Behalve dna, waarover ik vorige keer schreef, is er nog een prachtig, forensisch spoor waarmee je personen kunt identificeren: vingerafdrukken. Met een chique woord noem je dat ‘dactyloscopische sporen’.
Dactyloscopie is een samenvoeging van twee Griekse woorden: dactylos (vinger) en skopein (kijken). ‘Kijken naar vingers’, betekent het letterlijk. In de opsporing is dit de tak van sport; die zich bezighoudt met het bestuderen van de lijnen van vingers, handpalmen en voeten en van afdrukken of indrukken van deze lichaamsdelen
Vingerspoor
Verder is er een belangrijk onderscheid. We spreken van een vingerafdruk wanneer de donor van de afdruk bekend is en van een vingerspoor wanneer de donor onbekend is. Dat laatste is vaak het geval op een plaats delict.
Stel dat je een vingerspoor aantreft op een plaats delict, wat doe je dan daarmee? Het eerste wat je doet is bekijken wat de beste manier is om het spoor veilig te stellen. Daarbij moet beoordeeld worden of je het spoor al op de plaats delict gaat opnemen of dat je de hele sporendrager meeneemt naar het onderzoekslab en het vingerspoor daar alsnog veiligstelt.
Als je het vingerspoor wilt opnemen op de plaats delict zijn er verschillende opties. Je kunt er diverse kwasten, poeders en folies voor inzetten. Het ene product werkt beter op een bepaalde ondergrond dan het andere. Een goed contrast tussen het poeder en de folie is sowieso altijd belangrijk.
Chemische
Neem je een sporendrager mee naar het lab, dan komen er nog veel meer opties bij. Daar kan namelijk een chemische methode worden gebruikt. Voor deze methodes geldt hetzelfde: de forensisch onderzoeker kiest de geschikste techniek op basis van de ondergrond.
Een andere, regelmatig toegepaste methode om vingersporen te verkrijgen is opdamping met superlijm. Je leest het goed: superlijm! In een grote kast wordt een bakje met dit zogeheten cyano-acrylaat verhit waardoor er een damp ontstaat die neerslaat op de bestandsdelen die aanwezig zijn in een vingerspoor. Het spoor kleurt dan wit.
Kwaliteit
Wanneer het spoor eenmaal is veiliggesteld, is het tijd om het spoor te bekijken en beoordelen op kwaliteit. Het liefst wil je het vingerspoor vergelijken met de databank voor vingerafdrukken, Het Automatisch Vinger Afdrukkensysteem Nederlandse Kollektie (HAVANK). In dat systeem zijn de afdrukken van verdachten en veroordeelden opgeslagen. Voor een vergelijking is het belangrijk dat jouw spoor van een goede kwaliteit is.
Bij een vergelijking wordt er gekeken naar het patroon van het vingerspoor. Zogeheten papillaire lijnen lopen over het algemeen evenwijdig waarbij er twee belangrijke gebieden zijn die we de kern en de delta noemen.
Onderscheiden
De delta is de plek waar lijnen uit drie verschillende richtingen samenkomen. Over het algemeen zijn drie hoofdcategorieën te onderscheiden: een lus, een boog en een kring. Deze drie zijn vervolgens weer onder te verdelen in tal van subcategorieën. Bijvoorbeeld: een lus naar links, lus naar rechts of een dubbele lus.
*de tekst gaat door onder de foto*
Een afbeelding van een vingerafdruk. Afbeelding van ar130405 via Pixabay
Naast het patroon wordt er ook gekeken naar dactyloscopische punten van overeenkomst (dpo’s). In Nederland geldt daarbij een twaalf puntenregel. Bij twaalf punten van overeenkomst, en géén onverklaarbare verschillen, spreekt men van een dactyloscopische identificatie.
Dingen
De dpo’s zijn misschien nog wel het leukste deel. Kijk maar eens goed naar je eigen vingers. In eerste instantie lijken het allemaal lijnen. Maar verborgen tussen al die lijnen zijn nog veel meer dingen te zien. Een lijn kan bijvoorbeeld uitsplitsen in twee lijnen, dan ontstaat er een bifurcatie. Sommigen lijnen stoppen op een gegeven moment gewoon. Ook zo’n eindigende lijn is een dpo.
Eigenlijk hebben we het nu nog maar over één deel van het vingersporen onderzoek gehad: het vergelijken van lijnen. De laatste tijd zijn er supergave ontwikkelingen op het gebied van vingersporen gaande. Door de gevoeligere technieken lukt het nu zelfs om dna uit een vingerspoor te halen en kunnen de aminozuren die er gevonden worden mogelijk wat vertellen over de donor.
Zeldzaam
Ook is het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) al heel ver met het vergelijken van vingersporen die niet aan de twaalf puntenregel voldoen. Hiervoor gebruiken ze een probalistische benadering. Dat houdt in dat alle patronen en dpo’s in kaart worden gebracht en vervolgens wordt gekeken naar hoe zeldzaam ze zijn.
Behalve in de opsporing, worden vingerafdrukken tegenwoordig ook steeds meer gebruikt als symbool. Een vingerafdruk is iets heel persoonlijks, en voor iedereen uniek. Je zit ze steeds vaker opduiken op sieraden, trouwkaarten of als tatoeages. Mijn persoonlijk favoriet is een bedrijf genaamd: Porsche Exclusive Manufaktur. Dat bedrijf pimpt Porsches op verzoek van de eigenaar op en gebruikt onder meer de slogan: ‘a Porsche is as personal as your own fingerprint’.
Je kunt er ook je vingerafdruk op de motorkap van je 911 laten zetten. Kost een slordige 7500 euro, maar dan heb je ook wat.
*Benieuwd naar Iris’ vorige column? Kijk dan hier!
Wat is je rol als je slachtoffer of nabestaande bent in een strafzaak? Dat leg ik je als slachtofferadvocaat graag uit.
In mijn werk sta ik slachtoffers van ernstige gewelds- en zedenfeiten en nabestaanden die een dierbare hebben verloren door moord of doodslag bij. Dat zijn zware en vooral zeer emotionele feiten waarmee mensen te maken krijgen en mee moeten dealen. Het geeft beslist voldoening om mensen in zo’n moeilijke periode van hun leven te helpen maar het kan tegelijkertijd ook veel frustratie opleveren.
Procesdeelnemer
Mijn cliënten dienen weliswaar vaak een vordering in, maar zij zijn verder geen procespartij in het strafproces tegen de verdachte. Alleen voor het gedeelte dat ziet op de schadevergoeding zijn zij partij. Slachtoffers en nabestaanden zijn ‘procesdeelnemer’, zoals dat zo mooi verwoord wordt.
Je kunt een strafzaak vergelijken met een soort voetbalwedstrijd tussen het Openbaar Ministerie (OM) en de verdachte met zijn of haar advocaat. De rechters zijn de scheidsrechters: zij zorgen dat de wedstrijd goed verloopt en nemen uiteindelijk een beslissing.
Wij – slachtoffers of nabestaanden met hun advocaat – mogen alleen even naar voren komen als er iets is wat voor ons van belang is. Daarna moeten wij het veld weer snel ruimen zodat iedereen verder kan. Volgens de wet zijn alleen het spreekrecht en de vordering tot schadevergoeding in ons belang.
Lastig
Natuurlijk is dat niet het belangrijkste, maar zo is het nu eenmaal geregeld. Dit is lastig te begrijpen voor slachtoffers en nabestaanden, maar helaas wel de werkelijkheid waarmee we moeten werken. Dat dit wringt mag duidelijk zijn.
Slachtoffers en nabestaanden hebben in een strafprocedure een aantal rechten. Je kunt dan denken aan het recht op informatie, soms het recht op een gesprek met de officier van justitie, in een aantal zaken het recht om te spreken en het recht om een schadevergoeding te vragen. En uiteraard hebben zij het recht om een zitting te mogen bijwonen.
Stel dat een dierbare om het leven wordt gebracht, iemands dochter of zoon, een zus of broer van iemand. Het is verschrikkelijk om een naaste te verliezen, zeker als dat gebeurt door het toedoen van iemand anders. Denk je in hoe het is om niet te weten hoe de laatste minuten van het leven van je kind, partner of ouder zijn geweest en wat hij of zij heeft gevoeld of gedacht.
Rollercoaster
Op dat moment kom je als nabestaande in een rollercoaster terecht.
Politie en OM zijn een strafrechtelijk onderzoek naar het misdrijf gestart. Zo’n onderzoek duurt vaak erg lang want er is veel tijd nodig om een goed dossier op te bouwen. Voor het gevoel van de nabestaanden neemt het áltijd te veel tijd in beslag; zij willen het verlies en verdriet om hun naaste kunnen verwerken en afsluiten.
*tekst gaat door onder de foto*
Foto ter illustratie. Photo by Tim Mossholder on Unsplash
Dat is moeilijk als je om de zoveel tijd nog geconfronteerd wordt met zittingen voor de rechtbank of onderzoekswensen van de verdediging. Maar zo is het wel: dit is nu eenmaal het recht en ook daar is voor ons als slachtofferadvocaten weinig aan te veranderen. We kunnen nabestaanden alleen voorbereiden, blijven informeren en proberen om hen met zo weinig mogelijk extra leed door een procedure te begeleiden.
Inhoudelijke
Na anderhalf tot twee jaar volgt dan eindelijk de zogeheten inhoudelijke rechtbankzitting, waarin daadwerkelijk wordt gesproken over wat is er gebeurd (althans, dat is de hoop). Al die tijd leef je als advocaat met de nabestaanden naar dat moment toe met vele gesprekken, voorbereiding en het opstellen van stukken. Ook dan worden de nabestaanden weer herinnerd aan wat zich heeft voorgedaan. Maar er is in die fase tenminste zicht op een einde, een soort van afsluiting.
Tegenwoordig moeten we als slachtofferadvocaten voor de aanvang van die zitting aangeven wie van de nabestaanden in de rechtszaal aanwezig willen zijn. Vanwege corona zijn ook wij daarin voorzichtig want de ruimte is beperkt. We houden vaak als richtlijn aan dat de directe naasten (kinderen en ouders, broers en zussen) die mogelijkheid moeten krijgen. Maar we zullen tevens ruimte proberen te vinden voor derden die belangrijk zijn voor de directe naasten.
Voorstel
De voorzitter van de rechtbank (een van de rechters) neemt op zo’n voorstel een beslissing. Dat gebeurt helaas vlak voor de zitting, we kunnen mensen dan ook nauwelijks voorbereiden op de uitkomst.
Bovendien verschilt het per rechtbank of gerechtshof hoeveel mensen toegestaan worden. En dan komt dus soms de grote klap. ‘Een gezin van acht? Nee, er mogen er slechts vijf aanwezig zijn’, luidt niet zelden de beslissing. Er is niet meer ruimte, wordt dan aangevoerd, en de rest moet maar via een skypeverbinding de zitting volgen. Terwijl dat lang niet altijd kan.
Let wel: nabestaanden hebben anderhalf jaar op de rechtszitting gewacht en dan mogen zij er niet bij zijn als gesproken gaat worden over wat hun omgebrachte naaste is aangedaan. Hoe leg je dat uit? ‘Je bent wel een naaste, maar ja, helaas nu even minder belangrijk’? Ik kan het niet verantwoorden waarom soms wel en soms niet coulant door de rechter wordt besloten.
Slachtofferhulp
Gelukkig sta ik er niet alleen voor en krijg ik de nodige hulp van de casemanagers van Slachtofferhulp en de slachtoffercoördinatoren. Maar als ook zij het veld moeten ruimen en een zitting niet mogen bijwonen, dan betekent dat ook nog eens dat ik als advocaat het juridische deel moet oppakken en tevens moet zorgen dat de nabestaanden goed opgevangen worden. Duidelijk is dat zoiets nauwelijks te doen is.
Vanzelfsprekend begrijp ik de voorzichtigheid, de beperking door de ruimte als gevolg van coronamaatregelen en de stelregel dat de rechtbank bepalend is in wat wel en niet is toegestaan. Maar ik begrijp niet waarom we pas een paar dagen voor de zitting bericht krijgen over wie wel of niet mogen komen en hoeveel mensen dat mogen zijn.
Nauwelijks
Voorbereiding is nauwelijks mogelijk, gezien de verschillen die zijn ontstaan per rechtbank en zelfs per zittingszaal. Ik probeer nu al ruim voordat een behandeling van een zaak plaatsvindt een helder antwoord te krijgen. Zoals ik in mijn vorige column schreef moet men dan wel op de hoogte zijn van een zittingsdatum.
Tegen de rechter zou ik willen zeggen: Meneer of mevrouw de voorzitter, probeer u in te voelen in slachtoffers en nabestaanden. Het is al zo’n belastende en emotionele tijd voor deze mensen. Laten we proberen om tijdige afstemming te hebben over de behandeling van de strafzaak, samen met de advocaat van de verdachte. Zo is voor iedereen duidelijk wat wel of niet mogelijk is en de partijen niet voor een verassing komen te staan. De schaduw die door zulke problemen wordt opgeworpen, is wat slachtoffers en nabestaanden het meest bijblijft. Dat moet toch anders kunnen?
Wil je meer lezen van slachtofferadvocaat Nelleke Stolk? Kijk dan ook even op deze pagina en lees haar vorige column over de rechten van slachtoffers.
Mishandelingen, zedenmisdrijven, dood door schuld: als slachtofferadvocaat krijg ik met allerlei uiteenlopende zaken te maken. Sommige dossiers lijken wel een film. Zo stond ik laatst een slachtoffer bij in een zaak die het script voor een (slechte) maffiafilm zou kunnen vormen. Eind mei deed de rechtbank Limburg uitspraak in deze zaak.
Het slachtoffer had zich in het verleden bij mij gemeld nadat zij zeer ernstig door de inmiddels veroordeelde dader was mishandeld. De man had haar vastgebonden op een stoel en ernstig toegetakeld en bedreigd om een bekentenis en informatie uit haar te krijgen over zijn gestolen partij wiet.
Vastgebonden
De crimineel was uiterst gewelddadig te werk gegaan. Eerst had hij het slachtoffer diverse keren in haar gezicht geslagen. Vervolgens had hij haar met TY-raps vastgebonden op een stoel en haar opnieuw in het gezicht geslagen. Zo hard zelfs, dat de vrouw met stoel en al omviel.
Verder dreigde de drugsdealer mijn cliënte in te spuiten met verdovende middelen: hij zou van haar een junkie maken als zij niet met namen van betrokkenen kwam. De man stopte pas toen zijn slachtoffer ging praten.
Door de martelingen liep mijn cliënte een meervoudige kaakbreuk op. Tijdens de rechtbankzitting tegen de dader vertelde het slachtoffer hoe angstaanjagend de mishandelingen voor haar waren: ze was er al die tijd van overtuigd geweest de martelprakijken niet te zullen overleven.
Gebitscorrectie
Veiligheid bestaat sinds de afschuwelijke gebeurtenissen niet meer voor haar. Ook fysiek zijn de gevolgen nog steeds merkbaar: recent is ze voor de derde keer aan haar kaak geopereerd, in de toekomst moet nog een gebitscorrectie volgen.
Maandenlang heeft mijn cliënte alleen maar vloeibaar voedsel kunnen eten, ze heeft bovendien opnieuw moeten leren praten. Ook lijdt zij aan een posttraumatische stressstoornis (PTSS) en heeft het slachtoffer langdurige traumatherapie nodig.
Tijdens de rechtbankzitting schetste de dader een alternatief scenario: volgens hem had hij slechts een geringe rol gehad in de mishandelingen. Het was een chaotische situatie geweest, beweerde hij, met veel gescheld over en weer.
Schuld
Hij schoof de schuld op een van de getuigen in deze zaak. Die persoon was in zijn ogen juist degene geweest die van de vrouw had willen weten aan wie zij eerder had verteld dat er wiet in huis lag, waarna er een inbraak was geweest en de partij drugs was gestolen.
Het was dezelfde getuige geweest, luidde het verhaal van de dader, die het slachtoffer met één hand had vastgebonden aan de stoel en haar had geslagen. Zelf had hij maar één klap uitgedeeld, zei hij, omdat zij hem een trap gaf. De vrouw was in zijn visie vervolgens tegen een kast en daarna op de grond gevallen. Daarbij moest ze wel haar kaak hebben gebroken, aldus het relaas van de dader.
Kamp
Zijn advocaat vroeg om vrijspraak, omdat er uit de lezing van de dader een alternatief scenario naar voren kwam. De verdediging voerde verder aan dat het slachtoffer en de getuigen ongeloofwaardige verklaringen hadden afgelegd die op elkaar konden zijn afgestemd. Er was volgens de dader aantoonbaar gelogen tegenover agenten en tevens bewijs kwijtgemaakt. De getuigen en het slachtoffer vormen één kamp en zij proberen mij de schuld in de schoenen te schuiven, aldus de man die mijn cliënte zo ernstig toetakelde.
De rechtbank oordeelde vorige maand dat de meervoudige kaakbreuk kan worden aangemerkt als zwaar lichamelijk letsel, gelet op de aard van de verwondingen en de noodzaak van medisch ingrijpen.
Angst
De getuigen hebben weliswaar verschillende dingen gezegd, constateerden de rechters, maar dat gebeurde uit angst voor de dader. Het slachtoffer heeft in de ogen van de rechtbank heel consistent verklaard, zowel over de hoofdlijnen als over allerlei details. Haar verklaringen worden bovendien ondersteund in bewijsmiddelen. Zoals de conclusies van een forensisch arts en de resultaten van forensisch onderzoek op de plaats van het misdrijf. Om die reden beschouwen de rechters de verklaringen van deze vrouw als betrouwbaar.
De rechtbank constateerde ook dat de beweringen van de dader weinig hout snijden. Bij de politie zei hij dat mijn cliënte al was mishandeld toen zij bij de woning van de getuige aankwam. De schuld van die mishandeling legt hij bij de ex-vriend van het slachtoffer. Omdat hij pas tijdens de rechtbankzitting met dat alternatieve scenario kwam en omdat dit verhaal nergens onderbouwing vindt, veegden de rechters zijn lezing van tafel.
Nergens
Nergens blijkt bovendien dat de getuige een actieve rol speelde bij de mishandeling. Dat het slachtoffer die getuige in haar gedetailleerde verklaring uit de wind zou houden, wordt evenmin onderbouwd in het dossier. Wel komt uit berichten die de dader met zijn toenmalige vriendin uitwisselde sterk naar voren dat híj woedend was over de diefstal van zijn stash uit de woning van een getuige en dat hij mijn cliënte verantwoordelijk hield.
De man is inmiddels veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf. De schadevergoeding die mijn cliënt heeft gevorderd, is nagenoeg volledig toegewezen.
Afwachten
Al met al een goede uitspraak. Het is afwachten of de veroordeelde in hoger beroep gaat. Voor mijn cliënte is dat niet te hopen. Met een onherroepelijk vonnis kan zij de strafzaak eindelijk achter zich laten en zich volledig richten op haar verdere herstel.
*Wil je meer lezen van advocaat Rachella Szafranski? Dat kan! Blader dan ook naar haar vorige column op deze website.
In een rechtsstaat als die van ons valt of staat de bescherming van grondrechten, de veiligheid van burgers, een goede rechtspleging en het vertrouwen daarin met het zorgvuldig verzamelen en deugdelijk verwerken van feiten over burgers door overheidsinstanties. En uiteraard dient een goede, rechterlijke controle daarop te zijn gegarandeerd.
Gezien de aanhoudende stroom van rapporten en publicaties – links zijn te vinden in de op mijn Linkedin gedeelde bijdragen en berichten – gaat het op alle genoemde, rechtsstatelijke kernwaarden in het systeem van de jeugdbescherming en het familierecht vaak mis.
Waarheidsvinding
Dat houdt veelal verband met wat Veilig Thuis en jeugdbeschermingsorganisaties als Bureau Jeugdzorg zelf aangeven: zij doen niet aan waarheidsvinding. Voor de niet ingewijde lezer: U leest het goed! Dit zijn overheidsinstanties die geen deugdelijk feitenonderzoek verrichten, maar wel rapporten schrijven op basis van verzamelde verhalen en gegevens over u. De inhoud van deze rapporten wordt vervolgens door deze organisaties en door andere overheidsinstanties voor waar aangenomen.
Zulk onrechtsstatelijk overheidshandelen leidt vaak tot ongekend onrecht met zeer ernstige (rechts)gevolgen voor kinderen en ouders op de korte en lange termijn. Naast het vervreemdende en traumatische effect van het opleggen van een door de overheid gecreëerde waarheid aan kinderen en ouders die niet hun werkelijkheid is, leidt dit overheidshandelen tot onterechte uithuisplaatsingen of tot beslissingen waardoor kinderen ten onrechte contact moeten blijven houden met een ouder die geweld pleegt. Daardoor blijft het geestelijk of fysiek geweld tegen kinderen en soms ook tegen een ouder voortduren.
Zorgwekkend
Verder is het rechtsstatelijk bezien zorgwekkend dat veel burgers bij zulk overheidshandelen de rechter niet (snel) kunnen bereiken en blijven steken in langdurige, en veelal geen oplossing biedende klachtprocedures bij diezelfde overheidsinstanties.
Aan de niet deugdelijke gegevensverwerking kunnen twee zorgwekkende ontwikkelingen worden toegevoegd. Het gaat dan om de risicoprofilering van burgers alsmede om het grasduinen in het digitale politiesysteem Basis Voorziening Handhaving (BVH) door Veilig Thuis en jeugdbeschermingsinstanties. Beide waren aan de hand in mijn persoonlijke situatie. Ik neem u mee in een stukje persoonlijke geschiedenis.
Persoonsgegevens
Ik heb inzage gevraagd in mijn persoonsgegevens in het BVH. Dit nadat mij in gesprekken en rapporten van Veilig Thuis en de Raad voor de Kinderbescherming bepaalde gebeurtenissen werden tegengeworpen waarbij ik niet betrokken was of die zich in een andere context hadden voorgedaan. De in het BVH opgeslagen persoonsgegevens waren nooit eerder met mij gedeeld.
De Raad wees me op een geregistreerde melding over een incident in mijn woonomgeving dat in het BVH stond vermeld als ‘huiselijke twist’. Ik wist niet wat de inhoud en van wie deze melding was. Bovendien kon ik aantonen dat de melding een valse melding moet zijn geweest, omdat ik in die periode op vakantie was in het buitenland. Hoewel ik dat kon bewijzen, hield de Raad vast aan ‘het incident’ uit het BVH. Verder wees de Raad op een melding uit 2016 ‘in verband met de scheiding van de ouders van de minderjarige’.
Perplex
Ik stond perplex. Deze melding die van mij was kon ik me herinneren, maar ging over iets heel anders: de jarenlange en steeds zorgwekkender stalking door mijn ex-partner. Mijn melding werd bovendien ondersteund door een bericht van een recherchepsycholoog van de politiedienst landelijke operationele samenwerking, afdeling gedragsidentificatie.
Onder meer het volgende stond daarin vermeld: ‘Een op de drie ex-partner-stalkers die dreigen met geweld, voeren hun dreigementen ook uit. Zijn teksten als (…) zijn als alarmsignaal te duiden. Laten we als politie, in navolging van de recente adviezen van de commissie-Eenhoorn over de moord op Linda van der Giesen, de veiligheid van het slachtoffer als uitgangspunt nemen en ervoor zorgen dat we er alles aan doen om de veiligheid van mevrouw Van Waterschoot en haar kinderen te waarborgen’.
Context
Hoewel ik in het gesprek bij de Raad de context van de melding uitlegde en inzage gaf in het bericht van de landelijke politie, bleef de Raad bij zijn standpunt. De stalking en de daarmee verband houdende veiligheidsrisico’s voor de kinderen en mijzelf werden niet serieus genomen. De Raad bagatelliseerde het tot een melding in verband met de scheiding van de ouders. Maar hoe moest het dan met de bescherming van de kinderen? Bovendien, ik kan toch niet verantwoordelijk worden gehouden voor het gedrag van mijn ex-partner?
Bij de politie kreeg ik enkele maanden later op mijn verzoek een overzicht uit het BVH van ‘alle registraties en meldingen waarin de politie informatie over u heeft verzameld en verwerkt’.
Lijst
Ik was alweer met stomheid geslagen. Ik kreeg een lijst met ‘incidenten’ die vanaf 2012 zouden hebben plaatsgevonden. Hoewel deze gebeurtenissen als mijn persoonsgegevens staan geregistreerd, kon ik veel van de in het BVH als ‘incidenten’ opgenomen meldingen en registraties niet meteen duiden. Standaard-opslagdata als ‘huiselijke twist’, ‘ruzie’ of ‘algemene mutatie’ zeggen immers niets over wie, wat en waar, noch over de context waarin ze zich zouden hebben afgespeeld.
Verder bleek uit dit overzicht dat mijn politiegegevens zijn verstrekt aan Veilig Thuis, Bureau Jeugdzorg Amsterdam en aan het Openbaar Ministerie. Ik ben echter nooit door deze instanties op de hoogte gebracht van de gegevensverstrekking uit het BVH.
Betekenis
Dat zette mij aan het denken. Want als het mij al niet lukt om de door politieambtenaren gekwalificeerde meldingen en gebeurtenissen die vervolgens in een gesimplificeerd digitaal systeem als ‘incidenten’ zijn opgenomen, te duiden, hoe kunnen medewerkers van Veilig Thuis, Bureau Jeugdzorg Amsterdam en het Openbaar Ministerie daar dan op deugdelijke wijze betekenis aan geven?
Omdat ik schrok van het grote aantal zogenaamde ‘incidenten’, verzocht ik om inzage in mijn dossier. Enkele weken later viel ik van mijn stoel. Uit het dossier blijkt dat veel van de ‘incidenten’ meldingen van mijn ex-partner betreffen, die zijn geregistreerd als ‘huiselijke twist’ of ‘ontvoering’. Meldingen die zelfs niet door politie zijn onderzocht en waarvan ik kan aantonen dat ze vals zijn.
Incidenten
Dat valt zelfs af te leiden uit rapporten van de politie zelf, die slechts zijn geregistreerd als ‘algemene mutatie’ of uit andere handelingen van politie die niet in het BVH zijn opgenomen. Waarom staan deze valse meldingen (nog steeds) als ‘incidenten’ bij mijn persoonlijke gegevens geregistreerd?
Verder lees ik in het dossier rapporten van de politie die in het BVH slechts zijn geregistreerd als ‘algemene mutatie’. Het gaat echter om verslagen van de politie over traumatische gebeurtenissen rond de omgang van de kinderen en de andere ouder. Daarbij was ik niet betrokken, bovendien deden die gebeurtenissen zich niet in mijn woonomgeving voor. Waarom staan die ‘algemene mutaties’ als mijn persoonlijke gegevens geregistreerd?
Onderbouwen
Ook zijn er in de lijst van ‘incidenten’ meldingen te vinden van mij en registraties van de politie zelf die zijn ingeboekt als ‘stalking’, ‘bedreiging, afspraak op locatie’, ‘openlijke geweldpleging’, ‘cybercrime’ en ‘huiselijke twist’. De door mij gedane meldingen kan ik onderbouwen met stukken.
Het belangrijkste stuk – het bericht van de landelijke recherchepsycholoog uit 2016, waarmee de context van de vele valse meldingen geduid kan worden- blijkt echter niet in het dossier te zitten.
In het politiedossier staat ook dat Veilig Thuis aan de politie heeft aangegeven dat men ten aanzien van de melding (toen ik op vakantie was in het buitenland) geen hulpverlening zou inzetten, maar dat dit gegeven bij een volgende melding zou meewegen. Ik heb er een paar keer achteraan gebeld, aangegeven dat het een aantoonbaar valse melding was en dat van het betrekken van deze melding bij een eventuele volgende melding, dus geen sprake kan zijn. Veilig Thuis was onvermurwbaar en hield vast aan wat in het BVH bij mijn persoonsgegevens staat vermeld. Wel zouden ze mijn kritiek in hun dossier opnemen.
Telefoontjes
Meerdere telefoontjes met politie leverden evenmin iets op. De politie zei me dat niets in het BVH wordt gewijzigd en dat ik tegen de valse meldingen, waaronder die van ontvoering en huiselijke twist maar aangifte moest doen. Maar ik ben toch niet verantwoordelijk voor de registratie in het BVH van een melding die zelfs niet door de politie is onderzocht? Bovendien heb ik in het verleden al eens aangifte gedaan, maar deden politie en OM daar niets mee. Uiteindelijk heeft politie mijn kritiek op de valse meldingen in het BVH geregistreerd, maar weet ik niet op welke wijze deze registratie gestalte heeft gekregen.
De Jeugdbescherming Amsterdam deed er daarna in hun zogeheten ‘Veiligheidsinschatting, ARIJ risicotaxatie’ nog een schepje bovenop. In hun rapport staat: ‘Risicofactor: Opvoeder(s) heeft crimineel gedrag vertoond (wat bijvoorbeeld blijkt uit veroordelingen en/of politiecontacten)’.
Geregistreerd
Dus ik sta bij de Jeugdbescherming Amsterdam geregistreerd als iemand met crimineel gedrag vanwege de in het BVH bij mijn persoonlijke gegevens genoemde ‘incidenten’ waarvan ik kan aantonen dat die niet juist zijn of op onjuiste wijze zijn geïnterpreteerd? In ieder geval was duidelijk dat de registratie van mijn kritiek door politie mij geen soelaas bood.
Ik schrijf deze column niet ten behoeve van mezelf. Ik wil hiermee inzicht geven in de niet-deugdelijke gegevensverwerking door Veilig Thuis en jeugdbeschermingsinstanties. Daarbij denk ik aan de, mogelijk duizenden burgers die met soortgelijke problemen te maken hebben en niet weten welke niet-deugdelijke gegevens waar over hen staan geregistreerd. Schandalen zoals met SyRI en de toeslagenaffaire zouden de alarmklok moeten doen luiden over de grote risico’s die aan risicoprofilering en niet-deugdelijke digitalisering en andere ondeugdelijke gegevensvergaring en -verwerking verbonden zijn.
Beweringen
Waar in de jeugdbescherming al niet aan waarheidsvinding wordt gedaan en in rapporten verhalen, onjuiste beweringen en verkeerde interpretaties worden opgeschreven, leidt het gebruik maken van risicoprofielen en het grasduinen in een politiesysteem als het BVH tot nog meer ongelukken.
In de Toeslagenaffaire heeft staatssecretaris Van Huffelen (Financiën) aangegeven dat gedupeerden met een schone lei moeten kunnen beginnen. Dat lijkt mij ook nodig waar het gaat om gedupeerden van niet-deugdelijke handelingen en beslissingen van Veilig Thuis en jeugdbeschermingsorganisaties die zijn gebaseerd op rapporten die niet op waarheidsvinding zijn gebaseerd en onjuist zijn.
Verantwoordelijkheid
Want hoe en waar hebben Veilig Thuis en jeugdbeschermingsorganisaties (onjuiste) persoonsgegevens van ouders en kinderen geregistreerd en met wie hebben zij die data gedeeld? De overheid heeft hierin een grote maatschappelijke verantwoordelijkheid, al was het alleen al om onze grondrechten en veiligheid op rechtsstatelijke wijze te borgen en waarborgen.
Burgers die ermee te maken krijgen, noemen het huidige systeem van de jeugdbescherming en het familierecht ‘kafkaësk’. Zelf zie ik veel herkenning in de theaterstukken van Karel Čapek. Hoe ziet mijn toekomst eruit als de overheid verzuimt te handelen waar het gaat om de niet-deugdelijke gegevensvergaring en -registratie door Veilig Thuis en jeugdbeschermingsinstanties?
Oma
Waarschijnlijk staat dan over vele jaren, wanneer ik oma mocht worden, de jeugdbescherming op de stoep met de mededeling dat ik mijn kleinkind niet mag zien. Dit omdat men in een digitaal systeem leest dat ik in het verleden crimineel gedrag heb vertoond en men in het BVH veel ‘incidenten’ ziet staan.
Waarschijnlijk ben ik dan weer jaren bezig om met objectieve stukken aan te tonen dat dat niet de werkelijkheid is. Als instanties me dan wel zouden horen, serieus zouden nemen en deugdelijk onderzoek zouden doen, kan ik mijn kleinkind dat dan inmiddels al naar de lagere school gaat, hopelijk in mijn armen nemen.
*Lees ook Nathalie’s vorige column over de gevolgen van de toeslagenaffaire.
Ik heb een nieuwe baan! Nou ja, een nieuwe klus. De politie hier in Australië heeft me ingehuurd om te helpen met een zogeheten stalking-pilot. Geen ex-partners die stalken dit keer, maar juist alle andere stalkers. Want slachtoffers die niet door hun ex worden gestalkt en die geen hoogwaardigheidsbekleder zijn, vallen nu ernstig tussen wal en schip.
Ondanks het feit dat het nog niet altijd goed gaat met de aanpak stalkingzaken door ex-partners, hebben we op dat terrein wel flinke vooruitgang geboekt. De politie is beter opgeleid en heeft handvatten om zulke zaken te herkennen. Het denken vanuit veiligheid in plaats van het opsporen van daders wint aan terrein en de noodzaak van samenwerken met partners wordt onderkend.
Veiligheidsplannen
In ex-partner-stalkingzaken spelen bijvoorbeeld organisaties als Veilig Thuis een belangrijke rol. Deze organisaties kunnen slachtoffers van advies voorzien, helpen om hen te verwijzen naar hulpverlening en assisteren slachtoffers bij het maken van veiligheidsplannen, om een paar voorbeelden te noemen.
In Australië is dat niet anders. Er zijn legio organisaties die zich bezighouden met het ondersteunen en adviseren van slachtoffers van huiselijk geweld en ex-partner-stalking. Politie, justitie en hulpverlening trekken steeds meer en ook aldoor beter met elkaar op om zaken vroeg te herkennen en zo mogelijk een halt toe te roepen voordat zulke dossiers (verder) escaleren.
Snuiter
Maar wat nou als je wordt gestalkt door die rare snuiter met wie je een tijdje hebt samengewerkt, zoals Celeste Manno tragischerwijs overkwam? Of als je buurman je het leven zuur maakt met een soms jaren durende stalkingscampagne?
Voor zulke slachtoffers is er weinig steun en hulp. Organisaties die slachtoffers van huiselijk geweld en ex-partner-stalking ondersteunen hebben hun handen vol aan dat werk en beschikken niet over de capaciteit om slachtoffers van andere stalkingzaken bij te staan.
Omdat die gevallen zo gevarieerd zijn, ontbreekt het ook vaak aan de juiste kennis. De politie realiseert zich niet altijd dat het om stalking gaat en handelt niet snel of doortastend genoeg. Het inschatten van de risico’s voor zo’n diverse groep stalkers en slachtoffers is ook niet makkelijk.
Psychische
Veel stalkers in deze categorie hebben bovendien psychische problemen die aangepakt zouden moeten worden. De daders staan echter zelden open voor hulp. Dat hebben de meeste stalkers dan wel weer gemeen: de overtuiging dat het niet aan hen ligt.
De Australische politie heeft onderkend dat er op dit vlak ruimte voor verbetering is en dat gaan we de komende maanden testen. Eerst heel klein en dan hopelijk in de hele staat Victoria.
Het is een mooie, maar grote uitdaging. Ook dit is namelijk niet iets wat de politie alleen kan oplossen. Het zoeken naar andere organisaties om samen mee op te trekken wordt een flinke speurtocht. Daar heb ik zin in!
Misstanden
Ik moet bovendien bekennen dat ik opgelucht ben dat ik me weer helemaal kan inzetten op een terrein waarvan ik verstand heb. Ik heb de afgelopen acht maanden een heleboel geleerd over de zorg voor mensen met een beperking en de vele treurige en soms boosmakende misstanden die er zijn, maar ik geloof dat mijn hart toch ligt bij stalking.
Is dat heel gek? Moet ik me zorgen maken denk je?
Lieve Cleo,
Je hoeft je geen zorgen te maken. Hoewel jouw hart bij stalking ligt, en je echt een goede stalker zou kunnen zijn, ben je – geloof ik – niet geobsedeerd door het onderwerp. Je doet slechts je best om naar beste weten en kunnen bij te dragen aan de preventie van de vervelende gevolgen van stalking. Gefeliciteerd met die nieuwe klus!
Bijdrage
Mij laat het onderwerp stalking voorlopig ook niet los. Ik blijf zoeken naar mogelijkheden om een bijdrage te leveren aan hulp die stalking in een vroeg stadium kan stoppen. Als ik terugkijk op de afgelopen jaren, hebben we veel kennis over dit onderwerp gedeeld en beschikbaar gemaakt. Dat geldt bijvoorbeeld voor het boek ‘Eerste hulp bij stalking’ dat jij en ik samen hebben geschreven.
Er is in Nederland inmiddels een andere aanpak van stalkingzaken gerealiseerd, waarin de veiligheid voorop is komen te staan. Maar voor mijn gevoel is het nooit af.
Afhankelijkheidsrelaties
Er is meer aandacht voor de ex-partner-stalker. Geweld in afhankelijkheidsrelaties komt namelijk het vaakst voor. Maar ook als je niet door een ex-partner maar door een kennis of onbekende wordt lastiggevallen kun je daar flink onder te lijden hebben.
*tekst gaat door onder de foto*
Slachtoffers hebben veel last van de volharding van de stalker en de angst voor geweld. Afbeelding van Anemone123 via Pixabay.
Slachtoffers hebben veel last van de volharding van de stalker en de angst voor geweld. Telkens probeert de stalker weer om zich op te dringen door contact te zoeken, terwijl een slachtoffer daar niet op zit te wachten en er overlast door ondervindt. Je kunt er flink bang van worden. Als je middenin zo’n situatie zit, weet je immers niet waar en hoe het gaat eindigen. Hoe lang gaat je stalker nog door, wat komt er nu, wat wil die stalker, waar gaat het heen? Kan het escaleren? Loop ik gevaar? Wat kan ik doen?
Behoeften
Ik heb ervaren dat de behoeften van slachtoffers en de mogelijkheden die politie, justitie of hulpverlening bieden, bepaald niet altijd op elkaar aansluiten. Op de vraag wat de professional kan doen, is meestal wel een antwoord te geven. Dat ligt vaak vast in processen en protocollen. Maar de vraag wat een slachtoffer kan doen, is moeilijker te beantwoorden. Wat professionals kunnen betekenen en waar een slachtoffer behoefte aan heeft, overlapt meestal niet helemaal.
Ik heb gemerkt dat slachtoffers in eerste instantie vaak geholpen zijn met hele concrete tips en adviezen die hen kunnen helpen om zichzelf beter te beschermen tegen de inbreuken die de stalker op hun leven maakt.
Privéleven
Beschermen tegen de overlast die hun dagelijkse leven steeds meer is gaan bepalen. Maar ook: hoe slachtoffers hun weerbaarheid kunnen vergroten. Stalkers dringen binnen in het privéleven van hun prooi. Hoe kun je dat privéleven beter beschermen? En op welke vlakken is een slachtoffer kwetsbaar? Is dat je huis, bijvoorbeeld als je in een studentenhuis woont waar iedereen naar binnen kan lopen en meer sleutels dan bewoners in omloop zijn? Is dat op je werk, of onderweg, digitaal, op sociale media of via familie en vrienden? Hoe zorg je dat je stalker geen informatie over je krijgt en hoe je minder makkelijk door je belager te benaderen bent?
Laagdrempelig
Ik denk dat er veel mogelijkheden zijn om slachtoffers laagdrempelig op dat terrein te adviseren. Voor inbraakpreventie zijn er projecten om aan huis advies te krijgen over het bevorderen van je eigen veiligheid. Zouden we zoiets ook standaard voor stalkingslachtoffers kunnen inzetten?
En na die veiligheidsscan van je woning, krijg je een sticker ‘politiekeurmerk verhoogde weerbaarheid’ om op je voordeur te plakken.
Dat laatste is uiteraard een grapje. Ik kon het niet laten om dat te maken.
* Benieuwd naar de vorige column van politiepsychologen Cleo Brandt en Bianca Voerman? Kijk dan hier!
Recherche en OM onderzoeken al twee maanden in stilte de tragische dood van een negenjarig meisje in Rotterdam. “We bekijken of er sprake is van een ongeluk of van strafbare feiten”, bevestigt het OM desgevraagd.
Op de ochtend van 19 maart zou het meisje thuis gewond zijn geraakt na een val van een trap. Er werd een traumaheli ingezet om het kind met spoed naar een ziekenhuis te brengen.
Later die dag zei de politie dat het meisje er zeer slecht aan toe was en dat ‘moest worden onderzocht wat er met het kind is gebeurd en hoe haar veiligheid thuis was geregeld’.
Letsel
Politie en OM brachten niet naar buiten dat het slachtoffer vier dagen later aan haar letsel kwam te overlijden en lieten evenmin weten dat er een onderzoek naar de zaak loopt. Zulke feiten worden normaal gesproken bekendgemaakt.
“Het overlijden van het meisje is niet gecommuniceerd om privacyredenen”, zegt een woordvoerder van het OM Rotterdam. Waarom haar privacy kennelijk niet in het geding was op het moment dat het meisje zeer ernstig gewond was, wil het OM niet zeggen. In die fase werd zelfs bekendgemaakt in welke straat het drama zich afspeelde.
De stand van zaken in de naspeuringen naar de toedracht van de dood van het meisje is onduidelijk. Volgens justitie ‘loopt het onderzoek nog steeds en zal dat waarschijnlijk tot in augustus voortduren.’ Het OM wil niet zeggen welke doodsoorzaak is geconstateerd.
Geadopteerd
FemkeFataal-columnist Roelie Post, voormalig ambtenaar bij de Europese Commissie en onderzoeker van (interlandelijke) adoptiepraktijken, bekommert zich eveneens om de zaak. Het omgekomen meisje blijkt begin vorig jaar vanuit Hongarije naar Nederland te zijn geadopteerd.
In haar column op deze website plaatst Roelie Post vraagtekens bij de gang van zaken rond adopties uit dat land en uit andere EU-landen.
De particuliere Nederlandse Adoptie Stichting (NAS) was volgens haar bij de procedure betrokken. De organisatie plaatste op 7 maart 2020 op haar openbare Facebook-account een foto van het meisje en haar Rotterdamse adoptieouders (een screenshot van dat bericht is in het bezit is van deze site).
Ouder
“Ik kreeg de foto destijds onder ogen en vertrouwde het niet”, aldus Roelie Post. “Het kind leek me beduidend ouder dan de in ons land wettelijke toegestane leeftijdsgrens van maximaal zes jaar. En ik heb meer vragen over deze adoptie die helaas zo tragisch is geëindigd.”
De voormalige EC-ambtenaar nam de afgelopen dagen contact op met het OM in Rotterdam om mogelijk belangrijke kennis over interlandelijke adopties te delen maar vond er geen gehoor. Desgevraagd laat het OM weten ‘de hele situatie’ van het overleden meisje bij de naspeuringen te betrekken.
Het ministerie van Veiligheid en Justitie – verantwoordelijk voor (interlandelijke) adopties – heeft inmiddels contact gehad met Roelie Post. “Ambtenaren hebben mij gemeld dat de kwestie de aandacht heeft van het departement.”
Verwijderd
Het Facebookbericht over het meisje en haar adoptieouders is uit de tijdlijn van de Nederlandse Adoptie Stichting verwijderd.
In een reactie laat de stichting weten niet te willen zeggen of zij wel of niet bij de adoptie betrokken was. “Dat hebben we nooit gedaan en zullen we ook nu niet doen.”
Indien er een onderzoek zou lopen, aldus de NAS, “dan kunnen en willen we pas reageren wanneer het onderzoek en eventuele vervolgacties volledig zijn afgerond. Tot die tijd zijn wij gehouden aan geheimhouding.”
Dossiers worden volgens de NAS alleen geopend voor bevoegde autoriteiten. “Het gaat dan om de Centrale autoriteit internationale kinderaangelegenheden, de Inspectie Zorg en Jeugd en opsporingsinstanties indien sprake zou zijn van een (strafrechtelijk) onderzoek”, aldus de stichting.
*Zie verder de column van voormalig EC-ambtenaar en -onderzoeker Roelie Post.
De adoptielobby is weer in volle gang. De ‘gezamenlijke vergunninghouders’, de adoptiebureaus, werpen de conclusies van de commissie-Joustra ver van zich af. Zoals bekend laten deze zogeheten vergunninghouders zich bijstaan door een invloedrijk lobbykantoor. Ik neem aan dat die aanpak deel uitmaakt van het advies. Ontkennen. Kreten als ‘fake nieuws’ en ‘flinterdunne bewijzen’ vliegen dan ook over tafel.
Ik durf te stellen dat de bewijzen waarop de commissie-Joustra zich heeft gebaseerd zeker geen nepnieuws waren. Evenmin waren ze flinterdun. Gedegen onderzoeksreportages van door de wol gewerfde journalisten lagen eraan ten grondslag. Gebaseerd of geadviseerd door Against Child Trafficking, de stichting tegen kinderhandel die is opgezet om mij een tijdje te parkeren. En om een zekere tegenmacht te organiseren tegen de adoptielobby zoals ik in mijn eerste columns op deze site beschreef.
Twijfels
De commissie-Joustra heeft geconcludeerd dat er inzake interlandelijke adopties geen sprake mag zijn van particuliere adoptiebureaus. Te fraudegevoelig. De commissie heeft eveneens sterke twijfels uitgesproken over de mogelijkheid interlandelijke adoptie vanuit de overheid te organiseren. Al in 2015 heeft een adviesbureau geconcludeerd dat deze optie het risico inhoudt dat de staat betrokken wordt bij kinderhandel.
Zo luid als de adoptiebureaus spreken wanneer ze in hun bestaansrecht worden bedreigd, zo stil zijn ze als misstanden aan het licht komen en hun imago negatief kan worden aangetast.
Twee maanden geleden kreeg ik een bericht van Arun Dohle van Against Child Trafficking (ACT): ‘Het meisje dat in Rotterdam thuis van een trap viel, ernstig gewond raakte en overal in het nieuws is, schijnt een kind te zijn dat uit Hongarije is geadopteerd. De politie doet onderzoek.’
Jeugdbescherming
Hongarije. Dat is een EU-lidstaat. Eind 2016 heeft de Raad voor Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming de Nederlandse overheid geadviseerd adopties uit EU-lidstaten per direct stop te zetten. EU-lidstaten worden geacht zélf voor hun kinderen adequate zorg te kunnen bieden. Als een land dat niet kan, dan vervult het de voorwaarden van respect voor democratie en rechtstaat niet. Ook werd door de raad gewezen op de negatieve gevolgen van interlandelijke adoptie op de lokale kinderbescherming.
Toenmalig staatssecretaris Dijkhoff (Veiligheid en Justitie) en vervolgens minister Dekker (Rechtsbescherming), beiden VVD, legden dat advies volledig naast zich neer.
Gedachten
Het nieuws over het Hongaarse meisje brengt mijn gedachten terug naar 2020. De Nederlandse Adoptie Stichting (NAS) die bemiddelt bij adopties uit Hongarije, kondigt de aankomst van adoptiekinderen ook in die tijd al aan op Facebook. Ik herinner mij op dat account een meisje te hebben gezien van wie ik dacht dat ze me te oud leek voor een adoptie.
De wettelijke leeftijdsgrens ligt normaal gesproken op zes jaar, bij uitzonderingsgevallen geeft het ministerie van Veiligheid en Justitie soms toestemming om oudere kinderen te adopteren. Dit meisje leek twee, drie jaar ouder. Er was bovendien iets ongemakkelijks aan de foto en de tekst. In de aankondiging schreef de NAS dat de tijd die de adoptieouders met haar doorbrachten in Hongarije een uitdaging was geweest. Een uitdaging? Hoezo? Problemen met de rechtbank? Of verzette het meisje zich?
Problemen
Ik heb door mijn onderzoeken als ambtenaar bij de Europese Commissie gezien dat oudere kinderen niet zelden grote problemen ondervinden na adoptie en zich ook daartegen kunnen verzetten. De niet-probleemloze aanpassing en integratie, noemen ze dat.
Of dat ook in deze Rotterdamse zaak het geval is, weet ik niet. Maar ik denk aan Masho, het Ethiopische meisje uit de film ‘Mercy Mercy’, wier ouders ACT later bijstond. Of ik herinner me Amy in Denemarken, die door ACT werd geholpen terug te gaan naar Ethiopië. Ik zie bovendien weer die Spoorloos-uitzending voor me over Roemeense kinderen die niet konden aarden. Ook sta ik stil bij de vele, andere verhalen die tot me kwamen, vol van verdriet en ellende.
Buigzaam
De meeste adopties lopen uiteindelijke goed af. Mensen zijn sterk en buigzaam. Maar het VN-Kinderverdrag stelt niet voor niets dat adopties alleen mogen plaatsvinden als er geen andere optie is. Geen enkele mogelijheid om in Hongarije op te groeien? Het is nota bene een EU-land dat de laatste jaren zo’n vijftig miljoen euro aan EU-fondsen kreeg voor versterking van de kinderbescherming.
Ik nam een screenshot van het Facebookbericht over het net aangekomen meisje. Uit een soort voorgevoel? Een paar weken geleden krijg ik de naam van het overleden meisje door. Het zal toch niet? Jawel, het slachtoffer in Rotterdam is het meisje dat ik op Facebook heb gezien, een foto die de NAS inmiddels uit haar tijdlijn heeft verwijderd. Het meisje was inderdaad ouder.
Ministerie
Diezelfde dag heb ik een kort telefoongesprek met een ambtenaar van het Ministerie van Veiligheid en Justitie, over iets anders. Ik vraag op hij op de hoogte is van dit drama. Ik krijg een ontwijkend antwoord.
Een week later heb ik opnieuw een gesprek met hem en met nog een ambtenaar die verantwoordelijk is voor adopties. Wederom stel ik het aan de orde. Dit keer komt er bevestiging. Ja, ze zijn op de hoogte. Bij dit soort casuïstiek ‘wordt het protocol in werking gezet’. Bij doorvragen blijkt dat de inspectie het adoptiebureau om verslag zal vragen en naar aanleiding daarvan een rapport zal schrijven. Of dat rapport openbaar wordt, wordt niet echt duidelijk.
Contact
De volgende dag mail ik het Openbaar Ministerie met het verzoek om contact over deze zaak. Er wordt geantwoord dat er geen communicatie mogelijk is, omdat het een lopend onderzoek betreft. Ik had mijn expertise en ervaring graag ter beschiking gesteld. Want ik vind dat het OM in haar onderzoek ook andere belangrijke vragen dient te stellen. Wordt ook aan Hongaarse zijde nagegaan waarom het meisje daar niet kon blijven? Was ze in pleegzorg? Zijn haar biologische ouders uit de ouderlijke macht gezet? Zijn de biologische ouders op de hoogte van haar adoptie? En van haar overlijden?
De unaniem aangenomen motie-Omtzigt gaat over twee onlosmakelijk verbonden zaken: mijn klokkenluidersbrief en de huidige adoptieproblematiek in Roemenië. Omtzigt refereerde in de Tweede Kamer aan de zaak Sorina, een meisje dat met fysiek politiegeweld uit haar pleeggezin was weggerukt voor een adoptie. Voor mij voelt dit meisje als een soort Sorina. Ik hoop dat het niet zo blijkt te zijn.
Ontoelaatbaar
Ik hoop ook van harte dat het Openbaar Ministerie verder kijkt dan het ongeval dat dit meisje fataal werd. Er moet mijns inziens ook gekeken worden naar het systeem waarin dit kon gebeuren. Een systeem dat door de commissie-Joustra in een snoeihard rapport als ontoelaatbaar werd afgedaan.
Een adoptie die volgens de Raad van de Strafrechtstoepassing en Jeugdbescherming sinds 2017 niet meer mogelijk had mogen zijn.
Een systeem waarbij de adoptie van dit meisje werd bemiddeld door een Nederlands adoptiebureau voor een bedrag dat tegen de 16.000 euro loopt.
Dat alles wordt toegestaan door een falende en wegkijkende overheid.
Parallelle
Het is een ingewikkelde discussie in de parallelle adoptiewereld. Parallel omdat er andere regels gelden dan in de normale wereld. Het Haagse Adoptieverdrag stelt namelijk andere voorwaarden aan interlandelijke adoptie dan het Internationale Kinderrechtenverdrag van de Verenigde Naties doet.
Het Haagse verdrag verandert artikel 21b, in de zin dat het interlandelijke adoptie niet ziet als een mogelijke, maar niet noodzakelijke, laatste optie – als er ter lande geen enkele acceptabele wijze van verzorging en opvoeding mogelijk is. Het Haagse verdrag ziet twee opties: terug naar de ouders binnen een vastgestelde tijd of nationale adoptie – en dan interlandelijke adoptie. Dit systeem pasten de rijke landen dan toe voor de armere landen… Niet voor hun eigen kinderen voor wie pleegzorg, gezinsvervangende tehuizen en instellingen wel als adequate zorg worden gezien.
*Zie ook een nieuwsbericht over deze zaak: politie en justitie verzwegen dat het meisje overleed en doen al twee maanden onderzoek naar de toedracht van haar dood.
**Lees hier de vorige column van Roelie Post: ‘Het adoptie-sprookje bestaat meestal niet’.
De mogelijke mishandeling door rapper Lil Kleine van zijn vriendin Jaimie Vaes heeft de afgelopen dagen weer even de spotlight gericht op (ex-)partnergeweld.
Wat er precies is gebeurd in Spanje, is nog onduidelijk en wordt ongetwijfeld verder onderzocht door de Spaanse justitie. Maar Nederland is zich door de perikelen rond het stel wel weer bewust geworden van het feit dat achter gesloten deuren soms zaken gebeuren die het daglicht niet verdragen.
Verliefd
“Ik was dom, jong en verliefd”, is wat slachtoffers zichzelf vaak voorhouden nadat zij in aanraking kwamen met fysiek geweld of stalking door een (ex-)partner. De een verliest de controle of handelt uit onmacht, de ander is doodsbang met blauwe plekken of erger.
Naar schatting is 1,1 procent van de vrouwen en 0,2 procent van de mannen structureel (minstens één keer per maand) slachtoffer van partnergeweld. In vijftien procent van de gevallen leidt dit tot serieus letsel (Ten Boom & Wittebrood, 2019).
Hoog tijd om wat meer bewustwording te creëren want 1,1 procent lijkt weinig maar is nog altijd veel te veel. Ook wanneer je je bedenkt dat de cijfers in werkelijkheid veel hoger moeten zijn, omdat lang niet alle zaken bij de autoriteiten worden gemeld.
Stalking
Fysiek geweld in een relatie is de bekendste vorm van partnergeweld. Daar valt ook stalking, seksueel en emotioneel geweld of financiële en online intimidatie onder, dus tevens misdrijven waarbij geen sprake is van fysiek geweld.
Partnergeweld is op te splitsen in twee categorieën: veel voorkomend partnergeweld en intiem partnergeweld. De eerste vorm ontstaat vaak uit onmacht, door verlies van controle en regie en kent zowel mannelijke als vrouwelijke daders. De gevolgen van toegepast geweld zijn voor vrouwen uiteraard meestal groter dan voor mannen (Daru et al., 2016). Intiem terrorisme is eenzijdig dreigen of plegen van ernstig geweld, in veel gevallen door de man. Het gaat om opzettelijk geweld, partnerterreur, gericht op controle over de partner.
Partnergeweld is voor de meesten van ons gelukkig iets onbekends. Toch vinden wij dat er veel meer bewustwording onder vrouwen over dit probleem moet komen.
Sarah
Speciaal voor deze column spraken wij de afgelopen weken met Sarah* (24). Zij vertelde ons over haar relatie met haar liefde van de middelbare school.
“In het begin was het heel leuk”, aldus Sarah. “Mijn toenmalige vriend was the life of the party: iedereen wilde hem wel op zijn feestje als gast. Maar op een gegeven moment sloeg zijn gedrag om. Hij begon te blowen. Eerst alleen af en toe, maar naarmate de tijd vorderde ging hij steeds meer gebruiken. Tot hij zo vaak naar een joint greep dat hij in feite de hele dag onder invloed was en niet meer kon functioneren.”
Volgens Sarah had haar toenmalige vriend veel last van stemmingswisselingen en wist ze nooit in welke gemoedstoestand ze hem zou aantreffen. De relatie ging aldoor slechter en hij werd zelfs agressief.
Mentaal
“Zijn mood swings waren eigenlijk al voldoende reden om de relatie te beëindigen. Maar ja, ik was verliefd. Bovendien had ik nog niet eerder een relatie gehad, dus ik wist niet beter. Tijdens de relatie voelde ik me superslecht. Op een gegeven moment begon ik daar zelf ook mentaal aan onderdoor te gaan. Hij dwong mij om dingen te doen waar ik helemaal niet achter stond. Om me over te halen zei hij dan dat iedereen zulke dingen deed.”
Het werd zo erg dat Sarah bijna bang werd voor haar vriend. “Ik ben vaak naar huis gegaan, omdat ik me bijna angstig begon te voelen”, vervolgt ze. “Het was gewoon niet gezellig meer. Ook ging hij vaak vreemd. Wanneer ik hem daarmee confronteerde, zei hij dat ik gek was. Dat terwijl ik zelfs door andere vrouwen werd benaderd die het vreemdgaan bevestigden. Hij heeft ontelbare keren zijn excuses aangeboden. Daar was hij goed in, zichzelf eruit praten. Die excuses aanvaardde ik. Zo hebben we toch vrij lang een relatie gehad. Ik dacht kennelijk dat hij het beste was dat ik kon krijgen”.
Stalken
Na een lange tijd was het uiteindelijk Sarah’s vriend die een einde maakte aan de relatie. “Eindelijk was ik van hem af. Tenminste, dat dacht ik”. Want de gebeurtenissen in Sarah’s leven zouden een beangstigende wending nemen. “Nadat het ongeveer een jaar uit was tussen ons, begon het stalken. Ik was in die tijd al verder gegaan met mijn leven. Maar mijn ex zat blijkbaar met zijn hoofd nog steeds bij mij.”
Sarah’s vroegere vriend begon met het sturen van schijnbaar onschuldige WhatsApp-berichten met de vraag hoe het met haar ging en wat ze aan het doen was. Al snel veranderde de toon van de berichten, bovendien nam ook de hoeveelheid appjes toe.
Bellen
“Vervolgens ging hij me bellen”, gaat Sarah verder. “Soms gebeurde dat wel veertig keer per dag. Als ik opnam, vroeg hij schreeuwend waar ik was en zei hij dat hij naar me toe zou komen. Elke dag stond hij hier bij mijn woning. Ook appte hij foto’s van mijn voordeur. Ik durfde zelfs niet meer naar buiten te gaan. En anders zorgde ik er wel voor op een andere plek te zijn als ik vermoedde dat hij weer op de stoep zou staan. Toen ik een keer terugkwam van vakantie zat mijn hele brievenbus vol met brieven en kaarten die hij had geschreven. Hij had zelfs complete fotoboeken gemaakt.”
Het stalkgedrag van haar ex nam steeds meer toe en werd bovendien meer manipulatief van aard. Alles haalde de man uit de kast om met Sarah in contact te komen.
Leugen
“Hij probeerde voortdurend om dingen te bespreken. Ik heb hem altijd verteld dat ik geen contact meer wilde en heb hem op elke denkbare manier geblokkeerd. Op het moment dat een van zijn vrienden me liet weten dat een familielid van hem ernstig ziek was, ben ik toch overstag gegaan en heb ik toegezegd om met hem te gaan praten. Toen hij langskwam, bleek dat hele verhaal over zijn zieke familielid een leugen. Het was een zoveelste poging van hem om mij terug te krijgen. Dat is de laatste keer dat ik hem heb gezien.”
Inmiddels is alles wat zich in die tijd voordeed een soort waas voor Sarah. Veel kan ze zich niet meer herinneren. “Ik denk dat alles wat me toen overkwam, onbewust ook nu nog meespeelt. Tot op de dag van vandaag ben ik erg terughoudend in mijn liefdesleven. Ik was dom, jong en verliefd en ik wil gewoon niet weer in zo’n situatie belanden.”
Vergelijkbare
Ze wil dan ook graag iets meegeven aan meisjes en jonge vrouwen die in een vergelijkbare positie verkeren. “Als iemand je iets wil laten doen waar je zelf niet achter staat, durf dan ‘nee’ te zeggen en luister naar je gevoel. Als jouw gevoel zegt dat iets niet klopt, dan klopt het niet.”
De werkwijze van Veilig Thuis rond stalking is mede door de moord op het zestienjarige, Rotterdamse Hümeyra aangepast.
Hümeyra werd op 18 december 2018 in het fietsenhok van haar school doodgeschoten door haar stalker Bekir E. Hij bedreigde Hümeyra al een lange tijd, ze werd tevens door hem mishandeld. Meerdere malen is aangifte gedaan tegen E. die al een hele geschiedenis had met het plegen van geweldsdelicten.
Escaleerde
Ook de zus van Hümeyra trok aan de bel omdat de situatie escaleerde. Maar wat Hümeyra en haar familie ook ondernamen, geen van de betrokken instanties ondernam stappen om de doodsbange tiener te helpen en Bekir E. aan te pakken. Met fatale gevolgen voor het meisje.
*tekst gaat door onder de foto*
Het omgebrachte, Rotterdamse meisje Hümeyra.
De Inspectie Justitie en Veiligheid stelde later na onderzoek vast dat de aanpak van de stalking van Hümeyra ernstig tekort is geschoten. Inmiddels hebben het Zorg- en Veiligheidshuis Rotterdam-Rijnmond en Veilig Thuis Rotterdam een video uitgebracht met instructies voor organisaties om slachtoffers van stalking beter te beschermen en daders te stoppen.
Verstand
Veel verhalen rond partnergeweld en -stalking kennen we niet en zullen we waarschijnlijk ook nooit kennen. Maar één ding is zeker: laat je nooit volledig verblinden door de liefde en hou vooral je gezond verstand erbij.
Wil je advies of hulp? Bel of chat dan met Veilig Thuis op 0800-2000 (gratis en 24/7 bereikbaar).
*De naam Sarah is omwille van privacyredenen gefingeerd.
**Lees ook de vorige column van Nikki en Iris: over straatintimidatie.
Onlangs kwam ik weer eens gefrustreerd thuis vanwege de wijze waarop de rechtbank zich opstelde tijdens de inhoudelijke behandeling van een strafzaak.
Mijn cliënt was al maanden zenuwachtig geweest voor de zitting. Bij de politie was zijn verklaring niet goed uit de verf gekomen en aan de rechtbank wilde hij zijn kant van het verhaal gedetailleerder uitleggen.
Toen het moment daar was, nam hij dan ook de tijd om zijn relaas te doen. Maar de rechters leken alleen geïnteresseerd in specifieke details die de man naar voren bracht, gegevens waarvan ik wist dat die niet overeenstemden met andere informatie in het dossier. De rechtbank had kennelijk geen aandacht voor het hele verhaal van mijn cliënt, maar alleen voor die afwijkende details.
Weerwoord
Na het requisitoir van de officier van justitie was het mijn beurt om te pleiten. Een belangrijk moment voor mijn cliënt, omdat ik daarmee namens hem in juridische zin weerwoord kon bieden aan de visie van het OM.
Tot mijn frustratie zag ik dat een van de rechters die tijd kennelijk benutte voor een… middagslaapje! Dat vind ik tenminste aannemelijker dan dat die rechter zijn ogen sloot omdat hij zich daarmee beter kon inleven in mijn verhaal. Zeker toen zijn knikkebollende hoofd bijna de tafel bereikte.
Ik twijfel er niet aan dat de rechtbank in raadkamer mijn pleitnota en de aantekeningen van de griffier er nog eens bij pakt. Dit om te bezien welke verweren zijn gevoerd en op welke verweren wel en niet moet worden gereageerd bij vonnis. In zoverre heeft de inhoud van mijn pleidooi de rechtbank bereikt, en zullen de rechters in juridisch opzicht de zaak op correcte wijze afhandelen.
Fatsoen
Het heeft deze rechtbank in mijn optiek echter ontbroken aan fatsoen en ook aan inzicht in de wijze waarop een verdachte een rechtszitting beleeft. De rechtbank ziet de inhoudelijke behandeling als sluitstuk van de zaak, terwijl een verdachte die juist beschouwt als hét moment waarop op zijn of haar zaak een besluit volgt.
Bovendien vraag ik me af bij zo’n, klaarblijkelijk ongeïnteresseerde houding of de rechtbank zich bewust is van de psychologische processen die bij het beoordelen van zaken een rol spelen. En met name dat laatste baart me zorgen omdat het in het strafproces nog altijd zou moeten gaan om waarheidsvinding.
Papieren dossier
In Nederland geldt al jaar en dag dat het papieren dossier het uitgangspunt is bij de beoordeling van een strafzaak. Artikel 338 Strafvordering vermeldt: ‘Het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan, kan door de rechter slechts worden aangenomen, indien hij daarvan uit het onderzoek op de terechtzitting door de inhoud van wettige bewijsmiddelen de overtuiging heeft bekomen.’ Het Nederlandse onderzoek ter terechtzitting is echter vooral ingericht op het nader horen van de verdachte.
Dat hebben we te danken aan het ‘de auditu-arrest’ uit 1926 waarin is bepaald dat zogenaamde verklaringen ‘van horen zeggen’ ofwel ‘de auditu’ voor het bewijs mochten worden gebruikt.
Nadruk
In de praktijk komt het erop neer dat getuigenverklaringen die door de politie zijn vervat in een proces-verbaal als bewijsmiddel toelaatbaar zijn zonder dat de rechter de betreffende getuige zelf hoort over wat hij of zij heeft waargenomen. Daarmee is de nadruk komen te liggen op het samenstellen en beoordelen van een schriftelijk dossier.
Vaak wordt alleen de verdachte nog tijdens een zitting door de rechter gehoord waarbij gerichte vragen aan hem of haar worden gesteld. Rechters brengen meer tijd door met papieren dossiers achter hun bureau, dan met verdachten (en getuigen) in een zittingszaal. Wellicht ontstaat daarmee bij sommige rechters een gebrek aan inzicht in de wijze waarop een verdachte de inhoudelijke behandeling ervaart.
Belastend
Doordat de officier van justitie de verzameling processtukken samenstelt en hij in beginsel alleen dagvaardt wanneer hij overtuigd is van de haalbaarheid van de vervolging, is de voorbereiding van rechters gebaseerd op een belastend dossier waarbij de processtukken worden geanalyseerd in het licht van de tenlastelegging.
Vanuit psychologisch oogpunt is het dan ook niet mogelijk om onbevooroordeeld op een zitting te verschijnen. Zodra een mens kennis heeft, is hij namelijk bevooroordeeld. Zo zijn mensen, en dus ook rechters, geneigd op zoek te gaan naar bevestigende informatie (confirmation bias), informatie te bagatelliseren die niet in overeenstemming is met de gecreëerde overtuiging (cognitieve dissonantie) en vast te houden aan de eenmaal gecreëerde overtuiging (belief perseverance).
Overtuigen
Met die uitgangspunten in het achterhoofd is het dan ook een hele klus voor de verdediging om een rechter ervan te overtuigen om niet zonder meer de visie van het OM te volgen.
Juist bij de inhoudelijke behandeling moet er ruimte zijn om de visie van het OM te weerleggen. Daartoe is het van belang dat de rechter zich bewust is van voornoemde processen en dat hij zich actief inspant ook de visie te volgen zoals de verdediging die naar voren brengt.
Daar past een actieve houding van een rechter bij die aandacht heeft voor het pleidooi. Ook wanneer verweren worden gevoerd die voorspelbaar zijn, kan de verdediging in haar (mondelinge) pleidooi verrassende inzichten bieden die de rechter anders naar de zaak doen laten kijken.
Waarheidsvinding
Als alleen maar in raadkamer wordt bekeken op welke verweren wel en niet moet worden gereageerd, gaan rechters in mijn ogen voorbij aan het nog altijd vooraanstaande doel van de waarheidsvinding. Soms zitten zaken toch echt anders in elkaar dan in eerste instantie gedacht.
*Lees hier de vorige column van strafrechtadvocaat Wendy Alberts.
Met mijn moeder, mijn man en een goede vriendin van mijn moeder was ik afgelopen maandag aanwezig bij alweer de vijfde tbs-verlengingszitting tegen Pascal F., de moordenaar van mijn zus Nadia.
Sinds de start van zijn behandeling bij tbs-kliniek de Rooyse Wissel is Pascal F. zijn tweede naam ‘Jacob’ als roepnaam gaan gebruiken. Ik vind het onbegrijpelijk dat zijn behandelaren daarin mee gaan. Naar mijn idee is de keuze om een andere naam aan te nemen onderdeel van zijn ontkennende gedrag. Alsof alleen ‘Pascal’ een moordenaar is, terwijl zijn alias ‘Jacob’ onschuldig is.
Behandeltraject
Pascal F. begon tien jaar geleden aan zijn psychiatrische behandeltraject vanwege het vermoeden van een stoornis die tot op dat moment niet was vastgesteld. Het heeft meer dan zes jaar geduurd tot hij enigszins wilde meewerken aan zijn behandeling. Hoewel het lastig behandelen is wanneer onduidelijk is welke diagnose iemand heeft, is een tbs-gestelde niet verplicht om mee te werken aan het psychodiagnostisch onderzoek. Voor mij als nabestaande, tevens medisch specialist, is dat onbegrijpelijk.
In mijn werk als revalidatiearts ben ik voornamelijk betrokken bij cliënten die in aanmerking komen voor een poliklinische revalidatiebehandeling omdat zij kampen met chronische, aspecifieke pijnklachten.
Voorwaarde
Een essentiële voorwaarde om een behandeling te kunnen krijgen, is dat iemand gemotiveerd is om naast een lichamelijke training ook een gedragsmatige behandeling samen met de psycholoog aan te gaan. Met andere woorden; wanneer het behandelteam grote twijfels heeft over de motivatie van een cliënt wordt de revalidatiebehandeling niet gestart.
Toch vond het gerechtshof in Arnhem tijdens het toenmalige hoger beroep tegen Pascal F. de onduidelijkheid over de aanwezigheid van een psychiatrische diagnose geen argument om hem naast een celstraf geen tbs met dwangverpleging op te leggen. Uitgangspunt daarbij was het sterke vermoeden op een zeer hoge recidivekans wanneer Pascal F. onbehandeld in de maatschappij terug zou keren na pakweg twaalf jaar detentie.
Primaire doel
Het primaire doel van tbs met dwangverpleging is dat door de behandeling beoogd wordt daders op een veiligere manier terug te laten keren in de samenleving. Niet het vergelden van het delict, maar het behandelen van de aanwezige psychiatrische aandoening(en) staat daarbij op de voorgrond. De emotionele belangen van de slachtoffers en de nabestaanden maken op geen enkele wijze deel uit van de behandeling van de tbs-gestelde.
Als ik Pascals behandelend psychiater was, dan zou ik hem bijvoorbeeld in het kader van blootstellingstherapie dwingend adviseren om samen met een behandelaar naar ‘OverLeven’ (de documentaire over mijn zus) te kijken.
Pijnlijk
Ik ben mij er terdege van bewust dat het voorkomen van een recidive nooit volledig gegarandeerd kan worden. Maar als nabestaande is het extreem pijnlijk om keer op keer te ervaren dat de moordenaar van mijn zus al tien jaar lang consequent door een bataljon aan behandelaren en rechters beschermd wordt voor de blootstelling aan mijn verdriet en voor het leed dat hij met zijn daad heeft aangericht in mijn en mijn moeder haar leven.
Door daders te confronteren met de verklaringen van hun slachtoffers of van de nabestaanden van hun slachtoffers, of door Pascal te confronteren met de documentaire over het slachtoffer dat hij heeft gedood, is er naar mijn mening een kleine kans dat hij oprecht onder de indruk raakt van het leed dat hij heeft aangericht. Zodat hij heel misschien minder snel geneigd is om in de toekomst opnieuw over te gaan tot het plegen van buitensporig geweld. Zou deze kans, ook al is die misschien klein, niet veel meer en veel duidelijker onderzocht moeten worden en onderdeel moeten worden van zijn behandeling en van de behandeling van andere daders?
Vraagtekens
Ik heb namelijk grote vraagtekens bij de succeskans van een gedragsmatige tbs-behandeling, wanneer de betrokkene zelf absoluut niet gemotiveerd is om behandeld te worden. Pascal is immers nooit gemotiveerd geweest voor zijn psychiatrische behandeling. Sterker nog op het moment dat hij aan zijn ‘behandeling’ mocht beginnen, beweerde hij nog steeds met volle overtuiging, onschuldig te zijn!
Er was tien jaar geleden volgens medisch vakjargon dan ook sprake van het volledig ontbreken van enig ziekte-inzicht. Terwijl juist het hebben van ziekte-inzicht cruciaal is voor een succesvol behandelverloop. De behandelaren van Pascal zullen ongetwijfeld beweren dat juist het verkrijgen van dit ziekte-inzicht onderdeel is van zijn tbs-behandeling. Zij juichen het toe dat de ‘patiënt’ ruim vijftien jaar na de moord, is gaan erkennen dat hij Nadia heeft gedood.
Berekenend
Toen ik vier jaar geleden voor het eerst over deze zogenaamde erkenning hoorde, voelde dat als een klap in mijn gezicht. Pas nadat het voor Pascal van belang was om te doen alsof hij niet meer ontkende dat hij Nadia vermoord had – erkenning van het delict is een cruciale voorwaarde om op termijn terug te kunnen keren in de maatschappij – ging hij zijn daad toegeven. Deze totaal onverwachte erkenning voelt voor mij zeer berekenend aan.
Zou hij oprechte spijt hebben, dan zou Pascal de verantwoordelijkheid voor zijn daad volledig op zijn conto moeten schrijven. In tegenstelling daarvan schuift hij de verantwoordelijkheid voor haar dood ten onrechte in de schoenen van mijn zus door te beweren dat Nadia het huis in brand wilde steken en dat hij – om dit onheil af te wenden – haar wel moest vermoorden. Die grove leugen om zijn daad te vergoelijken, ervaar ik als een nieuwe krenking.
Gunst
Evengoed steekt het mij dat Pascal doordat hij tbs opgelegd heeft gekregen een gunst is verleend, een gunst die hij in mijn ogen niet heeft verdiend. Het is meer dan pijnlijk om te aanschouwen hoezeer daders beschermd, gesteund en begeleid worden op kosten van de maatschappij.
Sterker nog; door zijn behandelaren wordt er naar Pascal F. gerefereerd als de ‘patiënt’. In mijn ogen zou het woord ‘cliënt’ een veel passendere verwijzing zijn. Want daar waar het woord ‘patiënt’ de betrokkene ontslaat van het hebben van enige verantwoordelijkheid in zijn ziekte en het daaruit voortvloeiende gedrag, impliceert de term ‘cliënt’ dat de betrokkene zelf mede verantwoordelijk is voor het slagen of het falen van zijn behandeling.
Gemotiveerd
Ook ben ik van mening dat een eventuele gedragsmatige behandeling op de lange termijn alleen succesvol kan zijn wanneer de betrokkene intrinsiek gemotiveerd is om behandeld te worden en bereid (en in staat) is om de regie te nemen over zijn behandeling. Dat betekent dat de behandeling pas start nadat iemand erkent dat hij een probleem heeft.
Iemand moet bovendien erkennen dat het noodzakelijk is om voor dit probleem behandeld te worden. Dat is een van de redenen waarom de officier van justitie conform het advies van de Rooyse Wissel maandag twee jaar verlenging van de tbs heeft geëist.
Wankel
Pascal is de moord op mijn zus gaan erkennen. Maar zijn bereidheid om te veranderen en samen te werken met zijn behandelaren is ondanks dat hij al tien jaar intensief ‘behandeld’ is nog extreem wankel. Ongeacht wat de rechtbank besluit, het is overduidelijk dat Pascal F. nog lang geen uitzicht heeft op de beëindiging van zijn tbs, een behandeling die – nota bene – op jaarbasis bijna 2 ton kost.
*Lees ook Lucinda’s vorige column: over de zoektocht naar het verdwenen geld van Nadia’s moordenaar.
Update
**De rechtbank heeft vrijdag 21 mei conform het advies van de kliniek en de eis van het OM besloten dat de tbs van Pascal F. met twee jaar wordt verlengd. De rechtbank heeft bekendgemaakt dat dat noodzakelijk is vanwege de algemene veiligheid en omwille van het feit dat F. nog niet is uitbehandeld.
Bovendien, blijkt uit een persbericht van de rechtbank, is na de voorlaatste tbs-verlenging in 2019 gebleken dat ‘de positieve ontwikkeling’ die F. doormaakte ‘is gestagneerd.’ In het persbericht staat verder dat ‘er sprake was van agressie naar een medewerker’ van de tbs-kliniek, dat Pascal F. zijn afspraken niet nakwam en dat er bij hem geen ‘commitment meer was om mee te werken aan diverse behandelingen en gesprekken.’
Nadia’s nabestaanden houden er rekening mee dat F. daartegen in beroep zal gaan, zodat zij medio september opnieuw naar het gerechtshof in Arnhem zullen moeten afreizen.
Schrijven en onderzoek doen kost tijd. Steun Femke Fataal met een maandelijkse bijdrage of doneer bij een artikel. Dan kun jij mijn verhalen blijven lezen. doe een donatie
We gebruiken cookies om ervoor te zorgen dat onze website zo soepel mogelijk draait. Als je doorgaat met het gebruiken van de website, gaan we er vanuit dat ermee instemt.OKPrivacy policy