ons allerlaatste middel was het aanspannen van een zaak bij het Europese Hof voor de Rechten van de Mens in Straatsburg. Gelukkig bleek een bevriende advocaat uit Wenen bereid die procedure in te zetten. Helaas werd de zaak zonder duidelijke redenen afgewezen.
Tweede Kamer
Dit alles nam jaren in beslag. Ondertussen probeerde de Tweede Kamer uit te vinden wat er was gebeurd. Drie onderzoeken, waaronder dat van de commissie-Oosting, werden uitgevoerd. Door wob-verzoeken weten we inmiddels dat deze commissies door framing van het onderzoek en vanwege privacy-redenen niet specifiek deze adoptiezaak onderzochten, maar alleen de algemene omstandigheden.
De opeenvolgende ministers van Veiligheid en Justitie konden niet de hand leggen op de documenten in India. Dat wij, als Against Child Trafficking, die documenten allang aan dat departement hadden overhandigd, werd genegeerd. Het heeft er alles van weg dat de betrokkenen in India en in Nederland samenwerkten om de zaak onder tafel te houden. ‘Delay, deny, until they die’, noemen ze dat ook wel.
Veroordeeld
We zaten er bovenop. Al die jaren. Uiteindelijk heeft de rechtbank in India, na maar liefst twaalf jaar, de kidnapping in deze zaak bevestigd en de verantwoordelijken tot gevangenisstraf veroordeeld. Het ging om enkele kleine criminelen die slechts minimale celstraffen kregen en om de directeur van het betrokken kindertehuis die inmiddels overleden was.
Arun Dohle heeft destijds direct een kopie van het Indiase vonnis opgestuurd aan het Ministerie van Veiligheid Justitie in Den Haag. Er kwam geen reactie. Uiteindelijk heeft hij persoonlijk in 2019 een gecertificeerd afschrift van de uitspraak aan Minister Dekker overhandigd.
Het gekke is dat zelfs de commissie-Joustra, die recentelijk onderzoek deed naar adopties in het verleden, deze belangrijke uitspraak buiten beschouwing liet.
Zoektochten
Inmiddels heeft het Ministerie van Veiligheid en Justitie aan het FIOM/ISS, de stichting die zich in het algemeen met zoektochten en hereniging in adoptiezaken bezighoudt, de taak gegeven om te zien of de inmiddels volwassen, geadopteerde zoon contact wenst met zijn Indiase ouders. Helaas heeft de, onder geadopteerden vrij omstreden FIOM/ISS nog geen resultaat geboekt.
Minister Dekker heeft naar aanleiding van het rapport-Joustra excuses overgebracht namens de regering aan alle geadopteerden. Ik zou de bewindsman willen vragen om de geadopteerde jongeman persoonlijk te ontmoeten, gerust te stellen en te adviseren contact op te nemen met mij. Ik zou hem over zijn ouders kunnen vertellen, en hem in contact kunnen brengen met Arun Dohle die momenteel in India verblijft en in contact is met het ouderpaar.
Geruststelling
Het staat deze jongeman uiteraard vrij om zelf die keuze te maken. Maar gezien de door de Indiase rechtbank vastgestelde kidnap en het leed dat daardoor is aangedaan, lijkt het mij dat zijn biologische familie wel de geruststelling dient te krijgen dat het hem goed gaat. En misschien is een dna-vergelijk voor hem nu wel bespreekbaar.
Laten we vooral ook niet vergeten dat het om mogelijk om tientallen, zo niet honderden kinderen in vergelijkbare situaties kan gaan. Verschillende betrokkenen kloppen nu aan bij Against Child Trafficking omdat zij in onzekerheid verkeren. ‘Ben ik ook gestolen? Wie zijn mijn ouders? Help me ze te vinden’, zijn vragen die we vaak horen.
Een tijd terug bracht het Ministerie van Veiligheid en Justitie het goede nieuws dat er 1,2 miljoen euro beschikbaar wordt gesteld om de belangenorganisaties van geadopteerden te ondersteunen. Maar uiteindelijk ging het om maximaal 25.000 euro per organisatie. Geld dat niet besteed mag worden aan zoektochten of personeel, maar alleen aan websites en promotie, schrijft het departement voor.
Expertisecentrum
Naar aanleiding van het rapport-Joustra kwam minister Dekker met zo’n 36 miljoen euro voor een expertisecentrum. Mooi, of niet mooi? Het FIOM is in mijn ogen een fiasco gebleken. Een ‘window-dresssing’-organisatie in hun eigen woorden. Wat écht nodig is, en snel ook, is directe, financiële hulp bij zoektochten door gespecialiseerde organisaties die de weg weten.
Zoals landsadvocaat Pels Rijcken impliciet al aangaf: dit soort kinderroof houdt ook verband met de overheid en met overheidsbeleid.
Nagarani en Roelie, in 2010 op het politiebureau.
De Indiase familie heeft in 2010 in Nederland aangifte gedaan van de vermissing van hun zoon en de politie gevraagd de zaak te onderzoeken. In eerste instantie werden we het politiebureau, zelfs door agenten met de hand op hun wapens, uitgezet. Na een telefoontje met de Indiase ambassade werd ik uiteindelijk ’s avonds gebeld door iemand van de politie en kon de familie alsnog aangifte doen. Ditmaal met camera’s. Ook deze stap was vergeefs en zou niets opleveren.
Einde
Nog steeds zoeken we een advocaat die een artikel 12-procedure wil starten om deze ‘cold case’ tot een goed einde te brengen.
Betrokkenen bij adoptie dienen te begrijpen wat een kinderwens is, en zouden dus ook moeten begrijpen hoe de biologische ouders daarmee leven, zei Peter R. De Vries. In die spirit en geest zoeken we nog steeds rechtvaardigheid voor het Indiase ouderpaar.
ADVOCAAT FRANK VAN ARDENNE STAAT FAMILIELEDEN VAN DOODGEREDEN HENNIE BOUTKAM (79) BIJ
De nabestaanden van de door trucker M. doodgereden Hennie Boutkam (79) uit Hellevoetsluis hebben advocaat Frank van Ardenne in de arm genomen om nieuw politieonderzoek naar dit verdachte ongeval af te dwingen.
De advocaat bekijkt momenteel welke mogelijkheden er zijn om de, eerder door justitie geseponeerde zaak heropend te krijgen.
De Rotterdamse advocaat Frank van Ardenne. Foto: Suzanne Liem.
Frank van Ardenne: “Het oogmerk van zo’n nieuw politieonderzoek is dat M. ook in dít dossier wordt vervolgd als er sprake is van strafbare feiten. Daar zijn aanwijzingen voor en die zouden grondig onderzocht moeten worden. Het is zaak dat mijn cliënt – echtgenoot van Hennie Boutkam – alsnog wordt gehoord; hij is immers een belangrijke getuige. Bij heropening van deze zaak kan het Openbaar Ministerie bovendien alle door M. veroorzaakte ongevallen naast elkaar leggen om te bekijken of er – gezien deze drie opeenvolgende ongevallen – schakelbewijs mogelijk is.”
Opzettelijk
Vrachtwagenchauffeur Edwin M. uit Melissant zit momenteel vast op verdenking van het opzettelijk doodrijden van motoragent Arno de Korte, begin deze maand in de Rotterdamse Waalhaven. De agent wilde M.’s wagen controleren en werd daarbij overreden. Het slachtoffer werd honderden meters meegesleurd en overleed aan zijn talrijke verwondingen. Dezelfde trucker reed in 2015 al de Rotterdamse motoragent Dennis aan die zeer zwaar gewond raakte en meteen sprak van opzet door M.
Motoragent Arno belandde begin deze maand onder de wielen van M.’s truck en kwam daarbij op gruwelijke wijze om het leven.
De chauffeur kwam er toen vanaf met een taakstraf. Dat terwijl een getuige in 2015 een zeer belastende verklaring over M. bij de politie heeft afgelegd, onthulde femkefataal.nl eerder deze week. De getuige had Edwin M. in 2015 namelijk vóór het aanrijden van agent Dennis horen zeggen dat hij ‘er eentje ging platrijden’ als zijn vrachtwagen weer gecontroleerd zou gaan worden. De vraag is wat er met die belangrijke getuigenis is gebeurd. De getuige heeft zijn verklaring nooit kunnen teruglezen en evenmin ondertekend. Waarschijnlijk is de schokkende verklaring niet aan het strafdossier toegevoegd.
Twijfels
Ook de familieleden Hennie Boutkam hebben grote twijfels bij de toedracht en aan de kwaliteit van het onderzoek. Hennie fietste vorig jaar juli achter haar man Teun aan bij het oversteken van de N496 bij Rockanje. Volgens Teun was de aanrijdende vrachtwagen van M. nog ver weg en kon hij makkelijk oversteken. Hennie fietste vlak achter hem.
Toen Teun de overkant had bereikt, hoorde hij zijn vrouw hard gillen. Op het moment dat hij omkeek, zag Teun hoe zijn echtgenote tientallen meters door de aanstormende truck van M. werd meegesleurd. Hennie overleed ter plekke. Nadat M. was uitgestapt, ging hij volgens Teun op de weg liggen en leek het alsof hij een epileptische aanval had.
Het zicht dat Hennie en Teun hadden vanaf de Moordijkseweg op de N496. Vanuit de richting reed de truck van Edwin M. op Hennie in. Foto: Jolande van der Graaf.
Een van de vragen is waarom de vrachtwagenchauffeur Hennie niet zou hebben gezien op de overzichtelijke kruising, terwijl haar man al eerder overstak en veilig de overkant bereikt. Bovendien is het meer dan vreemd dat Teun zijn vrouw heeft horen gillen, terwijl M. op dat moment al met veel lawaai had moeten remmen en claxonneren, als hij Hennie had willen ontwijken. Hennie’s man heeft echter niets van dat al gehoord.
Gehoord
Opzet kon volgens politie en justitie niet worden aangetoond en hoewel de truck zwaar overbeladen was, zou er geen sprake zijn geweest van strafbare feiten. Maar Teun is zelfs nooit door de politie gehoord.
“Het minste dat we van het OM kunnen verlangen, is dat de echtgenoot van mevrouw Boutkam alsnog wordt gehoord en kan toelichten wat hij heeft waargenomen”, stelt advocaat Van Ardenne. “Belangrijk is dat tevens wordt bekeken of de drie ongevallen op essentiële punten overeenkomen. Hiaten, die er vorig jaar waren in het onderzoek naar de dodelijke aanrijding van mevrouw Boutkam, kunnen daarmee mogelijk worden ingevuld.”
Hennie’s familieleden hopen dat er nieuw en veel beter onderzoek gaat komen. “Voor ons zijn de vraagtekens aldoor groter geworden”, zei Hennie’s zoon Ed eerder deze week. “Zeker nu we weten wat politieman Arno de Korte is overkomen.”
*Lees ook de uitgebreide reportage over het verdachte ongeval in Rockanje en het schokkende verhaal van de genegeerde getuige uit 2015. Verder: Edwin M. sloeg in 2010 al toezichthouders van de ILT in elkaar.
Het schandaal rond de opgepakte trucker Edwin M. – verdacht van doodslag op motoragent Arno de Korte – wordt aldoor groter. De afgelopen dagen sprak ik met de nabestaanden van Hennie Boutkam, de fietsster die vorig jaar door M. is doodgereden nabij Rockanje. Zij hebben grote twijfels over de toedracht, bovendien lijkt het politieonderzoek verre van compleet te zijn geweest. De familie is bovendien lange tijd glashard voorgehouden dat het om een andere vrachtwagenchauffeur ging. En dan is er nog een getuige die zes jaar terug in het politieonderzoek naar het aanrijden van motoragent Dennis al zeer belastend over M. bij de politie verklaarde. Maar daarmee lijkt niets te zijn gedaan.
Twee reconstructies van het schokkende feitencomplex rond trucker Edwin M.:
Hij was in de buurt toen motoragent Dennis in 2015 tijdens een controle door de Melissantse trucker Edwin M. tegen de vlakte werd gereden en zijn rechterarm verloor. En hij vernam al snel dat er volgens de agent zelf beslist opzet in het spel moest zijn geweest. “Ik wist niet wat ik hoorde”, aldus de getuige, ook een vrachtwagenchauffeur die dagelijks op de weg zit.
Geschrokken
Een paar dagen later zat hij in een wegrestaurant in het Rotterdamse havengebied tegenover twee politiemensen. Daar bevestigde hij aan de agenten dat M. in zijn bijzijn over het opzettelijk aanrijden van toezichthouders had gesproken. “Kort vóór het ongeluk met agent Dennis zei Edwin M. dat hij ‘er eentje plat ging rijden’ als hij weer zou worden gecontroleerd. Ik vond het belangrijk om dat aan de politie te laten weten. Want ik was me rot geschrokken van de gebeurtenissen rond die motoragent.”
Nog een tweede getuige was bij dat gesprek met de politie in het wegrestaurant aanwezig. Ook die persoon had de bizarre uitspraken van M. gehoord en kon de informatie dus bevestigen.
Volgens de getuige heeft hij zijn verklaring nooit teruggelezen en ondertekend en is hij evenmin op een politiebureau geweest. Oud-rechercheur Dick Gosewehr vindt dat vreemd. “Hoezo vond er een gesprek plaats met twee politiemensen in een wegrestaurant? Beide personen hadden aan het politiebureau als getuige moeten worden gehoord. Zij hadden hun verklaring dan kunnen nalezen en ondertekenen waarna beide verklaringen aan het dossier hadden moeten worden toegevoegd en als bewijs tegen Edwin M. hadden kunnen dienen. Dat is kennelijk niet gebeurd en dat is een grote fout. Het is mij niet duidelijk waarom de politie zo heeft gehandeld. Ik vind de gang van zaken onbegrijpelijk.”
Overbeladen
De vrachtwagencombinatie van Edwin M. was volgens de getuige nagenoeg altijd zwaar overbeladen. Controles konden dus verregaande consequenties hebben voor de NIWO-transportvergunning van het transportbedrijf waar M. voor rijdt. Bij herhaalde overtredingen kan die vergunning worden ingetrokken en mag de transportonderneming de weg niet meer op.
Ondanks de belastende getuigenverklaringen, het technisch onderzoek én de verklaringen van agent Dennis die ervan overtuigd is dat M. hem expres aanreed, zou opzet in 2015 niet zijn aangetoond. Trucker Edwin M. kwam destijds weg met een taakstraf van 240 uur dienstverlening, een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een voorwaardelijke rijontzegging van achttien maanden.
De getuige zegt daarna te maken te hebben gekregen met intimidatie. “Vanaf die tijd ben ik enorm lastiggevallen. Er werden kennelijk allerlei kwade roddels over mij verspreid bij de politie want ik werd om de haverklap aangehouden en gecontroleerd. Andere getuigen zijn zelfs bedreigd. Ik vind het ongelooflijk dat daar niets mee is gebeurd.”
Bedrijf
Het bedrijf waarvoor Edwin M. rijdt is eigendom van zijn broer. De afgelopen dagen probeerde ik contact met hem te krijgen. Als werkgever heeft hij immers de verantwoordelijkheid om zijn chauffeurs thuis te houden als er sprake is van mogelijk gestoord en gevaarlijk gedrag of andere problemen. Waarom zag hij geen reden om zijn broer Edwin van de weg te houden?
Hoewel het lukte om telefonisch contact met Edwin’s broer te krijgen, leverde dat helaas niets op. Hij wilde op geen van mijn vragen reageren, wilde evenmin laten weten welke advocaat zijn broer bijstaat en verbrak voortijdig de telefoonverbinding.
*tekst gaat verder onder de foto*
Politiemensen doen, kort na de dodelijke aanrijding met motoragent Arno de Korte, onderzoek bij het transportbedrijf waarvoor Edwin M. rijdt en dat eigendom is van M.’s broer. Foto: 112FotografieRotterdamRijnmond.
Terug naar de verbijsterende feiten rond M. De autoriteiten lijken zich door de jaren heen steeds verder te hebben teruggetrokken, in plaats van keihard tegen de trucker op te treden. Dat terwijl men wist dat M. een toenemend gevaar vormde voor toezichthouders én voor burgers.
Levensgevaarlijk
Mike Damen, een collega van motoragenten Arno en Dennis zei onlangs in een radio-interview van de NOS dat M. ‘gewoon levensgevaarlijk’ is. Mike had de trucker naar eigen zeggen zelf ook enkele malen gecontroleerd. Hij constateerde daarbij steeds ‘foute toestanden’. “Ik heb gemerkt dat hij asgrauw werd en dat zijn kaken en spieren trilden bij zo’n confrontatie. Hij keek met een bepaalde blik dwars door je heen. Dan weet je als agent dat je scherp moet zijn. Maar als hij dan ook nog zegt dat hij een enorme pesthekel heeft aan de politie… Dat heeft als gevolg gehad dat hij mij ook privé is gaan lastigvallen en bedreigen”, aldus deze politieman.
Verbijsterend genoeg grepen politie en justitie alweer niet in. Sterker nog: sinds 2019 verbood de Rotterdamse politieleiding het motoragenten om trucker Edwin M. en zijn wagen nog langer te controleren.
Hennie
Dat is ook voor de nabestaanden van Hennie Boutkam onverteerbaar. Deze 79-jarige fietsster uit Hellevoetsluis werd eveneens slachtoffer van vrachtwagenchauffeur Edwin M.
“Mijn moeder en motoragent Arno hadden waarschijnlijk nog geleefd als er wel tegen M. was opgetreden”, zegt Hennie’s zoon Ed. “Op z’n minst had het rijbewijs van deze chauffeur jaren eerder ingevorderd moeten worden.”
Ed is zelf ook politieman. Hij gunt zijn vader een jaar na dato de rust die hij verdient en wil daarom liever niet dat zijn achternaam bekend wordt. “Mijn vader en ik zetten al van meet af aan vraagtekens bij de toedracht van het ongeval waarbij mijn moeder is omgekomen”, vervolgt Ed. Die twijfels omtrent de toedracht zijn volgens hem alleen maar groter geworden sinds hij weet wat motoragent Arno de Korte begin deze maand overkwam.
Hoofdletsel
Ed’s moeder belandde een jaar geleden bij Rockanje onder de wielen van M.’s vrachtwagen en kwam ter plekke om het leven door zeer zwaar hoofdletsel.
Kennelijk mocht vanwege de toen geldende, dubieuze oekaze van de Rotterdamse politieleiding niet bekend worden wie haar had aangereden. Volgens Ed werd hem destijds willens en wetens andere informatie voorgehouden.
Andere chauffeur
“Het bleek direct dat mijn moeder was aangereden door een chauffeur van hetzelfde Melissantse transportbedrijf dat eerder betrokken was bij het ongeval met Dennis. Maar de politie heeft ons verteld dat het ging om een ándere chauffeur van dat bedrijf. Pas nu, een jaar na het overlijden van mijn moeder, zijn we erachter gekomen dat het wel degelijk Edwin M. is die achter het stuur zat. Ik heb eigenlijk geen woorden voor wat mijn familie en ik voelen, nu blijkt dat politie en justitie daarmee de waarheid geweld hebben aangedaan.”
Hoewel Ed momenteel met zijn partner in het buitenland op vakantie is, keren zijn gedachten veelvuldig terug naar de dag die zijn moeder niet zou overleven. Was haar dood te voorkomen geweest? Wat is er precies gebeurd, die fatale zomermiddag? Kan het zijn dat ook deze aanrijding opzettelijk door Edwin M. is veroorzaakt? Ed: “Wat als justitie, politie maar ook de ketenpartners als het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen wél hun werk naar behoren hadden gedaan? Was mijn moeder er dan nog geweest?”
Uitbundig
Het drama voert terug naar maandag 13 juli 2020. Het is die dag heerlijk zomerweer, niet te koud en niet te warm, de lucht is strakblauw. Nederland voelt zich na het afbouwen van de strenge maatregelen tijdens de eerste coronagolf bevrijd en viert uitbundig vakantie. Mensen genieten van het weer en maken massaal uitstapjes.
Hennie en haar man Teun stappen die morgen op de fiets. Dat doen ze vaker. Hennie mag dan niet helemaal goed ter been meer zijn, Teun en zij staan nog midden in een actief leven. De Hellevoetse verzamelt vingerhoedjes, struint graag rommelmarkten af en trekt er geregeld samen met haar man op uit. Het echtpaar maakt vooral veel fietstochtjes in hun omgeving, het Zuid-Hollandse eiland Voorne dat zich laat kenmerken door uitgestrekte polders, dorpjes en veel zoet en zout water.
Strand
De rit voert die dag naar Oostvoorne waar Hennie werd geboren en opgroeide en waar zij nog familie heeft wonen. Vervolgens rijdt het echtpaar via het Voorns duingebied naar de naburige badplaats Rockanje. Ze drinken wat op het strand bij de Tweede Slag om daarna via rustige binnenwegen door de polders op huis aan te gaan.
Tegen vier uur in de namiddag zijn Teun en Hennie nabij Rockanje aangeland op de Moordijkseweg, een vrij smalle polderweg die halverwege is begrensd en vanaf dat punt alleen toegankelijk is voor voetgangers, fietsers en brommers. De polderweg voert naar de kruising met de Westvoorneweg, de N496. Bedoeling is om de N-weg over te steken en dan via de Merrevlietseweg naar Hellevoetsluis te rijden.
Teun en zijn vrouw kennen het gebied op hun duimpje en hebben die route van kinds af aan, dus al ontelbare keren, afgelegd. Ze weten dat er hard gereden kan worden op de Westvoorneweg die zij moeten oversteken. De N-weg – twee rijstroken, tegenliggers – wordt bovendien door veel vrachtwagenchauffeurs gebruikt als sluiproute van en naar de Maasvlakte en het Europoortgebied.
Overzichtelijk
Teun fietst voorop, Hennie vlak achter hem, en steekt de kruising als eerste over. De N496 is op die plek kaarsrecht en zeer overzichtelijk. Er staan bosschages langs de Moordijkseweg tot een meter of vijf van de kruising waardoor het zicht vanaf de N-weg op de kruising onbelemmerd is. Datzelfde geldt voor de Moordijkseweg, vanaf enkele meters voor de kruising is goed te zien of er van links of rechts verkeer over de N496 nadert.
Als hij bij de kruising is aangekomen, ziet Teun links, vanuit de richting Oostvoorne dan ook een vrachtwagen over de N496 aan komen rijden. “In de beleving van mijn vader was deze vrachtwagen nog een heel eind van hem vandaan”, licht Ed toe. Teun steekt de kruising met een gerust hart over, wetende dat Hennie hem van nabij volgt.
Het zicht dat Hennie en Teun hadden vanaf de Moordijkseweg op de N496. Vanuit die richting reed de truck van Edwin M. op Hennie in. Foto: Jolande van der Graaf.
Maar dan loopt het plotseling afschuwelijk mis. Slechts fracties van een seconde later voltrekt zich een tragedie op de kruising. Als Teun net aan de overzijde is aangekomen en zijn vrouw ongeveer op het midden van de N496 moet hebben gereden, hoort hij zijn echtgenote achter hem hard ‘nee’ gillen. Teun draait zich om en ziet een tafereel dat zijn leven voorgoed zal veranderen: de vrouw met wie hij al bijna zestig jaar getrouwd is en sinds zijn jeugd lief en leed deelt, is onder de aanstormende vrachtwagencombinatie beland. Ze wordt tientallen meters door het gevaarte meegesleurd.
Remmend
Teun ziet hoe de truck met aanhanger een stuk verder, hard remmend tot stilstand komt. Hennie beweegt niet meer en ligt roerloos onder de wagen. Chauffeur M. stapt uit. Er ontvouwt zich een bizar tafereel voor Teuns ogen. De trucker gaat meteen op de weg liggen en maakt zulke ongecontroleerde en vreemde bewegingen met zijn lichaam dat Teun de indruk heeft dat de man een epileptische aanval heeft.
Kort erna constateren toegesnelde politieagenten en ambulancemedewerkers dat Hennie aan ernstig letsel is overleden. De wereld van Teun en zijn kinderen stort in.
Ed herinnert zich dat het onderzoek naar het verkeersongeval vrijwel meteen werd overgedragen aan de politie Haaglanden. “De collega’s van de verkeersongevallendienst van de eenheid Rotterdam-Rijnmond die ter plekke kwamen, hebben vanwege de aanrijding met hun collega Dennis meteen een andere eenheid voor het onderzoek ingeschakeld. Dat is normaal. Het gebeurt om beïnvloeding en vooringenomenheid te voorkomen en weg te nemen.”
Maar het is des te onbegrijpelijker dat de politie Rotterdam tegen de nabestaanden volhield dat het niet om dezelfde chauffeur zou gaan terwijl juist om die reden de zaak aan Den Haag werd uitbesteed.
Remproeven
Op vrijdag 17 juli 2020 worden met dezelfde vrachtwagencombinatie en dezelfde lading – de wagen is veel te zwaar beladen en weegt ruim 66 ton – remproeven door de Haagse politiemedewerkers op hetzelfde traject van de N496 uitgevoerd. De weg is bij die gelegenheid volledig afgesloten.
De truck van Edwin M. had te zware lading, bovendien was de snelheidsbegrenzer of niet aanwezig of defect, aldus Ed. Maar het politieonderzoek leverde klaarblijkelijk geen verdenking van strafbare feiten op. Een vreemde conclusie als een truck zwaar overbeladen is en er bovendien geen goed werkende snelheidsbegrenzer in zit.
Er kon volgens Ed niet worden vastgesteld waar de aanrijding precies is gebeurd. “Het botsmoment en -punt konden naar verluidt niet worden bepaald. Zodoende, hoorden wij, kon evenmin worden vastgesteld of de chauffeur te hard had gereden en of er wel of geen sprake was geweest van opzet.”
Helder
Er blijven echter tal van onbeantwoorde vragen die zijn vader en hem nog steeds bezighouden, vervolgt Ed. Waarom heeft de chauffeur wel Teun maar niet zijn echtgenote gezien? Ze fietste immers achter hem, op een locatie waarop M. helder zicht moet hebben gehad. Teun, is ervan overtuigd dat de chauffeur hem gezien moet hebben omdat het een rechte en overzichtelijke weg is.
De kruising met de Moordijkseweg, gezien vanaf de N496 en vanuit de richting waarin trucker M. reed. Foto: Jolande van der Graaf.
En hoe kan het dat hij Hennie heeft horen roepen, terwijl trucker M. op dat moment al hard aan het remmen moet zijn geweest? Of remde M. veel te laat of wellicht helemaal niet? Waarom heeft M. niet gelijktijdig op de claxon gedrukt om Teun en Hennie te waarschuwen?
Het technische onderzoek lijkt geen uitkomst te bieden bij het beantwoorden van die vragen. Het is daarom des te vreemder dat Teun niet als getuige in het onderzoek is gehoord. Er is zelfs helemaal nooit door de politie met hem gesproken terwijl hij belangrijke zaken heeft waargenomen. Zoals de bizarre reactie van trucker Edwin M., direct na de aanrijding.
Moeten mogelijke fouten in dit onderzoek wellicht worden verbloemd, zoals vaak gebeurt bij politie en justitie?
De familie heeft verzocht om inzage in het volledige dossier. “Tot op de dag van vandaag is dat om onverklaarbare redenen nog steeds niet gebeurd”, aldus Ed.
Gestoord
Motoragent Mike Damen schetste eerder het levensgevaarlijke, gestoord aandoende gedrag van trucker M. Ed houdt het voor mogelijk dat de Melissantse chauffeur een zelfde soort impuls heeft gehad als bij motoragent Arno én zes jaar eerder bij motoragent Dennis het geval kan zijn geweest. “Één en één is twee: een verdenking van opzet bij Arno, Dennis die heeft aangegeven dat hij opzettelijk is aangereden door M. en mijn moeders aanrijding daar pal tussenin. Kan het zijn dat M. zoiets krankzinnigs heeft gedacht als: ‘jij steekt niet meer over’ en dat hij mogelijk zelfs gas bij gaf?”
De omgekomen Hennie Boutkam.
Zijn vader Teun, inmiddels 82, is het niet te boven gekomen dat zijn vrouw zo gruwelijk en voor zijn ogen uit het leven is gerukt. Hij heeft de schok en het verdriet niet kunnen verwerken en kampt hoogstwaarschijnlijk met een zwaar trauma. Volgens Ed slaapt zijn vader slecht. De hoogbejaarde Hellevoeter komt vanwege wachtlijsten maar niet in aanmerking voor psychologische hulp. Al zorgt hij nog steeds goed voor zichzelf, het leven valt Teun soms heel erg zwaar zonder zijn geliefde Hennie.
Voor Ed is het niet te bevatten dat er na het ongeval met motoragent Dennis niets werd gedaan om M. te stoppen.
Geleefd
“Ik kan er met mijn verstand niet bij waarom dat niet is gebeurd. Er zou, zo blijkt ook uit het verhaal van motoragent Mike Damen, nog veel meer rond deze chauffeur zijn voorgevallen. Er had opgetreden moeten worden. Dan had mijn moeder zeer waarschijnlijk nog geleefd, en Arno waarschijnlijk ook.”
Er is hem veel aan gelegen dat de zaak van zijn moeder opnieuw tegen het licht wordt gehouden. “We krijgen haar er niet mee terug. Maar het lijkt mij goed als er met een frisse blik en door andere politiemensen opnieuw naar de feiten wordt gekeken. Dat verdient mijn moeder. En dat verdient Arno ook.”
*Wil je reageren? Dat kan onder het artikel. Wil je informatie over deze zaak of andere zaken aan me kwijt? Mail dan graag naar: contact@femkefataal.nl
“Kennen jullie nog een goede crimeserie?” Het is een vraag die regelmatig voorbijkomt in onze groepsapp. Als criminologiestudenten valt het ons op dat de streamingdiensten vol staan met crimegerelateerd materiaal. Wat voor ons heerlijk is, maar we moeten toegeven dat wij soms ter afleiding ook liever iets anders gaan kijken. Toch trok de serie ‘The Serpent’ meteen onze aandacht.
“Echt wat voor jullie”, werd al vanuit verschillende hoeken geopperd. Vol verwachting begonnen we met kijken. Binnen een paar avonden hadden we alle afleveringen verslonden. Een goede tv-kraker met een Nederlandse tintje én gebaseerd op een waargebeurd verhaal over seriemoordenaar Chares Sobhraj, alias ‘het Serpent’.
Waarschuwing
We zullen proberen niet te veel te verklappen, maar geven toch een waarschuwing vantevoren voor iedereen die de reeks nog niet heeft gezien.
Wat maakt het verhaal nu zo intens aangrijpend? Het begint allemaal in de jaren zeventig toen de ‘Hippie Trail’ een bekende reisroute van Europa tot Zuidoost-Azie enorm populair was. Vooral onder jonge toeristen die op zoek waren naar geluk, plezier, avontuur, liefde en innerlijke rust.
Sobhraj zag in deze mensen het perfecte slachtoffer. In veel gevallen nodigde hij de jonge reizigers uit om bij hem thuis te komen, waarna hij zijn slachtoffers drogeerde. Hij liet hen geloven dat ze ziek waren en gaf vervolgens ‘medicijnen’ (in werkelijkheid ging het om gif) die de slachtoffers nog zieker maakten. Vervolgens beroofde hij de doodzieke toeristen van hun bezittingen.
Twaalf mensen
Sommige slachtoffers werden door steken, verwurgen, verbranden of door verdrinking door Sobhraj om het leven gebracht. Geschat wordt dat twaalf mensen in Frankrijk, Griekenland, Turkije, Iran, Afghanistan, Pakistan, India, Nepal, Thailand en Maleisië slachtoffer werden van Sobhraj.
Nikki (links) en Iris zijn de auteurs van deze column en studeren forensische criminologie in Leiden
Tijdens onze bachelor criminologie en master Forensische Criminologie hebben wij veel seriemoordenaars leren kennen (in theorie dan, gelukkig) en geanalyseerd. Tijdens zo’n analyse is het belangrijk om het motief van de seriemoordenaar te bestuderen en wordt gekeken in hoeverre de dader past in het ‘algemene’ plaatje van andere seriemoordenaars. Dat Sobhraj een vreemde vogel is, – ja, hij leeft nog – staat vast. Daar komt ook nog eens bij dat zijn motief niet glashelder is, aangezien hij nooit uitdrukkelijk heeft verklaard waarom hij zijn misdaden pleegde.
Meervoudige doding wordt gezien als het doden van meerdere mensen op hetzelfde of op verschillende momenten door een of weinig mensen. Doel van het doden is het bevredigen van persoonlijke verlangens zoals macht, (financieel) gewin, wraak, seks, loyaliteit of controle (Levin & Fox, 2017). Bij seriemoordenaars is de definitie ‘het doden van meerdere mensen op verschillende momenten’.
Psychopathie
Veel seriemoordenaars hebben een normaal leven, ze hebben vaak een echtgenote en een goede baan (Chan, 2017). De overstap naar het plegen van seriemoorden kan gelegen zijn in de psychopathie van de dader (Levin & Fox, 2017). In de criminologie is het interessant om te beginnen bij de jeugd van de dader. Gebeurtenissen in iemands jeugdjaren kunnen namelijk een belangrijke verklaring zijn voor later deviant (afwijkend) gedrag.
Hoe zit dat met Sobhraj?
Charles Sobhrajj werd geboren in 1940 in Saigon (tegenwoordig: Ho Chi Minhstad) in Vietnam waar hij ook opgegroeid is, tot zijn ouders gingen scheiden en zijn vader het contact met hem verbrak.
Zijn moeder is de Vietnamese Tran Loan Phung en zijn vader is Indiër Hatchand Sobhraj. Later kreeg de moeder van Charles Sobhraj een nieuwe man, een Franse luitenant. Naar verluidt was dit geen fijne periode voor Sobhraj, hij werd namelijk – op z’n zachtst gezegd – nogal verwaarloosd.
Onaangename jeugd
Het is denkbaar dat Sobhraj door de stelselmatige verwaarlozing en zijn onaangename jeugd crimineel gedrag heeft ontwikkeld. De echte start van zijn criminele carrière was al in zijn tienerjare
Sobhraj begon met kleine vergrijpen, zoals het beroven van vrouwen en het stelen van auto’s. Zijn eerste gevangenisstraf zat hij uit in Parijs in 1963. Hier ontmoette hij de rijke Felix d’Escogne, een vrijwilliger in de gevangenis waar hij vastzat. Na zijn vrijlating kwam Sobhraj dankzij d’Escogne in contact met de Parijse high society Sobhraj rook geld. Door een aantal inbraken en oplichtingen wist hij zijn portemonnee goed te vullen.
Toen Sobhraj 29 was, werd hij opnieuw gearresteerd vanwege een gewapende overval op een juwelierszaak. Hij wist destijds te ontsnappen door te doen alsof hij iets onder de leden heeft. Sobhraj vluchtte naar Kabul en begon daar met het beroven en oplichten van toeristen op de Hippie Trail. Alweer werd hij opgepakt om – hou je vast – met dezelfde tactiek te ontsnappen.
Vervalste
Na twee jaar op de vlucht te zijn geweest en door tientallen gestolen en vervalste paspoorten te gebruiken, sloot zijn jongere halfbroer André zich bij hem aan.
De twee werden ‘partners in crime’. In Athene liep Sobhraj na een tijdje uiteraard weer tegen de lamp, ditmaal samen met zijn broer. Opnieuw gebeurde er iets spectaculairs. Dat Sobhraj een sluw mannetje is, weten we nu wel. Maar wie had kunnen vermoeden dat hij toen zelfs zijn eigen halfbroertje zou opofferen door met hem van identiteit te wisselen? Door die geslepen zet werd André wel opgepakt en diende hij vervolgens een gevangenisstraf van achttien jaar uit te zitten. Van je familie moet je het maar hebben…
We schreven al dat we zouden proberen niet teveel te ‘spoilen’. En dat hebben we ook niet gedaan, want het verhaal begon toen pas echt.
Rechterhand
Sobhraj pleegde zijn eerste bekend geworden moorden in 1975. Dat deed hij samen met Ajay Chowdhury, een jongen uit India die naarmate de tijd verstreek steeds meer de rechterhand van Sobhraj werd.
Ook Marie-Andrée Leclerc sloot zich aan bij het moordlustige koppel. Deze vrouw uit Canada zou zelfs de fanatiekste volgeling van Sobhraj worden De meeste slachtoffers brachten voor hun dood enige tijd door met het drietal. Een gezellige tijd,waarin een vertrouwensband werd opgebouwd. Daarna werden de slachtoffers zonder pardon gedrogeerd en beroofd.
Sobhraj beweerde dat de meeste van zijn slachtoffers eigenlijk overleden door een overdosis drugs. Zogenaamde domme toeristen en wilde hippies die te hard hadden gefeest. Veel waarschijnlijker is echter dat de slachtoffers gedreigd hebben Sobhraj te ontmaskeren waardoor hij hen wel moest vermoorden en eeuwig het zwijgen op moest leggen. In een vrij korte periode maakte Sobhraj twaalf slachtoffers onder de toeristen. In 1976 werd hij namelijk weer opgepakt, dit keer zat hij een langere tijd achter de tralies.
Knippenberg
Het balletje ging pas echt rollen door de Nederlandse ambassadesecretaris Herman Knippenberg en diens enorme doorzettingsvermogen. Toen de verontruste ouders van de vermist geraakte, Nederlandse backpackers Henk Bintanja en Cocky Hemker bij de Nederlandse ambassade van Thailand aanklopten, zag Knippenberg de noodzaak om dit verder te onderzoeken.
Ambassadesecretaris Herman Knippenberg.
Uiteindelijk werd duidelijk dat het Nederlandse stel levend werd verbrand door Sobhraj. Bovendien ontdekte Knippenberg dat er meer slachtoffers moesten zijn en dat Sobhraj dus een ware seriemoordenaar moest zijn.
Het is een bizar verhaal natuurlijk. Je vraagt je af hoe iemand zo kan worden.
Onderzoekers
De onderzoekers Caspi en Mofitt stelden dat 85% van de adolescente criminelen geen crimineel gedrag meer vertoonden toen zij de leeftijd van 28 waren gepasseerd.
Na het verhaal hierboven is het duidelijk dat Sobhraj niet tot die 85% behoort. Hij behoort bij de veel kleinere groep die continu crimineel gedrag laat zien, vanaf de kindertijd tot ver in het volwassen leven. Deze daders worden ook wel ‘life course persistent offenders’ genoemd en vaak gekenmerkt door neuropsychologische tekorten opgelopen in de kindertijd. Hoe loop je dat op? Bijvoorbeeld door het meemaken van traumatische gebeurtenissen als mishandeling en verwaarlozing. Precies dat wat Sobhraj had moeten doorstaan in zijn jeugd.
Sobhraj’s motief draaide, voor zover we weten, niet om seks. Waarschijnlijk vermoordde hij zijn slachtoffers alleen om te voorkomen dat hij ontmaskerd zou worden. Een motief vanuit de rationele keuzetheorie, waarin wordt uitgegaan dat crimineel gedrag ontstaat na een individuele en economische afweging. Je zou het een kosten-batenafweging kunnen noemen.
Verdienen
Deze seriedader kon immers flink verdienen met het beroven van zijn slachtoffers te beroven en met hun paspoorten nieuwe identiteiten aannemen, waardoor hij lastig was op te sporen. De kosten waren voor Sobhraj relatief laag.
Verschillende ambassades lieten het na om werk te maken van de zaken rond hun vermiste of overleden landgenoten. Er werd simpelweg niet vermoed dat zij waren omgebracht door een gevaarlijke seriemoordenaar was. De grote uitzondering was de Nederlandse consul Knippenberg die later tegen Tubantia verklaarde dat hij vooral een gevecht tegen bureaucratie diende te voeren.
In de serie komt bovendien naar voren dat Sobhraj profiteerde van corrupte Aziatische politiediensten. Dat maakt zijn keuze om over te gaan tot het plegen van een levensdelict nog aantrekkelijker: de pakkans was er immers klein.
Kenmerken
Slachtoffers van seriemoord hebben veelal kenmerken die overeenkomen (Myers et al., 1993). Zo koost de Amerikaanse seriemoordenaar Ted Bundy vooral bruinharige studentes uit als slachtoffer.
Sobhraj’s slachtoffers leken qua uiterlijk bepaald niet op elkaar. Maar de meesten waren Amerikaanse en Europese toeristen die de Hippie Trail bereisden. Waarschijnlijk koos hij voor deze groep omdat zij makkelijke slachtoffers waren: jong, goedgelovig en bovendien onbekend met de verre, vreemde bestemmingen van hun reizen. Met mooie woorden en beloftes wist Sobhraj hen aan zich te binden, de meesten moesten dat betalen met hun leven.
In 1997 kwam Sobhraj weer op vrije voeten. Mocht je tijd hebben, zoek dan vooral op hoe hij na tien jaar het alweer had klaargespeeld om te ontsnappen uit de gevangenis. Je gelooft je ogen niet, als je dat leest.
Typerend
In 2003 keerde Sobhraj terug naar Nepal, een van de weinige landen waar hij nog gezocht werd door de autoriteiten. Een stap die overigens typerend is voor zijn verlangen naar aandacht, hoogmoed en vertrouwen in zijn eigen intellect. Hij dacht toen dat ze hem niet zouden kunnen pakken, laat staan veroordelen.
Maar de autoriteiten in Nepal zorgden er na het snelle handelen van ambassademedewerker Knippenberg voor dat de seriemoordenaar op 1 september 2003 kon worden ingerekend. Een jaar later werd Sobhraj veroordeeld wegens twee moorden.
Hij kreeg levenslang en zit ook nu nog achter de tralies. En dat is maar beter ook. Zo kan iedereen – wanneer het weer mag – met een gerust hart gaan backpacken.
*Meer lezen van Nikki, Iris en hun studiegenoot Eva Huizing? Lees dan hun vorige column, een artikel over sugardaddy’s anno 2021.
Nederland was deze maand plotseling wereldnieuws. Ons land haalde de wereldpers toen misdaadverslaggever Peter R. de Vries was neergeschoten en een week later, toen hij stierf, gebeurde dat opnieuw.
Ik heb geen woorden die recht doen aan zoiets dramatisch. Het maakt maar weer eens duidelijk dat de wereld niet rechtvaardig is, niet eerlijk. Het deed me denken aan de verschillende realiteiten die allemaal naast elkaar bestaan. Niet in de zin van kwantumtheorie-achtige dingen, maar in de zin van de onder- en de bovenwereld.
Schaduwmaatschappij
De meeste mensen vangen nooit een glimp op van de onderwereld en lezen er alleen over in de krant. Maar er bestaat een hele schaduwmaatschappij met eigen regels, normen en waarden. Of het gebrek aan wetten en kaders, het is maar hoe je het bekijkt.
Peter R. de Vries had door zijn werk een beter inzicht in die wereld dan de meesten en was vaker doelwit van bedreigingen geweest. Ongetwijfeld geldt dat ook voor andere misdaadverslaggevers in ons land. Ik vraag me af wat dat met iemand doet, leven met de wetenschap dat er mensen zijn die het op je gemunt hebben en wat voor copingstrategieën je ontwikkelt.
Het is misschien niet het beste vergelijkingsmateriaal, maar we weten dat het in stalkingzaken juist dat constante gevoel van dreiging is waar mensen onder lijden. De onzekerheid, het constante gevoel dat er iets kan gebeuren, het is slopend en kan zelfs PTSS tot gevolg hebben.
Relativeren
Toch kunnen we heel veel significante risico’s gek genoeg relativeren, als het gaat om dingen die ‘bij het leven horen’, zoals de kans op autoongelukken. Zou dat de sleutel zijn? Dat je risico op verschillende manieren kan ‘framen’ en dat dat bepaalt hoe je ermee omgaat?
*tekst gaat door onder de foto*
Recherchepsychologen Cleo Brandt en Bianca Voerman zijn de auteurs van deze column. Inmiddels woont en werkt Cleo in Australië en schrijven Bianca en zij elkaar over actuele gebeurtenissen, over hun werk en soms over vroeger.
Of misschien is het niet zozeer hoe je erover denkt, maar wat je ermee doet. Ik vergeet nooit het gesprek dat we hadden met een vrouw die werd gestalkt. We hadden haar verteld dat we ons grote zorgen maakten dat haar stalker haar iets ernstigs zou aandoen en dat het belangrijk was om veiligheidsmaatregelen te treffen.
Het eerste dat ze vervolgens deed, was een afspraak maken bij de notaris om haar testament te laten opstellen. Vervolgens zorgde ze dat alles geregeld was voor haar kinderen, mocht haar iets overkomen. De wetenschap dat ze zo’n risisco liep waar ze geen invloed op kon uitoefenen was heel confronterend, maar wat ze in die situatie deed was met beide handen de controle terugpakken over de dingen die ze wél in de hand had. En dat zorgde toch voor enige gemoedsrust.
Bewondering
Ik had en heb enorme bewondering voor mensen die zich ondanks zo’n serieuze dreiging niet eronder laten krijgen, maar ben intens verdrietig dat er afschuwelijke mensen in de wereld zijn die zoveel leed berokkenen.
Hoe gaat het met jou?
Lieve Cleo,
De aanslag op Peter R. de Vries en zijn dood heeft ook enorm veel impact op mij en andere politiemensen. Iedereen die ik tot nu toe sprak, had ooit wel eens met hem gesproken of ooit aan een zelfde zaak gewerkt. In hem vonden ze een eigenwijze medestander in het proces van waarheidsvinding en soms ook een tegendraadse tegenspreker. Zijn dood houdt de gemoederen flink bezig. Ook binnen ons eigen team voelen we een gedeelde geschiedenis met Peter R. de Vries vanwege zijn niet aflatende inspanningen in de Puttense moordzaak.
Bewaken en beveiligen
Wat me ook bezighoudt, is het systeem van bewaken en beveiligen. In de Circulaire bewaken en beveiligen zijn de wet- en regelgeving en de werkafspraken over het bewaken en beveiligen van personen, objecten en diensten vastgelegd. Dat geheel heet ‘het stelsel bewaken en beveiligen’. Het doel ervan is het voorkomen van (terroristische) aanslagen op personen, objecten en diensten.
Je bent allereerst zelf verantwoordelijk voor je eigen veiligheid. Vervolgens kun je een beroep doen op je werkgever voor bescherming. Als dat je onvoldoende kan beschermen, kun je ook terecht bij de overheid voor beveiligingsmaatregelen.
Het eeuwige dilemma voor mensen die gevaar lopen, is dat het middel soms erger lijkt dan de kwaal. Bescherming ondergaan is de controle uit handen geven. Als je gevaar loopt of dreiging ervaart, is dat een verlies van controle over je leven. Er is een situatie die je niet kunt overzien en je weet niet hoe het zal aflopen.
Overheidsbemoeienis
Vaak zijn mensen dan bang en onzeker. De overheidsbemoeienis betekent echter vaak dat je de controle nog verder kwijtraakt. Het begint al met al die ambtenaren die ineens om de hoek komen kijken en overal iets van vinden en van wie je dingen moet doen of laten.
Ik ben natuurlijk ook zo’n ambtenaar. Je wordt overgeleverd aan de inschattingen van anderen en moet je houden aan de strikte voorwaarden en protocollen die samengaan met beveiliging. Die ambtenaren gaan na een werkdag weer naar huis zonder dreiging, terwijl jij thuis op de bank nog wel met hetzelfde gevaar en die onzekerheid door moet. Je moet je aanpassen aan het systeem, de controle uit handen geven. Dat is bijna het onmogelijke vragen van iemand in zo’n situatie. Er is niet altijd voldoende aandacht voor de impact die beveiligingsmaatregelen op mensen kunnen hebben.
Zorgen
Daarnaast maken de meeste mensen die gevaar lopen zich ook zorgen over de mensen in hun omgeving. Die worden meestal niet beveiligd. Wat betekent het voor je partner, de kinderen, je schoonouders, de oppas of de ouders van vriendjes of vriendinnetjes van je kinderen om zich in een omgeving te begeven waarin één persoon blijkbaar gevaar loopt? Betekent dat dat zij ook slachtoffer kunnen worden van een verdwaalde of gerichte kogel? Met de dood van de broer van de kroongetuige in het Marengo-proces is dat een reële zorg geworden voor mensen die bedreigd worden.
*tekst gaat door onder de foto*
Afbeelding ter illustratie. Foto door cottonbro via Pexels
Soms kiezen mensen er mede daarom bewust voor om gevaar te lopen. Omdat ze bang zijn of vermoeden dat de dreiger zich anders tot hun geliefden zal keren of om zelf controle te houden over hun leven (of dood). En dat ze liever zelf een loslopend doelwit zijn dan hun geliefden.
Astrid Holleeder
Astrid Holleeder heeft daar in haar boek ‘Dagboek van een getuige’ heel aangrijpend over geschreven. Ik kan het iedereen, en zeker ambtenaren die betrokken zijn bij bewaken en beveiligen van harte aanraden. Volgens Astrid heeft justitie nog een lange weg te gaan als het om het bieden van veiligheid gaat. Het maakte voor haar alle verschil toen zij uiteindelijk een ambtenaar trof die het snapte. Die niet handelde als een verzekeringsagent in het verkopen van regels en protocollen, maar als mens het gesprek met haar aanging, telkens bleef luisteren naar haar signalen en zorgen. Daardoor kwam er een samenwerking in plaats van een voortdurende strijd.
Daar valt veel van te leren. Namelijk hoe we ons, als stelletje ambtenaren, kunnen verhouden tot degene die gevaar loopt en meer rekening kunnen houden met de behoeften die mensen in die situatie hebben. Bescherming raakt immers niet alleen je lichaam, maar ook je geest. En niet alleen jou, maar ook je dierbaren.
*Meer lezen van recherchepsychologen Cleo en Bianca? Lees dan ook hun vorige column.
Het ‘trackrecord’ van de Melissantse vrachtwagenchauffeur Edwin M. – verdacht van doodslag op motoragent Arno de Korte – bestaat uit meer geweldsincidenten dan politie en OM willen doen geloven. Elf jaar geleden ramde de recent opgepakte M. er al op los onder toezichthouders van de Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT).
Net als de begin deze maand omgekomen agent Arno en zijn in 2015 zwaar gewond geraakte collega-motoragent Dennis wilden de ILT-inspecteurs M.’s vrachtwagencombinatie in 2010 aan een controle onderwerpen. De trucker draaide op dat moment volledig door.
De chauffeur viel beide inspecteurs aan, bevestigde de ILT gisteren tegenover deze misdaadsite. “Een van de inspecteurs is destijds in het gezicht geslagen”, aldus ILT-woordvoerster Joyce Mooring.
Weigert
Of er toen aangifte is gedaan, wil de inspectiedienst niet bevestigen. Gezien de feiten ligt dat echter voor de hand. Het Openbaar Ministerie dat al dagen weigert om vragen van deze website over de bizarre zaak rond de 45-jarige, Melissantse chauffeur te beantwoorden, gaat ook op deze kwestie niet in.
Justitie voert daarbij aan terughoudend te zijn met het delen van informatie ‘omdat er op dit moment een strafrechtelijk onderzoek loopt’ en ‘communicatie over de strafzaak het onderzoek kan verstoren’.
Het heeft er alle schijn van dat de overheid dit schandaal liefst diep in de doofpot wil stoppen. Er lijkt namelijk alle reden te zijn geweest voor politie en OM om al veel vroeger tegen chauffeur M. op te treden. Als dat was gebeurd, dan waren hoogstwaarschijnlijk mensenlevens gespaard gebleven.
Spanningen
De Rotterdamse politiechef Fred Westerbeke zei deze week dat ‘vanwege oplopende spanningen van de chauffeur richting de politie in 2019 en de zorgen bij politiemensen over zijn gedrag’, agenten was aangeraden hem alleen nog per auto aan de kant te zetten. Het incident met de ILT-inspecteurs dat ook bij de politie bekend was, maakt duidelijk dat die spanningen er al veel langer waren.
Hoe kan het dan in vredesnaam dat M. daar zo lang mee weg kwam?
Een collega van motoragenten Arno en Dennis verklaarde in een radioprogramma van de NOS dat M. ‘gewoon levensgevaarlijk’ is. De agent had M. naar eigen zeggen zelf ook enkele malen gecontroleerd. Hij constateerde daarbij steeds ‘foute toestanden’ en zegt van M. te horen te hebben gekregen dat hij ‘een pesthekel’ aan de politie had.
Bang
Volgens de politieman werd hij daarna ook in privétijd door M. lastiggevallen en was hij bang voor de Melissantse chauffeur. “Omdat je ziet dat je te maken hebt met iemand die niet gezond is, die tot alles en staat is en die toch blijft rondrijden.”
*tekst gaat door onder de foto*
Foto ter illustratie.
Een voormalige ongevallenanalist van de politie die anoniem wil blijven, noemt dat ‘vragen om problemen’.
“De oekaze van de Rotterdamse teamleiding aan hun motoragenten om deze chauffeur niet langer te controleren, is een bewijs dat leidinggevenden bij de politie wisten dat hij iets kan mankeren. Het is uiteraard onbestaanbaar dat niet wordt opgetreden terwijl men beseft dat er levens van agenten en burgers op het spel staan. Bovendien; er is alleen binnen de Rotterdamse regio geadviseerd om geen controles meer op de chauffeur uit te voeren. Wat nu als die trucker in ander gebied rondrijdt? Dan zijn politiemensen daar niet van de risico’s op de hoogte. Dit alles deugt voor geen cent.”
Feiten
De feiten rond Edwin M. op een rij:
Motoragent Arno belandde op 7 juli in de Rotterdamse Waalhaven onder de wielen van M.’s truck toen de politieman de vrachtwagencombinatie voor een inspectie aan de kant wilde zetten. De 47-jarige agent – die mogelijk niets van de eerdere oekaze wist – maakte geen schijn van kans. Zijn lichaam werd ruim 700 meter meegesleurd. M. reed daarna ijskoud door en werd later in zijn woonplaats in de boeien geslagen. Justitie vermoedt nu opzet en verdenkt M. van doodslag.
Vorig jaar juli overleed een 79-jarige fietsster uit Hellevoetsluis bij het oversteken van een N-weg in Westvoorne toen zij door M. werd aangereden. De chauffeur zou daar blijkens een onderzoek en reconstructie geen schuld aan hebben gehad, maar zijn vrachtwagen was op dat moment bijna twintig ton te zwaar beladen.
Weegbrug
Vijf jaar eerder schepte dezelfde chauffeur tijdens een verkeerscontrole motoragent Dennis die zeer ernstig gewond raakte. De politieman vertelde later tegen het AD dat de trucker pal achter zijn motor was gaan rijden, toen hij hem naar een weegbrug wilde dirigeren.
Op het moment dat M. de motoragent niet meer zag omdat deze in zijn dode hoek zat gaf hij, aldus de krant, zonder te kijken op het beeldscherm van zijn dodehoekcamera gas bij. De 66 ton zware vrachtwagencombinatie denderde vervolgens over de politiemotor en schampte Dennis met het linker voorwiel. De agent verloor zijn rechterarm en verklaarde later er zeker van te zijn dat er opzet in het spel was.
Taakstraf
Dat werd echter niet in het onderzoek naar de toedracht aangetoond. M. kwam in 2015 weg met een taakstraf van 240 uur dienstverlening, een voorwaardelijke gevangenisstraf van twee maanden en een voorwaardelijke rijontzegging van achttien maanden.
Vraag is of ook de feiten rond de mishandelde ILT-inspecteurs in 2010 in dat onderzoek zijn meegenomen. Toen al was immers glashelder dat M. het had gemunt op toezichthouders die hem wilden controleren.
Samenhang
Volgens de verkeersongevallenexpert had jaren eerder naar de samenhang van deze feiten gekeken moeten worden. “Het was steeds dezelfde chauffeur die bij gelijkaardige feiten betrokken was. Er had op zijn minst een onderzoek naar zijn geestesgesteldheid moeten komen. Een verregaande medische keuring om te bekijken of hij überhaupt wel achter het stuur mag zitten en een rijbewijs mag bezitten.”
Op mijn vraag of de onderzoeken naar de eerdere ongevallen waarbij de fietsster uit Hellevoetsluis overleed en motoragent Dennis blijvend verminkt raakte, heropend worden, wil het OM al evenmin ingaan.
Blijkbaar heeft de overheid in deze verbijsterende en uitermate tragische zaak veel missers te verhullen.
Op 18 december 2018 veranderde het leven van een Turks gezin voorgoed. Hun dochter en zusje werd die dag op gruwelijke wijze en door toedoen van een ander uit het leven gerukt.
Ik heb regelmatig zaken waarin een slachtoffer om het leven is gebracht. Het is mijn werk om nabestaanden in zo’n situatie als advocaat bij te staan. Eigenlijk is het niet te bevatten wat het verlies van een dierbare door een misdrijf met een familie doet. Wij kijken ernaar als juristen, maar we lijken weleens de personen achter zulke tragedies te vergeten.
Rollercoaster
Van het ene op het andere moment komen nabestaanden terecht in een rollercoaster waarin iedereen iets van hen wil. Tijd om te rouwen is er nauwelijks en dat valt zwaar, heel zwaar.
Zo ook voor deze familie die ik thuis op zoek en spreek. Het is 19 december 2018, de dag nadat het meisje is omgebracht. Het ouderlijk huis van het minderjarige slachtoffer is vol aangeslagen, geschokte en rouwende mensen. Dat kom ik vaker tegen door mijn werk. Maar al snel merk ik dat deze zaak anders dan anders is.
Auteur van deze column is de Rotterdamse advocaat Nelleke Stolk.
Met de ouders en zussen van het vermoorde meisje zoek ik een zitplaats in de keuken waar we met elkaar praten. Ik mag ook de kamer van de tiener zien; het lijkt een soort altaar dat is ingericht ter herinnering aan haar.
Aangiftes
Tijdens het gesprek schuift een tante van het meisje me een aantal aangiftes bij de politie toe. Het zijn vier aangiftes. Ik hoor de vrouw zeggen dat er gisteren is gebeurd waar de familie al lange tijd voor vreesde.
Ik begin te lezen. Het omgebrachte meisje en haar zussen blijken de afgelopen maanden echt ontelbare keren te hebben aangeklopt bij de politie vanwege het voortdurend stalken, lastigvallen en bedreigen door een man die het meisje kende. Hij zit in voorarrest en wordt ervan verdacht de tiener om het leven te hebben gebracht.
“Wat is er met die aangiftes gebeurd?”, vraag ik. Het kan toch niet dat dit is blijven liggen, schiet er door mijn hoofd. “Niets”, luidt het korte antwoord van een van de familieleden. Uit alles blijkt dat dat klopt. De nabestaanden schuiven me tevens een brief van Veilig Thuis toe. In het epistel is vermeld dat het meisje geen contact mag zoeken met de man die haar voortdurend belaagt. Dat wilde ze ook helemaal niet want ze was doodsbang voor hem, vertelt haar familie.
Doodsangsten
Uit de stukken en het gesprek met de familie vorm ik me langzaam een beeld van wat er is gebeurd. Het is meer dan beklemmend. De doodsangsten die het slachtoffer moet hebben doorstaan lijken uit de beduimelde papieren te vloeien.
Het slachtoffer had de man eerder via sociale media leren kennen. Ze dacht dat hij jong was, net als zij. Toen ze hoorde dat de man aanzienlijk ouder was en ze tevens een waarschuwing kreeg van de agent die haar aanhield – de man bleek zelfs een bekende te zijn van de opsporingsdiensten – verbrak ze het contact. Althans, dat is wat de tiener wilde, maar de man dacht daar anders over.
Het omgebrachte meisje Hümeyra.
Hij was vrijwel meteen begonnen om haar lastig te vallen, te bedreigen en zelfs te mishandelen. Telkens weer had het meisje aangifte gedaan, ontelbare malen hadden het slachtoffer en haar familieleden meldingen doorgegeven. Steeds had de politie de familie opdracht gegeven om bewijs te verzamelen. “Want zonder bewijs kunnen we vrij weinig”, was elke keer het commentaar geweest.
Vergissing
Tijdens ons eerste gesprek aan de keukentafel, krijg ik ook dat bewijs onder ogen. Ongelooflijk. Mijn maag draait om. Ik kan mijn ogen niet geloven. Dit kan gewoonweg niet, flitst er door me heen. Het moet een vergissing zijn, deze familie is nu vast en zeker te emotioneel om mij goed te kunnen vertellen wat er is gebeurd. Maar hoe meer ik me in deze zaak ga verdiepen, hoe meer mijn ongeloof plaatsmaakt voor boosheid.
Hoe heeft dit in godsnaam zo kunnen gebeuren? Wat een ellende hebben deze mensen moeten doorstaan. Wat zijn zij de maanden voor de dood van dit meisje telkens weer afgescheept en weggestuurd. En dat in de rechtstaat die Nederland pretendeert te zijn!
Wie bij strafbare feiten aangifte doet, dient te worden geholpen door de instanties. Maar hier is niets van dat alles te bespeuren. Deze mensen hebben geschreeuwd om hulp en overal aangeklopt. Maar niemand – werkelijk helemaal niemand – heeft het opgepakt.
Wakker
Alleen een medewerker van Slachtofferhulp – wat een gouden gast is dat – heeft van alles gedaan om politie en justitie wakker te schudden. Het mocht niet meer baten. Toen het kwartje viel en de instanties eindelijk van de ernst van de zaak waren doordrongen, was het al te laat.
Op de dag dat het meisje voor de laatste keer aangifte zou gaan doen – de politie had eindelijk ingezien dat er toch een serieuze dreiging bestond – werd ze door de verdachte opgewacht en in het fietsenhok van haar school door hem doodgeschoten. Haar vader stond aan de andere zijde van het schoolgebouw op haar te wachten om met haar mee te gaan naar de politie. Vader aan de voorzijde, de verdachte aan de achterzijde van de school. Want de dader wist hoe het meisje altijd van school vertrok.
Strijd
Na haar dood volgt een juridische strijd tegen de betrokken instanties die het slachtoffer hadden moeten beschermen. Bovendien voeren we tevens een soort gevecht met het Openbaar Ministerie. De officieren van justitie doen er alles aan om de verdachte te laten veroordelen voor moord, maar in eerste aanleg gaan de rechters slechts voor doodslag.
De familie gaat alwéér door een hel. Zo lang hadden ze al gestreden in de maanden voor haar dood, zoveel aangiftes en meldingen hadden ze gedaan omdat de verdachte hun dochter en zus zei te zullen vermoorden. Maar nee hoor, oordeelt de rechter, de man had geen plan gemaakt, zich niet bezonnen op zijn daad. Hij had het meisje vanuit een gemoedsopwelling gedood, luidt het oordeel van de rechtbank.
Bevestigd
Gelukkig gaat het Openbaar Ministerie in beroep. Een tweede kans is er. Inmiddels zijn de nabestaanden het vertrouwen in de autoriteiten dat weer zo langzaam was gegroeid, volledig kwijt. Mijn cliënten en ik laden ons op voor de volgende strijd. Intussen heeft de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd een vernietigend rapport geschreven. Onze vermoedens worden daarin volledig bevestigd. Er is onnoemelijk veel nagelaten door de vele betrokken instanties, terwijl er zoveel had moeten gebeuren om deze tiener te beschermen en de dader aan te pakken.
Veel tijd om daar goed bij stil te staan, hebben de nabestaanden en ik niet vanwege het lopende hoger beroep.
Kundige
Gelukkig treffen we ook bij het ressortsparket fijne en kundige mensen die de ernst van de zaak inzien en proberen het vertrouwen te herwinnen. Dat lukt, de nabestaanden hebben weer wat houvast gevonden bij het OM. Uiteindelijk volgt de verlossende uitspraak van het gerechtshof: de dader is veroordeeld wegens moord! Dat is het woord dat de familie nodig had om door te gaan. Gelijktijdig dringt ook het besef zich aan de nabestaanden op: hun dochter en zusje had nog springlevend kunnen zijn, als de instanties hun werk hadden gedaan.
Vreugde en verdriet samen op één dag. De familie kan nu gaan rouwen. De rollercoaster staat eindelijk stil want de dader en zijn advocaat gaan niet in cassatie.
Voorbij
Het is voorbij. Ook voor mij, realiseer ik me. Lief en leed hebben we de afgelopen jaren gedeeld. Alle emoties hebben we samen doorlopen. De familie is een deel van me geworden. Ik heb deze Turkse mensen voor altijd in mijn hart gesloten.
Het graf van Hümeyra. Een foto gemaakt door haar nabestaanden.
Helaas zijn er meer van zulke tragedies. De strijd is nog lang niet gestreden. Laat dit afschuwelijke drama dan toch op zijn minst een voorbeeld zijn. Voor de instanties die deze zaak hadden moeten oppakken. Exemplarisch is ook het harde werken van het Openbaar Ministerie en Slachtofferhulp dat een dusdanig resultaat bracht dat de nabestaanden weer verder kunnen met hun leven.
Ik hoop en bid dat de nabestaanden nu een plekje kunnen gaan geven aan de gewelddadige dood van hun dierbare. Aan hun dierbare dochter en zusje Hümeyra.
*Meer lezen van advocaat Nelleke Stolk? Blader dan terug naar haar vorige column: ‘Nabestaanden lang niet altijd welkom in de rechtszaal’.
De afgelopen week heb ik wakker gelegen van de documentaire 2doc Goede Moeders die op tv werd uitgezonden. Verloskundige Sylvia von Kospoth ontdekt daarin dat veel uithuisplaatsingen van kinderen gebaseerd zijn op slecht gefundeerde rapportages.
Volgens het ‘protocol’ moet zij als verloskundige standaard een zorgmelding bij Veilig Thuis doen als een moeder die al een uit huis geplaatst kind heeft, opnieuw zwanger wordt. We zien en horen de schrijnende verhalen van moeders bij wie de baby al vlak na de geboorte in het ziekenhuis is weggehaald door jeugdzorg. Moeders van wie de oudere kinderen in verschillende pleeggezinnen verblijven en waar ondanks de positieve veranderingen die zij inmiddels hebben doorgemaakt, het wantrouwen van jeugdzorg blijft bestaan.
Hormooninjecties
Sylvia von Kospoth bijt zich vast in deze zaken en probeert te achterhalen waarom de moeders hun oudere kinderen zijn kwijtgeraakt. Ze valt daarbij van de ene in de andere verbazing. Zo wordt een Afghaans gezin ter observatie opgenomen in een instelling, omdat het huis van deze familie te klein zou zijn. Sylvia leest in het dossier dat de Afghaanse moeder tijdens haar verblijf in de instelling hormooninjecties heeft gekregen om zwangerschap te voorkomen en dat zij en haar man niet bij elkaar mochten slapen. Ze noemt het ‘oorlogspraktijken’.
Na het zien van deze reportage, kon ik die avond maar moeilijk de slaap vatten. De documentaire raakt aan allerlei zaken waarmee ik in de loop van jaren als klinisch forensisch psycholoog te maken heb gehad. Het gebrek aan deugdelijk feitenonderzoek, het afgaan op ‘onderbuikgevoelens’ zoals de twee medewerkers van Veilig Thuis in de tv-productie zonder enige zelfreflectie aangeven, het feit dat rechters in Nederland op basis van vage observaties en interpretaties in de rapporten van jeugdzorg zo’n ingrijpende maatregel als uithuisplaatsing nemen. Ik begrijp oprecht niet dat dit in een ontwikkeld land anno 2021 gebeurt.
Woede
Er is één scene in de documentaire waarin Sylvia haar ongeloof en haar woede over de werkwijze van de jeugdzorg met haar collega-verloskundige deelt (de scene begint op 1.01). Ze vertelt over de standaardzinnen die ze in verschillende rapporten terugziet, het ‘knip- en plakwerk’ dat pijnlijk evident is als blijkt dat er nog namen van andere moeders in een rapport staan. Ouders worden ‘verstandelijk beperkt’ genoemd, zonder dat intelligentieonderzoek is verricht. De woede die Sylvia hierover uit, die heb ik ook al zo vaak gevoeld.
Een paar weken geleden nog, verrichtte ik met een collega aan de universiteit een onderzoek bij een negenjarig jongetje dat onder toezicht staat van jeugdzorg. Zijn ouders zijn een paar jaar geleden gescheiden. De jongen heeft op een gegeven moment aangegeven niet meer naar zijn vader te willen, omdat zijn vader hem knijpt en slaat.
Incident
Ook heeft het kind aan zijn moeder verteld over een incident in de slaapkamer waarbij hij de piemel van zijn vader in zijn mond moest doen en er ‘iets’ uitkwam, hij weet niet wat.
Jeugdzorg geeft in dit dossier aan ‘niet aan waarheidsvinding te doen’, zo staat het letterlijk in de laatste rechterlijke beschikking in deze zaak. De gecertificeerde instelling die de ondertoezichtstelling (ots) uitvoert, vindt dat de jongen weer omgang moet hebben met zijn vader, ook al is het kind extreem bang voor hem.
De advocaat van de moeder heeft zich tot de sectie Forensische Psychologie van de Universiteit Maastricht gewend. Daar zijn wij gespecialiseerd in de werking van het geheugen van kinderen en hebben we ervaring met het wetenschappelijk onderbouwde NICHD-interview protocol (de afkorting staat voor het National Institute of Child Health and Human Development, Investigative Interview Protocol).
Betrouwbare
Met dit gestructureerde interview in het mogelijk om door open vragen te stellen betrouwbare verklaringen van kinderen te verkrijgen. Het gaat dan om getuigenissen over wat kinderen hebben meegemaakt.
Binnen het Nederlandse familierecht en jeugdzorginstanties is nog steeds de dominante ideologie dat ouders ‘er samen moeten uitkomen’ en dat ouders het kind ‘samen’ moeten opvoeden. Dit is een nastrevenswaardig ideaal, maar alléén als het veilig is voor het kind.
Wetenschappelijk onderzoek in binnen- en buitenland heeft inmiddels aangetoond dat een deel van de zogenaamde vechtscheidingen eigenlijk helemaal geen ‘vechtscheidingen’ zijn. Het gaat daarbij wel om een situatie waarin een van de partners – en soms ook de kinderen – jarenlang geterroriseerd worden door de andere ouder, ook toen de relatie nog intact was. Door hier geen gestructureerd feitenonderzoek naar te doen brengt jeugdzorg – en uiteindelijk ook de familierechter die op basis van ondeugdelijke rapportages besluiten neemt – mensen grote schade toe.
Wetenschappelijke
Het is voor mij bijzonder navrant dat de wetenschappelijke kennis en de onderzoeksmethoden wel voorhanden zijn, maar dat die in de Nederlandse praktijk niet gebruikt worden.
Ik heb in het verleden al vele pogingen ondernomen om dit systeem-falen onder de aandacht te brengen. Zo schreef ik opiniestukken in landelijke dagbladen, zoals: ‘Kindermishandeling, voer die adviezen nou eens uit’ (NRC, 20 november 2013), en ‘Gebruik richtlijnen voor omgangszaken’ (NRC, 22 mei 2013).
In diezelfde periode had ik gesprekken met Tweede Kamerleden als Vera Bergkamp, Mona Keijzer en Nine Kooiman. Zij boden een geïnteresseerd en luisterend oor, maar uiteindelijk bleef alles bij het oude. Anno 2021 zijn er nog steeds kinderen die uit huis geplaatst worden terwijl het daar wel veilig is (zogenaamde ‘fout-positieve’ diagnoses en besluiten). Omgekeerd worden kinderen gedwongen tot omgang met een ouder die het kind mishandeld heeft (‘fout-negatieve’ diagnoses).
Kwaliteitsstandaarden
Waarom hebben Veilig Thuis, de Raad voor de Kinderbescherming en de gecertificeerde instellingen geen kwaliteitsstandaarden waaraan hun onderzoeken en rapportages moeten voldoen? Waarom lukt het in het buitenland wel, en waarom hier niet? Buitenlandse voorbeelden zijn er te over.
In Duitsland mogen onderzoeken in kinderbeschermings- en familierechtszaken alleen verricht worden door specialistisch opgeleide rechts- en forensisch psychologen, experts die de noodzakelijke specialistische kennis hebben. Waarom laten wij dit complexe werk over aan pas afgestudeerde twintigers, zoals Sylvia von Kospoth zich vertwijfeld afvraagt?
Verandering
Er is een paradigmashift – een revolutionaire, wetenschappelijk gefundeerde verandering – nodig in het hele jeugdzorgsysteem dat zich bezighoudt met onderzoek naar de veiligheid binnen gezinnen.
*tekst gaat door onder de foto*
Foto ter illustratie. Photo by Bill Oxford on Unsplash
Dat vraagt om specifieke opleidingen (op hbo- en wo-niveau), kwaliteitsstandaarden waaraan professionals gehouden worden (bijvoorbeeld met behulp van feedback op de werkvloer en bij jaargesprekken) en academisering in de vorm van wetenschappelijke onderzoekevaluaties. Het familierecht zal hervormd moeten worden zodat het echt oplossingsgericht wordt en gezinnen in crisis helpt in plaats van de problemen verergert.
Aan de Nederlandse familierechters zou ik willen zeggen: lees deze zomer het boek van Barbara Babb en Judith Moran genaamd ‘Caring for Families in Court: An Essential Approach to Family Justice’ en deze visie op Family Justice Reform (2019). We moeten van elkaar leren op internationaal niveau en niet het wiel opnieuw uitvinden. Het is mijn diepgevoelde wens dat het nieuwe kabinet structureel werk gaat maken van deze paradigmashift en gaat investeren in feitenonderzoek. Ik help daar graag aan mee.
*Lees ook de vorige column van Corine de Ruiter: ‘Uitbreiding slachtofferrechten in strafrecht geen goed idee.’
Schrijven en onderzoek doen kost tijd. Steun Femke Fataal met een maandelijkse bijdrage of doneer bij een artikel. Dan kun jij mijn verhalen blijven lezen. doe een donatie
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.OKPrivacy policy